Internering blijft gekneld tussen strafrecht en zorg

Vernieuwingen zijn geen spectaculaire revolutie

België slaat internationaal een slecht figuur als het gaat over haar zorg voor geïnterneerde personen. Ons land werd daarvoor al herhaaldelijk veroordeeld. Kunnen nieuwe initiatieven eindelijk afrekenen met de metafoor van de vergeetput 

internering
©Lieven Nollet

Internationale blamage

België zit verveeld met de internationale blamage die ze opliep door de meervoudige veroordelingen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ons land neemt een loopje met de manier waarop ze omgaat met personen met een psychiatrische problematiek die strafbare feiten pleegden.  

België werd verplicht om structurele oplossingen te voorzien voor schendingen van verschillende artikels van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Zo stelde dit Europees Hof onder andere al meermaals vast dat detentie zonder aangepaste hulp en therapie de rechten van geïnterneerde personen schendt.  

Electoraal niet interessant 

Hoewel geïnterneerde personen lange tijd onderbelicht en genegeerd bleven wegens electoraal niet interessant, zetten de opeenvolgende arresten ons land met de rug tegen de muur. De prangende noden in het penitentiaire en forensisch-psychiatrische veld staan willens nillens op de politieke agenda.  

“Geïnterneerden zijn electoraal niet interessant.” 

België kreeg twee jaar de tijd om de problemen aan te pakken. We zijn intussen ruim over de helft van de opgelegde termijn: de einddatum van 6 september 2018 nadert. Ondanks deze wake-up call, blijft het een groot vraagteken of de genomen initiatieven tegemoetkomen aan de noden van geïnterneerden. Kunnen we de beeldspraak van de vergeetput definitief schrappen?Casselman, J. (2015), ‘Menswaardige zorg voor geïnterneerden. Trein der traagheid eindelijk op snelheid?, Sociaal.Net, 17 september 2015. 

Aanloop naar een omslag 

Het interneringslandschap is in volle beweging. Het derde Masterplan voor de hervormingen binnen justitie krijgt vorm. Daarbij gaat ook specifieke aandacht naar een betere zorg voor geïnterneerde personen. Sinds 1 oktober 2016 is bovendien een nieuwe interneringswet van kracht. Beleidsmakers maakten eindelijk werk van de geplande evoluties binnen de forensisch-psychiatrische zorg. 

In deze nieuwe wetgeving staan gepaste zorg en bescherming van de maatschappij centraal. De rechtspositie van de geïnterneerde werd versterkt. Zo werd omschreven welke deskundigheid nodig is om adviezen op te maken die leiden tot de (on)toerekeningsvatbaarheid van de beklaagde. Commissies ter Bescherming van de Maatschappij werden omgedoopt tot de Kamers voor de Bescherming van de Maatschappij. 

Om goede en aangepaste zorg te realiseren, worden bestaande zorgcircuits uitgebreid en geïntegreerde netwerken opgericht. Ook de zorg zelf ontwikkelt zich op verschillende vlakken met onder meer de bouw van de forensisch-psychiatrische centra, de oprichting van een high-riskafdeling voor vrouwen, een afdeling voor langdurig forensisch-psychiatrische zorg en de forensische in- en outreachteams. Al deze initiatieven worden positief onthaald.  

Complexe zorgcontinuïteit  

Die initiatieven moeten het aantal geïnterneerden die in detentie verblijven, zo laag mogelijk houden. De cijfers wijzen op een positieve trend: er zijn minder geïnterneerden opgesloten. Dat cijfer daalde op één jaar tijd van 1096 naar 621.Verleysen, M. (2017), Enkele cijfers en beschouwingen over internering, Cijfers gepresenteerd op de nocturne ‘Internering Halfweg’, Gent, 6 december 2017.De trend is gezet en de teneur is positief. Maar dalende cijfers mogen ons niet verblinden. 

“Er zijn minder geïnterneerde personen opgesloten.” 

De vernieuwde aanpak zou ook moeten leiden tot meer continuïteit in zorgtrajecten. Dat is een mooie maar complexe ambitie. De zorgverstrekker vult die continuïteit namelijk anders in dan de patiënt.Gulliford, M.,  Naitani, S., and Morgan, M. (2006), ‘What is ‘continuity of care’?’, Journal of Health Services Research and Policy, 11(4), 248-250. 

Voor de patiënt gaat zorgcontinuïteit vooral over het ervaren van een voortdurende zorgrelatie met een professional. Voor voorzieningen en voor beleid betekent continuïteit dat de verschillende zorgdelen naadloos geïntegreerd worden. Overgangen van de ene zorgvorm naar de andere worden gekenmerkt door integratie, coördinatie en het overdragen van informatie naar de verschillende betrokkenen. Over een gedeeld beroepsgeheim en informatieoverdracht moet nog gedebatteerd worden. Dat zijn hete hangijzers op het snijvlak van justitie, welzijn en zorg.  

Cliëntperspectief in de schaduw 

Dit proces wordt vooral opgezet vanuit het perspectief van de zorgverstrekkers.  Daar situeert zich net het probleem. Er is weinig aandacht voor de vraag hoe de patiënt zelf kijkt naar die continuïteit.  

“Er is weinig ruimte voor de visie van de geïnterneerde.” 

Dat is een gemiste kans. Dit veranderingsproces kan slechts slagen indien ook de geïnterneerde persoon en zijn of haar visie op die ondersteuning aan bod kan komen. Daar is weinig ruimte voor. Ook het bredere criminologische en forensisch-psychiatrisch discours besteedt te weinig aandacht aan dat cliëntperspectief.Livingston, J. D. (2016), ‘What does success look like in the forensic mental health system? Perspectives of Service users and service providers’, International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology, 1(21), 1-21.Toch zijn geïnterneerde personen net het beste geplaatst om aan te geven wat kan helpen en ondersteunen. 

Forensische zorg humaniseren 

Die lacune is veelzeggend: een strategische aanpak om de forensische zorg verder te humaniseren is er niet. Dit houdt immers meer in dan enkel het bieden van een specialistische, klinische behandeling die tegemoetkomt aan de afstand die de maatschappij vraagt.  

Onderzoek wijst aan dat geïnterneerde personen de interneringsmaatregel ervaren als een gekneld zitten tussen strafrecht en zorg.Aga, N., Vander Laenen, F., Vandevelde, S., Vermeersch, E., en Vanderplasschen, W. (2017), ‘Recovery of Offenders Formerly Labeled as Not Criminally Responsible: Uncovering the Ambiguity From First-Person Narratives’, International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology, 1(21).Zij moeten door een forensisch herstelproces dat voortdurend op twee benen hinkt. Dat staat het herstel van de psychiatrische stoornis in de weg.  

“Het herstelproces hinkt op twee benen.” 

Daardoor dragen ze nog meer stempels dan personen met een psychiatrische problematiek die geen strafbare feiten pleegden. Ze zijn dader, verslaafde, patiënt. De interneringsmaatregel blijft een zware last leggen op de schouders van de geïnterneerde persoon.  

Praktische hindernissen 

Bovendien botst de interneringsmaatregel op heel wat praktische hindernissen zoals het niet beschikken over een einddatum van invrijheidsstelling, ontoegankelijke informatie of grote fysieke afstand tot steunfiguren. Als deze obstakels niet worden aangepakt, is het moeilijk om deze personen te ondersteunen bij hun veranderingsproces.  

Geïnterneerden hebben ook last van chronische stress en angst. Ze hebben het gevoel voortdurend ‘onder schot te worden gehouden’. Elk ogenblik kunnen ze teruggestuurd worden naar de gevangenis.  

De geïnterneerde wordt opgevolgd door een grote groep belanghebbende professionelen. Hij plooit zich voortdurend naar die verschillende verwachtingen. Dat kan botsen met zijn nood aan rust, zelfreflectie en experiment. Nochtans zijn dat onmisbare ingrediënten van herstel.   

Trein gemist 

De leest waarop deze hervorming geschoeid is, staat in schril contrast met het herstelparadigma in de geestelijke gezondheidszorg. De voorbije jaren vonden daar grote veranderingen plaats. Er is een evolutie van residentiële zorg naar ondersteuning in de thuissituatie, van medische expertise naar ervaringsdeskundige ondersteuning en van aanbodgestuurde naar vraaggerichte zorg. Ook de participatie van familieleden en het sociale en informele netwerk wint er aan draagvlak.  

Het herstelparadigma verlaat het traditioneel lineaire denken over het ziekteverloop. Dat brengt een verschuiving teweeg van paternalistische, institutionele zorg naar sociaal-maatschappelijke ondersteuning vanuit een kracht- en contextgericht denken.  

Foute focus 

Gaat het over geïnterneerde personen, dan blijft de focus vooral liggen op het verminderen van het recidiverisico. Daardoor wordt de aandacht gevestigd op pathologieën, diagnoses en afwijkend gedrag.  

“De focus blijft liggen op recidiverisico.” 

De aandacht voor het welzijn en de persoonlijke zorgbehoeften van geïnterneerde personen blijft op de achtergrond. Dat is vreemd want een verhoogde levenskwaliteit zou het recidiverisico reduceren. Blijkbaar gedragen een beloftevolle herstelbenadering en een justitiële context zich als olie en water. 

Voldoende hersteld 

De aard van herstel binnen een forensisch context wordt sterk beïnvloed door wat de samenleving wil. De buitenwereld verwacht dat deze personen zich beter leren gedragen. Hun psychiatrische aandoening moet voldoende verbeterd zijn vooraleer de maatregel opgeheven wordt.  

Alleen zijn patiënten die van de ene -al dan niet- beveiligde voorziening naar de andere overgeplaatst worden, zelden of nooit hersteld van hun psychische stoornissen. Toch wordt er verwacht dat ze psychisch stabiel genoeg zijn om een grotere mate van zelfstandigheid aan te kunnen.  

“Autonomie blijft voor lange tijd beperkt.” 

Daarnaast is het niet duidelijk of iemand wel kan herstellen in deze context. Want de autonomie van de patiënt blijft voor een lange termijn beperkt. De dominantie van de juridische en de klinische systemen daagt het herstelethos uit.  

Weinig marge 

Masterplannen, wetswijzigingen en arresten bij de vleet. Maar zullen die ook leiden naar een meer humane omgang met deze mensen? Geïnterneerde personen geven zelf aan dat ze vooral vooruitgaan door stil te mogen staan, door onvoorwaardelijk kansen te krijgen om te falen, door mogelijkheden te scheppen om zich slecht te mogen voelen, door het affectieve binnen te brengen in de relaties die worden opgebouwd. 

Op deze complexe werkvloer is het dagelijks balanceren op een slappe koord, middenin een discours van veiligheid, controle en risico’s. Het is dag in dag uit ploeteren om creatief oplossingen te vinden, met weinig marge voor relatie en verbinding in een wereld van ziek of niet-ziek, crimineel of niet-crimineel.  

“Masterplannen en wetswijzigingen bij de vleet.” 

De nadruk op het correctionele en het criminologische laat geen ruimte voor het herdenken van het punitieve systeem, dat rotsvast gekoppeld is aan het vergroten van gehoorzaamheid en aan het benadrukken van wat mensen niet mogen zijn: een risico.  

De weg is nog lang 

We stellen vast dat het schoentje knelt op het niveau van het systeem. We moeten ons hierbij de vraag stellen wat de meerwaarde is van internering voor de persoon, zijn context en de maatschappij. Een open debat over de zinvol- en zinloosheid van deze maatregel is dus noodzakelijk.  

“Een open debat is noodzakelijk.” 

Een glashelder voorschrift is er nog niet. We blijven op alle niveaus uitgedaagd worden door hulpverlenen onder dwang, zowel vanuit juridische, criminologische, medisch-psychiatrische als ortho-agogische hoek. Maar we kunnen wel al besluiten dat er op vlak van de zorg voor geïnterneerde personen zeker geen spectaculaire revolutie op gang werd gebracht. De weg naar een adequate ondersteuning is nog lang.  

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen