De soften zijn te braaf!

Over sociaal werk wordt te vaak meewarig gesproken

Schrijver Erik Vlaminck, de man achter Dikke Freddy, sprak op de opening van de fototentoonstelling ‘TROTS’ een ode uit aan het sociaal werk in Vlaanderen: “Wie het niet van binnenuit kent, die heeft er geen gedacht van.”

sociaal werk
© Philippe Swiggers

Ondergeschoven kind

Sociaal werk is een ondergeschoven kind.  Over sociaal werk wordt al te vaak meewarig en denigrerend gesproken: ‘De softe sector!’ En daar zit dan een ondertoon in alsof wie in die ‘softe sector’ werkt, niet weet waar het in de realiteit om gaat.

“De soften zijn de goedgelovigen.”

Die realiteit in kwestie is dan blijkbaar iets wat alleen in harde valuta uitgedrukt kan worden. Soft tegenover hard… En de soften zijn de losers, de goedgelovigen, de utopisten…

Ik ben boekenschrijver en theatermaker van stiel, maar lang geleden heb ik met veel enthousiasme, plezier en trots in de softe sector gewerkt, met name in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Ik heb er ondervonden hoe hard die softe sector wel is.

Wie het niet van binnenuit kent, die heeft er geen gedacht van.

Te braaf

De soften wordt verweten dat ze te braaf zijn.

Ze zijn te braaf. Ze laten zichzelf en hun werkveld vierkant en zonder verweer koloniseren en reorganiseren door gelikte managers die powerpointgewijs zwaaien met modellen en systemen die alleen kunnen werken in de harde sector, in de op centenwinst gerichte bedrijven. Softe-sector-managers praten over tools en targets, en dan hebben ze het verdomme over mensen: mensen in nood dan nog.

“Meetbare performantie is een hocuspocuswoord.”

Meetbare performantie is ook zo’n hocuspocuswoord. Alsof er aan menselijk gedrag iets meetbaars zou kunnen zijn. Alsof er aan menselijk gedrag iets performant zou kunnen zijn. Alsof we zouden willen dat menselijk gedrag meetbaar en performant zou zijn.

Verklikkers

De soften wordt verweten dat ze te braaf zijn.

Ze zijn te braaf. Ze laten zich in de hoek drummen door sommige beleidsmakers die hun macht funderen op het zaaien van angst en die daarom voortdurend morrelen aan noodzakelijke voorwaarden voor goed sociaal werk: beroepsgeheim bijvoorbeeld.

“Alsof hulpverlening zonder vertrouwen mogelijk zou zijn.”

Alsof een hulpverlener een vertrouwensband met een hulpvrager kan uitbouwen indien die hulpvrager weet dat hij met een beroepsverklikker te maken heeft. Alsof hulpverlening zonder vertrouwensband mogelijk zou zijn.

De markt

De soften wordt verweten dat ze te braaf zijn.

Ze zijn te braaf. Ze leggen te weinig uit dat zorg niet vermarkt kan worden, dat hun werk niet getenderd of verkocht kan worden omdat vertrouwensbanden per definitie niet getenderd of verkocht kunnen worden.

“Tenderen en verkopen zijn tools van de harde sector.”

Tenderen en verkopen zijn tools en targets van de harde sector. Vertrouwensbanden passen daarin als een tang op een varken.

Trots

Alle voorgaande hoort bij de redenen waarom ik wilde meewerken aan het fotoboek dat hier boven het doopvont wordt gehouden.

Alle voorgaande hoort bij de redenen waarom ik wilde meewerken aan de fototentoonstelling die hier wordt geopend.Dit is een fragment uit de speech van Erik Vlaminck bij de voorstelling van het fotoboek TROTS van fotograaf Philippe Swiggers (Uitgeverij Vrijdag) en de gelijknamige tentoonstelling in het Museum Dr. Guislain in Gent.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen