Column

Meisjes van de hoop

Han Zinzen

Han Zinzen

Han Zinzen is freelancejournalist en schrijver van fictie en non-fictie.

klimaatspijbelaar

© ID / Tim Dirven

Het komt nooit meer goed

Toen mijn eerste boek uitkwam, heb ik één interview mogen geven aan een krant. Het boek is niet erg vrolijk.

‘Er is altijd wel iemand die je hoop geeft.’

De journalist vroeg me waarom dat zo was, waarop ik antwoordde dat ik soms twijfel of het allemaal wel goed komt. Dat was ook de titel van het stuk in de krant: “Op sommige momenten denk ik dat het nooit meer goed komt.”

Mijn dochters, trots als ze waren, hadden het artikel uitgeknipt en aan de muur gehangen. Ik denk zonder het gelezen te hebben, en zonder de impact van de titel goed begrepen te hebben. Tot er op een dag blijkbaar iets doordrong. Mijn jongste keek me angstig aan. “Meen je dat nou?” Ja, ik meen dat.

Meisje van negen

Maar hoe leg je dat uit aan een meisje van negen? Zonder haar jonge leven te bezoedelen en haar toekomst te torpederen?

Door te wijzen op de verschillende gevoelens die mensen hebben, dat die elkaar afwisselen. De ene keer ben je reuzeblij, de andere keer heel erg boos. Maar ook dat angst, twijfel en woede verdreven worden door het koesteren van hoop.

Er is altijd wel iets of iemand die je hoop geeft zodat je weer verder kunt.

Behalve in mijn boek.

Breuken

In aanloop naar 2019 slaagde de wereld erin om mijn hoop stevig te ondermijnen. Het heeft waarschijnlijk ook te maken met de troosteloosheid van december, maar ik ben de kerstvakantie niet ingewandeld als de meest vrolijke Frans.

De gevolgen van de klimaatverandering hadden zich in 2018 ten volle en met hun lelijkste gezicht getoond. De verkiezingen in Congo zouden eindelijk plaatsvinden, behalve in enkele regio’s waar de oppositie heel sterk stond. En waar de ebola-epidemie verwoestend huishield.

In Brazilië had een volbloed fascist de presidentsverkiezingen gewonnen. Er was, is en zal nog een hele tijd zijn: Trump, Poetin, China, Jemen, Syrië en de Brexit.

Allesbehalve veelbelovend.

Schild en Vriend

‘Ik ben 2019 niet ingewandeld als de meest vrolijke Frans.’

In eigen land werd ‘Schild en Vrienden’ ontmaskerd als een bende neonazi’s die zich behoorlijk geïnfiltreerd heeft in allerlei instellingen en verenigingen. De nieuwssite Apache deed die onthulling al in het voorjaar van 2018, maar het was pas toen het bevestigd werd door Pano dat er enige commotie rond ontstond.

En dan nog. Hun leider werd in de media bijna als een held onthaald.

Familiediners

En er was natuurlijk de tenenkrullende heisa rond het migratiepact, met een stuitend gebrek aan menselijkheid, wat de regering heeft doen vallen.

Radio en tv voorspelden dat die regeringscrisis, die de polarisatie nog maar eens naar een hoger niveau had getild, voor pittige kerstdiners zou zorgen, misschien zelfs familiale of vriendschapsbreuken zou veroorzaken. Omdat niemand nog luistert en een duimbreed afwijkt van het ingekapselde standpunt.

Ik wist dat dit in mijn familie niet het geval zou zijn. Ik zag er naar uit om mijn pubergrieten tijdens de kerstvakantie een week te zien. Toen ze vervolgens naar hun mama gingen, heb ik mezelf een week opgesloten in mijn hol om te schrijven, te lezen en mezelf plezier te verschaffen op manieren die niet voor publicatie bestemd zijn.

Kwestie van mezelf wat hoop te geven.

Vriendschap

De eerste vrijdag na de kerstvakantie kreeg ik op de middag een sms: “Half zeven Hopper.” Het kwam niet geheel onverwacht, ik wist dat het zijn verjaardag was.

‘We kennen elkaar bijna veertig jaar.’

Maar ik vond het wel verrassend dat vier witte middenklassers van middelbare leeftijd op enkele uren gemobiliseerd konden worden. Om zeven uur hingen we aan de gin-tonic in den Hopper, een wereldvermaard café op het Antwerpse Zuid.

We kennen elkaar bijna veertig jaar. Misschien is dat nog veel verrassender. Dat we elkaar na al die tijd nog steeds zien.

Soms was het contact minder. Er waren huwelijken en echtscheidingen, er zijn kinderen bijgekomen en nieuwe partners. Er zijn veel meningsverschillen geweest, over politiek, over maatschappij, over persoonlijke aangelegenheden.

Ik vermoed dat daar het geheim schuilt van onze langdurige vriendschap. Dat meningen verschillen. Dat daar hevig over gediscussieerd kan worden, zonder ongeneeslijke wonden. Zonder dat iemand struikelt over het grote eigen gelijk. Omdat humor ongenadig is voor iedereen.

Ambras

We waanden ons weer even twintig jaar, schuimden de kroegen van Antwerpen af en dronken bier. Veel bier.

En toen kwam het gesprek. Of beter: de vaststelling dat een gesprek onmogelijk was. Dat er alleen nog met modder wordt gegooid om de ander in diskrediet te brengen. Dat feiten van links en rechts van geen tel meer zijn. Waarop ik reageerde dat rechts geen feiten hanteert.

‘De emotie nam de overhand.’

Daarmee zat het spel op de wagen. De voorspelling van radio en tv kwam uit. Ambras.

Een van de vrienden nam de verdediging van rechts op zich. “De N-VA wordt op onrechtvaardige wijze uit het debat gesloten. Die partij is democratisch verkozen en we zijn het aan onszelf verplicht ermee in dialoog te gaan.”

We bevonden ons op dat moment in wat in het Engels ‘the wee small hours’ heet. Het moment dat de meeste mensen slapen. Mijn argumentatie was niet heel strak meer. De emotie nam de overhand. Geen solide basis voor een constructieve discussie.

Breuk

Ik deed nog een poging door te stellen dat de N-VA een mega-megafoon voor ongenuanceerde standpunten heeft, niet gehinderd door wetenschappelijke kennis of journalistieke feiten. Of ik die dan wel had? “Natuurlijk”, riep ik enigszins bluffend. Maar ik kreeg ze niet helder meer geformuleerd.

Vriendschapsbreuk? Bij het openen van mijn fietsslot, wat veel moeilijker was dan anders, vroeg mijn maat broederlijk of het ging lukken, of ik thuis ging geraken.

Als links en rechts de vriendschapsband in veertig jaar niet heeft kunnen breken, zou dat nu ook niet gebeuren. Hoop.

Fake news

Maar de volgende dag stelde ik mezelf wel in vraag. Het gesprek had immers geen zoden aan de dijk gebracht. Niemand had zijn stelling verlaten, niemand had een opening gelaten.

‘Niemand had zijn stelling verlaten, niemand had een opening gelaten. Heb ik me vastgeklonken in mijn eigen loopgraaf?’

Ben ik dan misschien zelf zo enggeestig als diegenen waartegen ik tekeerga? Heb ik mezelf vastgeklonken in mijn eigen loopgraaf? Onthoud ik mezelf elke vorm van hoop? Of hoe een kater het zelfvertrouwen ondermijnt. Al is het altijd gezond om jezelf in vraag te stellen.

De reden waarom discussies vastlopen, zowel bij links als bij rechts, is het onvermogen om met feiten om te gaan. En als er al feiten aangehaald worden, worden ze omgebogen naar eigen goeddunken. Dat wordt dan, en hier komt het: fake news.

Utopie

Opgeklopt door de sociale media, maar evengoed versterkt door de reguliere media. In de beste der werelden heeft mijn vriend gelijk als hij zegt dat we met de N-VA in dialoog moeten gaan. Maar voor een dialoog heb je gelijkwaardige partners nodig die respect tonen voor elkaar.

‘De beste der werelden lijkt wel een utopie.’

In de beste der werelden wordt een dialoog opgebouwd met argumenten die op feiten stoelen. Die beste der werelden lijkt wel een utopie. Zowel bij links als bij rechts. Zowel in de politiek als in de samenleving.

De gelijkwaardigheid heeft plaats gemaakt voor wie het hardste roept, voor wie de goorste bewoordingen gebruikt, voor wie de tegenpartij het snelst kan uitschakelen, waarbij slagen onder de gordel de norm worden. Diegene die dat kan, krijgt de meeste zendtijd, de meeste publicatieruimte, de meeste aandacht.

De werkelijkheid ombuigen tot een nieuwe orde. En alles en iedereen die de nieuwe orde bedreigt, wordt besmeurd met stront en bagger. Dat is een tactiek. Dat is propaganda. Ik ben daar bang van. Het smoort de hoop.

Dat is wat ik die nacht nog wou zeggen.

Tienermeisjes

En plots, nu ja plots, zijn daar enkele tienermeisjes die niet gevangen zitten in die tegenstellingen. Jonge vrouwen die zich niet laten vangen door holle retoriek, die wars van links of rechts komen vertellen waar het in de feiten echt om gaat, en die de politiek op haar verantwoordelijkheid wijzen.

‘Ik zie de vertwijfeling in mijn dochter haar ogen.’

Mijn dochter van negen is nu veertien. Zij ploetert en wroet in haar hoofd, weet links van rechts niet te onderscheiden, zoekt antwoorden waar er geen zijn en vraagt zich af, zonder dat uit te spreken, of alles wel goed komt.

Ik zie de vertwijfeling in haar ogen, ik zie haar vechten met zichzelf. En mijn hart krimpt. Ik zie haar lachen en dansen en springen en roepen. Om de angst van zich af te schudden en de onbezorgdheid, die wij haar veel te vroeg hebben afgenomen, weer op te wekken.

Klimaatmars

Na de eerste actie van #youthforclimate kwam er meteen veel meewarigheid van de dinosauriërs. Toen duidelijk werd dat die jongelingen meenden wat ze deden, werden de dino’s boos en verongelijkt.

En toen die fantastische groep bosbrossers en klimaatspijbelaars bleef groeien, en bijval kreeg van grootouders en wetenschappers, toen er zelfs lagereschoolkinderen op straat kwamen, werden de dinosauriërs nog bozer. Ze vonden het ongehoord dat er kinderen werden ingezet. Onder de gordel, vonden ze dat. Alsof kinderen niet begrijpen dat de wereld aan hoog tempo om zeep gaat.

Toen het meisje van veertien klaar stond om te vertrekken naar haar eerste betoging, keek ik in haar ogen en zag verontwaardiging en woede, maar ook vastberadenheid, vrolijkheid en hoop. En ik wist: alles komt goed.

Behalve in mijn boek.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.