Spoedarts stuurt meisje met zelfmoordgedachten wandelen

Open brief aan Maggie De Block

Een meisje dat zich met zelfmoordgedachten aanmeldde op de spoeddienst van een ziekenhuis, kreeg van de spoedarts te horen dat ze lange wachttijden veroorzaakte voor de ‘echte’ patiënten. Met deze open brief wil ze minister van Volksgezondheid Maggie De Block aansporen om spoedartsen betere richtlijnen te bezorgen over psychisch lijden en zelfdoding.Luna is een schuilnaam. De echte naam is bekend bij de redactie.

Maggie De Block
© ID / Hatim Kaghat

Geachte minister van Volksgezondheid,
Geachte mevrouw Maggie De Block,

Ik lijd al tien jaar aan een angststoornis. Die werd veroorzaakt door psychologische mishandeling en verwaarlozing tijdens mijn kindertijd. Bij mijn psychiater volg ik sinds een jaar intensieve gedragstherapie en dat rukt de oude wonden wijd open.

Eind vorig jaar werden mijn paniekaanvallen zo hevig dat ik niet meer verder kon. Ik probeerde ze onder controle te krijgen met antidepressiva. Dat mislukte door de felle bijwerkingen: misselijkheid, buikpijn, geheugenverlies, wazig zicht met blauwe vlekken, gewichtsverlies en zelfs spierafbraak en evenwichtsstoornissen.

“Ik lijd aan een angststoornis.”

Met het kerstdiner op mijn maag, besloot ik om een nieuwe poging te wagen om met antidepressiva de extreme opstoten van angst onder controle te krijgen. Ik koos om dit te doen in de beschermende context van een ziekenhuis. “I’m on the highway to hell”, dacht ik terwijl ik een armbandje met mijn naam erop veel te strak rond mijn magere pols gebonden kreeg.

Andere planeet

Mijn naam was het enige dat die periode overeind bleef, daar op de psychiatrische afdeling van het algemeen ziekenhuis. Dag en nacht moest ik overgeven. Mijn paniekaanvallen verergerden, waardoor zelfs eten of drinken niet meer lukte. Mijn lichaam was uitgemergeld en wandelen ging moeizaam.

Stilletjes aan en met veel steun van de verpleging, werd het iets beter. De medicatie sloeg aan. Vijf kilo lichter en wetende dat ik voor x-aantal jaar vijf pillen per dag zou moet innemen, vertrok ik terug naar huis. Het was alsof ik vier weken op een andere planeet was geweest.

“Stilletjes aan sloeg de medicatie aan.”

Amper één week later startte ik te werken in de juridische sector, mijn allereerste job. Het leek erop dat ik eindelijk rustig aan mijn leven kon beginnen, als een vrolijke 22-jarige.

Doorverwezen naar spoed

Gezien de ernst van mijn angststoornis blijf ik in therapie bij mijn psychiater. Vooral de laatste maanden zijn deze sessies steeds heftiger. Ik krijg ze moeilijk verteerd en kamp met acute zelfmoordgedachten.

Mijn huisarts verwees me daarom vorige week door naar de spoeddienst en contacteerde de psychiater van wacht. Die zou in het ziekenhuis samen met mij overleggen of een nieuwe opname nodig was.

“Een gesprek krijg je hier niet.”

Huilend en trillend van angst wachtte ik op de beloofde psychiater. Maar in tegenstelling tot de psychiater kwam er een spoedarts op me af. Zijn enige vraag was of ik een opname wilde. Hierop legde ik de situatie kort uit en zei ik dat ik die keuze zelf niet kon maken.

“Een gesprek krijg je hier niet. Ofwel ga je in opname, ofwel ga je weg”, zei hij dictatoriaal. “De echte urgentiepatiënten moeten te lang wachten, omdat ik hier bij jou sta.”

Ontredderd

De spoedarts beschouwde mijn zelfmoordgedachten als een futiliteit. Gechoqueerd zei ik hem dat ik het dan zelf wel zou oplossen. Binnen gehoorsafstand bracht hij aan de telefoon live verslag uit tegen zijn collega: “Mevrouw dwingt een consultatie af en gedraagt zich theatraal.”

Totaal ontredderd haastte ik me van de spoedafdeling. Samen met mijn moeder ging ik terug naar de triageverpleegkundige. De spoedarts werd er opnieuw bijgehaald en startte meteen zijn betoog.

“Mevrouw gedraagt zich theatraal.”

“Het zou niet mijn verantwoordelijkheid zijn als uw dochter zich van het leven berooft”, zei hij tegen mijn moeder. “De mijne ook niet”, waste de verpleegkundige ook snel haar handen in onschuld.

De spoedarts vertelde dat hij jaren in de psychiatrie had gewerkt. Hij beweerde dat hij kon zien dat er met mij niets scheelde. Wanneer mijn moeder zei dat ze een klacht tegen hem zou indienen, riep hij door de gang dat de security ons moesten komen buitenzetten. Zonder ook maar op een enkele manier gehoord te zijn, verliet ik het ziekenhuis.

Traumatische ervaring

Dit was voor mij een zeer traumatische ervaring, bovenop alle trauma’s die ik al jaren met me meedraag. Je leest veel dat mensen met zelfmoordgedachten zich best naar een spoeddienst begeven. Waarom, vraag ik me nu af. Om bedreigd en beschuldigd te worden? Om compleet niet gehoord te worden?

“Waar kan ik nu nog terecht?”

Moet ik me zo zwaar lichamelijk verwonden opdat iemand naar me kijkt? Opdat ik verzorgd word? Ik sta met mijn rug tegen de muur, want waar kan ik nu nog terecht als het ondraaglijk wordt?

Spoedartsen zijn geen psychiaters, maar dit kan toch gewoon niet door de beugel? Het gedrag van de spoedarts is voor mij zelfs crimineel. Hij breekt zijn eed om mensen in nood te helpen. Schuldig verzuim, noem ik het.

Betere richtlijnen over zelfdoding

Mevrouw de minister, ik vertel u mijn verhaal niet om mijn eigen lijden te etaleren. Ik hoop wel dat mijn verhaal u wakker schudt.

“Ik hoop dat mijn negatieve ervaring uniek is.”

Misschien is mijn negatieve ervaring uniek en loopt het op alle andere spoeddiensten wel goed. Ik hoop het van harte. Dan nog moeten er voor spoedartsen betere richtlijnen komen over psychisch lijden en zelfdoding. Zodat al mijn lotgenoten in de toekomst wel geholpen worden.

Hopend dat deze brief niet op de stapel ‘ongewenst’ belandt, zoals dat met mij gebeurde op spoed, dank ik u bij voorbaat.

Met vriendelijke groeten.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen