Zonder vervolghulp heeft crisisopvang weinig zin

Jongeren blijven te vaak in de kou staan

Een van de paradepaardjes van integrale jeugdhulp is het regionaal crisisnetwerk. Toch stellen Kortrijkse hulpverleners vast dat crisisopvang voor jongeren te vaak een wachtkamer met onbekende bestemming is.

crisisopvang
Crisisopvang staat of valt met de kwaliteit van het vervolgverhaal © Unsplash / Samuel Zeller

Zo was het vroeger

In Kortrijk zorgde de start van het regionaal crisisnetwerk niet voor een aardverschuiving. Tussen 1998 en 2008 engageerden diverse organisaties zich al spontaan in een lokaal crisisnetwerk van opvang en begeleiding. Zelfs de kinderpsychiatrie behoorde tot dat netwerk. We werkten toen integraler dan ooit.

“We werkten integraler dan ooit.”

Elke betrokken organisatie was in een beurtrol ‘van wacht’, vrijwillig en bovenop de capaciteit van de eigen voorziening. Bij een crisissituatie vingen we de jongere op vanaf 17u ’s avonds tot 9u ’s anderendaags. Vervolgens nam het toenmalig comité voor bijzondere jeugdzorg het over om de crisis meer gericht op te vangen. Voor een jongere die het even niet meer wist, maakte onze kortstondige beschikbaarheid toch het verschil.

Toen kwam integrale jeugdhulp

Zodra integrale jeugdhulp haar regionale crisisnetwerken ontplooide, stopte dat lokaal netwerk.

Daar valt wat voor te zeggen. De organisatie van crisisopvang en -begeleiding is een overheidsopdracht. Voor de uitvoering doet ze beroep op private voorzieningen. Die helpen deze noodsituaties op te vangen door bed, bad, brood en een luisterend oor. Financieel staat tegenover zo’n verblijf van 14 dagen 100 euro. Het blijft dus een vorm van vrijwilligerswerk.

“We bieden kortstondig onderdak.”

In die crisisperiode bieden de voorzieningen in het netwerk onderdak. Zo kort mogelijk. Want het is niet de bedoeling dat de jongere zich integreert in de voorziening.

Alle andere alternatieven moeten uitgeput zijn. Om de crisis in goede banen te leiden, is een neutrale verblijfplaats noodzakelijk. Die kan nergens anders gevonden worden. Bij familie of vrienden is er geen mogelijkheid om de jongere op te vangen. En de impact van een crisisverblijf in een residentiële leefgroep werd vooraf goed ingeschat.

Vrijwillige opvang is ook een investering

De groep die wij zo opvangen, noemen we ‘logerende jongeren’. Voor elke jongere in crisisopvang wordt de logeerkamer gepoetst, wordt er een aandachtsbegeleider aangeduid, is er een welkomstronde met de andere jongeren. Ook de kokkin past zich aan, er worden basisnoden bekeken en de dagbesteding wordt ingevuld.

“We noemen ze ‘logerende jongeren.’”

We luisteren naar het verhaal van de jongere en vangen zijn frustraties op. We vertellen hem dat wij zijn situatie onvoldoende kennen. We bespreken met hem dat dit geen kopie is van de begeleiding die we aan andere jongeren binnen onze organisatie aanbieden.

Eén schakel maakt geen ketting

Volgens integrale jeugdhulp wordt crisisverblijf altijd gecombineerd met crisisbegeleiding. Die moet het perspectief openen op meer duurzame oplossingen. Dat sluit naadloos aan bij onze visie op hulpverlening: het ijzer smeden terwijl het heet is.

Toch knelt daar het schoentje. In het crisisnetwerk voelt het ijzer te vaak te koud aan. Het koelt soms eenzaam en langzaam af, van dag 1 tot dag 14.

Te vaak moet crisisbegeleiding opgenomen worden door consulenten of andere hulpverleners die er niet onmiddellijk tijd voor krijgen of nemen. Gevolg: crisisverblijf verpietert. Voor de jongere is het een wachtkamer met onbekende bestemming.

Tweedehands alternatief

Een andere vijand van ons crisisnetwerk is dat sommige verwijzers het hanteren als een alternatief voor het gebrek aan reguliere plaatsen. Dat oneigenlijk gebruik riskeert de doodsteek van het netwerk te worden.

“Crisisverblijf verpietert.”

Onze vrijwillige bijdrage aan het crisisnetwerk vertrekt vanuit de overtuiging dat het zin heeft. Dit kortstondig verblijf kan de start zijn van een nieuw traject.

Onze inzet staat of valt met de kwaliteit van de crisisbegeleiding en het vervolgverhaal. Dat stelt ons vaak teleur. Want als jongeren na twee weken verhuizen naar een volgende wachtkamer en tijdelijke oplossing, heeft crisisopvang weinig zin. Of sommige jongeren keren huiswaarts, zonder voorafgaand gesprek met de ouders.

Jongeren moeten vanuit de crisiopvang verhuizen naar een volgende bestemming. Soms staan ze daar helemaal alleen voor. Of nog erger: de tranfer gebeurt door de politie.

In al die scenario’s stellen jeugdhulpverleners zich terecht vragen bij de zin van hun job. Ondanks positieve voorbeelden, is dit niet de crisisopvang waaraan wij willen participeren. De remedie is erger dan de kwaal.

Hoe moet het verder ?

Er is maar één toekomst voor het integrale crisisnetwerk en dat is een authentiek gebruik ervan.

“Je moet aanklampend aan de slag gaan.”

In acute crisissituaties moet je aanklampend aan de slag gaan. Hou het verblijf zo kort mogelijk. Die korte afkoelperiode wordt ingelast in functie van het cliëntsysteem, niet in functie van de caseload van de crisisbegeleider.

Wederkerigheid in samenwerking is cruciaal. Een verblijfsaanbod door de private voorziening is vastgeklonken aan een volwaardige externe crisisbegeleiding. Die moet uitmonden in een persoonlijke begeleiding naar een nieuwe bestemming die perspectief biedt.

Dit is hoe wij jong leven richting willen geven. Dit raakt en maakt ons engagement.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen