Ze roept “aide-moi!”

Wat moet ik doen?

Woensdag 7 februari 2018. Een dag waarop onderzoeker Heidi Degerickx geconfronteerd wordt met de duale samenleving en met zichzelf.

©Matthew W. Jackson @flickr

14u30

De straat is stil en ik buig me over de filosofische geschriften van Jacques Rancière. Hij versterkt de theorie achter mijn doctoraatsonderzoek naar de beleidsparticipatie van mensen in armoede. Ik werk bij een vriendin thuis, aan de grote woonkamertafel. Het is er stil. Vandaag geen fiets-trein-fiets voor mij. Rancière begrijpen, vraagt sereniteit.

De stilte wordt plots verstoord door een gillende buurvrouw. Ik hoor ze door de muur heen. Ik weet dat het er al eens levendig aan toe kan gaan bij de Afrikaanse buren. Ik hoor nu ook een kalme mannenstem.

“Shit, waarom blijft ze nu toch gillen?”

Wees nu toch eens stil. Pff, zo geraak ik nooit vooruit. Of zou er echt wat zijn? Is ze gevallen en probeert hij haar te troosten? Shit, waarom blijft ze nu toch gillen? Wat zegt ze eigenlijk?

Mijn hart slaat sneller door het aanhoudende gegil. Ik laat Rancière voor wat het is. Wat zegt ze toch? Ik spits mijn oren.

14u38

“Au secours! Ah! Ah! Aide-moi! Aide-moi! Aide-moi!”

Mijn hart slaat over. Nu ik haar begrepen heb, moet ik iets doen. Maar wat? Ik kijk naar buiten en zie een vrachtwagen staan in het midden van de straat. Ik neem de sleutel en stap met versnelde hartslag naar buiten. Wat zal ik doen?

14u39

“Aide-moi! Aide-moi! Aide-moi!” Ze gilt hart en ziel uit het lijf. Mijn mond wordt droog.

“Verschillende mannen halen de meubels uit de woonkamer.”

Aan de straatkant staat het raam wagenwijd open. Verschillende mannen halen de meubels uit de woonkamer. Ik vraag bedeesd: “Wat is er hier aan de hand?” Met de televisie in zijn armen zegt de man: “We zijn aan het verhuizen, maar mevrouw heeft niet graag dat we haar helpen.” Er komt een kleine glimlach om zijn mond. Ik begin te begrijpen wat er gaande is en walg van zijn mimiek. Zou ik naar boven gaan?

14u40

Ik kijk naar de open voordeur. Op dat moment komt een vrouw met een klembord en papieren naar buiten. Ze negeert mij straal en bevestigt zo mijn vermoeden. De meubels van de buurvrouw werden aangeslagen door de deurwaarder. Politiemensen stappen uit hun combi. De vrouwelijke deurwaarder zegt hen: “Ze ligt boven, geboeid. En ze is hysterisch.” Geen enkele emotie of uitleg. De politiemannen gaan naar boven.

14u41

Vertwijfeld sta ik daar terwijl de verhuismannen ongestoord verder inladen. Ik besef dat ik niet veel meer kan doen. Ik voel me zelfs een beetje ramptoerist. Het immense gegil verandert plots in gejammer. En dan is het opnieuw stil.

“Vertwijfeld sta ik daar.”

14u42

Met een verslagen gevoel ga ik naar binnen. Hoe kan ik hier nu ingewikkelde boeken over gelijkheid en inspraak zitten lezen terwijl naast me de buurvrouw verzuipt in de miserie? En nog erger: eigenlijk wilde ik in het begin gewoon dat ze zweeg.

14u45

Ik ijsbeer door de huiskamer en kijk hoe de mannen verder inladen. Moet ik nu verder werken? Het is stil, maar niet in mijn hoofd noch in mijn hart. Uit onmacht sms ik naar mijn vriendin, de buurvrouw van de getroffen buurvrouw. Ze kennen elkaar maar het contact was beperkt. Mijn vriendin gaf al eens haar gsm-nummer voor in geval van nood. Ze zegt mij dat ze langs zal gaan.

14u50

De politiecombi rijdt weg, ik vermoed met de vrouw erin want het is nu heel erg stil. Ik zet koffie. Ik ril en zet de verwarming hoger.

“De politiecombi rijdt weg.”

15u

Het huis is leeggehaald: oude stoffen zetels, een salontafel, een laptop en een oude dikke bak van een TV. De vrachtwagen rijdt weg. De straat is weer stil. Iemand parkeert nietsvermoedend voor de deur van de buurvrouw. Hij haalt iets uit zijn koffer en stapt weg.

Er is niets gebeurd, toch?

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen