We worden verleid om unieke mensen te reduceren tot data

Objectiviteit en sociaal werk

In een recent opiniestuk wijst jeugdwerker Broos Claerhout op de gebrekkige politieke slagkracht van sociaal werk. De oorzaak moeten we zoeken bij het sociaal werk zelf. En dus is de vraag waarom dat allemaal niet anders en beter kan.

objectiviteit
© Ryoji Iwata / Unsplash

Beleidsinstrumenten

Claerhout gooit de bal meteen keihard in het kamp van het sociaal werk. “Het ware gevaar schuilt in het sociaal werk zelf. Hoe sociaal werkers naar hun job kijken. Als we onze taken en opdrachten zelf gaan beschouwen als instrumenten in handen van beleidsmakers (…), dan werken we dat systeem mee in de hand.”

Wat loopt er fout in het sociaal werk? Sociaal werkers klagen terecht over de door de overheid opgedrongen administratie, procedures, kwaliteitsnormen en registraties. Maar achter dat opdringerig gedrag van de overheid schuilt een veel groter probleem. We worden verleid om unieke mensen te reduceren tot kwantificeerbare data.

Objectiviteitsideaal

En die verleidingspoging blijkt nog te werken ook. Ik geef een paar anekdotes uit mijn onderwijservaring.

“De verleidingspoging werkt.”

Wanneer ik aan mijn studenten vraag hoe ze met hun cliënten zullen omgaan, dan antwoorden ze steevast dat ze dit objectief willen doen. Als ik hen dan daarop vraag of hun cliënten dan objecten zijn, dan wordt het meestal stil.

Een ander voorbeeld. Collega-docenten geven aan dat ze studenten objectief beoordelen, liefst door middel van meetbare en objectiveerbare gedragsindicatoren. Opnieuw is het daar weer: objectiviteit! Vreemd toch. Geen enkele sociaal werker vindt dat hij zelf of zijn cliënt een object is. Waar komt dit steeds terugkerend objectiviteitsideaal dan vandaan?

Bedrieglijke zintuigen

Ik passeer even bij de filosofie. De Franse denker Descartes vroeg zich af wat hij precies ziet wanneer hij een stuk was van een kaars ziet. Wat is dat: ‘was’? Descartes meent dat wat we met onze zintuigen ervaren bedrog is.

Bekijken we even een stuk was. Volgens Descartes is het wezen of de kern van de was niet bepaald door de witachtige kleur, noch door de geur van de bloemen die gebruikt werden voor het maken van de was, noch door de zachtheid van de was die we met mijn vingers kunnen voelen.

“Enkel wiskunde zou objectieve kennis opleveren.”

Niets van dit alles is de kern van de was. Was kan immers al die kwaliteiten verliezen, zonder dat het ophoudt te bestaan. Kijk maar eens wanneer we die was opwarmen. In dit geval smelt de was, de kleur, de geur en de viscositeit verandert. Toch blijft die was dezelfde. Wanneer de was afkoelt, dan keren die verdwenen kenmerken terug. De kern van de was is blijkbaar niet de kleur, geur of de viscositeit ervan.

Wiskunde helpt

Wat is dan wel de kern van was? Volgens Descartes is ze slechts een stuk materie zonder kwaliteiten. De kern van de was zit blijkbaar, ergens verstopt, achter dat wat we ervaren.

Om die verdoken kern daadwerkelijk te leren kennen, grijpt Descartes naar de wiskunde. Enkel de wiskunde zou ons objectieve en onbetwijfelbare kennis opleveren. Meetbare criteria tonen hoe de dingen zijn. Hiermee bevrijdt Descartes ons meteen van onze lastige en wankelmoedige subjectiviteit.

Subjectiviteit aan de kant

Ik keer terug naar het sociaal werk. Hoeveel generaties sociaal werkers werden opgeleid met het idee dat ze hun subjectiviteit aan de kant moeten schuiven? Dat datgene wat ze emotioneel en lichamelijk ervaren één grote illusie is? Dat het antwoord op het sociaal werk ‘enkel’ in de objectieve wetenschappen terug te vinden is?

“Alsof de cliënt een stuk materie is.”

Dan krijg je een cliënt op gesprek die vertelt over zijn moeilijkheden, zijn beleving, de verschillende complexe relaties waarmee hij worstelt. Vervolgens gaat de sociaal werker via objectieve criteria op zoek naar de kern van het probleem… want die zit blijkbaar achter de ervaring. Alsof de cliënt een stuk materie is zonder kwaliteiten.

Filosofische zombies

De stap naar afvinklijstjes, procedures of gedragsindicatoren is dan klein. Wanneer de subjectieve beleving van de sociaal werker en de cliënt niet meer van tel is, dan hebben we voor dit soort wezens in de filosofie een woord: filosofische zombies. In mensentaal: dingen die niet zelf denken en louter moeten uitvoeren, robots.

Claerhout wijst terecht op de problematische visie van de overheid op het sociaal werk. En toch, zolang opleidingen sociaal werk weinig vragen stellen bij het objectiviteitsideaal, moeten we niet verwonderd zijn dat de overheid haar ook zo benadert.

Objectiviteit tegenover subjectiviteit

Indien we niet objectief kunnen zijn, wat dan wel? Ik keer terug naar mijn studenten. Als ik mijn studenten voor de voeten gooi dat zij en hun cliënten dan toch geen objecten zijn, dan kaatsen ze de bal terug: “Moeten we dan subjectief zijn?”

“Het is blijkbaar het ene of het andere.”

Hiermee stoten we op de fundamentele problematiek van het sociaal werk. Blijkbaar kunnen we objectiviteit en subjectiviteit alleen maar tegenover elkaar plaatsen. Het is blijkbaar het ene of het andere.

Discussie verleggen

Misschien moeten we die discussie verleggen. Wat indien het net de opdracht is om onze subjectiviteit in relatie te brengen met de objectiviteit van de cliënt en de wereld die we ervaren? In dit geval is er niet zomaar een koude objectieve wereld. Er bestaat immers al lang een woord voor die relationeel beleefde wereld: leefwereld.

Het gaat hier niet zomaar over objectieve waarheid. Eerder stelt zich dan de vraag naar een relevante subjectiviteit of objectiviteit. Als een cliënt zijn verhaal doet, dan stelt zich de vraag naar de relevantie van dit verhaal.

Waar of vals?

Ooit vroeg een stagiair me na een gesprek met een cliënt hoe ik kan weten of het verhaal van die cliënt nu waar of vals is. Hoe kun je weten wat waar is? Als dat geen filosofische vraag is!

“Sociaal werk vertrekt vanuit de leefwereld.”

Ook al strookt het verhaal van de cliënt niet direct met de werkelijkheid, ook al zijn er andere ervaringen die het verhaal van de cliënt nuanceren of tegenspreken, dan is het toch relevant om met dit ‘vals’ verhaal van de cliënt rekening te houden. Iets in het complexe netwerk van relaties leidt ertoe dat de cliënt zijn wereld zo ervaart. Dit is zijn leefwereld en vanuit deze wereld moeten we werken.

Relationeel mens- en wereldbeeld

Wat is er voorbij die leefwereld aan objectiviteit te vinden? Is het net niet de professionaliteit van de sociaal werker om gevoelig, zorgzaam en betrokken met die situatie om te gaan? We kunnen dit toch alleen maar wanneer we proberen ons in die wereld van de cliënt in te leven. Wetende dat we dit nooit absoluut objectief, maar misschien op een relevante en dus zinvolle manier zullen doen.

Zolang het sociaal werk haar wetenschappelijk objectiviteitsideaal niet in een relationeel mens- en wereldbeeld durft inbedden, zal het sociaal werk dezelfde rondjes blijven lopen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen