Ho, tot hier en niet verder

Psychosociale weerbaarheid voor kinderen, ouders en opvoeders

Jooske Kool

Leuven, Acco, 2016, 261 p

Wie een training in psychosociale weerbaarheid wil opzetten voor kinderen van 7 tot 12 jaar, vindt in dit boek een leidraad. Daarbij wordt ook een oudertraining voorzien. Bovendien bestaan er trainingen voor kleuters, pubers, volwassenen en personen met een verstandelijke beperking.

Ervaring

Jooske Kool omschrijft zichzelf als een praktijkmens. Zij wil in het boek een antwoord bieden op de vraag: “Wat kan ik doen?” Op welke manier men dit aanpakt, is een vraag die volgens haar enkel door ervaring kan beantwoord worden. Hiervoor is in het boek dus geen pasklaar antwoord te vinden.

Toch biedt het boek een uitgebreide, praktische beschrijving van factoren waar men best rekening mee houdt. Zo wordt er voldoende aandacht besteedt aan de samenstelling van de groep, de opbouw van de oefeningen, de tijdsduur van de training… Zo kan een professional er dadelijk mee aan de slag.

Groei

De training wil vooral preventief werken. De focus ligt op de groeimogelijkheden in plaats van de problemen die het kind ervaart. Toch merk je bij het lezen dat men vaak start vanuit de problemen die het kind ervaart: angsten, blokkades…

“De focus ligt op groeimogelijkheden.”

Je kan je dan ook afvragen of kinderen zonder specifieke problemen of hulpvragen ook baat hebben bij de training. Bij het doornemen van de oefeningen is het wel duidelijk dat de focus ligt op ik-sterkte en ik-ontwikkeling.

Rode draad

In de training wordt gewerkt met de uitgangspunten van de bewegingstherapie en het ervaringsgericht leren. De trainer wordt gezien als instrument om de kinderen zichzelf te laten ontdekken.

Deze insteken blijven doorheen het ganse boek merkbaar, ze vormen de rode draad. Daarnaast benadrukt de auteur het belang van een holistische visie. Er wordt uitgebreid ingegaan op de psycho-fysieke ontwikkeling van het kind in relatie tot de ouders of opvoeders.

Dit wordt zelfs doorgetrokken naar de maatschappij. Die legt steeds meer de nadruk op denken, op leven volgens bepaalde verwachtingen en patronen. Hierdoor kunnen mensen het gevoel krijgen dat er geen plaats meer is voor problemen.

De trainer

De auteur besteedt veel aandacht aan de persoon van de trainer. Deze moet in staat zijn tot introspectie. Hij moet zijn eigen doelen naast die van de kinderen en ouders kunnen leggen. Soms zal hij zijn eigen doelen even opzij moeten schuiven. Erg herkenbaar is het stuk over ‘de situatie grijpen’ wanneer deze zich voordoet, zelfs wanneer dit naast de eigenlijke oefening gebeurt.

“De trainer moet in staat zijn tot introspectie.”

De training wordt in groep gegeven. Zowel de voor- als nadelen van het werken in groep worden besproken. Interessant is dat de verschillende fasen van groepsvorming aan bod komen. De auteur beschrijft de factoren die ervoor zorgen dat zo’n training wel of niet slaagt. Dat gaat dan bijvoorbeeld over de groepssamenstelling of een veilig klimaat scheppen.

Van theorie naar praktijk

Hoewel Jooske Kool zichzelf omschrijft als een praktijkmens, besteedt ze ook aandacht aan de theoretische onderbouw. Er wordt uitgebreid ingegaan op de visie en uitgangspunten van de training. Ook wetenschappelijk onderzoek komt beperkt aan bod. Ook wat effecten van de training betreft, is het moeilijk om resultaten aan te tonen gezien de subjectieve aard van de evaluatie.

Na de theoretische onderbouw, wordt de ganse procedure van opzet tot evaluatie van de training beschreven. Deze hoofdstukken zijn erg helder en bruikbaar.

“Het deel over weerstand mocht meer uitgewerkt worden.”

Voor mijn werk in de jeugdhulp mag het deel over omgaan met weerstand meer uitgewerkt worden. Terwijl ze bij de andere delen van de training haar aanpak heel uitgebreid omschrijft, bleef ik in dit deel op mijn honger. De auteur beperkt zich tot een omschrijving van wat weerstand is. Daarbij benadrukt ze terecht dat het omgaan met weerstand verschilt van situatie tot situatie.

Oudercursus

Het ervaringsgericht leren wordt ook naar de oudercursus doorgetrokken. De trainer moet ook daar aandacht hebben voor het doen, in plaats van enkel te praten. Hij zal de ouders aanmoedigen om situaties te oefenen én om ook de oefeningen uit te voeren die hun kinderen in de training doen.

Deze visie trekt de auteur ook door naar de trainers. Zo raadt ze aan dat trainers eerst een aantal keer de cursus mee volgen bij een ervaren trainer.

Inspiratie

Omdat wij zelf een psycho-fysieke training aanbieden, was het boek erg herkenbaar. De ideeën uit het boek gaven ons inspiratie om onze training verder uit te breiden en oefeningen aan te passen. Voornamelijk het cognitieve stuk, waar de auteur regelmatig een link naar legt, neem ik mee naar onze eigen werking.

“Het boek gaf inspiratie voor onze eigen training.”

Hét moment waarop ik dacht “Ja, ik heb een goed boek in handen” was toen ik de verwijzing naar het Chinese spreekwoord las: “Als ik hoor dan vergeet ik, als ik zie dan onthoud ik, als ik doe dan begrijp ik.”

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen