Het is fijn vertoeven in de jeugdhulp

Open brief aan de jeugdhulpverlener

Een jeugdhulpverlener wordt geraakt door de voortdurende negatieve berichtgevingen over de jeugdhulp. Dit is niet ‘zijn’ jeugdhulp. Hij kruipt in de pen en roept collega’s op  om anders te getuigen over jeugdhulp.

jeugdhulp
© Unsplash / Matheus Ferrero

Beste collega-jeugdhulpverlener,

De jeugdhulp verdrinkt. Als jongere krijg je er pas aandacht als je in crisis gaat. Mis je de bus, dan schrijf je er straf. Of een minderjarige schrijft haar angst neer in een brief. Van haar jeugdrechter moet ze stoppen met die poespas. En er is agressie, heel veel agressie in al die instellingen. Moeilijke meisjes zetten er de boel op stelten.

“Die jeugdhulp, wat een ellende.”

Tot hier een korte bloemlezing van wat de laatste tijd in de geschreven pers verscheen over die jeugdhulp. Nadien telkens gevolgd door weinig hoopgevende reacties op sociale media.

Ik zie het anders

Ik lees die bijdragen ook. En ik zit ook op sociale media. Ik probeer me dan voor te stellen wat de modale lezer die niks van jeugdhulp kent, zich hierbij voorstelt. Dat is niet zo moeilijk: “Die jeugdhulp, wat een ellende toch.”

Dit is niet de jeugdhulp waarin ik werk. Al die getuigenissen en sfeerschepping staan haaks op het gevoel dat ik als jeugdhulpverlener heb bij ‘mijn’ jeugdhulp. Ik bots er op complexe uitdagingen. En we hebben niet voor alles een oplossing. Maar jonge mensen zien groeien en kansen grijpen, is een unieke en fantastische job. Ik kan me niet voorstellen dat zo veel jeugdhulpverleners dat anders zien.

In het museum

Deze open brief is een noodkreet. Het is ook, om het beeldend uit te drukken, een penseelstreek op het maatschappelijke schilderij ‘de Jeugdhulp’. Dat schilderij kan je bezichtigen in het museum ‘de Samenleving’.

“Dit is niet de jeugdhulp waarin ik werk.”

Maar het is niet meteen het topstuk van dat museum. Integendeel. Het donkere kunstwerk hangt ergens verloren in een klein kamertje. Het toont het beeld van verloren jongeren en onze onmacht om met hen te werken.

We kijken mee

Ik struikel vooral over het feit dat ook jeugdhulpverleners op die manier vertellen over dat schilderij.

We bevestigen het geschetste beeld. Onze jongeren worden moeilijker, sommigen zijn zelfs onbehandelbaar. Er is meer agressie. Deze jongeren horen thuis in de psychiatrie. We staken omdat leefgroepen onleefbaar worden.

Gevolg: de curator hangt het schilderij nog wat verder weg. Het belandt aan de rand van ‘de Samenleving’.

Het gaat over mensen

We voeden met deze berichten onbewust de manier waarop in de samenleving gekeken en gesproken wordt over jeugdhulp. Misschien willen we er zo meer aandacht voor krijgen, maar dat heeft enkel averechtse effecten. Want we versterken het verschil tussen mensen als iets negatiefs. En als ook de jeugdhulpverlener zelf zegt dat de problemen uitzichtloos zijn, tja, dan zal dat zo wel zijn zeker?

“Ongewild duwen we deze jongeren verder weg.”

Ongewild duwen we deze jongeren en hun gezinnen verder weg. Het zou een onderzoek waard zijn: werkt deze trage en onzichtbare beweging, die we zelf mee in de hand werken, delinquent en agressief gedrag in de hand?

Verschil als meerwaarde

Vinden we niet allemaal dat ook deze kinderen, jongeren en gezinnen recht hebben op een waardevolle plek in de samenleving? Pleiten we niet allemaal voor een samenleving waar verschil tussen mensen als een meerwaarde gezien wordt?

Ik zie enkele pistes.

Krachtige verhalen

We moeten als jeugdhulpverleners het verschil omarmen en waarderen. Niet marginaliseren. We moeten wegblijven van woorden en beelden die het anders-zijn problematiseren. Laten links liggen dus, woorden als multiprobleemgezinnen, agressieve jongeren of zware rugzakken.

“Toehoorders luisteren gefascineerd naar authentieke verhalen.”

Moeten we dat verschil, die moeilijkheden en kwetsbaarheden dan verzwijgen? Helemaal niet. We moeten zoeken naar een taal die dit in kwetsbare en krachtige verhalen kan gieten. Verhalen die vervolgens gedeeld worden als één van de verhalen, tussen de vele andere.

Waar authentieke verhalen gedeeld worden, luisteren toehoorders gefascineerd en respectvol. Het anders-zijn is dan geen probleem. Het verschil en de krachtige, kwetsbare wijze waarop het gebracht wordt, werkt inspirerend en verrijkend.

Jongeren als vertellers

Jongeren en gezinnen zijn de vertellers bij uitstek. Hun verhalen geven de juiste kleur aan dat jeugdhulpschilderij. Soms fris en verrassend, soms donker en wanhopig. Jeugdhulpverleners hebben de opdracht die verhalen te vangen en ze op podia krachtig te laten vertellen.

“We moeten verhalen vangen en laten vertellen.”

Laat ons mee de curator worden van het museum ‘de Samenleving’. Laat ons onbescheiden ambiëren om van ‘de Jeugdhulp’ een topstuk te maken.

Wie zijn we?

We moeten als jeugdhulpverleners vaker de tijd nemen om grondig na te denken over onszelf en de samenleving.

Wie zijn we? Wie dienen wij? Welke taal spreken we?

“Wat is normaal?”

Wat is normaal? Vaak denken we dat ons hulpverleningskader definieert wat goed of slecht is, wat ziek of gezond is, wat normaal of abnormaal is. Maar is dat wel zo?

Samen zoeken

Ik wil graag mee zoeken naar antwoorden.

Laat ons daarvoor ten volle in de samenleving gaan staan, luisteren, praten, tonen en verhalen delen. Pas dan kunnen we beoordelen of we goed bezig zijn.

Ik kijk uit naar jullie reacties.

Met hartelijke groeten van uw collega uit De Wissel,

Sieg

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen