Column

‘Sociaal werk moet terugkeren naar haar basis: er zijn voor mensen’

Sarah El Massaoudi

Sarah El Massaoudi

Sarah El Massaoudi is opbouwwerker bij Samenlevingsopbouw Antwerpen stad vzw, waar ze werkt rond het recht op wonen.

sociaal werk

© Unsplash / Florian Van Duyn

Met een beetje moeite verstond ik haar prima

Ik kreeg onlangs telefoon van een mama met vijf kleine kinderen en een zieke partner. Het gezin dreigde dakloos te worden en was dringend op zoek naar een woning. Ik verwees de moeder door naar de juiste diensten. Vervolgens vertelde ik haar dat ik vanuit mijn huidige job niets meer kon doen behalve luisteren naar haar verhaal.

‘Door de glazen deur zag ik een medewerker naar me toe lopen, hevig nee schuddend met haar hoofd en vinger.’

De vrouw barstte in tranen uit. Ze had al verschillende instanties opgebeld, maar kreeg nergens gehoor.

De laatste medewerker die ze sprak, zou de telefoon abrupt opgehangen hebben. Hij gaf aan haar niet te begrijpen. Het Nederlands van de mama was inderdaad niet vlekkeloos, maar met een beetje moeite kon ik haar prima verstaan.

Verharding van het sociaal werk

Sociaal werk onderscheidt zich door haar niet aflatende inzet en zorg voor mens en samenleving. Maar helaas zijn ook sociaal werkers niet immuun voor wat er in de samenleving gebeurt en sijpelt ook daar de verharding binnen.

Toen ik het verhaal van de mama vertelde aan mijn collega opbouwwerkers, bleek dat ook zij die ongevoeligheid meer opmerken. Het uitwisselen van onze ervaringen, bracht mij terug naar een situatie van enkele maanden geleden.

Ik had bij een eerstelijnsdienst een afspraak voor een overleg. Toen ik aankwam was het kantoor gesloten. Ik belde aan. Door de glazen deur zag ik een medewerker naar me toe lopen, hevig nee schuddend met haar hoofd en vinger. Ik keek haar verward aan en bleef staan. Ze deed de deur – nauwelijks – open en zei emotieloos door het kiertje: “We zijn gesloten”.

Vooraleer de deur terug dichtging, flapte ik snel de naam van mijn werkgever uit, alsook de naam van de medewerker waarmee ik afgesproken had. Ik mocht toch binnen.

De ontvangst zinderde na

Onderweg naar mijn werkplaats, zinderde die ontvangst bij me na.

Ik ben vrouw, heb een migratieachtergrond en draag een hoofddoek. Zou die medewerker vriendelijker geweest zijn indien ik een witte, blonde vrouw was? De kans is relatief groot. Al wierp het gesprek met mijn collega’s en onze gezamenlijke ervaringen nog een ander licht op deze gebeurtenis.

‘De medewerker zag mij als iemand die langskwam met een hulpvraag.’

Wat deze situatie extra pijnlijk maakte, is dat de medewerker mij wellicht zag als iemand die langskwam met een hulpvraag. Ik werd de deur gewezen, nog voor ik een woord kon uitspreken. Of ik nu net was weggelopen van mijn agressieve man of louter informatie kwam vragen, waarbij het dan terecht zou zijn om mij beleefd op de openingsuren te wijzen, het had geen verschil gemaakt. Ik kreeg niet de kans om ook maar iets te vragen.

Het maakt me boos. Boos omwille van de verpletterende gevolgen die zo’n afwijzing kunnen hebben voor mensen die, misschien na lang twijfelen, de stap zetten naar professionele hulp.

Ik probeer mijn verontwaardiging te temperen

Mijn verontwaardiging probeer ik te temperen door rekening te houden met de omstandigheden in de ‘zachte sector’. Door besparingen is er op veel plaatsen een enorme dossierlast en hoge werkdruk. Ik weet dat dit de mentale en fysieke gezondheid van werkers onder druk zet.

‘Liefde moet geen sluier zijn die ons ervan weerhoudt om gebreken te zien.’

Ik ben dan ook fier op sociaal werk dat collectief welzijn voor winst plaatst, en samenwerking boven vijandigheid of concurrentie. Zeker in tijden van uit de hand gelopen consumentisme en sociale polarisatie, is dat sociaal werk een baken van menselijkheid en hoop.

Op dezelfde manier dat het onmogelijk is om een exhaustieve lijst neer te pennen met de redenen waarom ik van mijn partner houd, kan ik ook al het mooie en enorme werk dat verzet wordt door sociaal werkers niet opnoemen.

Liefde moet echter, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, geen sluier zijn die ons ervan weerhoudt om gebreken te zien. Integendeel, ik geloof dat echte liefde ons zicht net verscherpt en ruimte schept voor eerlijkheid. Het is immers enkel op die manier dat we het beste uit onszelf kunnen halen.

Kop van Jut

De mensen waarmee en waarvoor we als sociaal werkers aan de slag zijn, zijn vaak al meervoudig slachtoffer van uitsluiting en discriminatie. Het mag niet zijn dat zij daarbovenop kop van Jut worden van onze frustraties en grieven.

‘Laten we samen pleiten voor meer zachtheid.’

Door de verharding verlopen ook contacten met collega’s, zowel intern als extern, stroever. Hoog tijd dus om elkaar liefdevol een spiegel voor te houden: Laten we samen pleiten voor meer zachtheid.

Omdat er ongetwijfeld heel wat factoren meespelen die deze strengheid veroorzaken, heb ik geen pasklaar antwoord van hoe we weer warmte kunnen binnenbrengen in wat aanvoelt als een steeds kouder wordende sociale sector. Voor sommige werkers betekent het immers dat ze moeten ingaan tegen de bestaande organisatiecultuur, anderen zullen vooral de hand in eigen boezem moeten steken. Ook een collectief proces waarbij we het hoofd trachten te bieden aan invloeden en krachten van buitenaf is onontbeerlijk.

Keep it simple

Natuurlijk zijn die grote analyses nodig. Maar de zoektocht naar alomvattende oplossingen kost niet alleen veel tijd, hij kan ook verlammend werken. Vandaar het belang van kleine handelingen: verwelkom mensen met een glimlach, zorg voor een tas koffie of een glas water, luister naar iemands verhaal ongeacht of jezelf een oplossing kan bieden.

We moeten het dus niet te ver zoeken. Laten we simpelweg terugkeren naar de basis: er zijn voor en met mensen. De presentietheorie van Andries Baart blijft immer actueel.

Dit impliceert ook dat we meer gebruik moeten maken van onze discretionaire ruimte. En misschien moeten we zelfs meer van die ruimte opeisen. Procedures en regels zijn belangrijk, maar zonder uitzonderingen of maatwerk worden starheid en machinaal handelen bijna onvermijdelijk. Kilte loert dan om de hoek.

Is het naïef om te denken dat we als sociaal werkers zelf kunnen starten met het eigenhandig vertolken van de verandering die we willen in de bredere samenleving? Ik begin alleszins graag bij mijzelf en hoop dat wie dit leest zich gestimuleerd voelt om hetzelfde te doen.

Reacties [23]

  • Ingrid Tack

    Dankje Sarah, voor deze diepe en mooie manier om te kijken naar ons werk. Ik denk dat iedereen die het leest, en zich enigzins openstelt, ook meteen aan de lijve ondervind hoe sterk het werkt als je vanuit de ‘liefde’ naar buiten treedt: Het raakt en het verzacht je onmiddellijk… Dat doorgeven in ons werk, dat mogen doorgeven in ons werk aan mensen in nood, dat is idd heel sterk en krachtig. dankje om dit te benoemen! Het was zeker mijn drive ooit, maar het sneeuwt soms onder in alle ‘drukdoenerij’. Dus super, het is weerom aangewakkerd… en ja, laten we dat blijven doen bij elkaar.. we hebben het allen evengoed nodig, om het verder door te kunnen geven … (maar we zijn zo bang dat we dan niet professioneel zijn, te melig,… ) Sarah, you made my day!

  • Myriam suvée

    Je hebt mijn hart geraakt. Dank je wel. Een overwerkte maar na 37 jaar, nog altijd een CLB medewerker die heel vaak mooie dingen leert van haar cliënten.

  • Kurt De Backer

    Dank je voor je reactie Sarah. Ik ben al de hele week over dit artikel aan het nadenken en aan het wroeten, ik besprak een deeltje ook met mijn studenten, dus het brengt wel wat te weeg. Ik hoop dat ik het ook nog eens neergeschreven krijg. Ik vond alleszins veel inspiratie in de Marie Kamphuis lezing van Rudi Roose.

  • Van Werde Dannie

    Beste Sarah
    Ik ben een maatschappelijk werker van 64 jaar maar nog altijd actief in het werkveld – eind dit jaar ‘moet ‘ ik met pensioen. Deze laatste maanden in het arbeidsveld wil vooral spreken over die liefde waar jij over spreekt. Een liefde in waarheid . De zin van sociaal werk is er zijn voor wie voor ons zit ,dikwijls alleen luisteren, maar ook al onze ervaringen delen en zorgen dat ze op tafel van het beleid komen… In ieder cliënt is de hele wereld aanwezig, maar ook de diepe zin van mijn – onze werkvreugde.
    Ik ga je artikel delen met velen.

  • Jürgen

    Mooi verwoord Sarah. Jammer dàt het verwoord dient te worden… en inderdaad: wijzelf kunnen al een begin maken en moeten meer durven ingaan op het tegengaan van wat jij verstarring en verharding noemt. Mijn steun heb je en ik probeer elke dag weer zoals jij in mijn job te staan.

  • Steven Gibens

    Dank Sarah, dank voor deze bijdrage vanuit het hart, het hart van het sociaal werk.

  • Koen Mees

    Dank u ! Bij elkaar terecht kunnen. Het geldt voor alle mensen. Als sociaal werker: ruimte bieden, ruimte opzoeken, ook bij elkaar. Om te kunnen ventileren, te luisteren, de moed er in te houden én om samen te strijden voor betere leefomstandigheden en werkomstandigheden. Iedereen kan plots in nood verkeren of er vroeg of laat in terecht komen !

  • Martine Naets

    Dag Sarah,

    wat je schreef raakte heel sterk wat ik regelmatig voel tijdens mijn job.

    Ik ben maatschappelijk werker,en werk in een mobiel team ondermeer met dakloze mensen die kampen met ernstige psychische problemen.
    Voordien heb ik heel graag gewerkt binnen een psychiatrisch ziekenhuis, waar ik ontzettend veel geleerd heb.
    Maar ik heb toen nooit beseft dat mensen die zorg het hardste verdienen en nodig hebben zoveel drempels moeten overwinnen.
    Beschadigde mensen die moeten overleven kunnen vaak helemaal niet voldoen aan de voorwaarden die de collega uit de 1ste lijn stelt.
    “op tijd komen, afspraken naleven,gemotiveerd zijn”

    Naast het feit dat ik mocht ervaren wat collega’s in de eerste lijn allemaal over zich heen krijgen, en daar veel respect voor heb, ervaarde ik eveneens de aarzeling om de meest kwetsbaren te omarmen. Om ze tot hun recht te laten komen.
    Laat ons inderdaad een warme solidaire houding tov mekaar nastreven. Gedeelde zorg = betere zorg.
    Dank voor je tekst !

  • Colin Keenan

    What you experienced and describe saddens but does not surprise me. What I find scary is the institutionalisation of racist and class based mythologies into the behaviour of professionals in an organisation created to help those in need. What service users experience must be doubly dis heartening – once you are marginalsed in culture of wider society, you seek help only to be further marginalised and rejected. the move to the popular, self seeking, “other” demonising, right throughout the western world needs solutions beyond those that social work can deliver [not that it shouldn’t try to].However Social work needs now to work hard to put its own house in order to ensure its institutions don’t slide any further into that morass than they are already being corrupted by. Etzioni [1968] argued: you set up an organisation to perform a task [like assisting people in need] but as it expands it will increasingly pursue the needs of the organisation at the expense of the initial task’

    • Sarah El Massaoudi

      Thank you so much for your insightful reply. I wasn’t familiar with the quote of Etzioni, but it is something I regularly discuss with colleagues. It’s something that also worries me a lot and keeps me vigilant. I spoke in my previous (and first column on this platform) about getting our house in order… If you haven’t checked it out before, I think you might ‘like’ it. It’s obviously not a happy story, but these are the stories that we need to tell and spread in the hopes that the social sector will wake up and face the much-needed work that lies in front of us if we really want to go back to our core values.

  • Julien Van Geertsom

    De vinger op de wonde. De verharding van het sociaal werk gaat hand in hand met de verharding van het maatschappelijk klimaat. Het is niet alleen de toenemende druk en dossierlast die aan de basis ligt van dit onwaardig gedrag.
    Wel zien we steeds meer dat sociaal werkers overtuigd zijn van het feit dat vele hulpvragers eigenlijk ‘profiteurs’ zijn.
    Alleen een volgehouden inspanning om het sociaal klimaat te veranderen, gekoppeld aan een systematische confrontatie van collega’s met de gevolgen van een dolgedraaide kapitalistische samenleving waar individualisme en egoÏsme primeren, kan soelaas brengen

    • Sarah El Massaoudi

      Ik had dit zelf niet beter kunnen verwoorden! Wat je trouwens aanhaalt over hoe er soms wordt gekeken naar hulpvragers staat trouwens op mijn lijstje van ideeën voor een volgende column. Helaas ook genoeg anekdotes daarover… Stay tuned dus!

  • Nick Mouton

    Zeer herkenbaar. Effecten van dossierdruk, cijferdruk, productiviteitsverwachtingen, procedures, gegroeide gewoontes,… moeten intern regelmatig kritisch tegen het licht gehouden worden. Zoals hier al geopperd: andere diensten op een doordachte én betrokken manier aanspreken als je meent te merken dat het mogelijk fout loopt, lijkt me ook essentieel. Net als mensen kunnen diensten soms ook wat hulp gebruiken.

  • danny wildemeersch

    Het incident dat Sarah beschrijft is verontrustend. Hopelijk is dit eerder uitzondering dan regel. Sociaal werkers/opbouwwerkers mogen hun eigen, kritisch oordeelsvermogen niet totaal ondergeschikt maken aan abstracte regels.

  • Lieve Maesmans

    Dankjewel, Sarah, om de focus te leggen op liefde, ook in het werk. Gisteren op een overleg hadden we het nog over het belang van graag zien van cliënten, van mens tot mens. Ik geloof ook dat we als sociaal werkers een verschil kunnen maken met wat je voorstelt. “Be the change you wish to see in the world.” (M. Gandhi)

  • An-Sofie

    Dank u Sarah voor het verwoorden wat ik al lang en vaak voel in het werkveld! Sociaal werkers en andere hulpverleners staan te weinig stil bij het effect van dit soort communicaties en begrijpen dan tegelijk niet waarom mensen geen hulp vragen of zich open en kwetsbaar durven opstellen in gesprek. Uiteindelijk ben je meer tijd kwijt aan het herstellen van het vertrouwen in de hulpverlening (als de persoon de moed heeft om nogmaals de kans op afwijzing te riskeren) dan die paar minuten die je had kunnen steken in het aannemen van de uitgestoken hand aan de deur. Efficiëntie zit hem niet altijd in stiptheid en vasthouden aan regels en opgelegde structuren… Misschien krijgen we het zo uitgelegd aan diegenen die van bovenaf de krijtlijnen uitzetten voor sociaal werk?

    • Sarah El Massaoudi

      Ik kan mij alleen maar volledig aansluiten bij jouw reactie. En als vraag op jouw antwoord: het is het proberen zeker waard! :)

  • Geert Borms

    reflecteren op het eigen handelen, mild en toch kritisch kijken naar collega’s, expliciet ruimte creëren voor feedback naar elkaar, zodat wat we willen meegeven aan hen aan wie we zorg verlenen, in eerste instantie door onszelf in praktijk gebracht wordt. Wat we als team, organisatie intern niet neerzetten, kunnen we niet doorgeven en uitdragen.

  • Marleen Van Houdt

    Een goed, warm en correct onthaal blijven fundamenteel in de opbouw van een vertrouwensrelatie. Hoeveel gemeentebesturen investeren in kwaliteitszorg van hun dienstverlening? Bijna geen enkele stad/gemeente. Daar wordt eenvoudig nooit aan gedacht. Hoog tijd om daar meer op in te zetten dmv personeel en budget.

  • Brigitte De Meersman

    Het belang van de invulling van onze discretionaire ruimte wordt bij deze overduidelijk. Deze vrije ruimte dient dan ook zo optimaal mogelijk gebruikt te worden om de verharding in de sociale sector tegen te gaan. Verandering begin bij jezelf als sociaal werker.

    • Sarah El Massaoudi

      100% mee eens! Dank je wel om je mening te delen.

  • Kurt De Backer

    Ik herken de situatie en heb alle respect voor je rustige reactie. Ik zou graag willen weten of jij of je organisatie de betreffende eerstelijnsdienst hierover hebt aangesproken? Ik denk dat dat een moeilijke stap is maar de enige die mogelijks verandering kan brengen. Ik las hier en elders al vaak terechte verontwaardiging, maar het publiek maken van die verontwaardiging lijkt me niet voldoende om verandering te brengen. Vandaar mijn vraag. We mogen elkaar als organisatie toch nog wel aanspreken en feedback geven? Vanuit een bezorgde en ondersteunende rol of zelfs vanuit een kritische blik, zou dat toch nog steeds een deel van onze taak kunnen zijn?

    • Sarah El Massaoudi

      Dag Kurt,
      Op het moment zelf was ik wat van mijn melk. Ik signaleerde in het verleden wel al eens dergelijke voorvallen, maar in deze specifieke situatie lag het wat moeilijk om hen hier achteraf nog over te contacteren. Ik denk dat het zeker moet kunnen dat we elkaar aanspreken op zaken, maar in de praktijk valt het ook wel voor dat dit om allerlei redenen niet (meteen) mogelijk is.
      Er zijn wel collega’s die specifiek rond deze thematiek werken en hier projectmatig mee aan de slag gaan. Ik denk dus dat beide aanpakken kunnen en nodig zijn: als organisaties kritische feedback uitwisselen en op meso-niveau veranderingen proberen bewerkstelligen, maar ook af en toe als individuele werker via een persoonlijke column je verhaal doen. In de hoop dat het mensen doet stilstaan bij hun eigen handelingen en ze zich geïnspireerd voelen om hiermee aan de slag te gaan, zelfkritisch en binnen hun organisatie.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.