Ik voel me in de steek gelaten

Sociaal werker kruipt in de pen

Sociaal werk beleeft woelige tijden. In Gent stierf een jongeman eenzaam in zijn tentje. In Antwerpen begeleidt binnenkort het private G4S Care daklozen, op weg naar zelfredzaamheid. Ik begrijp het niet. Vorige week kwam ik op straat om een halt toe te roepen aan deze uitverkoop. Sociaal werk is niet te koop. Kunnen we het tij keren? Ik twijfel.

Sociaal werkNiet kritisch genoeg?

Ik ben het idee om zorg te vermaatschappelijken genegen. Ik juich het toe: zorg in de maatschappij, zorg door de maatschappij, een warme samenleving. Echt sociaal werk.

Daarom zette ik als medewerker van een wijkgezondheidscentrum mee de schouders onder het netwerk ‘Art. 107’ in Leuven en omstreken. We brachten geestelijke gezondheidszorg dichter bij de mensen, in hun eigen omgeving.

“Ik voel me alleen.”

Maar ik was gewaarschuwd. Als docent sociaal werk neem ik deel aan internationale uitwisselingen. Onderzoekers en professoren wezen me op de uitwassen van vermaatschappelijking. Vanuit een open en onbevooroordeelde houding, prikkelden ze me vooral om alert te zijn en op zoek te gaan naar zinvolle evenwichten.

Vandaag worstel ik met een moreel dilemma. Heb ik door mijn geloof in vermaatschappelijking de deur open gezet voor wrange vormen van vermarkting? Was ik onvoldoende kritisch? Ik heb het gevoel aan niemand raad te kunnen vragen. Ik voel me alleen.

Druk neemt toe

Dagelijks voer ik gesprekken met cliënten, in het centrum, tijdens huisbezoeken of op straat. Ik zie dat kwetsbare mensen het steeds moeilijker hebben om het hoofd boven water te houden.

“Ik worstel met een moreel dilemma.”

Een cliënt vond na zes jaar moedig zoeken nog altijd geen werk, laat staan zinvol werk. De sociale economieprojecten die voor mij een belangrijke hefboom zijn om mensen aan een job te helpen, worden afgebouwd. De druk om mensen door te sluizen naar het ‘normaal’ economisch circuit wordt opgevoerd. Waarom kan sociale tewerkstelling geen eindpunt zijn?

Het is welletjes geweest

Mensen presenteren me hun rekeningen van elektriciteit, water, huur… Ze kunnen die onmogelijk betalen. En het moet nog winter worden. Ze wonen in de slechtste huizen en appartementen en stoken het geld langs ramen en deuren buiten.

F. volg ik al veel jaren. Na 30 jaar verslavingsproblemen en periodes van dakloosheid is hij nu terug op weg. Hij volgt een opleiding. De adviserend geneesheer van de mutualiteit meldt hem kortaf dat het welletjes geweest is met dat leertraject: “Mijn baas is Maggy. Van haar moet iedereen terug aan het werk. Ook jij!”Gelukkig konden we deze beslissing tegenhouden.

“Ik moet vooral beslissingen proberen tegenhouden.”

Tegenwoordig moet ik vooral mijn best doen om beslissingen tegen te houden. Zoals de uithuiszetting van een andere cliënt. Gewoon op basis van getuigenissen van de buren wordt hij door de sociale huisvestingsmaatschappij buiten gezet. Er is met hem geen gesprek gepland.

Ondersteunende samenleving

Sociaal werk is geen gemakkelijke job, maar ik werk al veel jaren met mijn hart. Om dat vol te volhouden, heb ik op de achtergrond een samenleving nodig die me ondersteunt. Een samenleving die sociale grondrechten niet in vraag stelt, maar ze integendeel net veilig stelt.

Sociaal werk
Sylvia Hubar

Als ik wankel als sociaal werker, heeft dat ook te maken met sociale grondrechten die afbrokkelen of dode letter blijven. Waarom moet ik hemel en aarde bewegen om af te dwingen dat mensen een leertraject kunnen afmaken? Waarom moeten gezinnen hun kinderen groot brengen in rotte huizen? Het zou toch evident moeten zijn dat dit niet kan?

Rake torpedo’s

Maar niets is minder waar. Kijk naar de torpedo’s die momenteel afgevuurd worden op onze stiel. De overheid moet sociaal werkers omarmen in plaats ze voor een appel en een ei op de markt te gooien. Waarom moeten we hierover strijden?

Door zo om te gaan met sociaal werk bekent de maatschappij kleur. Dagelijks schuren we tegen haar instituten aan. Het is onze taak daarover kritische geluiden te laten horen. Lange tijd had ik het gevoel nog beluisterd te worden en een dialoog op gang te krijgen. Vandaag maken we tamtam voor dovemansoren.

Ik voel me in de steek gelaten door politiek en overheid. Politici bestrijden kinderarmoede met 1-euromaaltijden, kiezen voor multinationals als omkadering en facilitator, ondersteunen boetes voor mensen die hun zieke kinderen niet naar de kribbe brengen en benaderen elke werkloze en leefloner als een verdachte.

Keukentafelgesprekken

Ofwel blijven we ons verzetten, ofwel bloeden we dood. In Nederland kiest nog één op de tien afgestudeerde sociaal werkers voor de sociale sector. De rest begint een eigen bedrijf of start een burgerinitiatief omdat de organisaties zodanig inkrimpen.

Degene die zich toch nog inzetten om als sociaal werker het verschil te maken, kunnen op keukentafelgesprek gestuurd worden. Dat gesprek peilt vooral naar zelfredzaamheid: hoe kan je je probleem zelf oplossen?

“We maken tamtam voor dovemansoren.”

Daar valt wat voor te zeggen. Zelf heb ik altijd gevonden dat we te snel aan de deur van de overheid kloppen om geld te vragen om mee problemen op te lossen. De idee om te innoveren door dingen te verschuiven, is nu pas aan het rijpen. Zo ben ik ook al jaren het idee genegen om de eigen regie en het netwerk mee te betrekken, meer netwerkorganisator te zijn. Ik ben de overheid dankbaar om ons dat duwtje in de rug te geven.

Trek uw plan

Maar nu het vervolg van het keukentafelgesprek: ‘Mevrouw, er hangen hier mooie familiefoto’s op de muur. Je hebt blijkbaar vier gezonde kinderen. Het lijkt me doenbaar dat je zoon je tuin onderhoudt, je dochter elke dag voor je kookt en je andere dochter je van en naar het ziekenhuis brengt voor je dialyse. Ja, en je andere zoon die kan misschien kuisen.’

Afhankelijk van waar je woont, zal er misschien een snuifje dienst en zorgverlening zijn. Maar heb je pech en je lokale overheid heeft andere keuzes gemaakt, dan sta je in de kou. Ik zou op mijn oude dag in mijn vuil blijven zitten. Want ik vertik het mijn kinderen daarmee lastig te vallen.

Luis in de pels

Ik wil dus geen keukentafelgesprekvoerder worden die zo met mensen omgaat. Ik mis alle hefbomen om mensen een zinvol, kwaliteitsvol leven te bieden.

“Mogen mensen zelf bepalen wat kwaliteit van leven is?”

Want daar gaat het toch om in sociaal werk: mensen in staat stellen een kwaliteitsvol leven te leiden? Mogen mensen nog zelf bepalen wat kwaliteit is, en hoe ze hun leven vorm willen geven? Mag ik kijken naar hun eigen mogelijkheden en kwaliteiten om dit uit te bouwen? En kan ik rekenen op een stevige portie mededogen en begrip vanwege de samenleving om me daarbij te helpen, waar nodig?

Het is misschien een idee om aan politici een opleiding morele oordeelsvorming aan te bieden? Of hebben we een ambassadeur voor het sociaal werk nodig? Misschien dan toch een beroepsvereniging? Of redden we het met het Sociaal Werk Actie Netwerk? Misschien toch maar eens rond die keukentafel gaan zitten om een goed plan uit te werken…

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen