Verhaal

Straathoekwerk bij NMBS: ‘Ik weet hoeveel miserie en onrechtvaardigheid er is’

Marijn Sillis

“Wat is het volgende? Iemand van de bankensector?” Toen Ruben Terryn namens NMBS deelnam aan een opleiding straathoekwerk, werd dat door andere sociaal werkers op hoongelach onthaald. Maar Terryn zette door. Ondertussen is de ‘stationshoekwerker’ hét aanspreekpunt voor dak- en thuislozen in de Vlaamse stations. “Ik weet niet of iemand zo’n uitgebreide sociale database heeft als ik.”

NMBS

© ID / Katrijn Van Giel

Antwerpen-Centraal

Dinsdagochtend. Ruben Terryn, 38 en Oostendenaar, geeft ons een elleboogje in de monumentale hal van Antwerpen-Centraal. Hij neemt ons mee naar de achterkant van het station, naar het nieuwe Mediaplein. “Op de grote tv-schermen van DPG Media checken sommige van mijn gasten vaak de corona-cijfers.”

‘Ik houd me bezig met de kwetsbare mensen in onze stations.’

Op een eenzame slaper op een bankje na, is er vandaag niemand. Wat verderop in een hoekje ligt nog een kartonnen beschutting, maar ook daar valt niemand meer te bespeuren. We wandelen opnieuw richting de voorkant van het station, in de parking onder het Astridplein hurkt Terryn voorzichtig neer bij een man die tussen de fietsen ligt te slapen. “Goeiemorgen, meneer, ik ben Ruben van NMBS.” De mannen praten wat. Terryn vertelt hoe laat het is en overhandigt de man een proper mondmasker.

“Terwijl Securail-agenten toezien op de veiligheid van de treinreizigers, houd ik me als terreindeskundige bezig met de kwetsbare mensen in onze stations”, legt Terryn uit. “Met drie zijn we ondertussen: één iemand in Wallonië, één iemand in Brussel en ik in Vlaanderen.”

Begin in Brussel

Terryn kent NMBS als zijn broekzak. Toen hij net afstudeerde als opvoeder, deed hij nog een laatste vakantiejob: treinen kuisen. “Hoe gek het ook mag klinken: ik was verkocht.”

De West-Vlaming probeert het eerst als treinbestuurder, maar mist het sociale contact met mensen. Hij begint onderaan de ladder. Als spoorlegger en seingever klimt hij op tot veiligheidsagent bij Securail. “Toen in 2013 de nieuwe functie van ‘terreindeskundige’ gecreëerd werd bij NMBS, heb ik me meteen kandidaat gesteld. De spoorwegen en mensen helpen: dàt was het!”

Terryn begint in Brussel. Een stad die hij niet zo goed kent, in talen die niet de zijne zijn. “Maar ik hield vol. En ik durf nu zeggen: als je het in Brussel kan, kan je het overal ter wereld.” Sinds 2018 is hij als terreindeskundige werkzaam in heel Vlaanderen: “In 2020 deed ik 22 stations en had ik contact met zo’n 120 gasten.”

Luisterend oor

Het hele jaar door benadert Terryn ‘de sociaal zwakkeren’ in de stations. Hij heeft het liever niet zomaar over ‘dak- en thuislozen’. “Omdat geen enkele situatie dezelfde is en ieders noden anders zijn.”

‘Het meeste van mijn tijd spendeer ik aan contacten leggen. Een netwerk creëren is essentieel.’

Maar iedereen krijgt zijn aandacht. “Eerst en vooral ben ik een luisterend oor. Want het is ontzettend belangrijk dat deze mensen gehoord worden. Het meeste van mijn tijd spendeer ik dan ook aan contacten leggen. De gasten ondersteunen en vervolgens in contact brengen met de juiste personen. Een netwerk creëren is essentieel.”

“Als daklozen naar de OCMW’s, CAW’s, inloopcentra of nachtopvang gaan, komen ze daar in contact met hun medewerkers. Als ze naar onze stations komen, ontmoeten ze mij. Ik ben niet hun oplossing, maar probeer er wel toe bij te dragen.”

Hij wil ervoor zorgen, zegt hij met een glimlachje, dat het station voor de mensen geen eindstation wordt. “Dak- en thuislozen helpen is niet de corebusiness van de NMBS. En een station is niet de oplossing voor mensen zonder thuis. Maar het is nu eenmaal zo dat mensen hier bescherming zoeken, elkaar treffen, nog connectie maken met het dagelijkse leven. Ik probeer hen dan te helpen en te ondersteunen.”

Dak- en thuislozen

“Dak- en thuislozen helpen is niet de corebusiness van de NMBS. En een station is niet de oplossing voor mensen zonder thuis. Maar het is nu eenmaal zo dat mensen hier bescherming zoeken.”

© ID / Katrijn Van Giel

Veiligheidsagenten

Terwijl we door het station wandelen, groet Terryn zijn collega’s van Securail. Het contact is hartelijk, maar het contrast tussen de onopvallende terreinwerker en de mannen in hun rode pakken is groot. “Ik moet weten wat er speelt, er proberen te zijn voor de mensen die het lastig hebben. Maar voor een veiligheidsagent is dat natuurlijk moeilijker. Hij heeft simpelweg een andere rol. Ik weet dat, want ik heb hun job ook gedaan.”

‘Er is niemand die voor zijn plezier mensen de koude nacht in stuurt.’

“Als zij op één werkdag vijf keer problemen hebben met dezelfde man, is het lastiger om vriendelijk te blijven. Maar daarvoor ben ik er. Soms botst het wel eens met de collega’s, dat geef ik graag toe. Maar het zijn ook geen cowboys. Als de stations ’s avonds sluiten, is er niemand die voor zijn plezier mensen de koude nacht in stuurt.”

Tegelijkertijd zijn die veiligheidsagenten ook één van de redenen waarom dak- en thuislozen de stations vaak opzoeken. Terryn wijst naar een glazen buitendeur van het station. “Waarom zie je daklozen daar vaak slapen? Omdat er camera’s staan. Een stationsbeheerder kan dat vervelend vinden, maar de mensen zelf zeggen me dan: ‘Ruben, ik weet dat dit voor jullie niet zo leuk is. Maar als er iets met me gebeurt, zijn er tenminste beelden van.’”

Slechte perceptie

Dat dak- en thuislozen veel vaker zelf slachtoffer zijn van geweld, bevestigt Terryn. “Vaak denkt men dat deze mensen voor veiligheidsproblemen zorgen, maar dat klopt niet. De Europese spoorwegmaatschappijen hebben een grondige analyse gemaakt: als er al problemen zijn met daklozen, is dat vaak onderling. Bijna nooit naar klanten of bezoekers toe. Ik zou bijna het tegendeel durven beweren – dat deze mensen bijdragen aan de veiligheid. Heel vaak krijg ik nuttige informatie van de gasten waarmee ik werk.”

‘Dak- en thuislozen zijn vaak zelf slachtoffer van geweld.’

Ook zelf werd hij nooit slachtoffer van geweld. “In al die jaren dat ik deze job doe, heeft er nog nooit iemand een vinger naar me uitgestoken. Oké, soms vallen er wel eens woorden. Maar onderzoek wijst uit dat dak- en thuislozen gemiddeld vier uur per nacht slapen in het openbaar. Zou jij dan ook eens niet slechtgezind zijn?”

Toch blijft het soms vechten tegen de vooroordelen. “De dak- en thuislozen in stations hebben natuurlijk de perceptie tegen. Maar perceptie is geen reden om je beleid aan te passen. Ik ben nooit voorstander van repressie als eerste middel. We moeten geloven in gerichte preventie, vroege interventie, aangepaste zorg.”

Ruben Terryn

“Soms botst het wel eens met de collega’s van Securail. Maar het zijn ook geen cowboys.”

© ID / Katrijn Van Giel

Obsessief bewijzen

Ook binnen NMBS moet Terryn de strijd soms nog aangaan. “Ik denk niet dat elke NMBS-medewerker op de hoogte is van mijn bestaan, al heb ik steeds betere contacten. En letterlijk iedereen – van Securail tot loketbedienden – kan me altijd bereiken.”

‘Iedereen – van Securail tot loketbedienden – kan me altijd bereiken.’

Toch was het niet binnen de spoorwegmaatschappij dat hij zich het hardst moest bewijzen. “Ironisch genoeg was dat bij andere hulpverleners. Als ik mijn gasten zeg dat ik voor NMBS werk, maken die daar geen punt van. Maar bij andere sociaal werkers… Toen ik een opleiding straathoekwerk volgde, was de eerste reactie: ‘De NMBS? Wat is het volgende? De bankensector?’”

Het zorgde ervoor dat Terryn zich wilde bewijzen, bewijzen, bewijzen. “Ik ben niet opgeleid als sociaal werker. In het begin was het vaak creatief zijn, improviseren. Maar ik heb me volledig gesmeten. Ik volgde alle opleidingen die kon, las stapels boeken, moest elk artikel of onderzoek over dak- en thuisloosheid gezien hebben. Ik geef toe: soms was het op het obsessieve af.”

Helikopterzicht

Ondertussen zijn Terryns cijfers best indrukwekkend. Welke sociaal werker kan zeggen dat hij letterlijk overal in Vlaanderen in het veld staat? In 22 Vlaamse stations, van Roeselare tot Genk. Wie weet in zo ongeveer élke Vlaamse stad waar dak- en thuislozen best terechtkunnen? “Ik heb ondertussen een indrukwekkende database van nummers en contacten. Ik weet niet of iemand in Vlaanderen zoiets in z’n bezit heeft.”

‘Ik heb een indrukwekkende database van nummers en contacten. Ik weet niet of iemand in Vlaanderen zoiets in z’n bezit heeft.’

En wellicht is er ook niemand die hetzelfde helikopterzicht heeft. Terryn weet hoe sommige mensen van station naar station gestuurd worden. Hij ziet ze soms letterlijk stranden in de eindstations: Poperinge, Genk, Oostende. Wanneer het beleid in Nederland aanklampend wordt, ontmoet hij de Nederlanders die in Antwerpen neerstrijken. Hij kent de locaties van de opvangcentra voor vluchtelingen en asielzoekers en hoeft niet na te denken aan welke stations psychiatrische centra liggen. “En in elke stad ken ik de covid-regels ondertussen beter dan wie ook (lacht).”

“Soms wordt het te veel en te groot, ja. Dan moet ik mijn verwachtingen temperen. Maar ik doe wat kan.” Of hij dan niet liever in bijvoorbeeld één stad zou werken? “Neen, dat zou me te klein zijn. Ik zou ook niet zo goed bestand zijn tegen de verdoken armoede achter de gevel. Al heeft mijn taak ook soms nadelen: soms moet ik afspraken laten schieten omdat er aan de andere kant van het land een incident is. De nodige nabijheid creëren is voor mij soms lastiger.”

Klant vs burger

Terryn heeft zijn ronde gedaan. Als hij in Antwerpen is, reist hij meestal nog door richting Mechelen en Vilvoorde. Maar we zetten ons nog even neer op het Astridplein, voor een laatste koffie. Terryn trakteert, daar staat hij op. Of hij zich een sociaal werker voelt zoals de anderen, vraag ik. “Uiteraard”, antwoordt hij categoriek. “Ja, ik werk voor NMBS. En soms wordt daar op neergekeken. Maar ik zit evenveel in met de gasten.”

“Het is ook belangrijk dat ik er ben. Als het elders te druk wordt, krijgen gasten wel eens te horen dat ze best naar het station komen. Ik moet hen dan vertellen dat ze naar de noodopvang moeten. Van dat heen en weer sturen, wordt niemand beter. Dan kan je beter samenwerken.”

‘ In m’n hoofd blijft het vaak malen. Zonder empathie kan je dit werk niet doen.’

Maar of er dan toch helemaal geen verschil is tussen hem en ‘andere’ straathoekwerkers? “Voor NMBS staat de klant centraal. Straathoekwerkers werken voor de maatschappij en de burger. Maar… Je kan dan wel afgeven op NMBS, maar waar komen dak- en thuislozen het vaakst terecht?”

“Terwijl mijn gasten op andere openbare plaatsen geweerd worden, blijven de stations wel open. Het is niet aan NMBS om dat probleem op te lossen, en toch ben ik even betrokken als elke andere straathoekwerker. We dienen een ander en toch hetzelfde doel.”

Dak- en thuislozen

Terryn weet hoe sommige mensen van station naar station gestuurd worden. Hij ziet ze soms letterlijk stranden in de eindstations: Poperinge, Genk, Oostende.

© ID / Katrijn Van Giel

Verantwoordelijkheidsgevoel

In de eerste lentezon voor het Antwerpse station toont de ‘stationshoekwerker’ zich een schoon mens. De breedgeschouderde man die anders alleen maar luistert, spreekt zonder schroom zijn eigen angsten en twijfels uit. Over de strijd die elke sociaal werker aangaat. De balans tussen werk en privé, onder meer. Ook Terryn heeft op een bepaald moment zijn prijs betaald. “Ik wil me bewijzen, heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Dat is niet de ideale combinatie.”

“Ik haal veel energie uit de ontmoetingen met ‘mijn’ mensen. Maar het is jammer dat je die vaak snel verliest als je vooroordelen probeert weg te werken. Het stopt ook niet na de uren, natuurlijk. Iedereen bij NMBS kan me op elk moment bereiken. In m’n hoofd blijft het vaak malen. De dingen waarmee ik geconfronteerd word, wil ik mee verhelpen.”

“Ik probeer eraan te werken, maar het is nu eenmaal een deel van mezelf. Zonder empathie kan je dit werk niet doen. Mijn job bepaalt mee wie ik ben. Ik weet hoeveel onrechtvaardigheid en miserie er is. Het klinkt ondertussen als een huizenhoog cliché, maar… als je pech hebt, zit je er op een dag zelf. En wie zal er dan voor je zijn?”

Reacties [16]

  • Lucienne Lemmens

    Mooi, mensen als mr. Terryn maken het verschil in deze wereld.

  • Enid

    Heel mooi artikel over een mooie mens. Je doet een zo noodzakelijke job. Chapeau aan “Ostendenoaere” Ruben !

  • Frieda Bex

    Onder de indruk. Mooi!

  • Jessy

    Was zelf 21 maanden dakloos 3 jaar geleden….en er is inderdaad al een paar jaar dat ik projecten ‘ van wat als ik dakloos ben’ heb ik ook geopperd voor meer opvang en opvang waar dieren welkom zijn wat sommige als ze moeten kiezen hun enigste trouwe hond achterlaten of in te weinig instantie’s terecht kunnen waar dat nu in Antwerpen nog steeds niet bestaat…kiezen ze vaak voor hun hond en blijven dan maar buiten slapen…dus ja ik hoop dat je er in slaagt wat al veel mensen zich voor inzetten nog steeds ! Mvg Jessy

  • Sabine

    Heel inspirerend, chapeau!

  • michiel bulcaen

    Machtig initiatief! En meer dan nodig gezien mensen al lang een station als onderkomen gebruiken. Dit zou echt iets voor mij zijn btw 🤔

  • Leslie Peeters

    Enorm boeiend hoe je een eigen soort job creeër. Dit lijkt me zoveel interessanter en betekenisvoller, dan te werken binnen de aangegeven grenzen. Deze mogelijkheid zou in meer jobs aangeboden mogen worden. Vele jobs missen de link met het outreachend werken. :) hopelijk geeft dit een aanzet tot meer van deze soort verhalen.

  • Maya

    Ik ben nu met pensioen, ik werkte voor NMBS. Nooit heb ik geweten dat er iemand zich bezighield met straathoekwerking binnen de spoorwegen ! Een gemiste kans! Temeer omdat ik ook vrijwilligerswerk deed voor het drugpastoraat (Antwerpen), vind ik dit zo jammer dat mijn vroegere werkgever daar nooit het personeel over heeft ingelicht. Dat is een spijtige zaak. Ik vind dat elke treinbegeleider dit minstens zou moeten weten. Ik heb als VIB / verkeersinformatiebediende gewerkt en kwam niet onmiddellijk in rechtstreeks contact met reizigers of mensen in het station, doch toen ik destijds in het infoloket in Antwerpen-Centraal werkte, had ik deze informatie best kunnen smaken met de opleiding, had het héél handig geweest mocht ik van uw bestaan hebben geweten. Ik neem aan dat de loketbedienden toch wel op de hoogte zijn ? Jammer dat dit intern niet beter bekend is want ik heb zo veel respect en ook dankbaarheid voor wat u doet voor de thuislozen. Topjob ! Maya

  • Stefaan Terryn

    Ik ben trots op je #kleine# broer
    dat je het volhoudt voor de zwakkeren in de maatschappij daar te zijn!
    En dat de NMBS dat mogelijk maakt…

  • Erik Verreyken

    Respect, ik ben een groot liefhebber van openbaar vervoer. Heb óók rondgehangen in stations. Vandaag ben ik Ervaringsdeskundige van beroep. Uw methode lijkt erg op de Herstelmethode. De eerste vraag die altijd : “You tell me” is.

  • Ellen Verryt

    Wat een inspirerend verhaal, in elke provincue ziuden er zo een NMBS stationwerkers moeten zijn.Mooi, niet makkelijk wel nodig!

  • Chrifa

    Dikke merci dat je zo hard inzet voor deze mensen. Doe zo voort, al ken ik je niet!

  • Greet

    Respect voor je inzet voor deze groep mensen die er ook niet altijd om gevraagd hebben in deze situatie terecht te komen !

  • Lieve Polfliet

    respect!!! en dankjewel om dit te delen!

  • Els

    Bedankt voor deze unieke inkijk in jouw werkwereld!

  • bert peirsegaele

    prachtig artikel !!
    een moeilijke job ! chapeau en de empathie vloeit uit het artikel .

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.