Achtergrond

Hulp aan Roma: ‘Vaak is het trekken en sleuren, maar elke stap is een stap’

Marijn Sillis

Twintig jaar geleden kwam in ons land de hulpverlening voor Roma in een kwetsbare positie op gang. Een gesprek met bemiddelaars uit Gent, Antwerpen en Brussel: “Waar ik ons vroeger soms omschreef als de Dienst Hopeloze Gevallen, is dat vandaag niet meer het geval.”

Roma

© ID / Katrijn Van Giel

Zo’n tien eeuwen geleden migreert een groep mensen vanuit Noord-India richting het westen. De Roma verspreiden zich over Europa, maar zullen achtervolgd worden door racisme en geweld, vervolging en achterstelling.

‘Met twaalf miljoen zijn de Roma vandaag de grootste etnische minderheid in Europa.’

Hoewel de allereerste Roma al in de 15de eeuw in België terechtkomen, groeit hun aantal pas recent. Een eerste grote groep Roma arriveert na de val van de Sovjet-Unie in de jaren ’90 in ons land. Na de toetreding van Midden- en Oost-Europese landen tot de Europese Unie (2004 -2007) volgen meer mensen.

Met twaalf miljoen zijn de Roma vandaag de grootste etnische minderheid in Europa. En de meest gemarginaliseerde. Ook in ons land zijn de cijfers treurig. Een op drie Roma kan niet in zijn basisbehoeften voorzien. Een op vijf Belgen zou zich niet comfortabel voelen met een Roma als collega, 40 procent heeft liever geen Roma als schoonzoon of -dochter, zegt een Europees onderzoek.

De vooroordelen over overlast en criminaliteit zitten diep geworteld. Zelfs bij sociaal werkers wordt er al eens gezucht.

Help, een Roma

“Soms horen we collega’s inderdaad zuchten: ‘Help, een Roma!’”, zegt Natasja Naegels van het Team Roma van Centrum Algemeen Welzijnswerk Antwerpen (CAW). “Het zijn vaak ook complexe dossiers, met veel problemen.”

“Maar met zuchten kom je er niet”, vult haar collega Merima Mehmeti aan. “Als je niet in verandering gelooft, zal je die niet brengen. Mensen hebben snel door wanneer je alleen komt omdat je moet. Als je niet weet waar te beginnen, zeg het dan eerlijk. Vaak is het trekken en sleuren, maar elke stap is een stap.”

Mehmeti kent de twee kanten van de medaille. “Als Roma ben ik zelf geholpen door sociaal werkers. Sinds mijn studie maatschappelijk werk sta ik aan de andere kant. Ik zie nu hoe groot de problematiek is bij sommige Roma-families. Maar ik zie ook: de meest getroffen mensen zijn zij die in hun land van herkomst het meest gediscrimineerd werden.”

Een grote diversiteit

Wanneer andere sociaal werkers hulp vragen aan het Antwerpse team, klinkt het vaak zo: ‘We lopen vast op de Roma-dossiers.’ “Vervolgens worden alle clichés op een hoopje gegooid”, zegt Naegels. “Het eerste wat ik dan doe, is de grote diversiteit in de gemeenschap schetsen.”

‘Als Roma ben ik zelf geholpen door sociaal werkers. Sinds mijn studie maatschappelijk werk sta ik aan de andere kant.’

Koen Geurts, coördinator van de dienst Roma en woonwagenbewoners van de Foyer in Brussel, doet hetzelfde. “Bij elke vorming zeg ik het opnieuw: dé Roma bestaan niet. Je spreekt over verschillende nationaliteiten, maar ook daarbinnen over verschillende talen, regio’s, culturen en achtergronden.”

Werken ze in Antwerpen vaak met mensen uit ex-Joegoslavië, dan ligt de focus in Gent en Brussel vooral op mensen uit Roemenië, Slowakije en Bulgarije. “Maar ook dan kan je niet over één groep spreken”, zegt Delphine Schuermans, buurtsteward in Gent.

“Terwijl de Bulgaarse Roma met veel meer zijn, zijn het vooral de Roemeense Roma die opvallen in het Gentse straatbeeld. Maar hun situatie is dan weer anders dan die van de Slovaken, die uit een achterstellingswijk in Kosice komen of daar een band mee hebben.”

Multiproblematiek

Zowel in Gent, Brussel als Antwerpen benadrukken ze dat er – uiteraard – veel onzichtbare Roma zijn die het goed doen, opgaan in de Belgische middenklasse. “Je kan Roma en problemen dus niet één-op-één gelijkstellen of veralgemenen”, klinkt het. “Maar de Roma waar sociaal werkers mee aan de slag gaan, hebben vaak wel iets gemeen: multiproblematiek.”

‘Roma waar sociaal werkers mee aan de slag gaan, hebben vaak wel iets gemeen: multiproblematiek.’

De problemen gaan over verschillende levensdomeinen: wonen, werk, school. Van onderdak vinden tot kinderen toeleiden naar school. “In mijn hoofd is er niets dat we niet doen”, zegt buurtsteward Delphine Schuermans.

“In Gent werken we nog steeds met een precaire groep”, vult haar collega Maaike Buyst aan. Zij is beleidsmedewerker Intra-Europese Migratie van de stad Gent. “Het is werken aan basisbehoeften. Maar ook aan gevallen van schrijnende uitbuiting.”

“Bij migratie kijken we vooral naar mensen van buiten de Europese Unie”, aldus Buyst. “Naar EU-onderdanen wordt minder omgekeken: zijn kunnen zich vrij verplaatsen en vestigen, als ze in staat zijn voor zichzelf te zorgen. Maar bij Roma zie je een vorm van armoedemigratie.”

Hopeloze gevallen

Mensen komen volgens Buyst hierheen om te werken, maar die jobs zijn er niet altijd. “Of de mensen zijn niet klaar voor de arbeidsmarkt, of de arbeidsmarkt is niet klaar voor hen. Zonder werk hebben ze geen geld voor basisnoden en raken mensen verstrikt in een vicieuze cirkel.”

‘We zijn niet meer de Dienst Hopeloze Gevallen.’

In Brussel zien ze dezelfde problemen als in Gent. “Maar waar ik ons vroeger soms omschreef als de Dienst Hopeloze Gevallen, is dat vandaag niet meer het geval”, zegt Koen Geurts van de Foyer.

“Twintig jaar geleden was er veel onzekerheid, ging het vaak om mensen zonder wettig verblijf. Sinds de Europese arbeidsmarkt in 2014 openging voor onder meer Bulgaren en Roemenen, hebben we meer handvaten om vicieuze cirkels te doorbreken.”

“Er zijn steeds meer Roma die wel hun weg vinden, en als voorbeeld dienen”, vervolgt Geurts. “Ik herinner me de eerste Roemeense Roma als een groep mensen in totale depressie, met een volledig ongeloof in het nut van onderwijs. Waar men twintig jaar geleden alleen dacht aan overleven, is er nu toch vaker oog voor school of werk. Al zijn veel precaire situaties nog niet verdwenen.”

ROMA

Merima Mehmeti (CAW Antwerpen): “Je moet luisteren naar mensen, maar je moet ook dingen durven benoemen. Ik geef ook aan wat mijn doelstellingen en grenzen zijn.”

© ID / Filip Claus

Dé Roma?

In Antwerpen zien ze dezelfde ingewikkelde dossiers. “Maar we focussen vaker op genderthema’s”, aldus Natasja Naegels. “We werken rond vrouwen die niet mogen studeren of werken, huwelijksdwang, intrafamiliaal geweld, tienerzwangerschappen en loverboys.”

‘We werken rond vrouwen die niet mogen studeren of werken, intrafamiliaal geweld, tienerzwangerschappen en loverboys.’

Net omdat de Roma geen homogene groep zijn, zie je ook duidelijke verschillen in de werkingen in de drie steden. Waarom dan toch over dé Roma spreken? “Omdat er een gedeelde basis is”, zegt Koen Geurts. “We zien vaak dezelfde problemen terugkeren.”

Voor sommigen voelt dat niet goed: sociaal werk linken aan een etniciteit. “We krijgen 3.000 aanvragen per jaar van scholen en andere diensten. Moest er geen specificiteit zijn, dan zouden we die vragen niet krijgen”, aldus Geurts. “Alle studies wijzen uit dat Roma een erg achtergestelde minderheid zijn. Daar mag je ook geen taboe van maken.”

Niet mainstream

Als je deze groep in de mainstream hulpverlening laat opgaan, zullen ze daar net het slachtoffer van zijn, meent Geurts. De Antwerpse Merima Mehmeti beaamt: “Ik ben als Roma geboren in Kroatië, maar daar werden we nooit aanvaard. Mijn enige houvast was mijn Roma-identiteit. Het is een dunne lijn tussen trots en angst. Je hebt niet anders dan je Roma-identiteit, maar tegelijkertijd wordt er op neergekeken.”

‘Omdat sociaal werkers het gesprek aangingen met mijn vader, kon ik verder studeren.’

“Net omdat er Roma-werkingen zijn, is er ook wel een zekere correctie gebeurd, noem het positieve discriminatie”, aldus Mehmeti. “Omdat sociaal werkers het gesprek aangingen met mijn vader, kon ik verder studeren. De aanpak die er was voor mijn familie in België, heeft er voor gezorgd dat ik verder gekomen ben in het leven.”

Volgens de verschillende werkingen vraagt het werken met Roma een aparte aanpak. “Het is een kwestie van strategisch werken”, aldus Geurts van de Foyer. “Er zijn veel valstrikken waar je in kan trappen. Het klinkt vies, maar het is vaak een kwestie van ‘voor wat, hoort wat’.”

Het is belangrijk dat je in twee richtingen werkt, volgens Geurts. “Het heeft ons ook even geduurd voor we dat inzagen, maar door met Roma-bemiddelaars te werken, hebben we beter zicht op die logica. Je moet grenzen durven stellen.”

Aparte aanpak

Hoewel het contra-intuïtief voelt voor sociaal werkers, krijg ik wel bevestiging bij het Antwerpse Team Roma. “In mijn opleiding sociaal werk heb ik geleerd dat de hulpvraag van de cliënt moet komen, maar bij Roma ga je dan hele gekke vragen krijgen”, glimlacht Merima Mehmeti. “Uiteraard moet je luisteren naar mensen, maar je moet ook dingen durven benoemen. Ik geef ook aan wat mijn doelstellingen en grenzen zijn.”

‘Bij Roma is het vaak geven en nemen. Ik los voor jou dit probleem op, als je voor mij dat doet.’

“Ik zie hulpverleners die heel veel doen, met de beste bedoelingen, maar daar niks voor terugkrijgen”, vervolgt Mehmeti. “Bij Roma is het vaak geven en nemen. Ik los voor jou dit probleem op, als je voor mij dat doet. Die interactieve hulpverlening voelt misschien ongemakkelijk, maar is efficiënter.”

In Gent spreken ze liever niet over dat voor-wat-hoort-wat-principe. “Ik werk altijd vanuit een zekere onvoorwaardelijkheid, maar ook niet grenzeloos”, zegt Delphine Schuermans. “Maar het is wel belangrijk dat het team niet in een keurslijf zit”, gaat haar collega Maaike Buyst verder. “In de reguliere hulpverlening werken ze met draaiboeken en trajecten. Maar werken met Roma vraagt maatwerk en creativiteit.”

Flexibiliteit en vertrouwen

Flexibiliteit is de basis. Of zoals Natasja Naegels van CAW Antwerpen het met een boutade zegt: “Ik heb geen moeite met de Roma, ik heb veel meer moeite met de reguliere hulpverlening. (glimlacht) Rigiditeit is dodelijk.”

Overal klinkt het dat de outreachende benadering levensnoodzakelijk is. “Als een brug naar de reguliere hulpverlening”, zegt Maaike Buyst. “Er zijn heel wat drempels, maar voor Roma zijn die nog net iets hoger.”

Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de interculturele bemiddelaars. “Vertrouwen is de basis. Net omdat Roma nooit aanvaard zijn door andere gemeenschappen”, zegt Merima Mehmeti. “Het helpt dat ze dan een bemiddelaar zoals ik ontmoeten, iemand uit hun eigen gemeenschap.”

Nog bemiddelaars?

Haar collega Natasja Naegels kan dat alleen maar bevestigen: “Als ik zie welke resultaten Merima behaalt, kan ik alleen maar zeggen dat daar veel verschil op zit.”

‘Werkingen met Roma-bemiddelaars zijn de meest efficiënte.’

Toch is de toekomst van de bemiddelaars onzeker. Tien jaar geleden kwam er een eerste subsidie van vier jaar voor de buurtstewards. Die subsidie werd een paar keer verlengd, maar Vlaams minister van Samenleven Bart Somers (Open VLD) heeft aangegeven dat de toelage haar laatste jaar is ingegaan. Wat komt is onduidelijk, want Somers moet zijn nieuwe aanpak nog voorstellen.

In Brussel, Gent en Antwerpen geven ze aan ‘nieuwsgierig’ te zijn. Wat ze eigenlijk bedoelen: ze zijn ongerust. “Ik erger me vaak als mensen alleen voor eigen parochie preken”, zegt Koen Geurts van de Foyer. “En wat ik nu ga zeggen, klinkt natuurlijk zo. Maar ik kan alleen maar zeggen dat de werkingen met Roma-bemiddelaars de meest efficiënte zijn.”

Generatiewerk

Door hun manier van werken, zijn de Roma-werkingen kwetsbaar voor politieke kritiek. Maar ze zijn niet ‘al’ tien jaar bezig, maar ‘nog maar’. “Werken met Roma, is nu eenmaal generatiewerk. De problemen waar wij over praten, krijg je niet op enkele jaren weggewerkt”, stelt Geurts.

Onder meer omdat de basis van het werk vertrouwen is. “Voor vertrouwen heb je best zo weinig mogelijk verloop”, aldus Geurts. “Politiek spreekt men dan over verankering. Maar als je naar deze groep kijkt, vraag je je af waar we de werking in godsnaam zullen verankeren? Bij onderwijs, tewerkstelling, jongerenwelzijn…? Binnen specifieke gemeentes, binnen bepaalde onderwijsnetten? Het grote voordeel van een werking als de onze, is dat we net over grenzen werken en diensten samenbrengen.”

Niet overbodig

In Gent en Antwerpen horen we hetzelfde geluid. “Ik doe deze job nu vijf jaar”, zegt Delphine Schuermans. “Ik zou het niet zolang volhouden als ik geen verschil zou maken. Als maatschappelijk werker heb ik altijd als doel mezelf overbodig te maken, maar ik kan zeggen: dat ben ik helaas nog niet.”

‘Basiswerk heeft zijn nut.’

“Je bent voor deze doelgroep niet gebaat met korte projecten”, zegt haar collega Maaike Buyst. “Je kan pas vooruitgang boeken met een geïntegreerde aanpak. Maar wat zie je in projectoproepen? Subsidies voor één of twee jaar, voor ‘innovatieve’ projecten.”

“De Roma-werkingen hebben bewezen dat ze er staan en dat ze een verschil maken’, vat Natasja Naegels samen. “Je merkt echter dat het beleid graag inzet op consult- en adviesfuncties. Die hebben hun nut, maar het basiswerk ook. Het is dankzij mensen die met hun voeten in de modder staan, dat je advies kan geven. Anders is het citeren uit boekjes.”

Roma

Koen Geurts (De Foyer vzw): “Ik kan alleen maar zeggen dat de werkingen met Roma-bemiddelaars de meest efficiënte zijn.”

© Foyer

Nieuwe groepen

Tot slot even terug naar de inleiding van dit artikel. We hadden het over de komst van Roma na de val van de Sovjet-Unie en de toetreding van Oost-Europese landen tot de Europese Unie. Maar ook vandaag komen nog steeds nieuwe Roma aan in ons land. Zoals Koen Geurts omschreef: de meest precaire situaties in Brussel zijn zeker nog niet verdwenen.

‘Sinds 2015 neemt de groep Roma-nieuwkomers opnieuw toe.’

“Sinds 2015 neemt de groep Roma-nieuwkomers opnieuw toe’” zegt Daniela Novac. Ze is bemiddelaar bij Diogenes, een Brusselse vzw voor straathoekwerk. Ze werkt dagelijks met dakloze Roma. “Van de eerste lichting Roma die begin deze eeuw in Brussel toekwamen, heeft een deel zijn weg gevonden. Maar nu werken we opnieuw met een uiterst kwetsbare groep nieuwkomers, zonder onderdak of enig perspectief.”

Novac werkt onder meer met een groep Roma die weggejaagd werd uit Lyon. “Dit probleem gaat dan ook verder dan Vlaanderen, Brussel of België. Het vraagt ook om Europese oplossingen.”

Europese aanpak

Novac: “Het gaat om Europeanen, maar eigenlijk ook migranten die hulp en onderdak zoeken. Het zijn geen ‘standaard Europeanen’, met een opleiding of een job. Wel mensen die aan geen enkele voorwaarde voldoen wanneer ze zich bij een gemeente willen inschrijven.”

‘Mensen komen niet naar België voor het goede weer, hé. Telkens opnieuw krijg ik dezelfde vraag: help ons aan werk.’

De straathoekwerker ziet op het terrein hoe het schuurt op verschillende niveaus. “Europa zegt veel te doen voor Roma in hun land van herkomst. Maar als je zoveel miljoenen spendeert en er blijven toch mensen wegvluchten, dan hanteer je de verkeerde strategie.”

De Belgische politiek hoopt er dan maar op dat de dakloze Roma ooit zullen terugkeren naar hun land. “Maar kijk: ze zijn er nog. Dus opnieuw: de verkeerde strategie. De Roma die elders wegvluchten, zijn hier om te blijven. Ze slapen in onze straten op de grond.”

Recht op werk

Het is vaak frustrerend werken voor Novac en haar collega’s. “Mensen komen niet naar België voor het goede weer, hé. Telkens opnieuw krijg ik dezelfde vraag: help ons aan werk.”

“Als EU-onderdanen hebben deze mensen het recht om in Europa te werken, maar blijkbaar is dat vooral op papier”, zucht de straathoekwerker. “Er is niemand die zegt: we gaan er voor zorgen dat je uw recht op werk ook effectief kan doen gelden.”

De Roma waar Novac vandaag mee werkt, hopen op een toekomst, maar krijgen alleen wanhoop, besluit ze. “Zolang er geen werk is, zitten ze geblokkeerd. Er rest hen niets dan van dag tot dag overleven in onze straten. Omdat er geen oplossingen zijn. Niet omdat het deel is van de Roma-cultuur, zoals sommige mensen zichzelf graag wijsmaken.”

Reacties [1]

  • Daems Saskia

    Dit prikkelt mijn interesse!

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.