“We zijn ermee bezig” is niet genoeg

De jongeren zitten nu in de zorg, niet morgen

Het gaat niet goed met de jeugdzorg in Vlaanderen. Dit verdient een sterker en breder maatschappelijk debat. Een grondige analyse om tot een goede nieuwe aanpak te komen kan niet wachten. De jongeren zitten nu in de zorg, niet morgen.

Eenzame opsluiting
“Verbied eenzame opsluiting van kinderen onder de zestien jaar.” © Unsplash / Rostyslav Savchyn

Geen fraai beeld

De tussentijdse verslagen van de Commissie van Toezicht in Vlaanderen, waar De Morgen over berichtte, schetsen geen fraai beeld van een de gesloten jeugdhulpverlening. Die vertrekt te veel vanuit sancties. Regels worden er met een zekere willekeur toegepast.

Regels zijn soms nodig, maar we zien dat er problemen komen bij instellingen die er een wildgroei van kennen. Het gaat niet meer om regels die een goed samenleven mogelijk maken, maar om de regel om de regel.

Regels lijken een gevoel van controle te geven, maar onderzoek toont aan dat zowel jongeren als begeleiders zich er uiteindelijk slechter bij voelen. Het leidt tot meer escalatie en crisis en dus tot meer eenzame afzondering.Long, N.J., Wood, M.M., Fescer, F.A. (2003), Praten met kinderen en jongeren in crisissituaties, LannooCampus

“Deze hulpverlening vertrekt vaak van sancties.”

Jongeren worstelen jaren na zo’n hulpverlening vaak nog met opgebouwde frustratie tegenover een systeem dat hen monddood maakte. Het rigide toepassen van regels kan ervoor zorgen dat zij afhaken en geen vertrouwen meer hebben in hulpverlening.

Te streng

Na de dood van Jordy Brouillard zeiden jongeren precies dat: ze begrepen waarom Jordy hulp weigerde, want begeleiders luisteren te weinig en zijn te streng. Veel jongeren hebben op hun achttiende inderdaad ‘genoeg’ van al die goede bedoelingen en de hulp, die ze nochtans nog goed hadden kunnen gebruiken.

“Regels en structuur zijn uiteraard nodig.”

Regels en structuur zijn uiteraard nodig om groepsleven te organiseren. Maar goede voorbeelden tonen dat een doordacht evenwicht tussen structuur en vrijheid betere resultaten oplevert op lange termijn. Zo leiden minder regels tot minder agressie en tot meer vertrouwen in begeleiders.

Ook voor begeleiders is een systeem dat eenzijdig inzet op regels en repressie er een dat faalt en onzeker maakt. Zij botsen op jongeren die de aangeboden hulp niet (meer) willen. Ze krijgen verwijten in plaats van een mandaat. Hun goedbedoelde interventies komen niet langer aan, wat hen teleurstelt en demotiveert.

Open dialoog

Deze dynamieken moeten we tegengaan door middel van een open dialoog met de mensen op de werkvloer. Samen met hen moeten we op zoek naar alternatieven.

Onderzoek vanuit jongerenperspectief toont dat hulpverlening best inzet op betrokkenheid. Naert, J., Roets, G., Roose, R. en Vanderplasschen, W.  ‘Youngsters’ perspectives on continuity in their contacts with youth care services’, British Journal of Social Work Geef jongeren keuzes in hun traject. Maak hen mede-eigenaar van hun behandeling in plaats van hen de behandeling louter te laten ondergaan.

“Geef jongeren keuzes in hun traject.”

Dit kan bijvoorbeeld door regels minder strikt toe te passen of hun aantal drastisch te verminderen. Of door jongerenvergaderingen bijeen te roepen waarin zij de afdelingsstructuur mee bepalen. Of door geen jargon te gebruiken, maar een taal die aansluit bij de leefwereld van jongeren. Of door te investeren in de therapeutische band.

Voorzieningen die vertrekken van een onderhandelingslogica met en in de leefwereld van jongeren, openen vaker nieuwe toekomstmogelijkheden. Het gevecht maakt dan plaats voor het traject.

Paradigmashift

Zo’n evolutie vindt nu al plaats onder impuls van geëngageerd personeel. Deze evolutie vraagt een paradigmashift. Een nieuwe manier van kijken naar hulpverlening en de context waarin die zit ingebed.

We zijn er met het Kollectief Zonder Dwang van overtuigd dat ook de wetgever verandering moet stutten. We vragen dan ook, in het belang van zowel het personeel als de jongeren, een verbod op eenzame opsluiting van kinderen onder de zestien jaar.

“Verbied eenzame opsluiting van kinderen.”

De situatie in Noorwegen toont aan dat zo’n verbod vruchten afwerpt.Zie hiervoor het werk van Einar Heiervang. Er wordt naar alternatieven voor eenzame opsluiting gezocht, naar manieren om agressie te voorkomen of te verminderen, naar een andere manier van samenleven.

Tegelijkertijd blijft de mogelijkheid tot afzondering behouden, maar vindt ze plaats in de aanwezigheid van goed opgeleid personeel en in ruimtes die veraf staan van de kille, klinische plekken waar tijd en ruimte vervagen, zoals we die vandaag in Vlaanderen nog altijd kennen én gebruiken.

Humaan bestaan

Zorg gaat over een plaats om te mogen zijn en te leven, een plaats die voldoet aan de basisvereisten voor een humaan bestaan. Vereisten in verband met de ruimte, maar ook in verband met de anderen waarmee we in contact komen. De toets van het beleid ligt in hoe die dagelijkse realiteit, waarin jongeren in de hulpverlening leven, wordt georganiseerd.

“We moeten vandaag beginnen.”

We mogen ons dan ook niet langer tevreden stellen met: “We zijn ermee bezig”. We moeten vandaag beginnen met de paradigmashift. We moeten nu een haalbare datum prikken voor het verbod op eenzame opsluiting van jongeren.

Dan hoeven instellingen binnenkort niet louter een huis te zijn waar je als jongere willens nillens naartoe moet. Dan kunnen ze een thuis worden voor wie er voor even, of langer, één nodig heeft.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen