Tandenmelkerij en tranentrekkerij

Moet dit met belastinggeld?

Wie bij de tandarts langs moet, heeft veel tijd en geld nodig. Die dure praktijk wordt gefinancierd met gemeenschapsmiddelen. Kan dat niet anders?

Tandarts
©Vincent Ferron @flickr

Altijd welkom

Wie tegenwoordig naar de tandarts wil, zal opkijken. Nergens kan hij nog in een wachtzaal aanschuiven. Een afspraak maken is op het randje van het ridicule. Ofwel beweert de tandartsassistente dat de tandarts geen nieuwe patiënten meer aanneemt, ofwel krijgt de patiënt een afspraak weken of maanden in de toekomst. Wie uiteindelijk op de afspraak verschijnt, mag meteen plaats nemen in een röntgenapparaat dat twee foto’s neemt.

“Duidelijk een routineklus.”

Vervolgens mag hij bij de tandarts in de stoel plaatsnemen. Dan begint de inspectie en de reiniging van de tanden. Een assistente of stagiaire passeert en tijdens de ingreep beginnen beiden rustig te keuvelen over de prijs van appartementen en de kwaliteit van bepaalde buurten.

Duidelijk een routineklus. Vervolgens mag de patiënt, die kwam omwille van een geloste vulling, even de mond spoelen en opnieuw naar de assistente om twee nieuwe afspraken te plannen in een verre of nabije toekomst.

De rekening

Dan krijgt de patiënt de rekening: 145 euro, alstublieft. “Ja, maar een deel krijgt u terug van het ziekenfonds!” luidt de uitleg.

Nou dat valt behoorlijk tegen: 89 euro om precies te zijn. Dus het reinigen van de tanden zonder de gevraagde en gewenste dringende interventie kost een patiënt 56 euro netto. Ook de volgende twee vervolgafspraken zullen niet veel goedkoper blijken. Een oude vulling vervangen en een nieuwe voor een recenter gaatje: spitstechnologie, die diep in de buidel tast.

Schrikken

Mijn mening is wellicht duidelijk: de tandarts is een tandenmelker geworden. Dat wordt ook bevestigd in de wachtzaal. Als ambetanterik stel ik aan mijn collega-wachtenden de vraag “de hoeveelste keer komt u hier?” Vooral bij ouderen en moeders met kinderen is het antwoord schrikken.

“Kan iedereen zo’n dure meerbeurtenkaart betalen?”

Kan iedereen zo’n dure meerbeurtenkaart wel betalen? Ik stak mijn licht op bij maatschappelijk werkers van het OCMW. Daar vinden ze die gang van zaken normaal omdat arme sukkelaars meestal achterstallig onderhoud vertonen.

Wel eisen ze eerst een offerte van de tandarts vooraleer tussen te komen in de kosten. Erg slim. Maar de patiënt is wel een vol honorarium kwijt voor die offerte… Waarvan nota bene en afhankelijk van de nomenclatuur nauwelijks iets terugbetaald wordt door het ziekenfonds.

Bloemlezing nomenclatuur

Het oplossen van het probleem in één beurt zou voor de patiënt meer comfortabel zijn en voor de sociale zekerheid goedkoper. Al is dat medisch niet steeds mogelijk, het wordt tegenwoordig zelfs niet meer overwogen. Dat zal de tandarts een zorg zijn. Hij houdt zijn winkel open, draait omzet en betaalt zijn dure machines af over de rug van patiënten en sociale zekerheid.

Dit is niet waarvoor de beruchte numerus clausus in de jaren 1980 en 1990 werd ingevoerd. Destijds waren er teveel studenten tandartsenij naar de smaak van de gevestigde tandartsen. De overheid en de universiteiten stemden maar al te graag in met het scheppen van een nieuwe corporatistische uitwas. Groepspraktijken leken geen oplossing. De oude garde diende beschermd.

“Aan derdebetaler doen we niet, meneer.”

Navraag of verkopers van tandartsenuitrusting businessmodellen voorhouden over hoe snel zo’n apparaat zich terugverdient, kon een universitair docent orthodontie me niet meedelen. Het lijkt plausibel aan te nemen dat de unique selling proposition in de kennis van de nomenclatuur ligt.

Wie zijn groene briefje voor het ziekenfonds leest, krijgt een bloemlezing nomenclatuur mee voor iets banaals zoals het reinigen van plaque op tanden. Tezamen goed voor 145 euro. “Aan derdebetaler doen we niet, meneer.”

Vrije markt

Misschien moet het federale parlement deze praktijk opnieuw agenderen. De evaluatie kan nooit positief blijken. Gemakkelijk geldgewin wordt de norm boven een hoger doel zoals volksgezondheid of het welbevinden van patiënten. Meerdere auteurs merkten al op dat het artsenberoep vervrouwelijkt. Werkuren moeten afgestemd worden met schooluren.

“De controle op misbruiken kan niet streng genoeg zijn.”

De gender en andere taboes over de vrije beroepen moeten eindelijk eens van tafel. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat na de advocatuur en het notariaat een nieuwe kaste van zelfbedieners gedoogd wordt.

De vrije markt heeft vele zegeningen, maar in een sector die grotendeels met publieke middelen en bijdragen van individuele burgers gefinancierd wordt, kan de controle op misbruik niet streng genoeg zijn.

Minderbegoeden met een brilletje

Ook een bezoek aan de oogarts na een gebroken bril levert lange wachttijden en dure rekeningen op. Een voorschrift voor een nieuwe bril kost 50 euro voor amper 15 minuten door glaasjes kijken nadat een ander apparaat in je oog blaast (maximale terugbetaling 36,10 euro). Dezelfde handeling in een optiekhandel kost niks.

En ook hier geldt dat slechtziende personen met een leefloon een voorschrift moeten voorleggen om hulp te ontvangen. Vervolgens bepaalt het OCMW waar je een offerte voor een bril moet halen, en bij welke opticien de vergoede bril gekocht moet worden.

Zo is er bij het OCMW Antwerpen enkel steun voor een bril of nieuwe glazen in een oude bril als de leefloontrekker met zijn of haar voorschrift bij de socialistische optiekhandel Solida zijn aankoop doet. Alsof de kleine zelfstandige opticien nog niet genoeg concurrentie ondervindt van multinationals zoals Specsavers, Pearle of Hans Anders. De oude wet ‘geen rood, geen brood’ geldt zelfs in het post-socialistische Antwerpen nog steeds voor de minderbegoeden met een bril.

“De schaamteloze zelfbediening is stuitend.”

In een maatschappij waar jongeren en ouderen een steeds groter deel van de bevolking uitmaken en de actieven de sociale zekerheid mogen financieren, ligt een taak voor politici, beleidsmakers en ziekenfondsen om klantvriendelijkheid en betaalbaarheid voor patiënten en voor de sociale zekerheid te garanderen.

De schaamteloze zelfbediening in de artsenwereld is stuitend. Het is een morele plicht van wie begaan is met de volksgezondheid en sociale zekerheid om paal en perk te stellen aan tandenmelkers en tranentrekkers.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen