Achtergrond

Jeugddelinquentie anders aanpakken: jongere gelukkig, samenleving veilig

Colinda Serie

Op sommige delinquente jongeren krijgen we geen vat. Dat heeft onder andere te maken met een aanpak die zich te eng focust op toezicht en controle. Colinda Serie, onderzoeker jeugdcriminologie, stelt vast dat ook de vraag of deze jongeren zich wel gelukkig voelen steeds meer aandacht krijgt.

jeugddelinquentie

© Unsplash / Patrick Buck

Beveiligen of behandelen?

Sommige jongeren verschijnen meermaals voor de jeugdrechter. Ze moeten zich verantwoorden voor de delicten waarvan ze verdacht worden.

‘Het werken aan een beter leven, vermindert het risico op herval.’

Meestal sleuren ze een rugzak van andere problemen met zich mee. Ze zijn het slachtoffer van familiaal geweld, vertonen angst- en gedragsstoornissen, worstelen met depressie of verslaving.

Wie met deze jongeren werkt, jeugdrechters of hulpverleners bijvoorbeeld, staat voor een dilemma: beveiligen we de samenleving tegen de delinquent of helpen we de jongere met zijn problemen?De Bus, S. en Put, J. (2020), Verhouding jeugddelinquentie en jeugdhulp: de derde interventiegrond, Panopticon, 5, 478.

Risicofactoren in beeld

Zo zijn de meeste modellen van jeugddelinquentierecht erop gericht om het risico op recidive te verminderen. De interventies proberen in te grijpen op risicofactoren die leiden naar nieuwe delicten.

Die risicofactoren worden vaak eng ingevuld. Denk maar aan criminele leeftijdsgenoten, antisociale persoonlijkheid, middelenmisbruik, gebrek aan constructieve vrijetijdsbesteding of problemen in het gezin, op school of in het werk. De opdracht is dan om die negatieve factoren weg te werken.

Good Lives Model

Niet iedereen is het eens met deze enge kijk op risicofactoren. Het ‘Good Lives Model of Offender Rehabilitation’ ziet het breder en vooral: meer positief.

Dit model vertrekt vanuit het idee dat het werken aan een beter en gelukkiger leven de kans op herval in criminaliteit duurzamer verlaagt dan enkel de belofte van een minder risicovol leven.Ward, T. and Fortune, C.A. (2013), ‘The good lives model: Aligning risk reduction with promoting offenders’ personal goals’, European Journal of Probation, 5(2), 29-46.

Levensbehoeftes vervullen

Vertrekpunt is dat iedereen levensbehoeften wil vervullen die het welzijn verbeteren: je mentaal en fysiek gezond voelen, je verbonden voelen met je familie en vrienden, het goed doen op school, werk of hobby, creativiteit uiten, plezier beleven en inspiratie vinden in spiritualiteit en zingeving.

Volgens dit model ontstaat elk menselijk gedrag uit het nastreven van die levensbehoeften, ook crimineel gedrag. Delicten plegen wordt dus gezien als een alternatieve, antisociale manier om universele levensbehoeften te realiseren. Door een tekort aan vaardigheden, middelen of mogelijkheden lukt dat niet op een maatschappelijk aanvaarde manier.

Focus op positieve

Hoe vermijd je dan dat jonge mensen opnieuw delicten plegen? Volgens dit model volstaat het niet om risicofactoren weg te nemen. Er moet ook iets positiefs in de plaats komen.

‘Wat wil de dader zelf bereiken om zich goed te voelen?’

Naast aandacht voor wat er misloopt en vermeden moet worden, moet vooral ook gekeken worden naar wat er goed gaat en wat de dader zelf wil bereiken om zich goed te voelen. Dat versterkt de motivatie voor gedragsverandering.

Zo komt naast het verminderen van risicofactoren, ook het welzijn van de dader op de voorgrond. Dit model biedt dus een uitkomst voor het dilemma: ‘beveiligen of behandelen?’. Het is een en-enverhaal. Dat beperkt het best de kans op herval.

In de kinderschoenen

Dat klinkt allemaal boeiend en beloftevol, maar waarop is het gebaseerd?

Helaas staat de wetenschappelijke onderbouwing van dit ‘Good Lives Model’ nog in de kinderschoenen. De meeste studies naar de effecten ervan werden uitgevoerd bij volwassenen. Dat is geen toeval: dit model werd oorspronkelijk ontwikkeld voor volwassen zedendelinquenten.

Nu dit ‘Good Lives Model’ ook op de radar komt van het jeugddelinquentierecht, is de behoefte aan wetenschappelijke onderbouwing groot.Fortune, C.-A. (2018), ‘The Good Lives Model: A strength-based approach for youth offenders’, Aggression and Violent Behavior, 38, 21-30.Is de kennis op vlak van volwassen zedendelinquenten ook toepasbaar op jonge daders? Want als dat zo is, dan biedt dit model sterke handvaten voor de aanpak van jeugdcriminaliteit, met positieve uitkomsten voor zowel de jongeren als de samenleving.

Jongeren bevraagd

Om die vraag te beantwoorden, onderzochten we de relatie tussen welzijn en de mate waarin jongeren tevreden zijn over het realiseren van hun levensbehoeften enerzijds en delinquent gedrag anderzijds. We legden onze vragenlijst voor aan 5.776 adolescenten van 14 tot en met 18 jaar.Serie, C., e.a. (2020), ‘Welzijn, primaire levensbehoeften en delinquentie bij adolescenten: Etiologische assumpties van het Good Lives Model getoetst’, Tijdschrift voor Criminologie, 62(2-3), 298-324.

We stellen vast dat jongeren die zelf aangeven dat ze in het voorgaande jaar een of meerdere delicten gepleegd hebben een lager algemeen welzijn ervaren dan zij die geen delicten vermelden. Hoe meer delicten ze hadden gepleegd, hoe lager het welzijn.

‘Hoe meer delicten, hoe lager het welzijn.’

Kunnen we dat inzicht verfijnen door ook in beeld te brengen welke levensbehoeften sterk doorwegen in zowel hun beleving van welzijn als in hun delinquent gedrag? Dat levert cruciale informatie aan voor al wie met deze jongeren werkt.

Genuanceerd beeld

Uit ons onderzoek blijkt dat voor jongeren een stabiele financiële situatie, succes op school of werk, verbondenheid met familie en vrienden, plezier en mentale gezondheid, de belangrijkste levensbehoeften zijn die gerelateerd waren aan hun welzijn en delinquent gedrag.

Een grotere tevredenheid met die levensbehoeften hangt samen met meer welzijn en minder delinquentie. Opvallende uitzondering: het omgekeerde geldt voor de tevredenheid met vrienden en plezier. In sommige gevallen leidt het feit dat de jongere plezier ervaart en zelf tevreden is met zijn sociale contacten tot meer delinquent gedrag.

Daarom is het belangrijk dat interventies niet enkel  werken aan het vergroten van de levenstevredenheid, maar ook nagaan op welke manier een jongere zijn belangrijkste behoeften vervult.

In de praktijk

Het Britse project ‘G-MAP’ toont hoe dat moet.Wylie, L.A. and H.L. Griffin (2013), ‘G-map’s application of the Good Lives Model to adolescent males who sexually harm: A case study’, Journal of Sexual Aggression, 19(3), 345-356.Deze interventie is gericht op jonge zedendelinquenten. Het bekijkt samen met jongeren welke primaire levensbehoeften voor hen belangrijk zijn, welke rol het zedendelict daarin speelde en hoe ze deze behoeften positief kunnen invullen.Print, B. (2013), The Good Lives Model for adolescents who sexually harm, Safer Society Foundation Brandon.Daarom besteedt dit project ook bijzondere aandacht aan het werken aan een eigen identiteit, relaties met andere mensen en seksuele gezondheid.

‘Wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt nog.’

In de Verenigde Staten werd recent een meer algemene interventie ontwikkeld voor de aanpak van  jeugddelinquentie, dus niet enkel voor zedendelicten.Prescott, D.S. (2018), Becoming who I want to be. A Good Lives workbook for young men, Brandon, Safer Society Press; Prescott, D.S. and Dent, T. (2018), Becoming who I want to be. A Good Lives workbook for young women, Brandon, Safer Society Press.De projectmedewerkers van G-MAP rapporteren meer motivatie en optimisme bij de jongeren. Maar een gedegen wetenschappelijke onderbouwing van de effectiviteit ontbreekt voorlopig nog.

Vlaams onderzoek

Bijkomend onderzoek zal meer inzicht geven in de mogelijke werking en effectiviteit van dit beloftevolle model. Ook in Vlaanderen wordt daaraan gewerkt.

Zo stelden onderzoekers recent vast dat jongeren in een gesloten gemeenschapsinstelling een succesvol traject vooral verbinden aan de psychische gezondheid, het verbonden voelen met anderen, plezier kunnen beleven, en praktische hulp met financiën, werk en huisvesting.Van Damme, L., Colins, O. en Vanderplasschen W. (2020), ‘Vervulling van basisbehoeften bij meisjes voor en na een verblijf in een gemeenschapsinstelling’, Welwijs, 31(1),  29-33; Van Hecke, N., Vanderplasschen, W., Van Damme, L. and Vandevelde, S. (2019), The bumpy road to change: a retrospective qualitative study on formerly detained adolescents’ trajectories towards better lives, Child Adolesc Psychiatry Ment Health, 13(1), 10.

We lanceerden zelf ook nieuw onderzoek naar de werkzame elementen van dit model op het terrein van jeugddelinquentie. Daarbij volgen we jonge daders op die door de rechter werden geplaatst in een Nederlandse justitiële jeugdinrichting of een Vlaamse gesloten gemeenschapsinstelling.

Wordt vervolgd!

Reacties [1]

  • Kristin Van den Kieboom

    Zou er niet beter een beleid komen voor oudere zedenfeiten delinquenten, zoals voor vaders,nonkels die de kinderen al van jonge leeftijd beginnen te misbruiken, de kinderen weten niet beter als het jong begint maar ze zijn wel getekend voor heel hun leven en ik ken er niet 1 maar zeker 9 die ikzelf grotendeels begeleid heb want ze schamen zich voor wat ze hebben laten doen,alsof zij de misdadigers zijn en soms is het niet alleen hartverscheurend maar echt waar je hart van breekt en telkens ik er aan denk komen de tranen in mijn ogen,ik heb mijn studies gedaan maar heb nooit gewerkt, ik heb wel veel kinderen opgevangen in de loop van mijn leven,sommigen zijn goed gekomen en sommigen niet maar ik kan niet zeggen dat ik niet geprobeerd heb,de laatste is het meest schrijnende geval, een jongen,verkracht 3x per week, als hij dierf wenen of roepen werd hij bewerkt met een mes of knuppel, hij is geschoten geweest op zijn. 9j omdat hij tussen 2 volwassenen zat,er is zoveel meer met hem gebeu

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.