Levenseinde

Naar een ethisch kader

Ruth Piers, Linus Vanlaere, Sylvie Tack, Annick Vansevenant, Anne-Marie De Lust en Paul Vanden Berghe

Leuven, Lannoocampus, 2016, 107 p

Dit werkboekje werd bijeen geschreven door zes auteurs uit de academische wereld, ethici en medewerkers van de Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen. De auteurs hebben een duidelijke missie: ethiek is geen zaak van ethici alleen, maar van alle zorgverleners. En dat principe passen ze toe op zorg bij het levenseinde.

Methodiek

Dit werkboek reikt praktische hulpmiddelen en leervormen aan om een ethisch beleid uit te werken. Zodat patiënten tijdig en helder geïnformeerd worden en zorgverleners de nodige handvatten en ondersteuning krijgen. Dat vraagt veel tijd en overleg.

“Het boek vertrekt vanuit de ethische ervaring van de zorgverlener.”

De auteurs willen een ethisch kader faciliteren rond zorg bij het levenseinde. Deze keuze is logisch voor de auteurs, maar de methodiek kan even goed toegepast worden op andere ethisch geladen thema’s. Zoals de omgang met ouders van geplaatste kinderen, om maar eens een minder voor de hand liggend voorbeeld te nemen.

Ervaring

Het boek vertrekt vanuit de ethische ervaring van de zorgverlener. Er worden acht casussen kort omschreven en er wordt aan ons de vraag gesteld: “Wat betekent goed handelen in elk van deze situaties?”

“Acht casussen worden kort omschreven.”

Wanneer de individuele zorgverlener invloed wil hebben op de visie van waaruit een voorziening werkt, staat hij vaak met de rug tegen de muur. Wie wil sleutelen aan het ethisch kader waarbinnen men werkt, zal dit samen met collega’s moeten doen.

Op verkenning

Het eerste deel van het boekje staat stil bij ‘Het grotere geheel’, bij de meerwaarde van het werken aan een ethisch beleid. De vraag: ‘Levert het ook iets op?’

“Levert een ethisch beleid ook iets op?”

Het antwoord wordt opgesplitst. Voor directie en leidinggevenden levert het onder meer een beter imago als werkgever op en meer kwaliteitsvolle zorg. Medewerkers ervaren dat multidisciplinair overleg erbij hoort. Ze inspireren mekaar en delen hun expertise. Via ethisch overleg komt men ‘morele stress’ op het spoor en kan men samen werken aan motivatie en betrokkenheid.

Beleid

Drie elementen spelen mee in het uitwerken van een ethisch beleid rond het levenseinde: praktijk, visie en wetgeving. Deze drie overlappen mekaar in zekere zin. De ene keer weegt het ene meer door dan het andere. Een ethisch beleid maakt keuzes en legt klemtonen, maar evolueert ook.

“Een ethisch beleid evolueert.”

De auteurs wijzen op de grenzen van het wetgevend kader. Wie alleen de wet naleeft, werkt ongetwijfeld heel zorgvuldig, maar biedt geen garantie dat de zorg bij het levenseinde ook zorgzaam verloopt. Ethiek wil streven naar zorgvuldigheid én zorgzaamheid.

Zorgethiek kan daarvoor een kompas bieden. Zij vertrekt niet van ethische principes, maar van de praktijk. Ze focust op de zorgrelatie met de concrete patiënt of bewoner en betrekt steeds de context. Het gaat erom dat zorgverleners en zorgorganisaties heel concreet aanvoelen wat hun verantwoordelijkheid is ten aanzien van kwetsbare anderen.

De praktijk

Hoe start je een werkgroep op om een ethisch beleid rond het levenseinde uit te werken? Daarvoor worden in het tweede deel tips gegeven. De auteurs geven onmiddellijk aan dat dit niet zomaar een tussendoortje is. Het is een proces dat een aantal fasen doorloopt. De samenstelling van de werkgroep en het mandaat dat ze van de organisatie krijgt, zijn daarbij belangrijk.

“Een werkgroep opstarten, is geen tussendoortje.”

Hoe dit concreet in zijn werk kan gaan, wordt geïllustreerd vanuit de praktijk van de Kortrijkse Woonzorggroep GVO.

Van argumentatie naar realisatie

Als er een werkgroep is en een visietekst, dan begint het concrete werk pas. Daarom stellen de auteurs een aantal hulpmiddelen voor, zoals een stappenplan voor het ethisch overleg en vroegtijdige zorgplanning. Een zestal hulpmiddelen passeren de revue en worden telkens gevolgd door ‘Opwarmingsvragen voor de werkgroep’.

Daarna volgen nog ‘Leervormen voor zorgethische groei’, zoals casusbespreking, moreel beraad, debriefing, spiegelgesprekken en intervisie. Hierbij krijgt de zorg voor de zorgverlener en het team uitdrukkelijk aandacht.

“Er is aandacht voor de zorgverlener en het team.”

Tot slot wordt gepleit voor een concreet ‘Plan van aanpak’ en het belang om dit alles geregeld af te stemmen met de leidinggevenden. Om dit overleg voor te bereiden, worden een aantal vragen geformuleerd. Het blijft een voortdurende opdracht om de visie en het ethisch beleid steeds bij te sturen.

Werkboek

Regelmatig worden er in het boek korte samenvattingen opgenomen. Bepaalde woorden of zinsdelen worden onderstreept, alsof je al met een fluo-stift bezig geweest bent. Er worden verdiepings- en opwarmingsvragen geformuleerd, die ook nuttig kunnen zijn in de eigen besprekingen of het ethisch overleg. En er worden opdrachten gegeven, waarmee men aan de slag kan gaan.

“Ethiek is geen taak voor specialisten.”

Het is vooral een werkboek, met weinig theorie en heel veel praktijk. Met aandacht voor hulpmiddelen, die voor elke zorgverlener nuttig kunnen zijn. Die maken duidelijk dat ethiek inderdaad geen taak voor specialisten is. De auteurs zijn dus met glans geslaagd in hun missie.

Voor mij was het alvast een heel mooie opfrissing van wat ik enkele jaren geleden in een cursus zorgethiek met onder meer Linus Vanlaere (één van de auteurs) mocht ervaren. Hopelijk ervaren anderen het ook zo.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen