Opinie

Open brief aan Valerie Van Peel: ‘Het beroepsgeheim is geen lachertje’

Joost Bonte

“Verplicht hulpverleners om kindermisbruik te melden. Hef het beroepsgeheim op”, zei kamerlid Valerie Van Peel (N-VA) in De Zondag. Sociaal werker Joost Bonte reageert: “De basis van goede hulp ligt in het vertrouwen dat hulpvragers hebben in de hulpverlener.”

Valerie Van Peel

© ID / Bob Van Mol

Dag Valerie

Op zondag 25 oktober gaf je in De Zondag een inkijk in je ziel. Een pittig interview.

Een tijd geleden zaten we samen in de tv-studio van het Canvas-programma Nachtwacht. Ook toen deed je scherpe uitspraken. Ik wil je feliciteren met je gedrevenheid, ook die waarmee je kindermishandeling bestrijdt.

‘Als hulpverlener ben ik luisteraar, trooster, aanjager en moralist.’

Je niet aflatende inzet om de kwetsbaarste groep – of zoals jij ze noemt: “die zonder stem” – in onze samenleving te beschermen tegen het geweld waartegen ze zich niet kunnen verzetten, siert je uitermate. Je weet dat ik in deze strijd je compagnon ben

Over hoe we de strijd het best voeren, raken we het maar niet eens. Jij wil het aanpakken door hulpverleners misbruik en mishandeling verplicht te laten melden. Ik ben ervan overtuigd dat investeren in meer kwalitatieve hulpverlening soelaas zal brengen. Misschien ligt de oplossing ergens in het midden, maar ik twijfel daar aan.

Basis van goede hulpverlening

De basis van goede hulpverlening ligt in het vertrouwen tussen hulpvrager en hulpverlener.

Als mensen denken dat wat ze vertellen of tonen tegen hen zal gebruikt worden, gaan ze nooit het achterste van hun tong laten zien. Ze zullen dingen verbloemen of verzwijgen, met als gevolg dat de ondersteuning, reflectie en remediëring hun doel missen.

Het beroepsgeheim – iets waar jij je permanent tegen verzet – is voor mij een ‘kamer’ waar ik me samen met mijn ‘gast’ in terugtrek, de deur sluit, hem bij zijn nekvel grijp en alle hoeken van de kamer laat zien, hem op zijn verantwoordelijken wijs, afspraken maak en dan samen naar buiten stap.

‘Als mensen denken dat wat ze vertellen of tonen tegen hen zal gebruikt worden, gaan ze nooit het achterste van hun tong laten zien.’

Als hulpverlener ben ik luisteraar, vraagverhelderaar, trooster, aanjager, eerste (be)rechter, ondersteuner, aanbieder van oplossingen, spiegel, moralist en de drager van de last… Want ik zweer: het vallen onder het strafrechterlijk georganiseerde beroepsgeheim is geen lachertje. Daarom lijkt het me essentieel dat we hulpverleners vormen in het doorhakken van ethische knopen en trainen in praktische wijsheden: een koppeling van theoretische expertise, ervaring en deugdzaamheid.

Alerte aanbodmijders

In de loop der jaren heb ik één groep hulpvragers met een ongeziene snelheid zien toenemen: de zorgwekkende zorgmijders.

Ik noem ze liever de alerte aanbodmijders. Mensen die geen vertrouwen (meer) hebben in de hulpverlening omdat ze ofwel zelf, ofwel door verhalen van anderen, ervaren hebben dat je vaak niet begrepen en te dikwijls finaal gestraft wordt als je hulp vraagt.

‘Hulpverleners delen te vlot vertrouwelijke gegevens met elkaar.’

Sinds de zaak-Dutroux en de toenemende specialisaties in het sociaal werk hebben veel hulpverleners zich de gewoonte aangeleerd om vertrouwelijke gegevens met elkaar te delen. Ze doen dat te vlot, en zonder goed te weten wat de finaliteit is van het handelen van hun collega’s. Dat is een probleem.

In verschillende sociaalwerkpraktijken is het intussen zelfs zo dat een aantal justitiële partners wezenlijk deel uitmaken van hulpverleningsteams. Het vertrouwen dat het ene teamlid uitdraagt, wordt door een ander teamlid vertaald in een sanctie. Het is geen basis voor vertrouwen.

Wachtlijsten

Er zijn natuurlijk altijd situaties waar we aanklampend en stringent moeten optreden. Niemand die daaraan twijfelt. Maar laat dit de uitzonderingen zijn en blijven. Bovendien is er voldoende wet- en regelgeving om die situaties aan te pakken zonder dat we een soort algehele meldingsplicht moeten installeren.

Maar ik wil hier graag nog een keer de feiten aanhalen. Het is de context waarbinnen kinderen en gezinnen tegen een muur lopen. Meer dan 5.500 jongeren staan op de wachtlijst voor doorgedreven jeugdhulp, bijna 1000 kinderen wachten op een pleeggezin.

In België leeft meer dan één kind op zes in armoede, één op tien jongvolwassenen verlaat het leerplichtonderwijs zonder diploma of getuigschrift, 3,8 procent van de Vlaamse jongeren tussen 15 en 24 jaar ondernam ooit een zelfmoordpoging…

Het lijkt me dan ook veel efficiënter om in te zetten op acties die deze cijfers naar beneden halen, in plaats van nog meer verwarring te stichten bij hulpverleners en mensen die een nood ervaren. Toch?

Warme groet
Joost

Reacties [8]

  • Bart

    Ik herken mij perfect in de quotes bij dit artikel.
    Als het er echt op aankomt heb je als cliënt niks maar dan ook niks te zeggen en is het beroepsgeheim volkomen waardeloos. Vandaag de dag al.
    Kijk naar de enorme lijst van uitzonderingen die er bestaan. In elk van die situaties is het de hulpverlener die een “inschatting” maakt, die fout kan zijn.
    Enkel jij kan daar uitsluitsel over geven, maar niet als je niet betrokken wordt.
    Ik spreek hier jammer genoeg uit eigen ervaring en herken mezelf ondertussen in die groep van zorgmijders.
    Als je hulpverlener achter je rug beslist om een inschatting van jou te gaan maken met collega’s, zonder jou daarbij te betrekken, terwijl je expliciet vraagt wat er aan de hand is… De collega-hulpverleners volgden domweg die inschatting zonder mij ooit gehoord of gezien te hebben.
    In mijn situatie was dat maar het begin…
    De perceptie tegen krijgen dankzij je hulpverlener, dat is het allerergste dat je kan voorhebben.
    Ooit hoop ik het verhaal te doen.

  • Ronald Stevens

    Ik kan de schrijver van het artikel, Joost, volledig bijtreden. Voor hulpverleners is het doorbreken van taboes, mensen over de drempel helpen, alleen mogelijk wanneer er totaal vertrouwen heerst. Ik ben opgegroeid in een gezin waar bijna tot de dood toe alles binnenskamers moest blijven. Zo bleven toestanden bestaan die beter van bij de aanvang door begeleiding en opvolging waren aangepakt.

    Proficiat met jullie in deze tijd broodnodige forum.

    Ronald

  • Xavier Maes

    Mijn vermoeden is dat mevr.Van Peel dit wilt omdat ze ook een groot vermijdingsgedrag ziet bij de hulpverleners om het probleem van kindermishandeling echt aan te pakken. Misschien ook eens een onderzoek doen om te zien welke de oorzaken zijn van zorgvermijdingsgedrag. Vanuit mijn beroepservaring met het onderwerp is er een middenweg mogelijk.

    • Lucas Vandendriessche

      Ik kan dat van vermijdingsgedrag hulpverleners bijtreden. Zinvolle opmerking. In de praktijk merk je dat het beroepsgeheim voor sommige (sommige) partners een handig excuus is om verder te doen op het eigen eilandje en dat eilandje veilig te stellen. Vooral je eigen lijn aanhouden. Op een zeldzaam echt zorgoverleg kom je dan tot de vaststellling dat sommige partners, actief in het gezin, elkaar niet eens kennen. Of info willen delen, in kader van beroepsgeheim. Laat staan dat er mogelijkheden zijn om met die partners vooruit te komen in onderling overleg op strategische en praktische lijnen. Ik weet heel goed: dat overleg gaat over de hoofden van dat gezin heen. En ja: ‘vertrouwen’ is de basis van veel zaken… De medaille van het beroepsgeheim heeft twee kanten: geen papieren vod, maar ook geen heilige graal. Toch ergens in het midden dan!?

  • Kristin Van den Kieboom

    Ikzelf heb mijn best gedaan om misbruikte en mishandelde kinderen een warmte thuis te geven ondanks al mijn eigen miserie wil ik niet dat mijn karakter er slechter van wordt en fat ik verbitterd geraak,dankzij mij zijn er toch 2 van de 15 op het rechte pad gebleven en hebben nu een vaste job,een auto en rijbewijs en ze wonen samen en kennen nu eindelijk liefde,het is te onmenselijk wat mijn pleegzoon heeft moeten meemaken op heel jonge leeftijd,mijn maag draait er nog steeds van om,maar ik heb me voorgenomen dat ik hem vanaf nu altijd zal beschermen en eigenlijk na 7j heeft hij me niet meer nodig om hem bij te staan, hij kan de wereld aan samen met zijn vriendin. Ik heb met beiden nog een heel goed contact en ze hebben het beiden gehaald door zelf sterk te zijn en hard te werken aan hun toekomst,ik heb hier veel commentaar op gekregen dat ik eerst naar mijn eigen noden moet zien maar ik ben blij dat ik hen geholpen heb,er is niks officieel gebeurd,het kostte e handenvol geld en tijd

  • Kristin Van den Kieboom

    Als invalide alleenstaande vrouw van 55j heb ik het heel moeilijk met het feit dat je financieel helemaal gepluimd wordt door bv.de huur,die is 2/3 van mijn inkomen,nu terk ik wel een huurpremie wat wel helpt,maar in mijn jeugd werd er gevraagd aan de vrouwen ,blijf thuis en verwek kinderen.awel ik heb er 5 alleen opgevoed,die allemaal werken+getrouwd zijn en hun echtgenote ook werkt en allemaal afdragen voor het schamele inkomen van ongeveer 1030e +166e huurpreme,als u weet dat de vaste kosten :huur,gas en elektriciteit, water,en scarlet een bedrag vormen van meer dan 800e en ik ben al langs ocmw geweest,resultaat ik moet het geld dat ze me GAVEN een deel terugbetalen, ik durf nergens meer hulp vragen want dan zeggen ze :je hoeft geen dieren te hebben,maa6 zij zijn het die me in leven houden,want ik ben zoveel belogen,bedrogen geweest in mijn leven dat ikeen auto immuun ziekte heb gekregen +dat mijn rug is gebroken door een ex en een andere ex heeft mijn dochters misbruikt

  • Helen Blow

    ik zou graag horen wat de vertrouwenscentra kindermishandeling hierover te zeggen hebben? en de family justice centra?

    • Erik Verreyken

      De open brief is nogal vrijblijvend vind ik. Ten eerste hoeft het beroepsgeheim niet worden opgeheven. Er is de meldingsplicht wanneer de hulpverlener acht dat de gezondheid, de levenskwaliteit of het leven van een derde gevaar loopt. Dit kan in een eerste stap worden besproken, geëvalueerd en beoordeeld dankzij het instrument van het gedeeld beroepsgeheim met de directe collega’s of coördinator. Dankzij dat gedeeld beroepsgeheim wordt de kennis van informatie door een breder, en wie weet, meer betrokken collega mee geëvalueerd. de vertrouwensrelatie tussen hulpverlener en cliënt kan haar basis behouden wanneer de cliënt mee stapt in de dynamiek van het gedeeld beroepsgeheim. In een tweede fase kan de cliënt ook meestappen in het gevaar van zijn gedrag, naar het slachtoffer. Dat zijn/haar gedrag de gezondheid/veiligheid/levenskwaliteit of leven in gevaar is. Een dader van geweld/seksueel geweld houdt meestal van het slachtoffer. Het is dus een en/en verhaal.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.