Dankzij mijn begeleider nam ik de draad weer op

Jeugdhulpverlener is geen gewone job, het is een roeping

Axelle is drieëntwintig en wil graag opvoedster worden. Ze was vijf jaar toen haar vader verongelukte. Haar gezin kwam in een kluwen van problemen terecht. In een lange rij van jeugdhulpverleners maakte één begeleider het verschil: “Ze is mijn tweede mama.”Axelle is een fictieve naam. Echte naam is bekend bij de redactie.

jeugdhulp
“Ik was een zeer zorgwekkend meisje geworden.” © Unsplash / Ye Fung Tchen

Auto-ongeval

Ik werd geboren in een gezin met zorgzame ouders en een oudere zus. Alles liep op wieltjes. Dat veranderde toen ik vijf was: mijn papa had een dodelijk auto-ongeval, vlakbij ons huis. Een jaar later had mijn mama een nieuwe partner. Vanaf dat moment liep het mis.

“Alles liep op wieltjes.”

Ze kreeg bij hem nog twee zonen, mijn halfbroertjes. Maar die man was niet oké. Iedereen zag dat, behalve mijn mama. Ze was ook nauwelijks 29 toen ze weduwe werd met twee kinderen.

Nu ik 23 ben, bekijk ik dat anders. Kan je verwachten dat iemand in zo’n situatie de juiste beslissingen neemt? Ik denk daar nog vaak over na: zou ik het anders hebben aangepakt?

Op straat

Toen ik veertien was, besliste mama eindelijk om die man te verlaten. Het was duidelijk dat hij enkel op haar geld uit was. Want op een bepaald moment kreeg ze een brief die vermeldde dat ze haar eigen woning moest verlaten. Mijn stiefvader had het klaargespeeld om achter haar rug het huis te verkopen.

Ze stond dus met haar vier kinderen op straat. Dat was de spreekwoordelijke druppel die eindelijk de emmer deed overlopen.

Boos op mijn mama

In die periode meed ik mijn mama. Ik begreep niet dat ze zoveel had opgeofferd om bij die man te blijven. Soms vielen er zelfs rake klappen. Waren haar kinderen niet meer waard? Ik vond dat ze veel te lang had gewacht om voor ons te kiezen. Ik was boos op haar. Dat was best lastig want ik ben een moederskindje.

“Waren haar kinderen dan niet meer waard?”

Ik verbleef in die periode vaak bij mijn beste vriendin. De sfeer was er heel anders. Een warm nest. Haar ouders zagen dat ik het moeilijk had. Ze stelden voor om me als pleegkind in hun gezin op te nemen. Ik was in de wolken. Ik kreeg het advies om naar het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg te bellen om alles te regelen.

Jeughulptraject gestart

Ik dacht even snel een pleegzorgprocedure op te starten, maar dat draaide heel anders uit. Ik werd plots geconfronteerd met verschillende instanties en nog veel meer vragen. Die gevolgen had ik vooraf niet ingeschat.

Blijkbaar was ik ook geen onbekende voor dat Comité. Mijn mama was er al op gesprek geweest, maar had me er nooit iets over verteld. Ik spijbelde toen al veel en had een aantal keer klacht ingediend bij de politie tegen mijn stiefvader. Nu ik zelf aan de lijn hing, gingen er bij het Comité heel wat knipperlichten branden. Daar is mijn jeugdhulptraject begonnen.

Terug naar mama

Ik ging bij mijn oma wonen, met begeleiding vanuit een Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum. Ik bleef ook elke woensdag naar het gezin van mijn vriendin gaan. Uiteindelijk was er zicht op een meer duurzame oplossing: de procedure om pleegkind van mijn nonkel te worden, was rond.

“Dit kon ik mijn mama niet aandoen.”

Maar toen werd het me te warm. Ik voelde dat aan als een definitieve breuk met mijn mama. Het moederskindje verzette zich: dit kon ik mijn mama niet aandoen.

Ik trok weer bij haar in. Al snel ging het helemaal mis. Ik had als minderjarige de auto van mijn oma genomen en werd aangehouden door de politie. Mijn dossier belandde bij de jeugdrechter.

Amper op school

Het ging van kwaad naar erger. Ik was vijftien en ging amper nog naar school, zat op café, rookte dagelijks wiet en amuseerde me met dingen die het daglicht beter niet zien. Ik werd geregeld aangehouden door de politie.

Ik had een harde hand nodig, maar die was er niet. Mijn mama is zacht en goedgelovig. Ik kon haar makkelijk manipuleren. We kregen wel crisishulp aan huis, maar echt aanklampend waren die hulpverleners niet.

Afgesloten van de buitenwereld

Op een dag werd ik thuis wakker en merkte ik dat mijn tante er was. Vreemd, want we zagen elkaar nooit. Toen ik wilde vertrekken, stelde ik verwonderd vast dat alle deuren op slot zaten. Ik ben toen uit het raam van mijn slaapkamer gesprongen. In de tuin werd ik meteen vastgegrepen door mijn nonkel en een buurman. Plots waren er ook een ziekenwagen en politiecombi.

“Ik werd geregeld aangehouden door de politie.”

Ik werd hysterisch. Ik weet nog altijd niet wat er toen precies aan de hand was, we hebben er nooit meer over gepraat. Ik denk dat mijn familie niet langer kon aanzien hoe ik afgleed. Ze waren ten einde raad en wilden ingrijpen. Ik verbleef een nacht in het ziekenhuis.

Een paar dagen later werd ik op school plots uit de klas gehaald door twee agenten in burger. Ik moest meekomen en opnieuw voor de jeugdrechter verschijnen. Ik werd twee weken geplaatst in een jeugdhulpvoorziening.

Dat was confronterend. Ik was vijftien, had nog nooit in een instelling gezeten. Plots was ik compleet afgesloten van de buitenwereld.

Vreemd concept

Dat verblijf had een korstondig effect. Toen ik er na twee weken mocht vertrekken, was ik ervan overtuigd dat ik nooit meer wiet zou roken.

“Al snel verviel ik in oude gewoontes.”

Maar al snel verviel ik in oude gewoontes en belandde opnieuw in een jeugdhulpvoorziening. Maar dat maakte niet veel verschil meer voor mij. Ik had een dak boven mijn hoofd, maar bleef verder gewoon mijn zin doen.

Eigenlijk is het concept van zo’n voorziening ook raar. Jongeren met wie het niet goed gaat, breng je samen onder eenzelfde dak. Je beïnvloedt elkaar sowieso negatief, want met de ene is het nog erger gesteld dan met de andere.

Geboeid als een zware crimineel

Met een aantal meisjes zijn we verschillende keren gaan lopen. De laatste keer liep het echt fout. Er kwamen messen aan te pas.

“De laatste keer liep het echt fout.”

De politie pakte me op en ik belandde in de cel. Van de ene dag op de andere werd ik weggehaald uit de voorziening waar ik al zeven maanden woonde. Ik mocht mijn kamer niet leegmaken en kon van niemand afscheid nemen. Daar ben ik ziek van geweest, want er was één begeleidster met wie het echt klikte.

Ik moest geboeid en onder politiebegeleiding voor de jeugdrechter verschijnen. Ik voelde me een zware crimineel en vond dat toen best stoer. De jeugdrechter stuurde me naar de gesloten gemeenschapsinstelling van Beernem. Maar daar was geen plaats, dus kwam ik op de wachtlijst terecht.

Weer naar huis

Mijn mama verzette zich tegen die gesloten plaatsing. Ze wou niet dat haar dochter in Beernem belandde en stond bij wijze van spreken elke dag op de griffie van de jeugdrechtbank. Ze hield haar slag thuis: ik werd van de wachtlijst geschrapt. Al kon ik die harde structuur en discipline in Beernem op dat moment misschien best gebruiken…

“Wat toen volgde, was hallucinant.”

Wat toen volgde, was hallucinant. In plaats van in Beernem, kwam ik opnieuw thuis terecht. Het walhalla van het vrije leven. Mijn mama was gewoon blij dat ik thuis was. Maar ik ging niet meer naar school en verzamelde PV’s bij de vleet. Niemand volgde dat op. Ik bleef als zestienjarige negen maanden doelloos rondhangen, zonder dat iemand daar een probleem van maakte.

De switch

Dat kon niet blijven duren. Plots moest ik toch weer voor de jeugdrechter verschijnen. Voor mij kwam dat als een donderslag bij heldere hemel. De jeugdrechter overwoog een plaatsing in de jeugdpsychiatrie, maar aarzelde om me opnieuw in een leefgroep te laten functioneren.

Uiteindelijk kwam ik terecht bij het intern dagprogramma van jeugdhulpvoorziening De Switch. Dat heeft voor mij alles veranderd. Ik was toen zeventien.

Telkens nieuwe kansen

Dat de grote klik er toen pas kwam, had met verschillende zaken te maken.

“Ze lieten me nooit los.”

De Switch had een eigen aanpak. Ik ervaarde iets wat ik nergens anders had ervaren. Ik was er nog maar drie dagen en we trokken al naar Frankrijk voor een overlevingstocht. Ik werd aanvaard zoals ik was en kreeg telkens nieuwe kansen. Dat was nodig, want ik ben nog een paar keer stevig uit de bocht gegaan. Maar ze lieten me nooit los.

Die aanpak vertrok niet alleen vanuit individuele begeleiders. De ganse voorziening straalde die visie uit. Hier koos men voor echte jeugdhulp die het verschil maakt.

Ik kreeg er een relatie met een van de andere meisjes. Ook die emotionele rollercoaster werd in goede banen geleid. Het heeft me grondig gevormd en veranderd.

Mijn tweede mama

Vooral mijn individueel begeleidster speelde een sleutelrol. Ik kan moeilijk uitleggen waarom dat zo goed klikte. Zij wist gewoon hoe ze me moest aanpakken. Er was meteen veel wederzijds respect. Ze is een vijftiger, heeft zelf geen kinderen. Ze is mijn tweede mama. We hebben nu nog wekelijks contact.

“Ze wist gewoon hoe ze me moest aanpakken.”

Veel jongeren zien het niet meer zitten om na hun achttien het jeugdhulptraject verder te zetten. Ze hebben hun buik vol van jeugdhulp. Maar dankzij mijn individueel begeleidster deed ik dat wel.

Ik heb in die periode veel over mezelf geleerd. Ik had tot dan toe geen interesses, wist niet wat ik graag deed of wilde worden. Mijn begeleidster hield me een spiegel voor en stelde op de juiste momenten de juiste vragen. Soms was dat best confronterend.

Als ik erop terugkijk, is dat ook de reden waarom ik zo ben ontspoord: ik kende mezelf simpelweg niet. En ik verzeilde in een gezinssituatie die me niet de juiste prikkels gaf.

Zelf jeugdhulpverlener worden

Zo nam ik de draad weer op. Dat was niet evident. Omdat ik weinig naar school ging, moest ik zwoegen om via een ingangsexamen te kunnen starten met de graduaatsopleiding orthopedagogie. Het lukte me om dat diploma te halen. Nu volg ik een bacheloropleiding orthopedagogie.

“Ik kende mezelf simpelweg niet.”

Ik wil graag in de jeugdhulp werken. Ik verbleef er een belangrijk deel van mijn jong leven en stak er heel wat op. Dat wil ik nu ook kunnen teruggeven.

Ik kwam er als jongere veel begeleiders tegen. Toch konden er maar weinigen voor mij het verschil maken. Ze deden niets fout. Ze kleurden mooi binnen de lijnen, netjes binnen de daartoe voorziene uren.

Maar jeugdhulpverlener is geen gewone job. In moeilijke omstandigheden moet je toch respect tonen, blijven geloven in jongeren, hen telkens nieuwe kansen geven. Jongeren ruimte geven door duidelijke lijnen te trekken. Dat is geen job, dat is een roeping.

Ervaringsdeskundige

Mijn ervaringen kunnen me helpen om die droom waar te maken. Toch heb ik niet graag het etiket van ervaringsdeskundige. Ik vind dat heel dubbel. Want die rugzak vol jeugdhulpvervaringen kan deuren openzetten, maar ook dicht houden.

“Ik ben bang om op mijn verleden afgerekend te worden.”

Daarom vertel ik er niks over bij sollicitaties en heb ik beslist om deze getuigenis anoniem te brengen. Ik ben bang om op mijn verleden afgerekend te worden. Ik had al een paar keer een goed sollicitatiegesprek, maar greep toch telkens naast de job. Ik ervaar dat als een afwijzing.

Geen onherstelbare fouten

Of er in mijn traject fouten zijn gemaakt? Ik denk eerder dat er hier en daar verkeerde beslissingen werden genomen. Iemand die zwaar ontspoord is en wacht op een plaats in Beernem, zet je niet negen maanden thuis, zonder begeleiding.

“Ik miste betrokkenheid.”

Maar ik vind niet dat er iets onherstelbaars is gebeurd. Ik was een zeer zorgwekkend meisje geworden. Niemand wist daar nog raad mee.

Wel miste ik doorheen mijn traject de nodige portie betrokkenheid. Jeugdrechters nemen bijvoorbeeld beslissingen op basis van wat consulenten hen influisteren. Hun afstand tot mij was zeer groot. Toch namen ze beslissingen die mijn leven bepaalden.

Hulp voor ouders

De jeugdhulp mag best ook meer aandacht besteden aan problemen van ouders. Het gedrag van een jongere komt meestal niet uit de lucht gevallen. Ouders zijn een belangrijke schakel.

“Ouders zijn een belangrijke schakel.”

Ook in mijn geval is dat een belangrijk deel van het verhaal. De relatie met mijn moeder verliep niet zonder slag of stoot. Ik verwacht van hulpverleners meer ondersteuning, zowel voor het kind als de ouder.

Ik zou het opnieuw doen

Of ik na al deze ervaringen zelf kinderen wil? Op dit moment hoeft dat niet voor mij. Ik weet voor hoeveel moeilijkheden kinderen kunnen zorgen. Ik twijfel of ik daar al sterk genoeg voor ben.

“Ik heb een stevig en rebels karakter.”

Ik heb niet het gevoel dat mijn verleden in de jeugdhulp me opzadelde met zware trauma’s. Het heeft me gemaakt tot wie ik ben. Ik heb een stevig en rebels karakter. Zeker mijn ervaringen in De Switch hebben me in die richting gekneed en ik ben daar best fier op.

Veel zou ik vandaag opnieuw doen, maar dan misschien wel langs een minder hobbelige weg. Want het had natuurlijk allemaal best wat eenvoudiger mogen verlopen.

Een overlever

Daardoor ben ik ook een overlever. Ik kwam vaak in uitzichtloze situaties terecht. Toch trok ik me er steeds weer uit. Dat is niet alleen mijn verdienste. Op zo’n moeilijke momenten heb je ook geluk nodig om de juiste mensen te ontmoeten, bijvoorbeeld een hulpverlener met wie het klikt.

Vandaag ben ik voor mijn geluk sterk afhankelijk van mijn partner. Als onze relatie morgen op de klippen loopt, begin ik misschien opnieuw te wankelen. Maar in welke goede relatie is dat anders?

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen