Opinie

Vergeten jongeren

Van ijzeren vuist naar zachte hand

Dirk Weyler

Om de zoveel tijd halen ze de media. Verhalen van vergeten jongeren. Al in 2008 publiceerde KNACK het tragische verhaal van Miranda. Zij was té. Té alles. Miranda overleed veel te jong. Eerder dit jaar was er het verhaal van het 17-jarig meisje met psychische problemen waarvoor in Antwerpen nergens plek was. Artsen en ziekenhuizen schoven de verantwoordelijkheid door. De hulpverlening weet niet goed om te gaan met deze jongeren.

Gekwetste jongeren

Veel van deze jongeren zijn gekwetst. Ze reageren hun onmacht af door zelfbestraffing, door te trachten de spanning te verminderen, het zoeken naar een verbetering van de stemming, door afleiding van deze ondraaglijke gevoelens. Het gekwetst zijn is bij veel van hen terug te brengen tot de kindertijd. Het kan niet genoeg onderstreept worden hoe belangrijk  een veilige hechting is voor kinderen. Het maakt mogelijk dat kinderen zich kunnen ontwikkelen tot gezonde, gelukkige volwassenen, het beschermt tegen psychische problemen.

 ‘Veel van de ‘te-jongeren’ hebben een hechtingsproblematiek.’

Veel van de ‘te-jongeren’ hebben een hechtingsproblematiek. Ze kregen onvoldoende gelegenheid om met hun ouders een emotionele band te vormen. Wanneer kinderen en jongeren herhaaldelijk geconfronteerd werden met ernstige verwaarlozing of misbruik in hun leven, kunnen zij ernstige moeilijkheden krijgen op terreinen zoals affectregulering, sociale relaties, zelfwaardering en zelfredzaamheid, opleiding en beroep en het beschermen van hun persoonlijke veiligheid. Deze jongeren zijn vatbaarder voor instabiele stemmingen, prikkelbaarheid, conflictueuze relaties, ontplofbaar gedrag, moeite met het houden van vrienden, geringe zelfachting, weinig vertrouwen in anderen en zelfbeschadigend gedrag.

Disharmonische ontwikkeling

Veel van deze groep jongeren hebben ook een (licht) verstandelijke beperking. En bij vrijwel alle mensen met een verstandelijke beperking en een hechtingsstoornis is er sprake van een ongelijkmatige – disharmonische – ontwikkeling. Dat wil zeggen dat de verstandelijke ontwikkeling geen gelijke tred houdt met de sociaal-emotionele ontwikkeling. De sociaal-emotionele leeftijd verwijst dan naar het punt in de ontwikkeling waarop het beleven van het kind verstoord raakte.

Technisch kan een jongere bijvoorbeeld een beschutte werkplaats of zelfs het gewone arbeidscircuit aan, maar sociaal-emotioneel bezit hij niet de nodige sociale vaardigheden om dat vol te houden. Iemand die functioneert op een niveau vergelijkbaar met een kind van twee zal gedrag vertonen dat hiermee overeenstemt: koppig, niet kunnen wachten, niet kunnen delen, woedebuien, driftig, explosief reageren… Het moet een vreselijke ervaring zijn dat je iets goed kan terwijl je het niet lukt om het vol te houden. Zulk een disharmonisch ontwikkelingsprofiel is lastig en veroorzaakt stress. De jongere begrijpt zijn lichaam niet meer en begint extreem te rebelleren met soms excessieve uitspattingen tot gevolg.

Tippenlopen

Bij een disharmonische ontwikkeling is wat de persoon doet en lijkt te kunnen niet gebaseerd op wat hij werkelijk kan, maar op aangeleerde patronen. Op het na-apen van anderen. Alleen kan niemand dat tippenlopen volhouden. Meestal barst de stressbom uit vlak voor de volwassenheid. Op de leeftijd van zeventien, achttien stapelen de verantwoordelijkheden zich op. Hun ‘onkunde’ en machteloosheid worden zichtbaar.

‘Jongvolwassenheid is een kwetsbare levensfase.’

Jongvolwassenheid is een kwetsbare levensfase, met belangrijke keuzes in een transitie naar onafhankelijkheid op financieel en sociaal gebied. Jongeren met een normale ontwikkeling doorlopen meestal moeiteloos deze levensfase. Maar er is een steeds groter wordende groep maatschappelijk kwetsbare jongeren die het hiermee uiterst moeilijk hebben, ze kampen met problemen die hun verdere levensloop hypothekeren.

Het is belangrijk te onthouden dat de mogelijkheden van iemand om zijn impulsen te beheersen niet afhankelijk zijn van zijn feitelijke leeftijd, schijnbare ontwikkeling of cognitieve ontwikkeling, maar van zijn sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau. Dat is bij de meeste van deze jongeren de zwakke schakel.

Geen netwerk

Omdat maatschappelijke kwetsbare jongeren weinig familiale en sociale bindingen hebben, hebben ze vaak minder – of zo goed als geen – ondersteunend netwerk. In een doorsnee gezinssituatie leren jongeren stapsgewijs verantwoordelijkheid te dragen. Langzaam aan worden ze losser gelaten, leren ze beslissingen nemen en dragen ze de gevolgen van hun keuzes. Bij de ene gaat dit wat sneller dan bij de andere, maar meestal zijn er geen noemenswaardige problemen.

Voor jongeren met een mentale beperking gecombineerd met een hechtingsstoornis verloopt dit helemaal anders. Zij leren trager (of niet) om te gaan met getrapte verantwoordelijkheden. Deze jongeren zijn vaak meesters in het verbergen van hun beperkingen. Ze zullen niet snel toegeven en accepteren dat ze langzaam leren of niet echt handig zijn in sociale situaties. Vaak ook verbloemen zij hun beperking door maar snel aan te geven dat iets begrepen is of door te zeggen dat ze een opdracht net heel goed aankunnen.

Vlam

Voor mensen met een beperking wordt het beleid vandaag té eenzijdig geïnspireerd door de paradigmashift van het VN-verdrag inzake de rechten voor personen met een handicap. Het burgerschapsmodel is gestoeld op de idee van het socio-economisch weerbare individu dat door een optimale benutting van talenten en kansen, op een succesvolle wijze – en liefst via betaalde arbeid – maatschappelijke aansluiting vindt. Het hoeft geen uitleg dat niet iedereen daarin lukt.

‘Het burgerschapsmodel is gestoeld op de idee van het weerbare individu.’

Zelf beslissingen nemen over het eigen leven is niet eenvoudig. Dat geldt zeker voor deze groep jongeren. Ze moeten zich inschakelen in een maatschappij die steeds ingewikkelder wordt. De overzichtelijkheid verdwijnt in de complexiteit. Dat zorgt voor een gevoel van desoriëntatie, stress en onzekerheid. Stel dat je als jongere met een beperking de oplossingen die je voorgeschoteld krijgt niet begrijpt? Dat alles te hoog gegrepen is? Is het dan niet normaal dat je ontvlambaar wordt?

Als de vlam dan in de pan slaat, worden diezelfde jongeren bestempeld als moeilijk, lastig, onverbeterlijk. Ze worden benaderd met de nodige afstand, met contracten, behandelprotocollen, gedragstechnieken om hen van die slechte gewoontes ‘af te helpen’. Ze moeten ook het verleden ‘achter zich laten’, terwijl het voor hen een dagelijks deel is van wat hen aanvalt van binnenuit.

Dwang

In de hulpverlening werd tot nu toe al te vaak dwang toegepast om dit ontplofgedrag onder controle te houden. Dat bleek nog kort geleden toen therapeut Tom Verhaeghe de aanpak hekelde in het centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie waar hij werkte. Hij stapte op omwille van de vele isolaties van jongeren. Dwang betekent dat er geweld of isolatie wordt ingezet om een doel te bereiken, veelal veiligheid voor zichzelf en anderen. Dwang is echter aanvallend en bedreigend, veroorzaakt verzet en werkt verwarrend en traumatiserend.

‘Dwang is een noodoplossing, een preventieve aanpak is beter.’

Dwang is een noodoplossing, een preventieve aanpak is beter. Ik ben ervan overtuigd dat isolatie en dwang afnemen als er meer rekening wordt gehouden met de sociaal-emotionele draagkracht van de jongeren. Het is nodig dat een begeleider weet hoe hij in zijn ondersteuning bij het laagste emotionele niveau van de jongeren kan sluiten, om zo de cliënt weer de ruimte te geven om te groeien, om zich in emotioneel opzicht verder te ontwikkelen.

Bovendien pleit ik ervoor om de ‘minderjarigenbegeleiding’ voor deze jongeren meer in tijd uit te spreiden. Deze jongeren hebben nood aan kansen om hun zelfstandigheid te ontwikkelen, maar steeds stapsgewijs, op maat en met duidelijke grenzen en kaders. Het heeft geen zin hen op hun 21ste te laten ‘vertrekken’ uit de instelling en hun qua nazorg een laag frequente mobiele begeleiding aan te bieden. Er is meer nodig dan af en toe eens te komen kijken of het goed gaat.

De overgang is te groot. Het is een misvatting dat deze groep kan rekenen op ‘een netwerk’. Beter is te zoeken naar zorg op maat. En te stimuleren dat deze groep alvast tot hun 25ste in vormen van studiowonen terechtkunnen. Liefst met dezelfde begeleiders en vertrouwenspersonen die ze voordien hadden, maar met meer getrapte vrijheid zodat deze jongeren beter voorbereid zijn op wat komen gaat.

Reacties [1]

  • Petra

    Als begeleidster van een mobiel ambulante dienst voor personen met een beperking pleit ik al jaren voor een betere samenwerking en doorstroming van deze jongeren. De opstropping na school en lange wachtlijsten vormen een groot probleem om een juiste en gepaste begeleiding aan te bieden. Een naadloze doorstroming is nodig. Dit impliceert meer personeel en dus meer budget…
    En dan loopt het weer vast!

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.