Boek

Straathoekwerker botst met Kafka

Caroline Verhaeghe

Caroline Verhaeghe werkt als straathoekwerker voor het Kortrijkse OCMW, vanuit de Unie der Zorgelozen. In haar boek ‘Ik Caroline’ verzamelt ze verhalen van kwetsbare mensen die aanlopen tegen kafkaiaanse regels en procedures. Sociaal.Net presenteert het verhaal van Gerrit.

straathoekwerk

© Unsplash / Yung Chang

Ik Gerrit

Gerrit komt met de smile van een breedsmoelkikker bij de Unie binnengelopen, zwaaiend met een opengescheurde enveloppe in de hand. “Carolientje, Carolientje! Ik ben d’r nu door zulle! Ik zal eindelijk mijnen droom kunnen waarmaken!” Nu moet je weten, Gerrit is een sympa kerel, maar nu straalt hij. Ik geef hem een tas koffie.

‘Zijn droom is een wasmachine met droogkast.’

“De lotto gewonnen?”, vraag ik. “Awel, ’t scheelt niet veel!”, zegt hij en duwt de enveloppe in mijn handen. Ik ben nu toch ook curieus.

Een brief van de mutualiteiten. Extra vakantiegeld. Klinkt goed, maar extra’s en openstaande schulden gaan niet dikwijls samen weet ik uit ondervinding. Mijn hersenen schakelen een vitesse hoger, maar voor ik iets kan zeggen, roept Gerrit net niet in mijn oren: “’t Is toch zjust hé? Ik krijg meer hé?” Ik kijk hem aan. “Inderdaad. Het is niet de lotto, maar ’t is toch ook een schoon cadeau. Maar vertel. Wat is uwen droom?”

Wasmachine met droogkast

“Awel Carolientje, een wasmachine met droogkast. Gedaan om met de was naar ’t wassalon te ‘tsjoolen’. Gedaan met de was overal in mijn appartement te drogen te hangen. Allez, echt drogen lukt toch niet. Ge krijgt dat appartement met moeite warm, want ’t is den eigenaar die beslist wanneer de chauffage aanschiet.”

Ik staar naar Gerrit, m’n mond net niet open. Ik dacht aan een reis, een boerderijtje, een bakkerij… Maar Gerrit, die graag bakt en kookt en zot is van beesten, droomt van een wasmachine met droogkast. Back to reality. Anno 2019 zijn er nog altijd mensen die gewoon niet de centen hebben om er zich een aan te schaffen.

Een paar dagen later zie ik Gerrit terug. Den blink in zijn ogen is weg. “Zeg, ca va ’n beetje?”, vraag ik. “Oh, Caroline, zwijgt!”, zegt hij stil. “’t Heeft weer niet mogen zijn. Ge weet wel, die extra? Awel, ik krijg die niet omdat ik nog een schuld aan het afbetalen ben aan den NMBS.” Ik godver en vraag of hij al eens bij zijn maatschappelijk werker heeft gepolst hoelang die afbetaling nog loopt. En of er intussen een tussenkomst voor een wasmachine mogelijk is. “Bah, neen,” antwoordt hij, “nog niet gedaan. Ik zie haar niet zo veel. En daarbij, als er geen geld is…”

Ik denk na. Oké, ’n mens moet zaaien naar de zak. Oké, de schulden moeten afbetaald worden. Maar ik denk aan al die uren en dagen dat Gerrit vrijwilligerswerk doet. En het is nu niet dat hij een mirakel vraagt. ’t Gaat simpelweg over een wasmachine. Zijn grote droom.

Intussen is Gerrit al in de weer met een collega. Ik roep “salut”, loop naar mijn bureau en zoek het nummer van zijn maatschappelijk werker. Ik wil toch eens polsen naar de financiële mogelijkheden. De maatschappelijk werker neemt niet op. Ik stuur haar een mail met als onderwerp ‘de grote droom van Gerrit’ en een woordeke uitleg.

We zijn 31 mei.

Schone mail

De dag erop stuurt ze me een schone mail terug. Ik krijg tekst en uitleg over de penale boete. Dat ze content is dat Gerrit een persoon gevonden heeft aan wie hij zijn verhaal kwijt kan. En dat ze een financiële tussenkomst voor de wasmachine zal vragen aan het Bijzonder Comité Sociale Dienst, het tweede uitvoerend orgaan van het OCMW dat onder meer bevoegd is voor de individuele dossiers inzake maatschappelijke dienstverlening en maatschappelijke integratie. Maar dan moet ze aan de OCMW-raadsleden wel kunnen motiveren waarom een mens anno 2019 een wasmachine nodig heeft. Huh.

‘Geduld is niet altijd mijn grootste talent.’

Ik mail haar een dikke merci terug en stel voor om een maatschappelijk verslag op te maken. Kwestie dat de mandatarissen beseffen dat het niet om een gratuite vraag gaat. Ik breng Gerrit op de hoogte, die is content. “Mercietjes. ’t Zou echt zot zijn als het lukt. Eindelijk een wasmachine!”

We zijn 8 juni.

Een week later is er nog geen nieuws. Een mens als ik denkt dan: geen nieuws, goed nieuws. Maar het begint toch wel wat lang te duren. En geduld hebben is niet altijd mijn grootste talent.

We zijn 20 juni.

D-day

D-day! Gerrit belt me op. “Carolientje! Ik heb een brief ontvangen van het OCMW. Ik mag een wasmachine kopen! Ben je aan het werk? Dan kom ik af.” Ik lach en roep: “Kom maar af!” Ik ben content dat hij content is.

Ik lees de brief. Het gaat over “een eenmalige buitengewone tussenkomst van maximaal 500 euro, de uitbetaling gebeurt na ontvangst van de factuur”. Ik kijk naar Gerrit als ik verder lees: “Als u niet akkoord bent, kan u tegen de beslissing van het OCMW in beroep gaan.” “Nee, nee, ’t is goed!”, zegt hij zo rap als hij kan.

‘Als een mens door een malheur een beroep dient te doen op het OCMW veranderen de spelregels van het leven.’

Ik bel de maatschappelijk werker om haar te bedanken en om te vragen hoe alles nu verder in zijn werk gaat. Ik luister en ik krijg zowaar een stappenplan.

Stap 1. Gerrit moet naar drie winkels gaan om prijzen te vergelijken.
Stap 2. Gerrit moet de offertes binnenbrengen bij het OCMW.
Stap 3. Na goedkeuring kan Gerrit naar de winkel met de goedkoopste machine gaan om die te bestellen. De factuur moet hij naar het OCMW sturen.
Stap 4. Nadat de factuur betaald is, kan Gerrit de wasmachine ophalen.

Ik word er stil van. In deze tijden van digitalisering kan een mens te allen tijde online een loodgieter opzoeken, het lidgeld van de ziekenbond betalen of een filmpje bekijken, waar en hoe hij dat wil, net zoals hij alle mogelijke artikelen in alle mogelijke winkels kan opzoeken, bekijken, bestellen en retourneren. Poepsimpel. Maar als een mens door een malheur een beroep dient te doen op het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, veranderen de spelregels van het leven.

Dit wordt een daguitstap.

Goedkoopste winkel

Gerrit kijkt me met gefronste wenkbrauwen aan. Ik doe hem het verhaal. “Kunnen we niet gewoon naar de goedkoopste winkel gaan?”, zucht hij. “Dat is hier vlakbij, in het winkelcentrum K in het midden van de stad, allez, zo moeten we geen zotte toeren doen en zijn er geen extra kosten voor vervoer.”

‘Drie offertes? Kunnen we niet gewoon naar de goedkoopste winkel?’

Gerrit heeft geen auto of geen bromfiets moet je weten, en met het openbaar vervoer raakt een mens niet altijd waar hij moet zijn. Ik begrijp zijn verzuchting. Maar the system is anders geprogrammeerd. We spreken een dag en een uur af om de speurtocht naar de beste wasmachine aan te vatten.

We zijn 3 juli.

Een heugelijke dag! Stap 1 is ingezet. En content, want er zijn ook solden deze maand.

Gezwind stapt Gerrit in mijn auto. Zodus, we hebben drie offertes van evenveel winkels nodig. Welke winkels? Gezien het maximumbudget best de goedkoopste, denken we dan. Intussen proberen we wat reclamespots uit ons geheugen te persen.

We rijden eerst naar de verste winkel, een eind buiten het centrum, op de invalsweg naar Wevelgem. Gene cadeau om daar naartoe te rijden, gezien de ‘vlotte’ verkeersdoorstroming. En door de solden is er ook nog eens veel volk in de winkel. Geen tijd te verliezen.

Offerte

Gerrit marcheert stante pede naar de afdeling met de wasmachines. We nemen onze taak serieus en willen efficiënt te werk gaan, dus maken we een eerste selectie op basis van de prijs. Pas in tweede instantie bekijken we de technische gegevens, zoals de trommelinhoud en het energielabel. Slechts twee wasmachines met droogfunctie vallen in de prijzen.

‘De winkelbediende gaapt ons verbouwereerd na.’

We zoeken de winkelbediende en vragen haar om een en ander op papier te zetten. “U bedoelt een offerte?” We negeren de ondertoon van de net niet té bijdehands hippe winkelbediende die naadloos vervolgt: “Alles staat immers op de site van de winkel?” Ik kan niet onmiddellijk een excuus verzinnen in de trant van ‘ik ben zelfstandige’ of ‘ik wil een wasserette beginnen’ en antwoord dan maar met een beleefd: “Ja, een offerte, als u zo vriendelijk zou willen zijn”.

Op naar de tweede winkel, al iets goedkoper maar helemaal aan de andere kant van de stad, langs de ringweg. Alweer een hele tijd onderweg. Wat een waste of time als je weet dat we straks vlak bij huis in de goedkoopste winkel zullen vinden wat we zoeken. Bizar. We weten dat nu al, en toch moeten we ook naar die twee andere winkels omdat we drie offertes nodig hebben. Soit. Verstand op nul. Doorrijden.

Verstand op nul

In de andere winkels herhaalt zich hetzelfde scenario. Eerst de machines binnen het budget zoeken, dan de technische kant van de zaak bestuderen om dan te vertrekken met een offerte en een verbouwereerde winkelbediende die ons nagaapt.

Maar kijk, in de laatste winkel hebben we nog extra chance. Een toestel dat boven het budget ligt maar technisch en qua energieslikker toch stukken beter scoort, is in solden. En we kunnen de machine aan huis laten leveren. Dus geen gedoe met het zoeken naar een camionette en een extra man om de wasmachine te versleuren en te installeren.

‘Anderhalve maand later is de droom van Gerrit vervult.’

We reppen ons naar de eerste de beste winkelbediende, en vragen hem meteen een bestelbon. Gezien dit duidelijk de goedkoopste machine betreft, kunnen we die na goedkeuring direct meepakken. We zijn content en drinken een koffie op de goede afloop.

Terug in de Pluimstraat neem ik van alle documenten een kopie voor Gerrit, waarna ik ze doormail naar de maatschappelijk werker. Tersluiks vermeld ik dat de solden nog maar een paar weken duren en dat de voordelige prijs van ons goedkoopste toestel niet voor eeuwig is. Maar goed. Stap 2, check!

Go

Gelukkig geeft de maatschappelijk werker nog binnen de week een ‘go’. Ik bel Gerrit op om te zeggen dat hij groen licht heeft voor de wasmachine van zijn dromen. Omdat ik een ander rendez-vous heb, kan ik niet mee naar de winkel maar dat is geen probleem, Gerrit heeft van alles een kopie.

Tien minuten later hangt hij ontgoocheld aan de lijn. Ondanks zijn bestelbon kan hij de machine niet meenemen. Ik vloek, hang op en bel de maatschappelijk werker. Hoe zat dat ook alweer? Ze herinnert me eraan de factuur te vragen en die door te sturen naar het OCMW. Pas nadat die betaald is, kan Gerrit de wasmachine ook effectief meenemen. Stap 3! Juist!

Terwijl ik luister, tel ik hoeveel dagen de soldenprijs nog geldt. Als alles een beetje meezit, kan het ons nog lukken. Ik bel Gerrit op en expliqueer hem alles, zeg dat ik vanavond tegen sluitingstijd bij de winkel geraak maar nu nog vastzit. “Geen probleem, ik trek wel mijnen plan!”

Een half uur later al krijg ik een sms van Gerrit dat de factuur onderweg is naar het OCMW. Anderhalve week later krijgt Gerrit een telefoontje van de winkel met de vraag of hij die dag dat uur thuis is want … de wasmachine zal geleverd worden.

Anderhalve maand, ettelijke mails en telefoons en een rondrit van een kleine 20 kilometer later is de grote droom van Gerrit ten langen leste in vervulling gegaan.

Grote wasjes, kleine wasjes …

Reacties [3]

  • maryelle hanssens

    Mooi verhaal hoor 💗💪👊

  • An Meert

    Knap van Caroline dat ze zoveel tijd in Gerrit steekt. En vooral dat Gerrit zijn wasmachine heeft: zijn droom! Wat ik me wel afvraag is: waar kunnen mensen naartoe die in schuldbemiddeling zitten en geen contactpersoon hebben bij het OCMW?

    • Jonathan Vandervale

      Dag An,
      Je kunt je altijd aanmelden bij het sociaal huis. Dit kan per mail, telefonisch of ter plaatse. Zij helpen je graag verder.

      En Caroline, ik ken je al lang en je bent en blijft echt een schone maar vooral betrokken mens :-)

      Mvg,

      Jonathan (sociaal werker van OCMW Kortrijk)

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.