Ode aan het buurtwerk

Lief en leed tussen tubes en talloren

Dinamo is een buurtwerking van Samenlevingsopbouw Antwerpen stad, vlakbij het bekende Sportpaleis. Voor zijn boek ‘Tubes en talloren. Lief en leed in Deurne-Noord’ interviewde Geert Schuermans bezoekers, vrijwilligers en opbouwwerkers. Het resultaat is een ode aan het buurtwerk, bij wijlen hard en schrijnend maar ook mooi, enthousiast en ontroerend.

buurtwerk
Geert Schuermans © ID / Katrijn Van Giel

Vermarkting

Geert Schuermans werkt voor SAM, Steunpunt Mens en Samenleving, vroeger Samenlevingsopbouw Vlaanderen. Ik sprak met hem tijdens Soeperdeboere, de lunch die elke donderdag in buurthuis Dinamo wordt klaargemaakt door vrijwilligers. “Dat is beste manier om de werking en bezoekers te leren kennen”, zo verzekerde hij mij.

En gelijk had hij. Binnen de kortste keren was ik in gesprek met een aantal buurtbewoners. De sfeer was ontspannen, open maar ook to-the-point. “De buitenwereld weet niet wat er gebeurt in een buurtwerking”, aldus Schuermans. “Dat maakt het werk politiek kwetsbaar. Het niet-kennen, ondermijnt het draagvlak. Een manier om toch draagvlak te creëren, is er over vertellen.”

Daarin ben je geslaagd. Je brengt in het boek het reilen en zeilen in het buurthuis knap in beeld.

Ik geloof sterk in verhalen van mensen. Ik sprak met veertig bezoekers, vrijwilligers en opbouwwerkers. Dertig getuigenissen kregen een belangrijke plaats in het boek. Hoe leerde iemand de buurtwerking kennen? Wie trok je over de streep? Wat is je achtergrond? Waarom help je mee in het Fietsatelier? Waarom kom je hier eten? Het is belangrijk dat we die verhalen vertellen in gewone mensentaal.

“Ik geloof sterk in verhalen van mensen.”

Dinamo stond op de lijst projecten die het Antwerps stadsbestuur wilde vermarkten. Hoe kijk je terug op deze episode?

Ik heb in die moeilijke periode intensief vertoefd in de buurtwerking. Opbouwwerkers en bezoekers waren boos, het ging immers over hun buurthuis en hun job. Maar buurtwerkers waren tot op het waanzinnige af professioneel. Het was gemakkelijk om mensen en bezoekers op te jutten tegen de stad, maar dat is niet gebeurd. De onzekerheid was er wel en die woog. De buurtwerking kreeg nooit één negatieve evaluatie en toch was haar voortbestaan bedreigd. Opbouwwerkers vroegen zich af wat ze fout gedaan hadden. Honderd vragen. Geen antwoorden.

Kan je inschatten waarom de stad deze werking op de markt wilde gooien?

Dit stadsbestuur kan moeilijk met kritiek om. Samenlevingsopbouw Antwerpen is een kritische speler. Ook andere getroffen organisaties zoals CAW Antwerpen en Free Clinic zijn dat. Ligt het daaraan? Ik weet het niet.

“De buurtwerking kreeg nooit één negatieve evaluatie.”

Fons Duchateau (N-VA), de schepen van sociale zaken, sprak in die periode denigrerend over het sociaal werk.

De schepen is op bezoek geweest bij Dinamo. Dat was de week voordat bekend werd dat hij de buurtwerking zou vermarkten. Hij heeft daar toen met geen woord over gerept. Daar moet je als schepen toch over communiceren!

Uiteindelijk is het stadsbestuur mislukt in haar opzet. Alle projecten werden binnengehaald door de bestaande sociale organisaties. Hun kandidatuur was telkens de beste.

Gelukkig dat het zo is afgelopen. Maar laten we toch niet vergeten hoeveel tijd en energie dit alles gekost heeft. De wijze waarop de stad dit dossier heeft aangepakt, doet toch de wenkbrauwen fronsen. Het getuigt van een ontstellend gebrek aan kennis over sociaal werk.  Het gevolg is dat er veel knowhow verloren gegaan is. Er is wantrouwen ontstaan binnen organisaties, tussen organisaties en tussen de stad en het middenveld.

buurthuis Dinamo
Buurthuis Dinamo © ID/ Katrijn Van Giel

Jij gelooft duidelijk niet dat vermarkting voordelen oplevert.

Een buurtwerking als Dinamo is broos en kwetsbaar. Als je dit vermarkt, dan maak je veel kapot. Deze werking is stap voor stap opgebouwd. Doorheen de jaren zijn hier honderden mensen gepasseerd, als bezoeker of vrijwilliger. Het draagvlak voor Dinamo is erg groot in Deurne. Als je een politicus bent die onder de mensen komt, dan beslis je niet om dit soort fragiele werking te vermarkten.

“Deze buurtwerking is broos en kwetsbaar.”

Voor veel bezoekers is dit buurthuis een oase van solidariteit. Maar zo’n concept botst met de hardheid van de samenleving.

Hier speelt men in op het positieve dat mensen verbindt. Men laat mensen samen hun schouders onder de wijk zetten. Dat werkt. Ik kan geen enkele reden bedenken waarom dat niet overal zou kunnen. Mensen moeten terug positief met elkaar leren omgaan. Alleen gebeurt dat niet vanzelf, je moet daaraan werken. Dat geldt ook voor deze buurtwerking. En sommigen zullen het niet graag horen, maar daar heb je professionals voor nodig. Op het eerste zicht loopt alles hier op wieltjes, lijkt alles vanzelfsprekend. Maar dat is het natuurlijk niet. Er wordt nagedacht over kleine en grote interventies. Alleen verval je snel in vakjargon als je ze gaat beschrijven. Vandaar mijn keuze om in het boek de verhalen van bewoners en vrijwilligers te brengen. Als lezer moet je er nadien maar uithalen wat je zelf belangrijk vindt.

Deurne-Noord

Deze buurtwerking ligt nabij het Sportpaleis, de verzadigde ring rond Antwerpen en de drukke Bisschoppenhoflaan. Niet meteen de leukste woonbuurt van de stad.

Het is een grauwe buitenwijk, het verkeer raast voorbij en er is weinig groene ruimte. De stad binnen de ring bloeit. Wonen wordt er duurder. Daardoor ontstaat er verdrukking richting buitenwijken. Deurne-Noord was oorspronkelijk geen aankomstwijk, maar is het stilaan wel geworden.

“Er is veel frustratie bij de hardwerkende Vlaming.”

Dat grauwe merk je soms ook bij buurtbewoners.

Het valt me op hoe hard mensen in Deurne soms zijn voor elkaar, zeker de oudere Vlaamse man of vrouw. Er heerst veel frustratie. En die frustratie wordt gekanaliseerd richting de vreemdeling. De hardwerkende Vlaming is boos. Hij werkt hard en holt zichzelf voorbij. Die ratrace zorgt voor afkeer tegen mensen die niet kunnen werken. Dat niet kunnen, wordt al snel gezien als niet willen. Hoe meer je van mensen eist en hoe strenger je alles maakt voor iedereen, hoe sneller er wordt gewezen naar zij die buiten het systeem vallen. Zij die niet werken of chronisch ziek zijn, krijgen dan de schuld van alles. Zij moeten opdraaien voor alle miserie.

samenlevingsopbouw
Geert Schuermans © ID/ Katrijn Van Giel

Je trekt in je boek een lijn naar de kiezers van de Amerikaanse president Donald Trump.

Deurne is niet toevallig een van de districten waar het Vlaams Blok hoge ogen gooide. Op een haar na had Filip De Winter hier in 2006 een absolute meerderheid. Om maar te zeggen, er leeft hier een grote groep mensen die zich uitgesloten voelen. Deurne was ooit een socialistisch bolwerk, veel van die kiezers stemmen nu voor Filip Dewinter of Bart De Wever. Onze huidige burgemeester pikt hun taal en gevoel enorm goed op. Maar verantwoordelijke politici moeten hun kiezers ook op dat vlak soms durven tegenspreken. Hij doet dat niet. Het blijft bij: ‘Wij volgen de grondstroom’.

“Het is geen hoera-verhaal over diversiteit.”

Uit je boek leer ik dat veel mensen nog dwepen met Maurice Dequeecker, hij was voor de fusie dertig jaar lang burgemeester van Deurne.

Je hoort zijn naam nog quasi elke dag, ook bij jonge mensen die hem nooit gekend hebben. Hij was socialist en een echte volksmens. Hij stond bekend om zijn dienstbetoon. Hij kon voor iedereen wel iets regelen, en dat werkte. Jij en ik hebben dat niet nodig maar voor veel mensen was zo’n helpende hand in een complexe wereld broodnodig. Dat was geen gefoefel. Ik denk dat wij nu te negatief kijken naar dienstbetoon.

Racisme

Migratie is een thema dat Antwerpen al meer dan dertig jaar verdeelt. Je steekt de harde, racistische taal die je soms ook in het buurthuis hoort niet weg.

Het boek is geen hoera-verhaal over diversiteit. Ik heb foute uitspraken gehoord over mensen met een migratie-achtergrond. Maar ik vind dat ze in het boek hun plaats hebben omdat je zo kan laten zien met welk racisme mensen geconfronteerd worden. Maar ik heb ook geleerd dat er een verschil is tussen wat mensen zeggen en wat ze doen. De Antwerpenaar met zijn grote mond is soms ook wel degene die de Soedanese vrouw helpt bij haar problemen. Dat stemt mij hoopvol.

“Er is een verschil tussen wat mensen zeggen en doen.”

De buurtwerking zet met verschillende taalprojecten sterk in op kennis van de Nederlandse taal.

Taal is een belangrijk middel om te kunnen functioneren in de samenleving. Het is belangrijk dat mensen met elkaar kunnen praten, dat ze elkaar verstaan. Dat geeft vertrouwen. Daarom zet Dinamo sterk in op taal. Maar niet iedereen slaagt erin om Nederlands te spreken, soms maakt iemands achtergrond of leeftijd het onmogelijk om nog een taal te leren. Verplicht dus niemand blindweg om Nederlands te spreken. Stimuleer mensen maar straf ze niet. Laat het vermanend vingertje achterwege want het houdt mensen weg uit het buurthuis. En dat kan toch niet de bedoeling zijn?

Uit je boek onthoud ik niet alleen de mooie verhalen. Er is in Deurne-Noord ook veel kommer en kwel.

Absoluut, en dan staan de ergste situaties nog niet in het boek. Zo is er een groep mensen zonder papieren die het erg moeilijk heeft. Of bewoners die in diepe armoede leven. Dat is de groep die door het chronisch gebrek aan geld ook psychisch niet meer functioneert. Hun verhalen zijn vaak ook te persoonlijk en pijnlijk om te publiceren. Bovendien heeft elke buurtwerking haar drempels. Hoe laag ze ook zijn. Er is dus een groep die onder de radar blijft. Het is de opdracht van ons allemaal om die groep zo klein mogelijk te maken.

“Investeer in de eerste lijn.”

Buurthuizen, inloopcentra en wijkgezondheidscentra krijgen steeds vaker mensen over de vloer met erg complexe problemen en leefsituaties.

Absoluut. Werkingen op de eerste lijn voelen als eerste de gevolgen van maatschappelijke trends als vermaatschappelijking, ongelijkheid en migratie. Dat maakt het werk zeer zinvol en boeiend, maar ook complex en zwaar. Het beleid kijkt ook vaak naar voorzieningen op de eerste lijn om in te springen. Alleen volgen daarbij zelden of nooit voldoende middelen. Vandaar mijn oproep aan iedereen die het horen wil: Investeer in de eerste lijn.

Buurthuis Dinamo © ID/ Katrijn Van Giel

Armoede is een belangrijk issue in je boek.

Daar kan je hier niet naast kijken. Er zijn veel mensen die het moeten rooien met een klein pensioen of een uitkering waarmee ze amper rondkomen. Bovendien is er in Antwerpen een wooncrisis. In de sociale huisvesting zijn er lange wachttijden. Op de private markt swingen huurprijzen de pan uit. Dat maakt dat veel mensen in de problemen komen. De administratieve mallemolen is ook ingewikkeld. Veel mensen kunnen niet volgen. Vandaar dat ze bij Dinamo werken met projecten als de budgetgidsenen ‘Koffie & Formulieren’. Twee broodnodige projecten die werken met vrijwilligers.

Je schreef een erg eerlijk boek.

In het begin was ik onwennig en onzeker. Ik ben geen groepsmens. Ik voel me best als ik alleen een boek zit te lezen. Voor dit project moest ik dus buiten mijn comfortzone komen. Twee weken voor de start heb ik nog even getwijfeld. Waar ben ik aan begonnen? Maar het team van Dinamo heeft me super goed ontvangen. Ze hebben me geïntroduceerd bij vrijwilligers en bezoekers. Ze hebben de deur wagenwijd opengezet. Ik moest alleen nog springen.

Heb je al zicht op een volgende uitdaging?

Dit boek is een project van SAM, Steunpunt Mens en Samenleving en de sector Samenlevingsopbouw. Ik kreeg de ruimte om tijdens mijn werkuren te schrijven. Alle lof hiervoor aan mijn werkgever. Ook een grote dank-je-wel aan Samenlevingsopbouw Antwerpen stad. Niet elke organisatie durft zich zo bloot te geven. Ik hoop dat ik dit in de toekomst nog eens kan doen. Ik wil verhalen van vergeten mensen naar boven halen. De meeste mensen willen graag hun verhaal doen. Maar je moet wel willen luisteren.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen