Verlamd van angst

Herstellen na seksueel misbruik 

Agnes van Minnen

Amsterdam, Boom, 2017, 220 p

#MeToo bracht het onderwerp van seksueel misbruik pertinent in de media. In sommige gevallen zijn er twijfels bij de geloofwaardigheid van de aanklachten van seksueel misbruik. Ook slachtoffers zelf zitten met schuldgevoelens, als ze al klacht durven indienen. Het gaat dan niet zozeer om geloofd te worden, maar wel om hun eigen houding tijdens de misbruiksituatie.

Waarom heb ik niet gereageerd?

“Waarom heb ik niet geschreeuwd? Waarom heb ik mij niet verzet? Waarom heb ik niemand iets verteld? Waarom deed ik wat de dader vroeg? Waarom toonde mijn lichaam signalen van seksuele opwinding?”

Veel slachtoffers van seksueel misbruik kampen met deze vragen en durven zich uit schaamte niet uit te spreken, zelfs niet tegen vrienden of hulpverleners. Agnes Van Minnen, klinisch psychologe en expert op het gebied van posttraumatische-stressstoornis, trauma en angst behandelde honderden slachtoffers van seksueel misbruik.

“Van Minnen begeleidt bij het loslaten van het schuldgevoel.”

In dit taboedoorbrekend boek legt ze uit welke instinctieve overlevingsreacties in werking treden tijdens en na seksueel misbruik en geeft ze handvatten om herstel na seksueel misbruik mogelijk te maken.

Om te overleven

Ze helpt de lezer bij het begrijpen waarom slachtoffers ogenschijnlijk meewerken met het misbruik, waarom ze niet reageren, waarom het misbruik continueert. Op deskundige en invoelende wijze begeleidt Van Minnen bij het loslaten van het schuldgevoel.

Ze verklaart waarom slachtoffers op een bepaalde manier reageren, waarom ze soms niets doen en verlammen, waarom ze soms zelfs meewerken, waarom ze het seksueel geweld zo lang verzwijgen: om te overleven.

“Deze inzichten bespoedigen het herstel.”

Deze inzichten bespoedigen niet alleen het herstel, maar kunnen er ook voor zorgen dat de cirkel van misbruik wordt doorbroken en de kans op herhaling afneemt.

Schaamte

In haar eigen therapeutische praktijk had Van Minnen ondervonden dat slachtoffers niet zozeer aarzelen om te vertellen over het seksueel misbruik op zich, maar zich vooral schaamden voor hun reacties tijdens het seksueel misbruik.

Soms vertellen de slachtoffers, zowel vrouwen als mannen, dat ze naar hun gevoel meegewerkt hebben aan het misbruik. Door te gehoorzamen aan de dader of door wat ze tegen de dader hebben gezegd. Pas in de loop van de behandeling kwam naar boven wat hen zo dwars zat.

“Het gedrag wordt verklaard vanuit angst tijdens het misbruik.”

Van Minnen verdiepte zich in de thematiek. Vanuit soortgelijke angstreacties bij dieren, kwam ze tot het besef dat de reacties normaal waren en het gedrag van de slachtoffers verklaard kan worden vanuit angst tijdens het misbruik.

Hun reactie is een soort overlevingsdrang: survivors of sexual abuse. Het is niets om zich voor te schamen of om boos op zichzelf over te zijn. Om het seksueel misbruik te kunnen verwerken, moeten de schaamtegevoelens opzij gezet worden.

Overlevingsstrategieën

Het boek geeft antwoorden op de vragen waarom slachtoffers niets hebben gedaan tijdens het seksueel misbruik, waarom ze soms hebben meegewerkt, en waarom ze het zo lang hebben verzwegen.

Dit kan uitgelegd worden vanuit overlevingsreacties. Deze overlevingsreacties zijn: voorkomen, voorzichtig zijn, vluchten, vechten, vrede bewaren, verzoenen, verzwijgen en verlammen.

“Overlevingsreacties zijn veelal automatisch.”

Bij de overlevingsreacties zijn diverse hersengebieden betrokken die zorgen voor uiteenlopende lichamelijke reacties. Overlevingsreacties zijn veelal automatisch maar kunnen strategisch worden, bijvoorbeeld bij jarenlang seksueel misbruik. Er zit vaak een vaste volgorde in de manier van reageren op dreiging. Verlammen is de laatste overlevingsstrategie.

Seksueel opgewonden tijdens misbruik?

In het eerste deel van het boek bespreekt Van Minnen de overlevingsreacties. Ze vertrekt altijd vanuit een concrete casus en koppelt daar theoretische inzichten en onderzoeksgegevens aan. Verder worden veel casussen gebruikt om de aangereikte inzichten te illustreren.

Zo bespreekt ze de rol van alcohol in de verschillende stadia, hoe daders pressiemiddelen gebruiken, hoe verzoening na misbruik kan bijdragen tot verder misbruik…

Geen taboes

Ze gaat geen taboes uit de weg. Zo gaat een slachtoffer bij de overlevingsstrategie ‘vrede bewaren’, soms niet alleen volgen wat de dader opdraagt, maar ook actief dingen doen die de dader behagen, zodat deze minder boos of agressief wordt.

Dat kan zelfs door seksuele handelingen bij hem of jezelf te verrichten of door bepaalde dingen te zeggen. Of door bijvoorbeeld te doen alsof men klaarkomt en geniet van de seks.

“Slachtoffers zullen soms actief de dader behagen.”

Van Minnen benadrukt dat zelfs seksuele opwinding normaal kan zijn bij misbruik, gaande van een vochtige vagina tot klaarkomen bij een mannelijk slachtoffer. Maar tekenen van seksuele opwinding in lichamelijk opzicht staan helemaal los van hoe seks emotioneel beleefd wordt.

Signalen van seksuele opwinding kunnen ook een gevolg van angst zijn. Vele slachtoffers beleven misbruik immers in een dissociatieve toestand. Om te overleven gaat men allerlei dingen doen die ogenschijnlijk vreemd lijken.

Herstellen na misbruik

In het tweede deel gaat de auteur verder in op herstellen na seksueel misbruik. Ze gaat dieper in op posttraumatische-stressstoornis, het verwerkingsproces en behandelingswijzen, zoals traumagerichte behandeling, exposure, EMDR.

Ook thema’s zoals vigilantie (verhoogde waakzaamheid), vermijding, vijandigheid, verbittering, victimisatie, verlegenheid, seksuele problemen na misbruik, vereenzaming, schuldgevoelens overwinnen, verstijving, verlamming en verdoving bij herbeleving en het vergeten van misbruik komen aan bod.

“Het boek is zeker bruikbaar voor hulpverleners.”

Het boek is in eerste instantie geschreven voor slachtoffers. Het boek richt zich rechtstreeks tot hen. De auteur spreekt de lezer in de ‘jij’ en ‘je’ vorm aan. Het boek wil vanuit de vele casussen en theoretische inzichten het misbruik een plaats geven en de schaamtegevoelens overwinnen.

Maar het is zeker bruikbaar voor hulpverleners. Om zich enerzijds beter te kunnen inleven in de trauma’s die de slachtoffers meegemaakt hebben en anderzijds meer gerichte vragen te stellen. Het helpt om bepaalde reacties tijdens en na het misbruik beter te begrijpen. Het boek eindigt met hulpverleningsinstanties, maar dan enkel voor Nederland.

Bronnen

Om het boek leesbaar te maken voor een breder publiek werkte de auteur alleen met noten, die nummersgewijs telkens bij betreffende paragrafen vermeld worden. Achteraan volgt dan een lange lijst in kleine druk van al de noten met de referenties.

Wie op zoek wil naar de wetenschappelijke bronnen moet bijgevolg een inspanning doen om achteraan bij de nummers de juiste referentie te vinden. Een index of gewone literatuurlijst met extra leesbronnen ontbreekt.

Voor zowel slachtoffers als hulpverleners bij seksueel misbruik is het boek een echte aanrader. Het boek leest heel vlot door de vele casussen en is zeer toegankelijk, door het eenvoudig uitleggen van wetenschappelijke inzichten.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen