Sociaal werkers opleiden in een aangeslagen Brussel

Een warm hart voor een gekwetste stad

Op 22 maart gebeurde in Brussel wat niemand hoopte, maar sommigen onderhuids verwachten: een dubbele terreuraanslag met 35 doden en meer dan 300 gewonden. Een schokgolf van emoties volgde. Ook een hogeschool die in hartje Brussel sociaal werkers in spe opleidt, zoekt naar antwoorden en nieuwe perspectieven.

Brussel, de dag na de aanslagen
Brussel, de dag na de aanslagen
© ID/ Lieven Van Assche

Waarom doe je zoiets?

Het geloof dat België van terreurgeweld gespaard zou blijven, is nu voorgoed aan flarden gescheurd. London, Madrid, Parijs, en nu Brussel.

Onze smartphones, tablets en flatscreens werden overspoeld met beelden, nieuwsflashes, commentaren, life events. Media cirkelden rond de kraters die de bombagages hebben geslagen.

“Niemand die de waarom-vragen kan beantwoorden.”

Wie zijn ze? Is er een link met Parijs en Salah Abdeslam? Wie is de voortvluchtige? Hoeveel doden? Wie zijn de slachtoffers? Een informatielawine kwam op ons af.

Maar niemand die de waarom-vragen kan beantwoorden. Waarom doe je zoiets? Waarom maak je de cocktail van geweld zo spectaculair gruwelijk? Waarom kerf je de horror zo diep in het geheugen van de stad?

Opleiding bloedt

De huiver sloeg overal toe, op straten en pleinen, in bushaltes en metrostations, in kantoorgebouwen en scholen. Ook bij ons, op Odisee, een hogeschool met een hart voor de hoofdstad.

En dat hart bloedde sterk in de opleiding sociaal werk. Want daar geven wij, studenten en docenten dagelijks onze ziel voor Brussel. Daar leren we ter plekke over armoede, uitsluiting, vervreemding, schurende wijkbeleving. We leren er ook de krachtbronnen van de stad te lezen: de kracht van creativiteit en verbeelding, de mogelijkheden van nieuwe vormen van solidariteit, de veerkracht die, ondanks precaire toegang tot basisrechten, onder een superdivers samenleven schuilgaat.

Schuilkeldergevoel

Maar dan ging het licht uit. Dan viel alles plots stil. Dat was niet geheel onverwacht. Al op 16 november riep de terreurhorror van Parijs de sociaal werkstudenten uit Molenbeek weg.

“Kort na de explosies kwam de echte lockdown.”

Maanden hing er nervositeit in de lucht. Angst, maar ook ergernis. Want, militaire aanwezigheid, strenge veiligheidsvoorschriften verzoenen zich moeilijk met het betere buurtwerk en een hardnekkig geloof in dialoog.

Kort na de Brusselse bomexplosies kwam de echte lockdown. Met de eerste beveiligingsreflex gingen de schoolpoorten dicht. Studenten op stage kregen specifieke instructies. Docenten vingen panikerende studenten op. De colleges werden opgeschort. Een onwezenlijk schuilkeldergevoel. Brussel werd nu echt de belegerde stad, niet zozeer van buitenaf, wel van binnenin.

© Erik Claes
© Erik Claes

Halt houden

De dagen nadien, wanneer studenten en docenten terug de school indruppelden, was het moeilijk om de draad weer op te nemen. Er was nood aan tijd om samen vorm te geven aan verbijsterd verdriet.

En zo trokken we samen naar het Beursplein om met honderden mensen de doden en gewonden te eren voor de trappen van het Beursgebouw.

Kaarsjes, vlaggen, briefjes, tulpen en witte rozen, overal in krijt gekalkte zinnen van troost en woede zogen een stroom van mensen aan, om halt te houden, om even het onuitsprekelijk leed toe te laten, om de droeve smaak van stilte te proeven.

Heel wat mensen liepen er verdoofd bij. Het lappendeken van bloemen en boodschappen maakte een onwezenlijke realiteit voelbaar. Ook hier valt die rotte oorlog binnen.

Vrijuit spreken

Op 25 maart kwamen onze laatstejaarsstudenten samen met enkele docenten. Hoe beleefden zij, pendelend tussen stageplek en thuis, de dubbele terreuraanslag en de dagen die daarop volgden?

Het vergaderzaaltje ademde opluchting om vrijuit te spreken, zonder schuldgevoelens, zonder angst voor de ouderlijke angst. Er was plaats voor pessimisme en vertwijfeling. Kan deze wereld nog echt sociaal veranderen? Er was ruimte voor het besef van verschil: tussen de beleving vanuit Vlaanderen (meer afstand) en de beleving vanuit Brussel (meer betrokkenheid).

“Kan deze wereld nog veranderen?”

Er was plaats voor ongerustheid. Gaat de samenleving nu niet nog meer polariseren? Er was angst voor toenemend racisme en discriminatie, voor stigmatisering of gewoon voor scheve blikken op de metro. Hoofddoekjes als rode lap op een stier. Er was ook ruimte voor gebroken stemmen en serene verscheidenheid, voor een ervaring van samen delen in gekwetste humaniteit.

Hoe moet het nu verder?

Hoe moet het nu verder met ons, studenten en docenten sociaal werk in Brussel? Hoe moet het verder met onze grootstedelijke betrokkenheid, met ons geloof in solidariteit en in de kansen van een superdiverse samenleving? Zijn onze credo’s als een naïeve droom in ons gezicht ontploft? Hebben de spijkerbommen onze aspiraties verscheurd?

“De gehavende stad zal zich opnieuw opbouwen.”

De gehavende stad zal zich opnieuw opbouwen. De vele gesprekken tussen docenten en studenten tekenen voorzichtig de krijtlijnen van een inspirerend en samenhangend agenda. We willen ze meegeven als boodschap uit een gekwetste grootstad.

Netwerkstad in transitie

Het ontstaan van de aanslagen, van het vertrek van de strijders tot het ontstaan van de terreur cellen, bevestigt op dramatische wijze wat we als opleiding sociaal werk reeds wisten. De netwerkstad is onze leerplek. Daar leren we het beroep van sociaal werk.

Brussel, Parijs, Londen, Istanbul, Bagdad of Rakka zijn geen afzonderlijke eenheden meer. Ze zijn in een netwerk onlosmakelijk met elkaar verbonden. De crisis in het Midden-Oosten kent dan een onvermijdelijke vermenigvuldiging. Haar draden van haat, wraak en geweld vertakken zich razendsnel via Facebook, videoboodschappen en sms’jes. Ze zoeken koortsachtig naar kwetsbare stedelijke netwerken van verzuring en frustraties.

Kwetsbaar samenleven

De wereldwijde verspreiding van jihadisme leert ons dat onze stedelijke weefsels kwetsbaar zijn. Niet in het minst in Brussel, met haar kansarme wijken en gemeenten rond de kanaalzone. Die kennen een bevolkingstoename en een bonte verscheidenheid van gemeenschappen en groepen op een zeer beperkte leefoppervlakte.

Ondanks de inspanningen van overheden, diensten en organisaties kijkt een groot deel van de bevolking daar nog aan tegen hoge werkloosheid, slechte en krappe huisvesting.

“Onze stedelijke weefsels zijn kwetsbaar.”

Het leven in wijken en gemeenten als Anneessens, Kuregem, Molenbeek, Laeken en Anderlecht vertoont tekenen van hoop. Maar dat samenleven blijft kwetsbaar voor frustraties en ongenoegen. Bewoners leven er in een context van transitie, in een mentale tussenzone. Tussen land, religie, traditie, taal van herkomst en de grootstad, met haar complexe instituties, haar meertaligheid, haar tradities, verwachtingen en eisen.

In die tussenzone bouwen jongeren en jongvolwassenen hun identiteit en hun diepste aspiraties uit. Daar, in die overgang, liggen kansen voor open, kosmopolitisch burgerschap. Daar loert echter ook, zo blijkt, de dreiging van religieuze regressie en blinde destructie.

Onze leerplek

De terreur in Parijs en de dubbele terreuraanslagen in Brussel verwijzen naar de Brusselse netwerkstad, met haar vervlechting in andere steden, met haar kwetsbare wijken en leefwerelden in transitie.

“De opleiding blijft verbonden met die kwetsbare wijken.”

Maar precies daar hebben we het sociaal werk van morgen te leren. Als opleiding en hogeschool zullen we ons lot met die wijken en leefwerelden blijven verbinden. Hun bewoners verdienen het recht op arbeid en inkomen. Zij verdienen recht op gezonde voeding, op een stoel in een klas, op een gezonde woning. Zij verdienen een context voor zingeving, zelfexpressie en een waardig bestaan. Zij verdienen het recht om vorm te geven aan hun stedelijke omgeving, om mee te bouwen aan een open, bloeiende (en geen bloedende) stad.

Troeven van opleiden in Brussel

Meer dan ooit beseffen we als opleiding sociaal werk onze beperkingen. Brusselse terroristen die een bloedbad in Brussel aanrichten. Het is een pijnlijke waarheid waarin een complex kluwen van oorzaken samenkomt: geopolitieke verschuivingen in het Midden-Oosten, radicaliserende islam, de kracht van sociale media, falend onderwijs, mislukte sociale mix, sputterende integratiepolitiek, hoge werkloosheid, op zichzelf terugplooiende identiteiten, kwetsbare inlichtingendiensten.

We mogen ons vermogen om hierin verandering te brengen niet overschatten. Onze krachtbronnen zijn begrensd, maar niet gering.

Superdiverse gemeenschap

Zo weerspiegelen onze studenten de grootstad: Jonathan, Samira, Bilal, Maxime. Ze komen niet enkel uit de Brusselse rand, maar ook uit Schaarbeek, Molenbeek of Anderlecht. We omarmen ten volle die verscheidenheid. Als diverse, lerende gemeenschap zijn we op zich al een antwoord op haat en destructie. We geven samen vorm aan sterke, open identiteiten.

“Als lerende gemeenschap zijn we een antwoord op haat.”

In donkere tijden beluisteren we elkaars angst en verkennen wat we daaruit kunnen leren. En we hebben een gemeenschappelijke strijd: meer sociale rechtvaardigheid en solidariteit in de stad. Dialoog en diversiteit zijn onze troeven. Die geven we terug aan de stad en haar werkveld, in de gedaante van betrokken, open, leergierige en reflexieve sociaal werk studenten. Met die grondhouding trekken we de wijken in, spreken we bewoners aan en laten ons door hen aanspreken.

Netwerken verbinden

Onze biotoop is de informele stad. De stad zoals ze spontaan opborrelt uit het associatieve leven, zelfsturende collectieven en ondernemende burgers. Daar pionieren organisaties en collectieven in stedelijke solidariteit. Daar leren we veel over stedelijke vernieuwing en stedelijk burgerschap.

We dragen daar een steentje toe bij, via ons sociaal crowdfundingsplatform (Growfunding/bxl). We geven kansen aan kleine stadsprojecten (mobiele keukentjes, een stripverhaal op de perrons van het Noord Station). Projecthouders posten er hun filmpje, fixeren het beoogde bedrag, mobiliseren hun netwerken. Docenten beheren het platform, begeleiden de trajecten en bouwen expertise op, om ze met studenten te kunnen delen.

“Brussel zal weer opveren.”

Brussel is murw geslagen, maar snel zullen we samen herontdekken hoe de grootstad opveert. Ook in de kwetsbare wijken. Brussel treurt voor het Beursplein, maar niets zal ons verhinderen te leren hoe je netwerken verbindt. Niets zal ons verhinderen een idee helpen groeien tot een lichtkaars van hoop. Samen met collectieven, bewoners, organisaties blijven we leren hoe noden en rechten van bewoners zichtbaar te maken: recht op een fietspad, recht op een stoel in een klas.

Aanwezig in de stad

De laatste jaren hebben we geleerd om van de Brusselse wijken een openluchtklas te maken. Met studenten en docenten trekken we dagelijks de stad in. We leren haar historische, sociale en politieke complexiteit lezen.

We strijken neer in een wijk, verankeren ons in het werkveld, maken contact met bewoners, beluisteren hun dromen en frustraties, geven een stem aan hun verhalen. We leren, onderzoeken en tegelijk willen we ook iets aan de Brusselse wijken en hun organisaties teruggeven: de stedelijk sociaal werkers van morgen. Die aanwezigheid in de stad was gisteren een bewuste keuze, nu is het een morele noodzaak.

“Onze aanwezigheid in de stad is een morele noodzaak.”

We moeten het Brusselse werkveld nog meer ondersteunen. We moeten nog nadrukkelijker inzetten op nabijheidspolitiek. Nog meer zullen we samen de straat op moeten, om vertrouwen op te bouwen, om gemeenschappen te leren kennen, om jong en oud te beluisteren, om clichés te verjagen, om verhalen hoorbaar te maken, om dialogen op te starten. Nog meer zullen we opbouwwerk en hulpverlening in elkaar moeten weven. Nog meer zullen we op straten en pleinen, in sport- en jeugdhuizen bruggen moeten bouwen tussen vrijetijdsbesteding en trajectbegeleiding naar opleiding of werk.

Onze zorg en bezorgdheid gaan ook naar de Brusselse scholen en hun verankering in de wijken. Zij hebben belangrijke sociale en pedagogische sleutels in handen om de toegang tot gelijk kansen te verbreden, om radicalisering van antwoord te dienen. Ook daar zullen we ons steentje toe moeten bijdragen en onze agogische en pedagogische handen in elkaar moeten slaan.

Krachten bundelen

Sociaal werk leren in, met en voor de grootstad. Het is een confronterende, uitdagende, moeilijke opdracht. Wij voelen ons als opleiding niet te beroerd om in eigen hart te kijken. We tonen onze krachten en kwetsbare flanken. Maar wij kijken ook verwachtingsvol naar onze partners.

Wij nodigen alle sociaalwerkopleidingen in Vlaanderen en Brussel uit om solidair onze krachten te bundelen, om expertise en good practices te delen. Wij vragen beleidsmakers om ons daarbij maximaal te ondersteunen.

De gewelddadige terreuraanslagen bevatten oeverloos veel boodschappen die op ontcijfering wachten. Eén ervan is deze: onze democratie staat onder druk. Vandaag investeren en innoveren in stedelijk sociaal werk draagt bij tot het behoud van een open samenleving voor morgen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen