Opinie

‘Ik kan niet aanvaarden dat kinderen opgroeien in mensonwaardige omstandigheden’

Julie Van Boxstael

Vier betrokken en enthousiaste hulpverleners, vijf jongeren, één bed. De hamvraag van vandaag: “Wie krijgt het bed?” Klinisch psychologe Julie Van Boxtael neemt je mee naar de realiteit van een kinder- en jeugdpsychiatrie in Brussel. “Welke politicus neemt dit op?”

kinder- en jeugdpsychiatrie

© Unsplash / Anton Darius

Te gek voor woorden

Vandaag kruip ik in mijn pen omdat ik het beu ben om quasi machteloos toe te kijken. Ik kan maar niet aanvaarden dat er in een welvarend land als België nog zoveel kinderen moeten opgroeien in mensonwaardige omstandigheden.

‘Ik ben het beu om quasi machteloos toe te kijken.’

Als klinisch psycholoog doe ik mijn best om deze kinderen en hun gezinnen enigszins een stem te geven, omdat het vaak net deze mensen zijn die te weinig gehoord en gezien worden in de maatschappij. Die kinderen zijn kostbaar en fragiel. Ik zou honderden voorbeelden kunnen geven van situaties die bij momenten te gek zijn voor woorden. Tegelijk ben ik eerlijk gezegd bang niet begrepen te worden, bang dat dit volledig uit de context gerukt wordt. En laat dit nu net het allerlaatste zijn dat ik hiermee wil bereiken.

Maar laat ik het concreet maken…

Een meisje van tien: “Wie houdt er nog van mij?”

Een meisje van tien jaar, schattig snoetje, blauwe ogen en een hemelsbrede glimlach. Slimme jongedame met goede schoolresultaten, zin in het leven. Moeder drugsverslaafd, vader overleden.

Van kleins af worden zij en haar zussen van het kastje naar de muur gestuurd. Het knaagt en doet pijn: “Wie houdt er nog van mij?” “Wie wil er nu voor mij zorgen?” “Ik moet waarschijnlijk een vreselijk monster zijn.” Voor de ene plek zijn ze te oud geworden, in de andere plek ‘was het maar tijdelijk’. Voor de ene is er een pleeggezin, voor de andere niet. Waar ze binnen een jaar naartoe kan, weet niemand.

Er is geen ruimte om stil te staan bij wat deze kinderen echt nodig hebben. Iedereen slooft zich uit, maar komt tot het besef dat we al blij mogen zijn als er binnen een jaar gewoon ergens plaats is. Niet samen met haar zussen, niet met voldoende begeleiding, vaak zonder perspectief en met het besef dat ‘ze zal vliegen’ wanneer het haar te veel wordt en de gedragsproblemen weer de kop op steken (omdat er een schrijnend tekort is aan middelen).

We zijn al lang blij dat we haar niet op straat moeten zetten of terug naar haar moeder moeten sturen. Het geeft me soms het gevoel dat we het met z’n allen hebben opgegeven. We kijken machteloos toe hoe de politiek er maar niet in slaagt om ons te laten doen wat echt nodig is, niet enkel het absolute minimum. Want neen, geen enkel kind vraagt om dit soort situaties en niets rechtvaardigt dat zij in dit soort omstandigheden moeten opgroeien.

Een jongen van twaalf: “Te veel prikkels maken hem woedend”

Of nog. Een jongen van twaalf jaar, is gek op dieren, luistert graag naar rockmuziek en wil later in een rockband zingen.

Het leven lacht hem echter niet toe. Zijn autismespectrumstoornis maakt het voor hem moeilijk om te functioneren in een maatschappij die te veel van hem verwacht. Zijn gezin is liefdevol maar ten einde raad. Te veel prikkels maken hem woedend en hij lijkt daarnaast steeds vaker dingen te horen en te zien die er niet zijn.

‘Heel Vlaanderen rondgebeld maar nergens is er plaats. Ik durf mij niet voorstellen hoe dit voor ouders moet voelen.’

Na lang proberen zetten ze hun trots opzij en bellen ze ten einde raad naar de hulpverlening. De ene zegt dat ze “Er misschien toch beter wat vroeger mee waren afgekomen” en “Binnen vier maanden op een eerste gesprek mogen komen”. Als dan blijkt dat hij in aanmerking komt voor een opname, zal hij op de wachtlijst geplaatst worden.

Ik vertaal even voor de leken: “Als het jullie even meezit, dan kunnen we hem binnen een jaar voor enkele maanden helpen. Als we dan weten wat het best voor hem is, kunnen we hem op de wachtlijst plaatsen van een andere voorziening. De wachttijd hiervoor is in het allerbeste geval enkele maanden, wellicht eerder tussen één tot twee jaar.” De andere laat weten dat zijn IQ niet hoog genoeg is, dat hij niet uit de goede regio afkomstig is, dat ze beter niet aanmelden want dat er pas ten vroegste binnen anderhalf jaar plaats is, dat ze eigenlijk eerst al hulpverlening moet hebben, dat een arts hen moet contacteren, contact moeten opnemen met een privé-therapeut die niet terugbetaald wordt en dus voor velen onbetaalbaar is…

Het kost mij doorgaans enkele maanden kosten om deze gang van zaken uit te leggen aan stagiaires. Ik durf mij niet voorstellen hoe dit voor ouders moet voelen.

Enkele weken later nemen ze opnieuw de telefoon ter hand. Deze keer is de jongen danig overstuur dat hij agressief is naar anderen – het is crisis. Heel Vlaanderen wordt rondgebeld maar nergens is er plaats of overal is er wel een reden om hem niet te kunnen helpen.

De keuzes zijn hartverscheurend

Intussen neem ik jullie mee naar een teamvergadering aan de andere kant van de lijn. Vier betrokken en enthousiaste hulpverleners, vijf jongeren, één bed. De hamvraag van vandaag: wie zal er dit bed krijgen?

‘Vier hulpverleners, vijf jongeren, één bed. De hamvraag vandaag: wie zal dit bed krijgen?’

De keuzes zijn, op zijn zachtst gezegd, hartverscheurend: het meisje dat gisteren nog een bijna dodelijke dosis medicatie heeft genomen, de jongen die ervan overtuigd is dat hij kan vliegen en dus net van een brug probeerde te springen, het meisje stil en verlegen dat al enkele maanden haar bed niet meer uitgeraakt, het meisje dat al twee dagen gestopt is met eten of nemen we toch maar dat andere meisje dat de ene paniekaanval na de andere doet?

Het zijn zware beslissingen die eigenlijk niemand wil maken. De conversaties en redeneringen die we hiervoor als team moeten maken zijn soms hallucinant. Jammer genoeg kunnen we enkel roeien met de riemen die we hebben.

Welke politicus neemt dit op?

De storm is in alle hevigheid aan het losbarsten, en dat op een eiland dat voordien al veel te klein was om te kunnen doen wat nodig is. Een eiland dat eigenlijk groot genoeg zou moeten zijn voor ieder kind, om welke reden dan ook.

Welke politicus bijt er zich in vast en gaat koppig door tot er aan deze schrijnende en onaanvaardbare situatie is verholpen?

Reacties [2]

  • Els Deconinck

    Bedankt, ik ben blij dat vertaald te zien door een professionele werkkracht uit de sector, dat wat ik als moeder van een dochter met complexe handleiding en levensmoeheid en nog een aantal complicerende verwikkelingen (door het wachten op hulp) mee maakte in de zoektocht naar gepaste hulpverlening.
    Sommigen onder jullie begrijpen ons dus toch… bedankt… Benieuwd of er zo’n politiekers met lef verkozen werden in dit landje.
    Hopelijk wordt dit ook door velen gelezen in de sector van geestelijke gezondheidszorg, en doet het mensen nadenken en zorgzaam communiceren.

  • Carmen

    En wat met kinderen die nooit hulp hebben gekregen? Die nu volwassen zijn en in depressie of erger zijn beland? Die gepest werden op school/werk? Die psychisch lijden en niet naar behoren functioneren, wat wordt hier aan gedaan? Hoe moeten deze mensen verder? Die geen warme thuis hebben, geen familie, geen partner, geen kinderen? Die blijven weg kwijnen…

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.