Ook familie botst op gevolgen van gevangenisstraf

Ex-gedetineerden verdienen een tweede kans

Je zoon of dochter, broer, zus of partner wordt veroordeeld tot een lange gevangenisstraf. En op een dag komen ze weer vrij. Ook voor familieleden is dat een moeilijk parcours met wisselende gevoelens. Twee gezinnen vertellen hoe het voelt om de draad weer op te pakken na de veroordeling van hun zoon.Deze bijdrage is gebaseerd op het boek: Bauwens, A. (2018), Een tweede kans. Leven na een celstraf, Antwerpen, Vrijdag. Dit boek werd opgenomen in de reeks ‘Wabliefboeken’, vlotte boeken in duidelijke taal.

gedetineerden
©Valentin Lacoste / Unsplash

Ongeloof en verdriet

De directe omgeving ondervindt heel wat nadelige gevolgen voor, tijdens en na de hechtenis van een naaste. De gevolgen situeren zich op verschillende terreinen: praktisch, financieel, relationeel en emotioneel. Na het eerste ongeloof over wat gebeurde, volgt een persoonlijke rouw: het verdriet van de directe familieleden van gedetineerden. Er wordt gezegd dat mensen rouwen zoals ze in het leven staan. De ene extravert, de ander introvert. De ene rationeel, de andere emotioneel. Soms werkt het verdriet verlammend.

“Niets lijkt meer te zijn zoals tevoren.”

Alledaagse zaken worden plots in een ander daglicht geplaatst. Niets lijkt meer te zijn zoals tevoren. Buren vermijden bijvoorbeeld gesprekjes of kennissen steken plots de straat over als ze je zien aan komen. Er klinkt geroezemoes bij de bakker en overal zie je starende blikken.

Verdoofd

Er horen vijf gemoedstoestanden bij een rouwproces: ontkenning, woede, strijd, depressie en aanvaarding.Kübler-Ross, E. (2006), Over rouw. De zin van de vijf stadia van rouwverwerking, Amsterdam, Ambo.Toegepast op rouw van familieleden van gedetineerden, leveren deze stadia een beeld op van mensen die eerst zo verdoofd zijn dat zij bijna niet kunnen geloven dat de misdaad heeft plaatsgevonden. Er heerst ongeloof. Wat is er gebeurd?

“Het moet een vergissing zijn.”

“Het kwam als een donderslag bij heldere hemel. Ik kan nog steeds niet geloven wat er gebeurd is. Wat heb je gedaan? Heb jij dit echt gedaan? Waarom? Ik kan het niet geloven. Ik wil het niet geloven.” (mama van Sam)De namen zijn fictief.

“Op het politiekantoor hoor ik voor het eerst dat mijn zoon verdacht wordt van een zware misdaad. Mijn zoon? ‘Dat kan niet!’, zeg ik tegen de agenten. Het moet een vergissing zijn, een heel erge vergissing.” (papa van Nico)

Op zoek naar verklaring

Hierop volgt vaak een koortsachtig zoeken naar een verklaring. Hoe is dit in hemelsnaam kunnen gebeuren? Bij de twee families viel het op dat de moeders vooral de schuld bij zichzelf legden. Ze twijfelden aan zichzelf. Gaven ze misschien te weinig moederliefde? Of juist te veel?

“Moeders leggen de schuld bij zichzelf.”

“Ik voel me alsof ik ook schuldig ben. Schuldig omdat ik misschien te weinig of verkeerd van hem hou. Wie zal het zeggen?” (mama van Sam)

“Ik heb veel voor mijn kinderen gedaan. Veel te veel. Dat klopt. Ik stel me nu veel vragen. Gaf ik hem te veel moederliefde? Gaf ik hem te vaak zijn zin? Had ik meer ‘neen’ moeten zeggen toen hij als kind iets vroeg?” (mama van Nico)

Ik zie het niet meer zitten

Na deze fase volgt bij de meesten een fase van depressie, het niet meer zien zitten. Familieleden sluiten zich letterlijk af van de buitenwereld.

“Mijn leven nu, met mijn man in de gevangenis, is een groot vraagteken. Zo heb ik me mijn leven niet voorgesteld. Ik weet het niet meer. Alles kost me moeite. Ik kan niet slapen. Ik lig wakker en denk aan hem. Ik ben radeloos van verdriet. Ik sleep me naar mijn werk. Daar zit ik maar te zitten. En daarna sleep ik me terug naar huis. Ik val uitgeput in de zetel, maar kan niet slapen. Ik ben zo moe.” (partner van Sam)

“Familieleden sluiten zich af van de buitenwereld.”

“Mijn wereld stort in. Mijn kinderen en mijn gezin zijn het belangrijkste in mijn leven. Ik zit alleen thuis en voel me verdrietig. Ik huil vaak. Als ik stilzit, ga ik piekeren. De misdaad en de gevolgen ervan voor onze familie, ze zitten de hele tijd in mijn hoofd. Het is een moeilijke, eenzame tijd. Ik voel me machteloos.” (mama van Nico)

Nu is het genoeg

En tot slot, aanvaarding, berusting en het zoeken naar een nieuw evenwicht. Familieleden vertelden dat hun leven in puin lag, dat ze eerst verdoofd tussen de brokstukken zaten en daarna – met vallen en opstaan én met de hulp aan elkaar – probeerden recht te klauteren. Zo spraken familieleden opvallend vaak over een kantelmoment, een moment waarop ze besloten dat vanaf nu het lijden genoeg is geweest.

“Ik heb er genoeg van. Ik wil me niet meer schuldig voelen. Je kunt iemands misdaad niet ongedaan maken. Maar hij is mijn zoon. Ik zal hem nooit verstoten. Want ik ben zijn moeder. Ik heb een hart. Hij is mijn kind. Ik zal er altijd voor hem zijn, voor hem en ook voor zijn gezin.” (mama van Sam)

“Na de veroordeling van mijn zoon, heb ik mij enkele jaren afgesloten van de wereld. Ik bleef thuis en kwam bijna niet meer buiten. En toen was het genoeg. Wat er ook gebeurt, mijn zoon zal altijd mijn zoon blijven. Ik ben zijn moeder, ik moet en zal mijn zoon altijd beschermen.” (mama van Nico)

“Emoties kunnen door elkaar lopen.”

Het rouwproces verloopt bij niemand netjes stap voor stap. De beschreven emoties kunnen naast en door elkaar de kop op steken: binnen één en dezelfde dag en vaak nog vele jaren later.

Eén ding staat wel vast. De datum waarop hun zoon, broer, partner in de gevangenis terechtkwam en de datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling staan bij iedereen in het geheugen gegrift. Ze symboliseren bij uitstek de duale gevoelens waartussen familieleden jaren geslingerd werden: enerzijds onnoemelijke pijn en verdriet en anderzijds blijdschap, opluchting en hoop.

Van dag tot dag

Bij de meesten ontstond een nieuwe balans naarmate de tijd verstreek. Beetje bij beetje kwamen momenten terug van kunnen genieten en gelukkig zijn. En minder momenten van schuld, schaamte en verdriet. Hoewel dit laatste gevoel nooit helemaal verdwijnt. Er is verdriet dat blijft, dat nooit volledig weggaat.

“Het verdriet gaat nooit volledig weg.”

Had je de familieleden tien jaar geleden gevraagd of ze op een dag weer gelukkig zouden zijn, de meesten hadden je zonder twijfel geantwoord: “Ik weet het niet. Ik kan niet vooruitkijken. Ik ben bezig met overleven”. Een toekomstbeeld was onbestaande. Ze leefden van dag tot dag.

Opnieuw gelukkig

Inmiddels kunnen een aantal familieleden zeggen dat ze weer gelukkig zijn. Niet omdat ze wat er is gebeurd ontkennen of te minimaliseren, maar door het een plaats te geven in hun leven. Soms door er een levensles aan vast te koppelen.

“Ik relativeer veel meer en geniet van kleine momenten. Ik heb geleerd waar het echt om draait in het leven: goed voor je naasten zorgen, eerlijk zijn, geluk delen en waar mogelijk jezelf ontwikkelen. In die volgorde.” (mama van Sam)

“Ik heb geleerd waar het echt om draait.”

“Als ik iets geleerd heb de laatste jaren, dan is het dat alles plots kan veranderen. Elke ouder kan meemaken wat ik meemaakte. Zeg nooit dat het jou niet zal overkomen. Sommige dingen gebeuren, daar kan je niks aan doen. En dan moet je ermee leren omgaan.” (mama van Nico) 

Schone lei

Een ex-gevangene die in vrijheid is gesteld, wordt verondersteld zijn straf uitgezeten te hebben en daarmee ook zijn schuld te hebben uitgeboet. Juridisch klopt dit. Helaas is de werkelijkheid ingewikkelder.

Van familieleden wordt niet verwacht dat ze de misdaad vergeten als een voorwaarde om verder te gaan. Cliché’s als ‘zand erover’ of ‘met een schone lei beginnen’, gaan hier niet op. Wat moeten familieleden dan wel met de situatie aanvangen? Met grote tegenslagen, groot verdriet valt helaas niet veel te beginnen. Je probeert te begrijpen, maar er valt niet zoveel te begrijpen. Je zoekt verklaringen, maar vaak raken de verklaringen de kern niet.

Misschien gaat het veeleer over vergeven. En we weten dat hoe sterker je band met iemand is, hoe meer je geneigd bent om te vergeven. Of om het met de woorden van psychiater Dirk De Wachter te zeggen: “Verdriet geeft een waarachtige verbinding tussen mensen.”De Wachter, D. (15 december 2015), Lezing ‘Hoe maken we van onze maatschappij een samenleving?’, Leuven, STUK Auditorium.

Een tweede kans

Het zijn net de familieleden die in beide verhalen alle ruimte geven voor een nieuwe kans. Figuurlijk, maar ook letterlijk, bijvoorbeeld door mee te zoeken naar een nieuwe woonst of mee schulden af te betalen.

“Familieleden vergeven de gedetineerde.”

Familieleden vergeven de gedetineerde het leed dat hen werd aangedaan. Voor anderen is het niet zo vanzelfsprekend. Het blijkt moeilijker om te kijken naar de (ex-)gedetineerde als mens en niet als dief, verkrachter, drugsdealer of moordenaar.

“Ik mag niet de mens worden die anderen denken die ik ben. Ik ben geen zware, gevaarlijke jongen. De rechtbank en de kranten schrijven over mij als een monster. Ik wil geen monster zijn. Ik heb fouten gemaakt, dat klopt. Maar ik ben geen monster. Ik ben een mens.” (Sam)

Vergeten en vergeven?

De vraag is maar of de samenleving ook kan vergeven na een misstap? En: is er een weg tussen vergeten en vergeven? Internet of de media, bijvoorbeeld, strooien regelmatig zand in de radar van het vergeetmechanisme. Wat op het net of in de media verscheen, verdwijnt nooit volledig. Ex-gedetineerden en hun familieleden kunnen meespreken over de negatieve gevolgen.

“Heeft hij dan geen recht om opnieuw te beginnen?”

Ex-gedetineerden moeten opnieuw deel uitmaken van de samenleving waaruit ze tijdelijk verbannen zijn geweest. Als we het in politiek en beleid regelmatig hebben over het geven van tweede kansen, dan moeten we die ook geven.

“Eigenlijk vind ik het niet erg dat mensen praten of schrijven over de misdaad. Het is gebeurd, dat kan je niet ontkennen. Maar de naam van mijn broer moet er toch niet altijd bij. Hij is gestraft. Hij heeft heel lang in de cel gezeten. Heeft hij dan geen recht om opnieuw te beginnen? Krijgt hij geen tweede kans, zonder dat mensen het blijven hebben over die ene zware fout? Mijn broer heeft dingen gedaan die niet mogen. Maar alle goede dingen die hij heeft gedaan, worden vergeten.” (zus van Sam)

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen