Achtergrond

Digital storytelling en herstelrecht

Wonen in Brusselse wijk Anneessens

Erik Claes, Minne Huysmans, Iman Lechkar, Nele Gulinck

Sinds 2014 trekken wij wekelijks naar de Anneessenswijk, een diverse, dichtbevolkte en kansarme buurt in het hart van Brussel. Onze exploratie van de wijk kadert in een praktijkgericht onderzoek rond herstelrecht van hogeschool Odisee, opleiding sociaal werk.Voor meer duiding van het brede herstelrechtelijke kader van het onderzoek, zie Claes, E., Huysmans, M., Lechkar, I. en Gulinck, N. (2014), Herstelrecht in Brusselse wijken. Is er een alternatief voor de GAS-boetes?, Opbouwwerk Brussel, 111, 28-38.We brengen wijk- en conflictbeleving van bewoners in kaart, maken spanningen bespreekbaar, scherpen inleving in elkaars leefwereld aan en proberen conflicterende standpunten om te buigen naar gedeelde noden. Op de subtiele grens van onderzoek en praktijk werken we aan participatieve methodieken.

Metrohalte Anneessens Brussel

©Paul Lloyd

Wandelen

Gaandeweg het onderzoek hebben zich twee participatieve tools uitgekristalliseerd.

De wandelmethodiek is een eerste. Een twintigtal bewoners hebben ons door hun wijk gegidst. Ze vertelden over het leven in de wijk. Ze hebben ons ingeleid en ingewijd in hun leefwereld, in hun noden en dromen. Deze bewoners verleenden ons toegang tot hun netwerk en reikten de sleutel aan voor andere, nieuwe getuigenissen. De wandelingen leverden niet alleen een rijkdom aan onderzoeksdata op, ze gaven volle erkenning aan de bewoners, aan hun kijk op de wijk. In een dynamische, dialogische setting werd hun wijkbeleving niet alleen hoorbaar, maar ook zichtbaar, plek na plek.

Digitaal verhaal

Een tweede tool is ‘digital storytelling’. Tot nu toe hebben negen bewoners uit hun wijkbeleving een ‘digitaal verhaal’ gepuurd. Digital stories zijn kleine, korte filmpjes van twee minuten. De maker confronteert de kijker met een opeenvolging van beelden, foto’s, collages en tekeningen die een krachtig, persoonlijk verhaal ondersteunen of evoceren. De auteur spreekt zelf zijn verhaal in, kiest en monteert zelf de beelden.

‘We presenteren op Sociaal.Net zes digitale verhalen uit Anneessens.’

Digital storytelling is een beproefde participatieve methodiek waarin het proces even belangrijk is als het uiteindelijk resultaat. Als onderzoekers willen we met deze methodiek het eigenaarschap van ieders wijkbeleving nog sterker in de verf zetten. De wandelgetuigenis wordt filmmaker van zijn eigen buurt. Hij kan met zijn verhaal naar buiten treden. Tegelijk schept het proces van digital storytelling, in groepjes van vijf bewoners, een creatieve ontmoeting tussen vaak uiteenlopende visies. De komende maanden presenteren we op Sociaal.Net zes digitale verhalen uit Anneessens. Elke twee maanden een nieuw verhaal in de rubriek ‘column’.Het eerste digitaal verhaal van Jonas kan je hier bekijken.

Verderop gaat onze aandacht naar het hoe en wat van digital storytelling, naar de leefcondities in de Anneessensbuurt en de diversiteit van de wijkbeleving.

Herstel

De keuze voor digital storytelling als participatieve methodiek vloeide voort uit een ‘match’ tussen enkele uitgangshypothesen en de specifieke karakteristieken van digital storytelling. Ons actie-onderzoek vertrok van twee hypothesen. Eén: herstel van conflictueuze verhoudingen begint met spreekrecht voor de betrokkenen en eigenaarschap van het conflict. Twee: een sterke, oprecht en persoonlijke uitwisseling van elkaars belevingswereld is de motor van conflicttransformatie. Achter scherpe standpunten verschijnen dan dieperliggende noden en aspiraties.

De notie conflict gaat om gespannen verhoudingen tussen netwerken en groepen in de wijk, maar evenzeer om spanningen tussen die groepen en hun institutionele omgeving zoals politie, overheid, politiek en media.

‘Deelnemers leren veel over zichzelf.’

Digital storytelling is een originele en creatieve manier om deze twee hypothesen in een grootstedelijke wijk te toetsen. Twee kenmerken van de methodiek zijn in dit opzicht veelbelovend. Digital storytelling zet deelnemers in een empowerend leerproces. Deelnemers leren allerlei vaardigheden, tegelijk leren ze veel over zichzelf. Ze worden auteurs van hun verhaal. Ze leren via kleine oefeningen hun belevingswereld in een verhaalvorm omzetten. Ze schrijven zelf hun script in een twintigtal lijnen, lezen elkaar hun verhalen voor en geven feedback. Ze maken ook een storyboard: een groot blad met zes of acht grote vierkanten, met onder elk vierkant een zin uit hun verhaal. Het komt erop aan in elk vierkant een gepast beeld te vinden of te maken. De deelnemers oefenen in verbeelding, metaforiek, creativiteit. Ze tekenen, maken collages, fotograferen, brengen hun lichaam, een kledingstuk in beeld. Of ze doen suggesties voor bewegende animatie. De deelnemers monteren ook zelf hun film. De bijhorende stem is de stem van de maker, de bewoner.

Leerproces

Uit onderzoek blijkt dat digital storytelling een diep leerproces op gang trekt. Het verbetert literaire en schrijfvaardigheden, het stimuleert kritisch denkenYang, Y.-T.C. en Wu, J.J. (2012), ‘Digital storytelling for enhancing student academic achievement, critical thinking, and learning motivation: a year- long experimental study’, Journal of Computers and Education, 59, 339-352.en helpt maatschappelijk kwetsbare groepen de digitale kloof overbruggenGyabak, K. en Godina, H. (2011), ‘Digital storytelling in Bhutan: a qualitative examination of new media tools used to bridge the digital divide in a rural community school’, Journal of Computers and Education, 57, 2236-2243.Dit leerproces komt tegemoet aan het uitgangspunt van het onderzoek. Wijkbewoners leren digital storytelling kennen als een krachtig narratief instrument van zelfexpressie. Ze eigenen hun wijkbetrokkenheid toe, leren zichzelf kennen als auteurs van hun verhaal, maar ook als actoren in de wijk met een stem, een identiteit, eigenwaarde en een eigen kijk.

Deelnemers geven spontaan hun tevredenheid te kennen. Ze voelden zich gestimuleerd in hun creativiteit, waren blij de wijk een boodschap mee te geven of gaven te kennen echt iets geleerd te hebben over zichzelf.

Botsende beelden

Digital storytelling heeft zich bewezen als een instrument van participatie en co-creatie. Het groepsproces heeft aanleg om te verbinden en te overbruggen. De deelnemers leren samen, stimuleren elkaars creativiteit.Hull, G, A. en Katz, M.-L. (2006), ‘Crafting an agentive self: case studies of digital stories, Research in the Teaching of English, 41(1), 43-81.Ze helpen elkaar in het tekenen en fotograferen en brengen zo impliciet respect op voor ieders levensverhaal.

‘Digital storytelling kan deelnemers wegleiden van botsende standpunten.’

Voor het helend en herstellend potentieel van digital storytelling (de tweede hypothese) is het nog veel te vroeg om gevalideerde uitspraken te doen. Maar uit onze twee trajecten bleek alvast dat het traject  deelnemers kan wegleiden van botsende standpunten naar de erkenning van elkaars diepere aspiraties en dromen. Digital storytelling nodigt deelnemers uit om niet alleen over de wijk te spreken, maar ook vanuit zichzelf de eigen wijkbeleving te verwoorden. Die ‘mindshift’ maakt dat de verhalen aanleg hebben om de toeschouwer te raken, voorbij botsende beelden.

Wijk Anneessens

De Anneessenswijk ligt op 500 meter van het Beursplein. De buurt wordt omzoomd door de Le Monnierlaan, de Anderlechtsesteenweg en de kleine ring. Aan haar Zuidflank ligt het Zuidstation. De Anneessensbuurt draagt de sporen van het 19de eeuwse Brussel. Een belangrijk referentiepunt is nog steeds het statige, rechthoekige Anneessensplein met het Cooremans Instituut als prachtig decor. Het stijlvolle plein steekt af tegen de volgebouwde straten. Eenvoudige, op elkaar geplakte rijhuizen verraden de historische densiteit van de wijk.

‘Anneessens draagt de sporen van het 19de eeuwse Brussel.’

En dat is niet toevallig want de 19de eeuwse industrie rond het kanaal leidde tot een grote bevolkingstoename binnen en buiten de Brusselse stadskern. Achter het Cooremans Instituut heeft de stad eind jaren vijftig van de vorige eeuw twee sociaal woningblokken neergepoot, met een binnenplein en een voetbalpleintje. De buildings zijn nu in staat van verval: betonrot, kapotte ramen, vernieling, barslechte isolatie, piepkleine leefruimten.

Dichtbevolkt en kansarm

Vandaag de dag is de Anneessenswijk nog steeds dichtbevolkt en kansarm. De cijfers van Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse bevestigen dit.

In Anneessens wonen de bewoners krap op elkaar. Waar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest net niet aan 7.000 inwoners per km² komt, topt Anneessens af op een dichtheid van zo’n 25.000 inwoners per km². De wijk telde in 2011 10.707 geregistreerde bewoners (8.657 in 1994). Ongeveer de helft van de inwoners leeft in een appartement dat kleiner is dan 55m². Daarbij komt nog dat de publieke, groene ruimtes excentrisch gelegen zijn. Ze situeren zich aan de rand van het gewest. Anneessens’ enige groene ‘long’ is het Fontainaspark.

‘Het gemiddelde inkomen ligt 50% lager dan in de rest van België.’

Anneessens is arm. Slechts vier op tien bewoners heeft een inkomen uit arbeid. Het aandeel langdurig werklozen cirkelt rond de 63%. Onder de werklozen is vooral de jeugdwerkloosheid (47%) markant. Deze lage activiteitsgraad vertaalt zich in een gemiddeld inkomen van 7.800 euro per inwoner/jaar. In het hele Brussels Gewest is dit 12.600 euro. Het gemiddeld inkomen ligt 50% lager dan in de rest van België.

Aankomstwijk

De Anneessenswijk is een jonge wijk. Heel Brussel ‘vergroent’ maar deze buurt nog iets uitgesprokener. 48% van de bewoners zijn jonger dan 30 jaar, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dit 40%.

Naast de hoge densiteit is de wijk ook superdivers. De belangrijkste bevolkingsgroepen zijn traditioneel de Noord-Afrikanen, gevolgd door inwijkelingen uit de EU-15 landen (behalve België). Nieuwe bevolkingsgroepen komen uit Oost-Europa, landen als Senegal, Guinee, Congo of andere conflictgebieden. Uit de grote verhuisintensiteit blijkt hoezeer de buurt een aankomstwijk is. Velen zoeken er slechts tijdelijk toevlucht in afwachting van een betere bestemming.

‘Anneessens ontsnapt niet aan speculatie.’

Die wijkvlucht is niet altijd vrij gekozen. Net als andere buurten in het centrum ontsnapt Anneessens niet aan speculatie. Op nog geen tien minuten stappen van het beursplein en vlak bij de hippe Dansaertstraat is de wijk strategische gelegen. De Brusselse pretstad met trendy cafeetjes en restaurants is dichtbij. Jonge middenklassers kopen er nu huizen of huren appartementen. De woningmarkt wordt duur, migranten van de tweede en derde generatie moeten soms noodgedwongen de wijk verlaten. Jonge, kleine ondernemers geraken ontmoedigd door de hoge huurprijzen van winkelpanden.

Deze stedelijke kenmerken bepalen de leefomstandigheden van veel buurtbewoners. Velen zijn arm, krap behuist, zoeken hun toevlucht tot de straat, pleinen en de schaarse plekken publieke ruimte. Ze hebben een lage scholingsgraad, zijn werkloos of hebben een laag inkomen. Mensen belijden verschillende religies of hebben een verschillende culturele achtergrond. Velen hebben een precair verblijfsstatuut.

Vier leesbrillen

Elke wandelgetuigenis, elke deelnemer aan het digital storyproces kadreert de wijk op zijn manier, met zijn biografie als achtergrond, met zijn netwerk, met zijn diepste noden, aspiraties en overtuigingen. Om al deze frames te ordenen, om ze naast elkaar te leggen en met elkaar te vergelijken, hebben we vier ideaaltypische ‘leesbrillen’ gedistilleerd. Ze staan voor verschillende vormen van betrokkenheid op de wijk, wellicht zijn er veel meer. We onderscheiden de verkennende, geëngageerde, verwortelde en kritische betrokkenheid.

Observeren

Met verkennende betrokkenheid bedoelen we dat een aantal bewoners de wijk ziet als een plek die je kan observeren, bestuderen, ontdekken, waarin je je kan verdiepen. Tussen de wijk en de verkenner bestaat een afstand. Door de wijk te explorere, beoogt de bewoner die afstand te overbruggen. Wat die plek precies de moeite waard maakt, hangt af van drijfveren en interesses van de mensen.

D. is fotograaf en kunstenaar, hij kijkt als een fenomenoloog en dramaturg naar de wijk. Hij observeert hoe de organisatie van de stedelijke ruimte gedrag van mensen beïnvloedt. Hij kijkt hoe twee sociale appartementsblokken met zicht op een plein als controlekamer functioneren. Hij analyseert minitieus hoe twee straathoeken hun betekenis ontlenen aan de manier waarop bewoners en jongeren zich die ruimte toeëigenen. Voor D. verschijnt de wijk vanuit de taal van theater. Elk plein of straathoek is een podium, een scène, een acoustische ruimte waar zich een luisterspel afspeelt, waar de gebruikers een ‘performance’ opvoeren. Hiermee eigenen ze zich die publieke ruimte toe, geven ze publieke plekken betekenis. Vaak leveren ze een machtsstrijd over wie, waar en wanneer zijn publieke rol als wijkgebruiker mag spelen.

‘Elke straathoek is een podium waar gebruikers een ‘performance’ opvoeren.’

Ook de getuigenis van Jonas,Het verhaal van Jonas kan je hier bekijken.student sociaal werk, geeft blijk van een uitgesproken verlangen om de wijk te verkennen. Jonas vertelt zijn verhaal over Anneessens vanuit onbevangenheid voor een drukke, bonte stad vol nieuwe ervaringen: het theehuis recht tegenover zijn studentenkot, zijn eerste praatje met de Marokkaanse mannen, maar vooral de ontdekking van schoonheid in imperfectie.

Engagement

De Anneessenswijk is een buurt vol uitdagingen. Het buurtweefsel wordt er versterkt door een mozaiëk van organisaties gaande van basiseducatie en alfabetisering voor vrouwen, over jeugdwerkingen tot het verbeteren van wooncondities en opfleuren van publieke plekken. Deze organisaties zijn vaak vervlochten in het vrijwillige engagement van buurtbewoners. Geëngageerde betrokkenheid is dan ook ons tweede frame om verhalen van buurtbewoners te kaderen.

Sommige bewoners engageren zich vrijwillig in de organisaties, ze nemen deel aan de vergadering van de lokale vereniging voor mensen in armoede, maken deel uit van het buurtcomité of zitten in een raad van bestuur. Voor een aantal onder hen bieden deze organisaties een netwerk van sociale contacten. Ze verstevigen hun kwetsbaar sociaal kapitaal. Anderen hebben hun eigen sociaal netwerk waarin ze hun engagement gestalte geven. Ze onderhouden een meer losse samenwerking met het verenigingsleven in de wijk.

‘De geëngageerden zijn zich sterk bewust van de conditie van de wijk.’

De geëngageerden zijn zich sterk bewust van de conditie van de wijk, en van de noodzaak die leefomstandigheden te verbeteren. Een aantal zet hun expertise in om de uitdagingen van de wijk te objectiveren (via enquêtes) en bespreekbaar te maken met lokale beleidsmakers. Sommigen gaan door hun sociaal- economische positie, hun sterk intellectuele achtergrond of door een grotere sociale mobiliteit minder gebukt onder de wijkcondities. Hun engagement drijft op solidariteit en medeleven met de kwetsbare positie van medeburgers. Anderen delen zelf in de klappen, zijn kansarm maar weigeren de condities van Anneessens zomaar te ondergaan. Hun engagement drijft op de hoop voor een beter, waardiger leven.

Vincent

Het engagement van bewoners kent verschillende gradaties. Sommigen hebben door hun leeftijd hun engagement afgebouwd, anderen werden door hun intens wijkengagement referentiefiguren. Voor Vincent was de netwerkwandeling zelf een trigger naar engagement. Tijdens het wandelinterview kwam hij tot het besef dat het tijd was om iets terug te geven aan de wijk. “Als ik nuttig kan zijn, dan kan je op mij rekenen (…) Ik praat luidop opdat jij heldere inzichten zou hebben (…) Ik ben altijd wat lui geweest in mijn betrokkenheid (…) Maar het is van ons dat het moet komen.”

‘Anneessens verbergt zich achter een zwart gordijn.’

Vincent’s boodschap is er één van enthousiasme en optimisme. Als Spaanse migrant groeide hij op in de wijk, hij  heeft de verloedering en leegstand van de wijk van dichtbij gekend. De wijk gaat er volgens hem wel op vooruit, façades worden gerenoveerd, de middenstand en de kleinhandel krijgt weer voet aan de grond. Toch heeft de wijk nog een slechte reputatie. Op Anneessens kleeft een kwalijke etiket. En etikettes zijn als magneten, aldus Vincent. Ze trekken andere slechte labels aan, criminaliteit, drugsverslaving. Anneessens verbergt zich achter een zwart gordijn. Vincent wil dit zwarte gordijn wegtrekken, om de toeschouwer een andere, veranderde wijk te tonen.

Dat de wijk stilaan haar slechte reputatie afschudt, is een verhaal dat heel wat getuigen vertellen. Hun engagement bestaat erin dat zwarte gordijn op te lichten. Zowat gelijktijdig met ons onderzoek maken de jongeren van jeugdhuis L’Avenir d’Aneessens een film over het leven in en rond het Fontainaspark. ‘Parc en ciel’ is hun antwoord op de documentaire ‘Femmes de la Rue’. ‘Parc en ciel’ wil de verschillende negatieve stereotypes rond wijk en park doorprikken.

Wortels

Elk verhaal heeft één of meer brandpunten waarin stukken van de wijkbeleving samenkomen. In die plek krijgt de wijkbeleving diepte, maken herinneringen zich los, voelt de bewoner zich thuis of borrelen allerlei negatieve emoties en frustraties op. Meestal gaat het om een aanwijsbare plaats in de wijk die de bewoner aan de onderzoeker toont. Voor sommigen triggert de plek pijnlijke jeugdherinneringen, razzia’s op het Anneeseensplein, vernederende fouilleringen door de politie. Voor anderen verwijst de plek naar de eigen, diepste overtuigingen, het Franciscanenklooster als symbool voor nederige naastenliefde. Soms valt de plek gewoon samen met de leefwereld van de bewoner.

‘Verwortelde bewoners zijn vaak geboren of opgegroeid in de wijk.’

Het brengt ons bij de derde variant van betrokkenheid: de verwortelde wijkbeleving. Verwortelde bewoners zijn vaak geboren of opgegroeid in de wijk, of wonen er al meer dan twintig jaar. Zij identificeren zich sterk met de buurt, zien zichzelf als referentiefiguren, ze zijn gekend en kennen zelf veel mensen in de wijk. Ze zien zich als deel van het wijkdecor, ze ontlenen hun identiteit vaak vanuit de blik van de medebewoners. De wijk is hun natuurlijke biotoop. Ze voelen er zich als een vis in het water. Ze putten hun levenskracht uit het wijkleven. Ze zijn vaak ook het geheugen zelf van de wijk. De wijk is hun vrijheid, hun levensdoel.

Maar niet alle verwortelde bewoners halen hun zuurstof uit de wijk. A. kent het Fontainaspark als zijn broekzak. Hij gaat er met de hond wandelen, kent de verschillende gewoonten van de parkgangers op alle uren van de dag. Hij is het geheugen van de wijk, van de nachtelijke ruzies, het dealen. Ook A. ziet zich als blikvanger. Hij definieert zich vanuit het oog en het oordeel van de parkgangers, de man die drinkt. Maar A. heeft geen idealen voor de wijk. Zijn zelfbeeld is besmet door pijn, afkeer en schaamte. Hij ziet de wijk als multiculturele plek waar de gemeenschappen ‘er maar niet in slagen samen te leven.’

Arm en rijk

Het verhaal van A. geeft aan dat niet iedereen even enthousiast Anneessens van zijn zwarte gordijn wil bevrijden. Anneessens is immers niet alleen een transitwijk, het is een wijk waar verschillende grootstedelijke transities verknoopt liggen. Op vijfhonderd meter van het commerciële centrum beleven bewoners pijnlijk scherp het contrast tussen arm en rijk.

‘Op vijfhonderd meter beleven bewoners pijnlijk scherp het contrast tussen arm en rijk.’

De ingrijpende verandering van de bevolkingssamenstelling, met hun verschillende culturele achtergronden, heeft er toe geleid dat bewoners op zoek zijn naar hun identiteit. De densiteit van de wijk, met een grote groep jongeren die snakken naar beweegruimte, maakt van het samenleven een immense uitdaging. Er zijn veel spanningen en frustraties. Tegen deze achtergrond hebben enkele getuigenissen een uitgesproken oordeel over de wijk. Hun wandelingen reveleren een vierde variant van wijkbeleving die we simpelweg kritische betrokkenheid noemen.

Kritisch affectief

Deze bewoners zetten zich in weerstand, focussen op problemen waarmee ze zich moeilijk verzoenen. Ook deze kritische betrokkenheid is gerelateerd aan de biografie van de bewoner. De kritiek vertaalt een dieperliggende kijk op de wijk, gevoed door noden, verlangens, sterke overtuigingen en soms stereotypische algemeenheden. Diezelfde kritische afstand verbergt vaak een innerlijke, vertwijfelde zoektocht naar het eigen zelf.

‘In de kritiek van een anonieme bewoner ruik je de afkeer voor overlast.’

De kritische wijkbeleving is net als de andere ‘belevingen’ geen monolitisch blok. En net zoals de verkenners, de geëngageerden en de verwortelden is de kritische blik sterk affectief geladen. In de kritiek van A. op vuile, verwaarloosde plekken weerklinkt schaamte en wanhoop, maar ook een sterk inlevingsvermogen in het lot van de kinderen die in deze kapotte omgeving leven. In de kritiek van een bewoner, die anoniem wil blijven, ruik je bijna de afkeer voor overlast.

Zijn digitaal verhaal is een lange klachtbrief over broodresten die duiven en ratten aantrekken, over zwerfvuil, het illegaal lozen van olie, over vernieling en brandstichting, over de geur van urine. De bewoner zet zich uitdrukkelijk uit beeld. Zijn blik wil de feiten voor zich laten spreken. Beeld per beeld reconstrueert en documenteert hij zijn dagelijkse realiteit van de wijk, een realiteit die volgens hem al te vaak wordt verzwegen en vergoelijkt.

Ce quartier de merde

En toch bevat deze lange aanklacht doorleefde en biografische sporen. Ondanks het ongenoegen (‘quelqu’un qui aime ce quartier de merde’) is er ook gehechtheid en engagement. Ondanks de koude, verzuurde afstandelijkheid merk je bewogenheid en overtuiging.

Maar lang niet alle kritiek is snijdend en afstandelijk. Ze kan ook heel persoonlijk en bevragend zijn. Dat blijkt uit het verhaal van Olga, een 35-jarige Oekraïense moeder van drie kinderen. Haar focus is een veelbesproken thema: de jongeren die in kleine groepjes de straat bevolken, wat rondhangen in het park of met één voet tegen de muur van de crèche leunen. Olga is zich bewust van haar verschijning als blonde, jonge vrouw. Ze is aan hun aanwezigheid en opmerkingen gewend geraakt. Haar verhaal leest als een schuring van leefwerelden: haar leven dat ze vult met theater, cinema, pizza’s bakken met de kinderen, en hun wereld die ze niet kan duiden en vatten. Waarom zijn ze steeds daar? Waarom genieten ze niet volop van hun leven?

‘Jongeren kunnen we moeilijk bereiken. Voor die uitdaging staan we nu.’

De vragen die Olga opwerpt, vragen om een antwoord, om een wijkblik vanuit de beleving van de jongeren zelf. Een aantal dertigers uit de wijk (die zelf tegen aardig wat muren hebben aangeleund) dienden ons van repliek. Maar de jongeren hebben we tijdens onze netwerkwandelingen en interventies moeilijk kunnen bereiken. Hoe kijken zij naar de wijk? Wat vinden zij van de idee dat ze niet van hun leven profiteren? Het lukt ons voorlopig niet hen betrekken in een digital storyproces, en om zo een echte tegensprekelijke dialoog tussen schurende netwerken te bewerkstelligen. Voor die uitdaging staan we nu, in de laatste fase van ons onderzoek.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.