Opinie

Verplicht ouderschapsplan bij echtscheiding

Onzinnig?

Kim Bastaits, Dimitri Mortelmans

In de Nederlandse pers werd recent gesteld dat het sinds 2009 verplicht ouderschapsplan bij scheiding geen nut heeft.De Volkskrant, Verplicht ouderschapsplan na scheiding heeft geen nut, 16 mei 2015.Het bericht verscheen naar aanleiding van het doctoraatsonderzoek van juriste Marit Tomassen-van der Lans, waarin echtscheidingsdossiers voor en na de invoering van deze wet werden vergeleken. Er werd gesteld dat een verplicht ouderschapsplan niet zorgt voor een reductie van het ouderlijk conflict bij  echtscheiding. Omdat  deze maatregel niet conflict-reducerend werkt, wordt hij meteen nutteloos geacht. Wij zien dat anders.

Te kort door de bocht

De krantenkoppen liegen er niet om. Maar ze doen exact wat krantenkoppen zo vaak doen: ze gaan veel te kort door de bocht. Dat Marit Tomassen-van der Lans met haar doctoraatsonderzoek degelijk werk aflevert, staat buiten kijf.Tomassen – van der Lans, M. (2015), Ouderschap en scheiding: het verplichte ouderschapsplan, Amsterdam, Vrije Universiteit Amsterdam.Bovendien stelt ook ander Nederlands onderzoek vast dat de invoering van een verplicht ouderschapsplan bij echtscheiding niet heeft gezorgd voor minder conflicten tussen scheidende ouders.zie onder andere: van der Valk, I. en Spruijt, E. (2013), Het ouderschapsplan en de effecten voor de kinderen, Utrecht, Universiteit Utrecht.Maar uit deze wetenschappelijke bronnen vervolgens concluderen dat een ouderschapsplan nutteloos is, is een interpretatie voor rekening van de journalist in kwestie.

‘Is conflict dan het enige criterium?’

Want is conflict dan het enige criterium om zin of onzin van een verplicht ouderschapsplan te beoordelen? Soms kan een wet de vooropgestelde doelen zoals minder conflict, meer contact of hoger welzijn niet meteen behalen maar wel andere positieve, onbedoelde effecten hebben. Zo stellen Nederlandse collega-onderzoekers vast dat een verplicht ouderschapsplan geen drempel vormt om de echtscheiding aan te vragen, hoewel men hier wel vaak van uit gaat.ter Voert, M.J. en Geurts, T. (2013), Evaluatie ouderschapsplan, een eerste verkenning, Cahiers, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum.Ouders geven ook aan dat ze zich dankzij het ouderschapsplan meer bewust worden van de gevolgen voor de kinderen. Daarnaast geven kinderen aan dat ze vaker betrokken werden bij het scheidingsproces en het opstellen van het ouderschapsplan dan kinderen waarvan de ouders gescheiden zijn vóór de wet van 2009. Kinderen een actieve rol toebedelen bij het echtscheidingsproces geeft hen een gevoel van betrokkenheid. Therapeuten bevestigen het belang van deze betrokkenheid voor opgroeiende kinderen. Dat zijn veel meer conclusies dan er in één krantenkop passen. Ons lijkt het dat dat ene ontbrekende effect niet opweegt tegen de andere positieve effecten die het plan in gang heeft gezet.

Ligt dat bij ons anders ?

Ook de Belgische wetgeving omtrent verblijfsco-ouderschap haalde niet meteen de beoogde resultaten. Na de installatie van deze wet daalde het ouderlijk conflict niet en werd het welbevinden van kinderen ook niet meteen gekenmerkt door een sterke verbetering. Toch had deze wet positieve maar onbedoelde neveneffecten zoals een betere sociale integratie van ouders met verblijfsco-ouderschap, een verbeterde vader-kind relatie en een vader die meer betrokken is bij de opvoeding van het kind.Bastaits, K. (2014), Divorced… with children. Parenting of divorced fathers, doctoraal proefschrift, Antwerpen, Universiteit Antwerpen; Sodermans, A.K. (2013), Parenting apart together. Studies on joint physical custody arrangements in Flanders, doctoraal proefschrift, Leuven, Katholieke Universiteit Leuven.

Kortom, de wetgeving rond het ouderschapsplan, net als deze rond co-ouderschap, heeft positieve gevolgen voor gescheiden ouders en hun kinderen. Al gaat het niet altijd over het bereiken van de oorspronkelijk beoogde doelstellingen, elke stap vooruit mag mee in rekening gebracht worden. Voor een grondige evaluatie is het nu misschien nog te vroeg en is er onderzoek over een langere termijn nodig.

Wat moet er dan wel gebeuren?

‘Een ouderschapsplan mag geen statisch plan zijn.’

De 11% juridische vervolgprocedures die Marit Tomassen-van der Lans benoemt als vechtscheidingen zouden het gevolg kunnen zijn van onaangepaste afspraken tussen ouders. Daarom is het allereerst van belang om een flexibel ouderschapsplan op te stellen dat aangepast kan worden naargelang de leeftijd van het kind of nieuwe familietransities. Een ouderschapsplan mag geen statisch plan zijn. Het is een meegroei-overeenkomst tussen ouders die het belang van hun kind vooropstellen. Bovendien blijkt uit onderzoek dat een ouderschapsplan overeenkomen en ondertekenen vaker een probleem vormt als ouders het niet eens kunnen worden over de financiële afspraken.ter Voert, M.J. en Geurts, T. (2013), Evaluatie ouderschapsplan, een eerste verkenning, Cahiers, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum.Ook zonder een ouderschapsplan zouden deze afspraken wellicht een probleem vormen. Daarom doet de wetgever er goed aan om een objectieve berekening van het onderhoudsgeld als richtlijn mee te geven.

En het kan uiteraard ook geen kwaad om bij het opstellen de hulp in te roepen van een professional, zoals een scheidingsbemiddelaar. Deze kan helpen om de gekwetste gevoelens opzij te schuiven en het belang van het kind voorop te stellen. Vanuit het werkveld horen we immers dat onderhandelde afspraken bij een bemiddelaar minder vaak herroepen worden. Tot slot moet een ouderschapsplan ook afgestemd zijn op de noden van het gezin én de kinderen. Het is niet de bedoeling dat ouders een standaardplan van het internet halen en dat indienen. Het kan immers net zo goed dat verschillende kinderen binnen éénzelfde gezin verschillende ouderschapsplannen vereisen. Ook hier kan professionele hulp een uitweg bieden indien ouders er zelf niet uitraken.

Een ouderschapsplan is niet zaligmakend

Er zullen altijd ouders zijn die in een vechtscheiding verwikkeld geraken.’

Bij een echtscheiding worden beide ex-partners geconfronteerd met emotionele en praktische problemen die tot hevige conflicten kunnen leiden. Dat leidt in Nederland tot 11% juridische vervolgprocedures die benoemd kunnen worden als ouderlijke vechtscheidingen. In Vlaanderen ligt het aantal vechtscheidingen bij ouders op 20%. Uiteraard moeten beleidsmakers en professionele experts er alles aan doen om dit percentage te reduceren. Maar het percentage terugbrengen tot 0 is een onhaalbare kaart. Want er zullen altijd ouders zijn die het niet eens raken en in een vechtscheiding verwikkeld geraken. Daarom is het niet zo zinvol om wetgeving omtrent echtscheiding en ouderschap enkel af te toetsen aan een daling van het aantal vechtscheidingen. Veeleer moet gekeken worden naar hoe deze nieuwe wetgeving inwerkt op ouders en kinderen die betrokken zijn bij een echtscheiding. Contact en welbevinden vormen zeker nuttige indicatoren maar zijn niet voldoende. Ook het gevoel van ‘ertoe doen’ bij kinderen, de impact op hun sociale leven, de ouder-kind relatie, de opvoeding en andere indicatoren van familiedynamieken zijn zinvol bij het evalueren van nieuwe echtscheidingswetgeving.

Kort gesteld: het ouderschapsplan lijkt misschien geen geschikt instrument om conflicten tussen ouders te verminderen maar het heeft veel andere positieve effecten, zowel op ouders als op kinderen. Het zou jammer zijn dat één krantenkop die gunstige effecten van tafel veegt.

Reacties [1]

  • Bart Renaer

    Beste,
    even reageren op de zin
    “Een ouderschapsplan mag geen statisch plan zijn. Het is een meegroei-overeenkomst tussen ouders die het belang van hun kind vooropstellen.”
    Dat zou een goed idee zijn.

    Alleen is het dat in Nederland dus niet. Ook – bemiddelaars (daar mediators) propageren in Nederland wel dat je het ouderschapsplan ten allen tijde kan herbekijken, maar dat klopt dus niet. Ze vergeten vaak voor het gemak dat beide partijen akkoord moeten gaan, maar die luxe heb je in een vechtscheiding bijna nooit.
    In mijn eigen boek (“Het ternair bemiddelingsproces”) denk ik ook meer in de richting van een meegroei-overeenkomst. Alleen denk ik dat je de wereld van “artikels” van een ouderschapsplan (want dat zijn het in de praktijk – nieuwe artikels bekrachtigd door een rechtbank) moet verlaten en meer denken in intenties die je op papier zet. Een soort missie of visie die je op papier zet.
    Dat lijkt mezelf een beter idee. Grote voordeel: je voorkomt dat het ouderschapsplan met zijn artikels alleen maar terug ingezet kan worden in een machtsstrijd. Wat nu schering en inslag is.

    Bart Renaer
    http://www.AndersSamen.be

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.