Column

Volgens het boekje

Kinderrechtencommissaris over schietincident in jeugdhulp

Bruno Vanobbergen

Bruno Vanobbergen

Bruno Vanobbergen is kinderrechtencommissaris.

Kinderrechtencommissaris

DFID/UK @flickr

Kinderrechtencommissaris

DFID/UK @flickr

Dames en heren,De kinderrechtencommissaris eindigde dit jaar de presentatie van zijn jaarverslag op een wat aparte manier. Sociaal.Net kreeg de kans om zijn mooie woorden te publiceren.

Je herinnert je ongetwijfeld het schietincident in de Antwerpse jeugdhulp eind vorig jaar. Een 14-jarig Syrisch meisje werd er door het Snelle Responsteam tweemaal in de lies geschoten. Het incident zelf, maar vooral de reacties erop hebben me enorm geraakt. Samen met mijn collega Inge praatte ik kort na het incident met het meisje. De dag zelf nog schreef ik een tekst die ik nu pas publiek maak.

‘Een kind in gevaar wordt te snel een gevaarlijk kind.’

Ik vind het onaanvaardbaar dat een kind in gevaar zo snel tot een gevaarlijk kind wordt gemaakt. Dit is voor iedereen die begrijpt dat kwetsbaarheid enkel zorg verdraagt. En voor het Syrisch meisje zelf. Dat haar ontwapenende lach het mag halen op haar verdriet en angst.

Volgens het boekje


Je bent 10 en je woont in Syrië.
Je voelt je goed, gaat naar school en je houdt van je vader en je moeder.
Maar dan wordt het oorlog.
‘Veel kleine kindjes gaan dood’
Je vertrekt, samen met je broers en zus, vader en moeder.
Je vlucht naar Turkije, Algerije, opnieuw Turkije.
Je gaat drie jaar niet naar school.
Je bent bang, je ouders zijn bang.
Je hoort veel verschillende talen, maar begrijpt ze niet.
(Ze lacht, ‘ik ken alleen ça va’).

Je belandt in België.
In een opvangcentrum met heel veel mensen.
Je bent in de war, net als je vader en moeder.
Jouw vader wordt bang – ‘hartkloppingen’.
Zijn mooie, lieve dochter loopt gevaar.
Onrust, angst, niets lijkt nog op thuis.
Je vader weet met zijn benauwdheid geen weg.
Zijn enige uitweg ligt in heel kwaad worden.
(Ze draait zich weg, ‘problemen’).
Je verhuist naar een eigen huis.
De rust keert terug. En toch ook niet helemaal.
Je krijgt een nieuwe plek.
Los van thuis.
En kort daarop een andere nieuwe plek.
Samen met jouw broers en zus.
Het maakt je blij – ‘samen is goed’.

Er is een incident – ‘Iedereen was kwaad’.
Je dreigt de aanwezigheid van jouw broers en zus opnieuw te verliezen.
Je wordt kwaad – ‘heel, heel kwaad’.
Je wil niet ‘naar een andere plaats’.
Een gebroken glas moet redding brengen.
(Ze toont haar licht geschonden pols.)
Er is politie, daarna nog politie.
‘Roepen, pijn, mijn hoofd op de grond’.
Je wordt naar het ziekenhuis gebracht.
En daarna wacht de gevangeniscel.
’s Ochtends vindt de jeugdrechter nergens een plek voor jou.
Je brengt de hele dag door in de gevangenis.
Je bent bang.
Je begrijpt er niks van.
Diezelfde avond beland je in de jeugdpsychiatrie.
(‘Ik ben geen gekkin’, zegt ze verbeten).
Je ziet er een week geen vader, en geen moeder.
Geen broers, en zussen.
‘Het is te ver. Geen auto.’
Je belandt op een nieuwe plek.
Jouw voorlopig laatste plek.
Je bent bang.
(Ze huilt, herpakt zich).
Je wil graag hier blijven.
‘Niet naar de gevangenis.
Want daar is het niet goed.’

Reacties [4]

  • Diane Denys

    Prachtige tekst. Als je met deze jonge mensen spreekt en realiseert hoeveel ze meegemaakt hebben dan pas kun je beginnen te begrijpen waarom ze iets doen en hoe je best hun gedrag aanpakt. Ik heb al veel geleerd van hen en veel toffe mensen ontmoet. Ze hebben van mij een wijzer mens gemaakt.

  • Annemie Scheire

    Jammer dat er “volgens het boekje” nooit plaats is voor : zich inleven, luisteren, proberen begrijpen, warmte … of is dit enkel nodig voor “onze kinderen”?
    Proficiat, Bruno, voor deze aangrijpende tekst!

  • Lizzy

    Van de tekst van de kinderrechtencommissaris word ik stil. Maar dan moet ik toegeven dat ik ook de “andere partij” in dit verhaal begrijp. Wat moesten ze dan doen? Daar staat dan een kind die onze taal niet machtig is, communicatie lijkt onmogelijk. Ze heeft glas vast, ze kan er zowel zichzelf als een ander mee verwonden. Ze heeft zichzelf al een snede toegebracht. Het heeft die bewuste dag enorm met mijn gedacht gespeeld. Hoe hadden ze dit anders kunnen oplossen, ik wou dat ik het wist. Uiteindelijk gaat het om een kind die daar een traumatische ervaring aan het meemaken was. Maar ik besef ook dat het een onmogelijke opdracht was voor de politiediensten. Uiteindelijk werden zij er bijgehaald door personeel die het zelf niet opgelost kregen door te praten. Nu heeft ze slechts enkele, pijnlijke weliswaar, blauwe plekken opgelopen. Niemand raakte gewond door het glas. Al bij al, tussen alle negatieve kritiek, zegt niemand welke betere (werkende!) oplossing er was. We waren er niet bij…

  • Marcel De Beukeleer

    Ik heb toen ook verontwaardig gereageerd. Onze veiligheidsmensen staan onder hoogspanning en soms slagen de stoppen door. Wellicht omdat hun zekeringen niet bestand zijn tegen de hoogspanning. Nu, na het lezen van deze tekst, word ik stil, heel stil …. en ook een beetje bang. Bedankt, Bruno, voor deze mooie tekst.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.