Opinie

Wat na de communautarisering?

Finaliteiten van welzijn en justitie nog niet scherp genoeg

Aline Bauwens, Rudi Roose

Als gevolg van de zesde staatshervorming is Vlaanderen sinds 1 juli 2014 bevoegd voor de organisatie, de werking en de opdrachten van de justitiehuizen. Een justitiële structuur wordt binnengeloodst in het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Dat maakt het aloude spanningsveld tussen welzijn en justitie weer brandend actueel.

© Bas Bogers

© Bas Bogers

Boom en bos

Het Vlaams Regeerakkoord 2014-2019 verwijst naar deze complexe positionering: het werk van de justitieassistenten heeft raakvlakken met de hulp- en dienstverlening aan daders en slachtoffers van misdrijven en de eerstelijnshulpverlening. Hoe verhouden de verschillende actoren zich tegenover elkaar? En zal de overheveling van een deel van Justitie naar Welzijn beterschap brengen?

“De aandacht gaat naar praktische en organisatorische aspecten.”

Dat is niet vanzelfsprekend, zo lazen we pas nog op Sociaal.Net. Want zo’n integratie mondt slechts uit in een meer coherent beleid indien de verschillende finaliteiten van de betrokken actoren helder uitgesproken worden.Lambeir, B., ‘Justitie na de staatshervorming. Nieuwe kansen voor welzijn’, Sociaal.Net, 26 oktober 2015.

Welke finaliteiten?

Maar dat gebeurt momenteel (nog) niet. Zo rept dit Vlaams Regeerakkoord met geen woord over de verschillende finaliteiten van de hoofdrolspelers in dit verhaal. Er wordt gekozen om bij de positionering van justitiehuizen eerst te focussen op praktische en organisatorische aspecten.

Er wordt vandaag vooral gereflecteerd over de afstemming van het eigen aanbod van de diverse actoren, eerder dan over de uitgangspunten van dat aanbod en de maatschappelijke betekenis ervan.

Zo nieuw is dat niet: dezelfde kritiek was eerder al te horen naar aanleiding van de ontwikkelingen inzake het strategisch plan hulp- en dienstverlening aan gedetineerden.Roose, R. en De Bie, M. (2008), ‘Forensisch welzijnswerk: meer dan humane detentie!’, Panopticon, 2, 1-5.

Weinig animo

Toen bij de staatshervorming van 1980 de bevoegdheden inzake hulp- en dienstverlening werden overgeheveld naar de Vlaamse gemeenschap bood dit de gelegenheid voor de Vlaamse overheid om een eigen welzijnsperspectief op problemen van justitiële aard te ontwikkelen.

Daarbij werd ambitieus gesteld dat het forensisch welzijnswerk ‘uit de schaduw van het strafrecht’ zou treden. Hulp- en dienstverlening aan justitiabelen kreeg een emancipatorische in plaats van controlerende finaliteit.

We merken bij de huidige staatshervorming veel minder animo voor dit debat. Misschien heeft dit te maken met de vaststelling dat het forensisch welzijnswerk de droom om een eigen autonoom beleid te kunnen voeren, niet kon realiseren.Van Garsse, L. (2015), Hulpverlening en/of strafrechterlijke sanctionering? Een sociaal-pedagogische analyse van de ontwikkeling van het forensisch welzijnswerk in Vlaanderen, Proefschrift tot het verkrijgen van de graad van doctor in de Pedagogische Wetenschappen, UGent.

Revival van instrumentalisering

Zo is het opvallend dat in het Decreet betreffende de organisatie van de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden van 2013 de doelstelling ‘vermijden van recidive’ vervat zit. Dit zou kunnen wijzen op een revival van een instrumentalisering van zorg door justitie, een ontwikkeling waar Koen Raes al in 1996 naar verwees.Raes, K. (1996), ‘De ethiek van het (forensisch) welzijnswerk en het veiligheidsbeleid. Tussen individuele rechtsaanspraken en punitieve ordeningspraktijken’, Panopticon, 6, 570-591.

Neem daarbij de vaststelling dat de praktijk van de justitiehuizen in België steeds is vertrokken vanuit een eerder sociaal dan punitief perspectief. Waar in sommige landen het begeleiden van justitiabelen onder voorwaarden meer en meer wordt ingekleurd door een in hoofdzaak repressieve, sterk controlerende benadering blijft dit in België beperkt. Men kiest hier consequent voor ‘sociaal werk onder (justitieel) mandaat’.Bauwens, A. (2011), The transformation of offender rehabilitation?, Proefschrift tot het verkrijgen van de graad van doctor in de Criminologische Wetenschappen, VUB.

Goede vriendjes

Vanuit deze logica, een ‘vriendelijke’ justitie en een ‘niet zo kritisch’ welzijnswerk, lijkt het gemakkelijk om naar elkaar toe groeien. Maar mogelijk verzanden we dan snel in een verhaal dat ‘beiden toch het beste met de cliënt voor hebben’, het goed bedoelen en, waarom niet, toch alle informatie met elkaar moeten kunnen delen. Zie ook het debat inzake ‘gedeeld’ beroepsgeheim.

‘Dit is een kans om het verschil tussen hulp en recht scherper te stellen.’

We willen daarom oproepen tot een meer genuanceerde benadering die oog heeft voor reële verschillen. De overgang van de justitiehuizen is geen louter organisatorische vraag, maar een kans om de visie op het verschil tussen hulp en recht scherper te stellen.

Daarbij wordt de rol van de justitiehuizen en het sociaal werk ‘onder mandaat’ niet gelijkgeschakeld aan de algemene dienstverlening. Beiden hebben niet noodzakelijk een gescheiden maar wel een onderscheiden finaliteit.

Gelijkenis en verschil

Dit betekent niet dat justitie geen emanciperende rol zou kunnen vervullen. Justitie kan er voor zorgen dat mensen tot hun recht komen. En terreinen waar gewerkt wordt met justitiabelen zijn vaak ook vindplaatsen van onwelzijn. De werking van justitiehuizen en de kennis die daar over problemen wordt gegenereerd, kan een hefboom zijn voor een radicalisering van het recht op hulp- en dienstverlening vanuit de Vlaamse gemeenschap.

In het ‘Samenwerkingsakkoord Justitie en de Vlaamse Gemeenschap inzake de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale re-integratie’ van 28 april 1994 kreeg deze samenwerking tussen beide actoren een prominente rol.

Bovendien kreeg justitie de opdracht bij te dragen tot een humane justitie en de Vlaamse overheid de opdracht tot het realiseren van het recht op hulp- en dienstverlening. Beide taken zijn van wezenlijk belang maar allerminst te herleiden tot dezelfde opdracht. Mogelijk biedt de staatshervorming en de conferentie Justitiehuizen die plaatsvindt op 7 december 2015 een gelegenheid om de discussie hierover in beeld te houden.

Een opvallende vaststelling is dat ook nu weer het debat over de aanpak van jeugddelinquentie, nog een bevoegdheid die overkwam naar de Vlaamse overheid, los lijkt te staan van het debat over de overheveling van de justitiehuizen. Toch staat in beide gevallen dezelfde vraag centraal: Hoe dragen zowel justitie (of sociaal werk onder mandaat) als welzijnswerk bij tot een radicalisering van het recht op menselijke waardigheid?

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.