Verhaal

Eén op zes leerlingen is jonge mantelzorger

Stef Dehantschutter

Jonge mantelzorgers blijven nog te vaak onder de radar. Twee ervaringsdeskundigen schreven er een boek over. Ze willen scholen sensibiliseren en jonge mantelzorgers de aandacht geven die ze verdienen.

jonge mantelzorgers

© Unsplash / Oliver Cole

Jonge mantelzorgers

Jonge mantelzorgers zijn kinderen en jongeren tot 25 jaar die thuis een extra handje toesteken, omdat iemand in hun gezin zorg nodig heeft. Dat kan zijn omwille van een ziekte, een beperking, een psychische kwetsbaarheid of een verslaving.

Deze kinderen en jongeren zijn vaak opgegroeid in een gezin met een zorgnood. Als vanzelfsprekend nemen ze een deel van de zorg op voor een gezinslid. Ze combineren dit met school, vrije tijd en een sociaal leven.

‘Jonge mantelzorgers blijven vaak onder de radar.’

Net omdat ze de zorg als normaal beschouwen, herkennen ze zich niet altijd in de term ‘jonge mantelzorger’. Ze blijven vaak onder de radar. Nochtans kan zorg dragen op jonge leeftijd een grote impact hebben op het welbevinden en het schoolwerk van deze jongeren.

Wij spraken met Kathleen van Walle en Julie Vanderlinden, auteurs van het boek ‘Jonge mantelzorgers op school’. Kathleen is projectmedewerker bij Samana, een organisatie voor mensen met een chronische ziekte en mantelzorgers. Tot haar 23 jaar was ze jonge mantelzorger. Samen met collega’s werkte Kathleen het project ‘Samen naar een mantelzorgvriendelijke school’ uit. Ze wil scholen wakker schudden rond dit thema. Julie Vanderlinden is onderzoeker en docent aan KU Leuven en Hogeschool Odisee. Ook zij was zelf jonge mantelzorger. Julie is actief als vrijwilliger bij Samana en wil jonge mantelzorgers een hart onder de riem steken.

Waarom schreven jullie het boek ‘Jonge mantelzorgers op school’?

Kathleen van Walle: “Enkele jaren geleden bezocht ik een conferentie rond jonge mantelzorgers in Zweden. Iemand getuigde daar: ‘Wat als mijn vriendin, toen ik twaalf was, het had begrepen? Wat als ze wist hoe ze me er vragen over kon stellen? Of hoe ze moest omgaan met de situatie? Wat als jonge mantelzorgers vandaag niet bang hoeven te zijn hoe anderen zouden reageren omdat ze wisten dat zij het begrijpen.’ We voelden dat het hoog tijd was om deze doelgroep zichtbaar te maken en te ondersteunen.”

Julie Vanderlinden: “Het hoofddoel van ons boek is om zoveel mogelijk mensen te sensibiliseren rond het thema van de jonge mantelzorger. We willen professionals in scholen, maar ook in andere contexten zoals ziekenhuizen en jeugdverenigingen inzichten bieden in hoe ze jonge mantelzorgers kunnen ondersteunen.”

Jullie waren allebei zelf jonge mantelzorger.

Julie: “Ja. Ik zorgde voor mijn ouders, Kathleen voor haar mama. Het thema ligt me erg nauw aan het hart. Enkele jaren geleden diende ik een doctoraatsvoorstel in over jonge mantelzorgers, maar daar waren toen geen middelen voor. Aan het project van Samana kon ik gelukkig wel meewerken. Ik ben blij dat ik kan bijdragen aan een positieve beweging rond jonge mantelzorgers.”

Waarom focust jullie project op scholen?

Kathleen: “Jonge mantelzorgers moeten hun schoolwerk en sociaal leven combineren met extra zorg thuis. Daarom willen we die jongeren ondersteunen in hun directe dagelijkse omgeving, zonder hen extra te belasten. Door in de scholen aan de slag te gaan, kunnen we inspelen op hun concrete en specifieke noden.”

‘Wij zijn geen speciale jongeren. Wij zijn jongeren in een speciale omgeving.’ 

“We willen scholen mantelzorgvriendelijk maken. Zo kunnen jonge mantelzorgers meer herkend en ondersteund worden op school. We geven de scholen een actieve rol door input te vragen van de jonge mantelzorgers, medeleerlingen, leerkrachten, directies en centra voor leerlingenbegeleiding. We zetten geen spotlights op de jonge mantelzorgers zelf, zij worden liever niet rechtstreeks geviseerd. Of zoals een jonge mantelzorger het verwoordde in Zweden: ‘Wij zijn geen speciale jongeren. Wij zijn jongeren in een speciale omgeving.’”

Zitten er op elke school jonge mantelzorgers?

Kathleen: “In elke school waar we aan de slag gaan, starten we met een bevraging van alle leerlingen en leerkrachten. Gemiddeld is één op zes leerlingen jonge mantelzorger. Het valt ook op dat zeker de helft van de leerkrachten niet weet of er een jonge mantelzorger in hun klas zit. Zo’n bevraging levert niet alleen waardevolle gegevens op voor de school, maar brengt het thema al een eerste keer onder de aandacht van de leerlingen en leerkrachten.”

Julie: “Intussen vulden al 6.000 leerlingen en meer dan 400 leerkrachten de enquête in. Ook hebben we een aantal jonge mantelzorgers geïnterviewd. Wat blijkt? Jonge mantelzorgers zetten zich thuis niet alleen in voor het huishouden, maar geven ook emotionele steun aan het gezinslid met een zorgvraag. Het is duidelijk dat deze jongeren zowel in de week als het weekend tijd in de zorg investeren. Tijd die ten koste gaat van schoolwerk, vrije tijd en sociale activiteiten.”

Hoe voelen ze zich daarbij?

Julie: “Dubbel: ze rapporteren zowel positieve als negatieve gevoelens. Over het algemeen zijn jonge mantelzorgers blij dat ze verantwoordelijkheid kunnen opnemen. Tegelijk voelen ze zich soms gespannen, gestresseerd en overbelast. Op vlak van welbevinden scoren deze jongeren lager dan leeftijdsgenoten. Ze vinden op school niet altijd een vertrouwenspersoon waar ze hun verhaal bij kwijt kunnen. Kortom: deze resultaten zijn een krachtig signaal dat jonge mantelzorgers meer ondersteuning nodig hebben.”

Zijn deze resultaten voor jullie herkenbaar?

Julie: “Toch wel. De mix van gevoelens, zoals je verantwoordelijkheid nemen, maar je ook gespannen voelen, herken ik goed. Ik begrijp ook heel goed waarom jonge mantelzorgers drempelvrees hebben om hulp te zoeken. Er rust een soort van taboe op je thuissituatie. Een luisterend oor vinden op school is niet altijd gemakkelijk. Soms schaam je je om met je verhaal naar buiten te komen of voel je aan dat er niemand echt open staat om naar je te luisteren. Je kan niet altijd op begrip rekenen van leeftijdsgenoten. Ze weten niet wat er allemaal bij komt kijken of hoe ze zich voor je situatie kunnen openstellen.”

‘De mix van gevoelens herken ik goed.’

Kathleen: “Mijn vriendinnen vonden het wel erg voor me, maar ze wisten inderdaad niet wat het juist in hield. Een beetje meer concrete aandacht op school had ook meer gerichte steun kunnen betekenen.”

Hoe worden scholen mantelzorgvriendelijk?

Kathleen: “In het begin van het tweede semester organiseren we een actiedag. Samen met leerlingen, leerkrachten, CLB-medewerkers en zorgcoaches van de school buigen we ons over de vraag: ‘Hoe kunnen wij een school zijn waar jonge mantelzorgers zich ondersteund en begrepen voelen?’ Via een brainstorm komen we tot concrete actieplannen. Tijdens het tweede en derde trimester worden deze plannen uitgevoerd. Op het einde van het schooljaar is er een toonmoment.”

Kan je enkele voorbeelden geven van zo’n acties?

Kathleen: “Enkele leerlingen maakten een filmpje om het thema onder de aandacht te brengen. Anderen gaven les in andere klassen over jonge mantelzorgers. De acties kunnen ook beleidsmatig zijn: de directie en leerkrachten van twee Hasseltse scholen schreven bijvoorbeeld een visietekst die een plek kreeg in het schoolreglement. In Kortrijk startte een school met een buddysysteem voor jonge mantelzorgers. In Hoeselt hebben ze een ‘chill room’ ingericht voor leerlingen die daar in alle rust hun schoolwerk kunnen maken, als ze daar thuis geen tijd voor hebben. Het kan dus alle kanten uitgaan.”

‘In Kortrijk startte een school met een buddysysteem.’

Had zo’n project op jullie school een meerwaarde geweest?

Kathleen: “Mijn ouders probeerden me zo weinig mogelijk te belasten, maar je zit er toch voortdurend mee in je hoofd. De emotionele belasting is met momenten zwaar. En dan lijkt schoolwerk zo onbelangrijk. Een beter begrip op school had de combinatie van de zorgsituatie met de school beter kunnen maken. Dan had ik meer kunnen focussen op mijn schoolwerk.”

“Ik was me er in die periode wel niet van bewust dat ik jonge mantelzorger was. Het is niet zo dat ik op school om bepaalde ondersteuning vroeg, maar die niet kreeg. Maar net hierin ligt de waarde van ons project: in een mantelzorgvriendelijke school moet je als jonge mantelzorger niet eerst tot de ontdekking komen dat je dat bent, vervolgens je verhaal doen en daarna vragen om begrip. De omkadering bestaat gewoon al en je kan er beroep op doen als het nodig is.”

Hoe vermijdt een school dat de aandacht voor jonge mantelzorgers verdwijnt in de waan van de dag?

Kathleen: “De mantelzorgvriendelijke scholen worden verenigd in het ‘Scholennetwerk voor Jonge Mantelzorgers’. Hier kunnen scholen elkaar inspireren en van elkaar leren. Samana biedt de ondersteuning. Zo brengen we de scholen van het netwerk jaarlijks bij elkaar voor een uitwisseling van acties. We zorgen ook voor vorming en organiseren workshops met praktische tools om bijvoorbeeld een klasgesprek rond het thema te voeren. Zo maken we de resultaten van het project duurzaam.”

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Jonge mantelzorgers op school

Samana, Julie Vanderlinden, Kathleen van Walle

Brussel | Politeia | 2019 | 100 pMeer info