We moeten af van armoede

Met de billen bloot de oorzaak aanpakken

armoede
©Farhad Sadykov @flickr

Project Axel

Straks gaan we hand in hand met Axel Daeseleire vier Antwerpse daklozen op zes maanden tijd uit het slop helpen. Ze krijgen elk 10.000 euro en een schare telegenieke pleitbezorgers in de sociale, juridische en psychologische sfeer.

“Project Axel is het ultieme wij-zij-verhaal.”

Dat telegenieke moet want hun ‘redding’ zullen we kunnen volgen op VIER, de zender die human intrest weet te vermalen tot entertainment. In de ijdele hoop verbindend te werken, creëert VIER het ultieme wij-zij-verhaal waarbij de partijen veilig gescheiden worden door het scherm. Kijk armen! Alsof we toekijken vanop het droge.

Ik begrijp dat Axel Daeseleire werd uitgeloot als boegbeeld. Hij kan er met zijn befaamde, spontane humor, de scherpe kantjes wat afhalen. Een mens mag in zijn vrije tijd toch lachen, niet waar?

Sociaal experiment

VIER verkoopt ‘Project Axel’ als een sociaal experiment. Uit ervaring weet ik dat werken in de media altijd een beetje een sociaal experiment is, maar wel één ver weg van de welzijnssector. Maar goed, daarom hebben ze aan CAW Antwerpen (Centrum Algemeen Welzijnswerk) gevraagd om bruikbare daklozen te scouten.

“Werken in de media is altijd een sociaal experiment.”

En zo geschiedde. Het CAW maakt zich sterk dat ze ernstige voorwaarden hebben onderhandeld. Hun ‘klanten’ moeten het laatste woord krijgen in wat wel en niet uitgezonden wordt. Dat moeten straffe psychologen en coaches zijn die in zes maanden mensen zo mondig maken dat ze tegen een TV-zender op kunnen.

Fout

Maar dat is niet de enige fout van dit niet eens slecht bedoeld project. Men verkoopt het als kans om een genuanceerd beeld van de daklozenproblematiek te schetsen. Niet alleen het Antwerpse CAW, ook de Antwerpse schepen van sociale zaken Fons Duchateau en het Netwerk tegen Armoede gaan daar in mee.

Maar wat krijgt televisiekijkend Vlaanderen te zien? Hoe de wereld draait als je er een camera bijhaalt? Uiteraard krijg je dan je leven sneller op de rails. Met een camera erbij lukken plots dingen waaraan je anders niet moet denken. Dus wat leren we? Dat je niet bij de pakken moet blijven zitten? Dat wie nu nog op straat slaapt, volhardt in de boosheid?

“Wat leren we? Dat je niet bij de pakken moet blijven zitten?”

Er bestaat helaas geen regeling waarbij je 10.000 euro en een schare specialisten wint omdat je dakloos bent. Maar daar staat de kijker niet bij stil.

Format

De echte reality-junks gaan voor de momenten die we nu al kunnen oplijsten: Dakloze kan de ogen niet geloven als hij een bankkaart krijgt met 10.000 euro, Axel houdt het niet droog als hij het levensverhaal van de dakloze hoort, er valt toch nog te lachen in zulke omstandigheden, spannend de dakloze vervalt in oude gewoonten, Axel gaat na een half jaar terug langs en is heel trots hoe goed de ex-dakloze het doet…

Project Axel is nu eenmaal een format. Een beproefde format, want in Nederland werd het erg gelijkaardige ‘The Amsterdam Project’ goed bekeken.

Is het niet bedroevend dat we een tv-programma nodig hebben om empathie op te wekken? Dat we op straat met een boog om daklozen heen lopen, maar met ‘die van TV’ wel meevoelen? Raken we daardoor niet vervreemd van de trieste realiteit die armoede nog steeds is?

Duurzame armoede

Alle goedbedoelde hulp en medeleven ten spijt is het concept armoedebestrijding failliet. Daar hadden we zelfs het Samusocial-schandaal als katalysator niet voor nodig. Zoals we vandaag armoede benaderen, houden we het in stand. Bitter: het enige wat echt duurzaam blijkt, is armoede.

“We houden armoede in stand.”

Eens onder de armoedegrens heb je alleen nog toegang tot de wereld van de armen. De kans op rehabilitatie wordt steeds kleiner. Je kredietwaardigheid herwinnen, is een tienjarenplan, schuldbemiddeling een zevenjarenplan. Sommige schulden zoals die aan de overheid, blijven wel 30 jaar boven je hoofd hangen en hebben de neiging zich exponentieel te verveelvoudigen.

Arm zijn is onbetaalbaar. Basisbehoeften kosten een arm en een been, denk aan de huur en de huurwaarborg of aan de tarieven die je betaalt voor gas en elektriciteit via de budgetmeter. In bulk kopen loont, kleine hoeveelheden zijn het duurst.

Wie geen wasmachine heeft, betaalt belachelijk veel per wasbeurt in een wasserette. Wonen in een relatief goedkoop krot is ongezond en zorgt voor dokterskosten en dure medicatie. Wie zich zonder abonnement met het openbaar vervoer verplaatst, betaalt zich blauw. Wie zwart rijdt omdat hij niet kan betalen, krijgt een fikse boete. Wie die boete niet kan betalen, krijgt al snel een deurwaarder over de vloer.

Een aberratie van de neo-liberale wurggreep is het. Wie heeft, krijgt. Wie niets heeft, moet voor alles inclusief het ‘niet hebben’ zwaar betalen.

Ben je echt arm?

Armoede is een fulltime job. Het minste vervanginkomen zadelt je op met administratie vergelijkbaar met de opstart van een eigen zaak. Je moet steeds maar weer bewijzen, verklaren en beloven dat je écht, maar dan ook écht arm bent.

Dat kost niet alleen belachelijk veel tijd in wachtzalen en geloop van het ene loket naar het andere. Het lost ook niks op. Het enige wat je krijgt, is de status van mens die in armoede leeft, wat zeer stigmatiserend werkt.  

“Armoede is een fulltime job.”

En steeds weer komen die facturen en rekeningen. Steeds weer is er de vraag wanneer je kan betalen. En daarover pieker je, zodat je nauwelijks tijd en hersencapaciteit overhoudt voor constructieve dingen, laat staan creativiteit. Armoede maakt je dommer. Ook dat nog. Armoede is een dead end. Daar moeten we vanaf.

Verdoken armoede

Het wordt tijd dat we armoede herdefiniëren. We moeten stoppen met mislukte, stigmatiserende oplossingen voor mensen die geen toegang tot middelen hebben.

Wat als we armoede schrappen? Zou dan het bijbehorende stigma verdwijnen? Kunnen mensen die gisteren nog arm en uitgesloten waren dan weer volwaardig deelnemen aan de maatschappij? Is het niet zinvol te onderzoeken of je meer kansen hebt om uit ‘verdoken armoede’ te geraken, dan openlijk toe te treden tot de ‘cultuur van de behoeftigen’?

Misschien heeft je armoede verbergen niet zozeer met trots en schaamte te maken, dan wel met een goede strategische keuze om deuren open te houden… Waarom houden we die piste niet tegen het licht?

Want officieel hoeven we ons niet voor armoede te schamen, maar officieus geldt het als een vorm van uitsluiting. In ieder geval iets dat niet tot onze leefwereld behoort. Zelfs de meest geëngageerde middenklasser komt niet verder dan empathie op Facebook of wat goedbedoeld vrijwilligerswerk. Gek genoeg helpt dat evenmin als de aanpak van de minister van armoede Liesbeth Homans.

“Zijn we niet allemaal kwetsbaar?”

Het in stand houden van de illusie dat armoede exclusief voor de armen is, helpt het probleem niet uit onze welvaartsstaat. Als we nu eens zouden durven beseffen dat wij – werkende mensen met een diploma, inkomen, auto, huis en een lening – ook allemaal kwetsbaar zijn….

Roetsjbaan

Want hoeveel of liever hoe weinig is er nodig om dat burgerlijk koninkrijkje omver te blazen? Je baan verliezen, ziek worden, de verzekering die na een ongeval naar de kleine lettertjes wijst, een keer teveel scheiden met financieel lijden, opgelicht worden of gewoon niet meer kunnen. Het hoeft niet eens simultaan te gebeuren om je goed geregelde zaakjes niet op orde te kunnen houden.

Eens je een uitschuiver maakt in de wereld der kredieten-met-de-glimlach blijkt de roetsjbaan naar beneden spekglad. Niet meer kunnen betalen, zorgt voor torenhoge rentevoeten die geheel legitiem, maar genadeloos geïnd worden.

“De roetsjbaan naar beneden is spekglad.”

Wie gisteren nog op restaurant zat met vrienden en vakantiekiekjes postte, kan plots in een andere realiteit terechtkomen. Alleen. In een maatschappij waar we angstvallig marathons lopen en ons geluk flashen om maar niet tot de losers te behoren, vrezen de anderen immers dat tegenslag besmettelijk is.

Ik wil niemand bang maken, integendeel. Ik denk alleen dat we dit besef nodig hebben om vanuit solidariteit en niet vanuit een hautaine zorgreflex armoede te bestrijden.   

Zonder stigma

Als we armoede vertalen naar ‘tijdelijk of langdurig geen toegang tot geld en middelen’ dan dient meteen de evidente oplossing zich aan: open die deur! Zorg voor middelen. En dan bedoel ik niet dat we à la mevrouw Leemans wanhopige, arme mensen in nog meer schulden gaan steken.

Wel pleit ik voor een basisinkomen dat de zorg rond primaire behoeften wegneemt. Daarbovenop moeten we zorgen dat mensen door het stigma ‘niet-kredietwaardig’ niet langer uitgesloten zijn van andere netwerken en middelen waar solvabele burgers wel gebruik van kunnen maken. Zorg dat mensen niet langer aangewezen zijn op het kruimeldepot à la voedselbank en Leger des Heils waar mensen in armoede nu mogen graaien.  

Middelen

Om ‘iemand’ uit de spiraal van armoede te halen, moeten we durven geven zonder tegeneis. Voor wat, hoort wat, heeft niet gewerkt. Zover zijn we toch al.

“Het is schandalig dat mensen worstelen om te overleven.”

Wat zou helpen is dat we onze illusie van bezit opgeven. Laten we het vertalen naar ‘toegang tot geld en middelen’. Een huis of een auto die niet afbetaald is, is van de kredietverstrekker en geen bezit. Wat niet wegneemt dat je in dat huis kan wonen en met die auto rijden. Technisch gezien is wie schulden kan en mag maken, nog armer dan wie niets heeft.

Het vooruitzicht dat je aan geld kan geraken, daar koop je dus onderdak en mobiliteit mee. In het licht van onze sterfelijkheid is bezit sowieso een vrij abstract begrip. Toegang tot middelen is veel meer afgestemd op de tijdelijke aard van ons bestaan.

Toekomst

Het is schandalig dat mensen moeten worstelen om te overleven. Geef mensen daarom wat ze nodig hebben. Zo vinden ze hun zelfrespect terug. Zo krijg je een gevoel dat er dingen kunnen, dat er een toekomstperspectief is waaraan ze actief kunnen werken. We moeten zorgen dat moedeloosheid plaats maakt voor de moed om zich buiten de cirkel van hun ellende te begeven.

“Niets bezitten is onze natuurlijke staat van zijn.”

De piste om via TV empathie te kweken, is daarom een verkeerde aanpak. Arm zijn, dus niet over voldoende middelen beschikken, moet net uit de marginaliteit.

Maar om op die manier een andere start te maken – lijnrecht naar de oplossing van het armoedeprobleem – moeten we allemaal het lef hebben om met de billen bloot te gaan. Niets bezitten is onze natuurlijke staat van zijn. Je wordt naakt geboren en gaat zonder bagage ook weer de pijp uit. Alleen tussen begin en einde doen we daar ongelofelijk moeilijk over.

We mogen niet langer aan krakkemikkige symptoombestrijding doen als het op armoede aankomt. We moeten de oorzaak wegnemen waarom iemand niet mee mag spelen. Want meer is het niet.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen