Sociale huurders willen gehoord worden

Een huurderskrant is onvoldoende

Bewoners vragen om beter betrokken te worden bij het beleid van hun sociale huisvestingsmaatschappij. Terecht, bewonersparticipatie heeft zowel voor huurders als sociale verhuurders immers veel voordelen.

sociale huisvestingsmaatschappij
© ID/ Patrick De Roo

Grenfell Tower

De fatale brand in de Londense Grenfell Tower staat in ons geheugen gegrift. De bewoners van de Grenfell Tower trokken in de periode voor de brand meermaals aan de bel over de brandveiligheid van het gebouw. Alleen wilde niemand luisteren.

Het dramatische voorval toont op de meest schrijnende manier aan dat de stem van sociale huurders belangrijk is. Maar bewonersparticipatie is natuurlijk veel meer dan dat.

“Verwachtingen werden nog niet ingelost.”

VIVAS, het Vlaams netwerk van sociale huurders, trekt dit jaar resoluut de kaart van lokale bewonersparticipatie. Met een studiedag, een congres voor sociale huurders en met een doorwrocht dossier in de hand, eisen sociale huurders meer betrokkenheid bij het beleid van hun sociale verhuurder.

Vlaams Minister van Wonen Liesbeth Homans sprak in haar ‘Beleidsbrief Wonen 2016-2017’ over het “verbreden en verdiepen van bewonersparticipatie voor alle sociale huisvestingsmaatschappijen”. Een boodschap die bij de sociale huurders op gejuich werd onthaald. De verwachtingen werden echter nog niet ingelost.

Experts van sociaal wonen

Sociale huurders zijn experts op het vlak van sociaal wonen. Om de woon- en leefkwaliteit in de sociale huisvesting te verbeteren, is het daarom vanzelfsprekend dat ze hun stem kunnen laten horen. `

“Men kan nog reuzenstappen vooruitzetten.”

Heel wat huurders willen zich graag engageren voor hun straat, wijk en buurt. Dat tonen de talloze projecten die in Vlaanderen reeds bestaan of worden opgestart. Betrokkenheid van huurders zou dus een evidentie moeten zijn. Nochtans kan men in Vlaanderen nog reuzenstappen vooruitzetten.

Dat blijkt toch uit de beoordeling van de visitatieraad. Zij gaan na hoe een sociale huisvestingsmaatschappij haar werk doet. Eén van de indicatoren slaat op de mate van betrokkenheid van huurders. Wat blijkt? Slechts 36% van de huisvestingsmaatschappijen scoren goed of uitstekend op het vlak van huurdersbetrokkenheid.

Voor het meten van de klanttevredenheid scoren de huisvestingsmaatschappijen met 45% goed of uitstekend iets beter, maar nog steeds ondermaats. Nochtans zijn er ook heel goede voorbeelden. Zo werd in september de Huurdersadviesraad van Roeselare nog in de kijker gezet als beste praktijk. Waarom lukt dit niet overal?

Sociale verhuurder op zoek

In de zoektocht naar antwoorden besloot VIVAS om zowel de sociale verhuurders als opbouwwerkers te bevragen. Daaruit blijkt dat het met de intenties echt wel goed zit.

Op de vraag ‘Hoe nuttig vindt u bewonersparticipatie’ scoren sociale huisvestingsmaatschappijen gemiddeld 8,2 op 10. Behoorlijk nuttig dus. Wat betreft bereidheid tot bewonersparticipatie ligt de score met 8,9/10 zelfs nog hoger.

“Blijvende structurele particpatie is moeilijk.”

Bovendien geeft 85% van deze huisvestingsmaatschappijen aan dat ze nu al aan één of andere vorm van bewonersparticipatie doen. Een groot deel heeft een huurderskrantje (73%) of neemt tevredenheidsenquêtes af (83%). In mindere mate vermelden ze het bestaan van een huurdersgroep (63%) of huurdersadviesraad (17%).

Ze merken echter tegelijk op dat ze heel wat moeilijkheden ondervinden om een blijvende, structurele participatievorm te ontwikkelen.

Wettelijke verankering

In het kaderbesluit sociale huur worden een aantal basisbegeleidingstaken opgelegd aan de sociale huisvestingsmaatschappijen. Het gaat dan om het informeren en ondersteunen van de huurders en kandidaat-huurders.

“Enkel een huurderskrant is geen participatie.”

Enkel een huurderskrantje uitgeven, kan je bezwaarlijk participatie noemen. Bij echte participatie moet er zowel sprake zijn van informatiedeling, betrokkenheid als het recht op advies. Deze principes moeten worden vastgelegd in de Vlaams Wooncode en verder geëxpliciteerd in de taakstelling van de sociale verhuurders.

Participatieplan

Een participatieplan dat voldoende rekening houdt met de lokale context kan uitdrukking geven aan het engagement van de sociale huisvestingsmaatschappij. In zo’n plan staan duidelijke engagementen om de huurders maximaal te betrekken bij het beleid van de huisvestingsmaatschappij.

Een goed plan geeft antwoord op vragen zoals: Hoe blijven huurders op de hoogte van de werking van de verhuurder (huurderskrantjes, informatiemomenten…)? Hoe kunnen huurders advies verlenen (tevredenheidsenquête, inspraakmomenten…)? Hoe motiveert de sociale verhuurder zijn beslissingen?

Een systematische en periodieke audit kan de sociale huisvestingsmaatschappijen dwingen om werk te maken van sterke bewonersparticipatie.

Middelen

Maar een wettelijk kader is niet genoeg. Er is ook nood aan financiële ondersteuning om huurders langdurig en structureel te betrekken. De ervaring leert dat ondersteuning en vorming van huurders en verhuurders onontbeerlijk is.

“Ondersteuning van huurders is onontbeerlijk.”

Uit voorzichtige simulaties van VIVAS blijkt dat er zeventien voltijdse ondersteuners nodig zijn om lokale bewonersparticipatie in heel Vlaanderen te organiseren. Dit is vergelijkbaar met de kost van zes gemiddelde nieuwbouwwoningen per jaar. Dat betekent zo’n zes euro per woning per jaar. Het is jammer dat men die investering voorlopig niet wil doen.

Internationale voorbeelden

In vergelijking met onze buurlanden staat de Vlaamse lokale bewonersparticipatie nog in zijn kinderschoenen. Nederland en Denemarken hebben een lange traditie van sterke particpatie van sociale huurders. Zelfs Engeland staat verder dan Vlaanderen.

Voor sterke participatie moet je zelfs onze landsgrenzen niet over. In Brussel word je wakker met radiospotjes die je oproepen om je kandidaat te stellen voor de lokale huurdersgroep. Tijd om ook in Vlaanderen de vlucht vooruit te nemen.

“Brussel vertrekt vanuit een duidelijk wettelijk kader.”

Brussel vertrekt vanuit een duidelijk wettelijk kader waar ook budgetten tegenover staan. Er zijn echter kanttekeningen te plaatsen bij de uitwerking. Heel veel criteria en te rigide afspraken zorgen er soms net voor dat het ontoegankelijk wordt voor een deel van de huurders.

Het is niet nodig, en vaak zelfs niet wenselijk, dat alle huurders op hetzelfde niveau participeren. Maar de mogelijkheid om te participeren moet er wel zijn.

Kansen

Lokale Vlaamse, geëngageerde sociale huurders en bewonersgroepen komen nu al samen in VIVAS. Ze worden ondersteund door het Vlaams Huurdersplatform. Zowel lokale ervaringen als het algemeen sociaal woonbeleid worden er besproken.

“De voordelen van participatie zijn niet op één hand te tellen.”

Huurders worden in verschillende overlegorganen betrokken. Toch was het voor de sociale huurders een bittere pil toen de Vlaamse regering VIVAS niet langer een zitje toekende in de Vlaamse Woonraad. Nochtans de plek bij uitstek om het Vlaams woonbeleid te adviseren.

De kansen om echte participatie te organiseren liggen ondertussen voor het grijpen. De voordelen van structurele bewonersparticipatie zijn immers niet op één hand te tellen. Het beheer van de sociale huisvestingsmaatschappijen wordt efficiënter. De verstandhouding tussen huurder en verhuurder verbetert. De maatschappij kan beter inspelen op de behoeften van haar bewoners.

Jammer dat structurele bewonersparticipatie nog in haar kinderschoenen staat. Tijd voor een maatje groter.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen