Isolatieverbod is te gemakkelijk

Nood aan een totaalpakket voor alle dwangmaatregelen

Op 8 december 2016 verscheen in De Standaard een breed gedragen open brief over het gebruik van isoleercellen in de jeugdhulp. De ondertekenaars pleiten op initiatief van Vlaams parlementslid Freya Van den Bossche (SP.a) voor een isolatieverbod voor jongeren onder de zestien. Onderzoeker Tim Opgenhaffen vindt dit pleidooi te gemakkelijk.

© 123RTF
© 123RTF

Nabijheid

De ondertekenaars van de open brief pleiten om de praktijk van isolatie in de jeugdzorg te verbieden en te vervangen door een model van nabijheid. Het appel aan de politiek en de samenleving is voor de ondertekenaars kristalhelder: we moeten hulpverleners ondersteunen door hen de middelen te geven om nabij te zijn. Ze pleiten ook – naar Noors model – voor een wettelijk verbod op isolatie onder de leeftijd van zestien jaar.

“Wie is er tegen dat isolatie uit de zorg gebannen wordt?”

Iedereen die dit wenst kan deze open brief ondertekenen op www.zonderdwang.be. Wie is er immers tegen dat isolatie op termijn uit de zorg gebannen wordt?

En toch. Over het eindpunt zijn we het eens, maar minder over de te volgen weg. Uitsluitend een verbod op isolatie van jongeren onder de zestien jaar invoeren, is te gemakkelijk en te snel. Om een omslag te bereiken moet de wetgever meer doen.

Het vullen van een vacuüm

De huidige wetgeving kijkt met weinig visie naar dwangmaatregelen in de zorg. Vaak vinden dwangmaatregelen plaats in een juridisch vacuüm. Zo is er geen specifiek juridisch kader op basis waarvan een dementerende patiënt gefixeerd wordt. Laat staan dat de wet iets zegt over het onder dwang wassen van een oudere in een woonzorgcentrum. Terwijl er in de jeugdhulp een min of meer omvattende regeling bestaat, moet er voor andere sectoren beroep gedaan worden op algemene regels, die vaak ontoereikend zijn.

“Het beleid verschilt van voorziening tot voorziening.”

Zo ook voor isolatie in een psychiatrische instelling. Hoewel er regels zijn die de aanwezigheid van isoleercellen in de psychiatrie vereisen, bestaan er geen specifieke regels op het gebruik ervan. Hierdoor ontstaat een paradoxale situatie waarin de wetgever zegt dat er cellen moeten zijn, vervolgens de zorginstellingen in het duister laat over hoe de cellen te gebruiken, om daarna wel het gebruik te controleren via inspectie. Het gevolg is een beleid dat verschilt van voorziening tot voorziening.

Grijze zone

Er is dus geen eenduidige beleidsvisie over het inzetten van dwang. De cijfers tonen echter aan dat er in de zorg isoleercellen worden gebruikt. Maar dit gebeurt dus in een juridisch grijze zone.

Waar er geen specifieke regels zijn, kunnen dwangmaatregelen in principe enkel in uitzonderlijke gevallen van daadwerkelijk gevaar voor de persoon zelf of voor andere personen. Bovendien moeten deze maatregelen onmiddellijk beëindigd worden wanneer dit gevaar verdwijnt.

Het is nog maar de vraag of dergelijke algemene regel het vaak verdergaande fixatie- en isolatiebeleid van sommige zorginstellingen kan legitimeren.

Laakbaar

Mensenrechtelijk is de combinatie tussen deze aanwezige praktijk en de versnipperde wetgeving laakbaar. Hoewel er geen totaalverbod geldt op dwangmaatregelen, vereisen mensenrechten een duidelijk kader dat oog heeft voor de integriteit van de cliënt, sturing geeft aan de zorgverlener en rechtswaarborgen biedt in geval van oneigenlijk gebruik.

“Voldoet de zorg aan deze mensenrechtelijke standaarden?”

Het is nog maar de vraag of België voor alle zorgsectoren aan deze mensenrechtelijke standaarden voldoet. Een greep uit eerdere opiniestukken in de Vlaamse media toont aan dat de integriteit soms zoek is, de hulpverlener met de handen in het haar zit en de cliënt niet over de effectieve rechtsmiddelen beschikt om dwangmaatregelen aan te vechten.

Visie

Zijn er dan geen voldoende redenen om isolatie onder de zestien te verbieden? Waarschijnlijk wel. Maar dan als onderdeel van een totaalaanpak waarin alle dwangmaatregelen voor alle groepen zorggebruikers geregeld worden.

Het volstaat niet om het makkelijke pad te nemen door enkel één vorm van dwang bij één specifieke groep te verbieden, zonder een visie te ontwikkelen op hoe het in het algemeen anders kan. Het gebruik van isoleercellen in jeugdinstellingen kan je niet los zien van dwang in de zorg in het algemeen.

Verkeerd signaal

Bovendien geeft een dergelijk verbod een verkeerd signaal. Ten eerste biedt een verbod geen sturing aan ontredderde hulpverleners, maar lijkt het eerder een blijk van wantrouwen. Geen enkele hulpverlener plaatst cliënten met plezier in de isoleercel. De cel wordt gebruikt omdat de hulpverlener geen gelijkwaardige alternatieven ziet. Of zoals iemand zei op de studiedag waar de open brief uit voortvloeit: “Wat zou een rechter oordelen als de cliënt iets overkomt na de beslissing om hem niet te isoleren?”

“Een verbod biedt geen sturing aan ontredderde hulpverleners.”

Ten tweede levert een verbod geen extra rechtswaarborgen aan jongeren die met andere dwangmaatregelen geconfronteerd worden. Immers als isolatie niet meer mag, welke bescherming heeft de cliënt tegen het oneigenlijk gebruik van andere dwangmaatregelen zoals fixatie?

Tot slot geeft een verbod op één specifieke vorm van dwang bij één specifieke groep een ongewenst signaal over het gebruik van andere dwangvormen bij jongeren en het gebruik van dwang in het algemeen. Het verbieden van één bepaalde praktijk is het stilzwijgend bevestigen van vele andere onsamenhangend geregelde praktijken.

Beter pad

De wetgever moet zich durven wagen op een moeilijker pad: het uitwerken van een algemene visie en beleid over het gebruik en de afbouw van dwang in de zorg. Dit betekent niet enkel regelen wanneer dwang niet mag, maar ook vaststellen binnen welk beschermend kader dwang wel mag.

“We moeten vaststellen binnen welk kader dwang wel mag.”

Dat op deze weg het ijs gladder is, bewijzen de Nederlanders die al meerdere jaren debatteren over twee wetsvoorstellen. Het ene regelt het gebruik van dwang in de psychiatrische zorg. Het andere het gebruik van dwang in de psychogeriatrie en de zorg voor verstandelijk gehandicapte cliënten.

Deze voorstellen moeten dwang in de zorg beperken tot uitzonderlijke gevallen maar ze regelen wel de contouren van dwang wanneer deze uitzonderlijke gevallen zich voordoen. In beide voorstellen blijkt het een moeilijke oefening om cliënten te beschermen zonder zorgverleners administratief te belasten of een ongewilde uiting te geven van wantrouwen.

De wetsvoorstellen zijn echter slechts het topje van de ijsberg. Tegelijk met deze voorstellen ontwikkelde de Nederlandse Rijksoverheid een visie op de afbouw van dwang in de zorg en ondersteunde ze de zoektocht naar alternatieven. Het resultaat is een breed gedragen debat tussen zorgvoorzieningen en cliënten over hoe dwang vermeden wordt en hoe – indien vermijden niet meer mogelijk is – de regels recht kunnen doen aan de positie van zowel de hulpverlener als de cliënt.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen