Jeugdhulp tegen gezinsarmoede

Op de barricade

Thijs Smeyers

Tielt, LannooCampus, 2016, 200 p

Het is geen wereldschokkend nieuws dat jeugdhulp en armoede trouwe vrienden zijn. Daarvoor moet je dit boek van Thijs Smeyers niet lezen. Wel omdat hij de betrokkenen zelf aan het woord laat en voor zijn pleidooi voor een omslag in de aanpak.

Cijfers

Smeyers doet er twee hoofdstukken en 50 bladzijden over om op een heldere wijze aan te tonen dat gezinnen in armoede meer kans hebben om met de jeugdhulp in contact te komen. Volgens de literatuur zou het gaan om vier keer zoveel als jij en ik.

Meer leerzaam wordt het als hij de studie van Koen Hermans en Inge Neyens van LUCAS (het onderzoekscentrum dat ooit aan de KU Leuven opgericht werd op initiatief van Caritas Vlaanderen) aan bod laat komen. Hierin komen de visies van en de aanpak door jeugdhulpverleners aan bod en cijfers over het thema jeugdhulp en gezinsarmoede.

“Jeugdhulpverleners zijn geen experts in armoede.”

Jeugdhulpverleners beseffen dat hun rol in armoedebestrijding slechts partieel is, dat zij geen experts zijn en dat zij hiervoor rekenen op meer steun vanuit hun eigen voorziening.

Professionelen

Bijzonder boeiend wordt het als een collega van Smeyers verslag uitbrengt over gesprekken met een dertigtal professionelen uit de bijzondere jeugdzorg en een Centrum voor Algemeen Welzijnswerk.

De auteur besluit dat gezinsarmoede een multi-problematiek is. Die heeft niet alleen te maken met (het gebrek aan) financiën, maar ook met administratie of de warboel aan paperassen. Ook met school, en het weinige geloof erin, met huisvesting en gezondheid.

Uit de gesprekken blijkt dat het signaleren van de problemen niet evident leidt naar een doeltreffende aanpak van dit hardnekkig, vaak structureel probleem. Smeyers verwijst terecht naar de onmisbare rol die steden en gemeenten kunnen spelen en haalt enkele goede voorbeelden aan.

Ouders

Smeyers neemt ook de tijd om zijn oor te luisteren te leggen bij de ouders in zijn zoektocht naar verklaringen voor het verband tussen jeugdhulp en armoede. En dat is niet meer dan logisch. Hierbij maakt hij gebruik van een onderzoek van de vakgroep Sociaal werk en Sociale Pedagogiek van de Universiteit Gent en van data uit een bachelorproef Sociaal werk aan de UCLL.

“Jeugdhulp staat soms haaks op bekommernissen van gezinnen.”

Uit de gesprekken van de Gentse onderzoekers met ouders blijkt onder meer dat zij de interventies door sociaal werkers en jeugdhulpverleners niet altijd als steun ervaren. Welzijnsprioriteiten en doelstellingen van praktijkwerkers staan soms haaks op de eigen bekommernissen van de gezinsleden.

De onderzoekers besluiten dat ondersteuning vanuit de jeugdhulp geen éénduidige of universele betekenis heeft. De hulp moet steeds in interactie met de leefwereld van de gezinnen ontwikkeld worden.

Integraal

Even ontnuchterend is de vaststelling dat ondersteuning door de jeugdhulp gezinnen niet ut de armoede haalt. Ook tewerkstelling en zelfredzaamheid zijn niet alleen zaligmakend.

De onderzoekers pleiten voor een meer-dimensionele benadering. Hierbij zijn materiële en immateriële dimensies onlosmakelijk vervlochten. Sociaal werkers en jeugdhulpverleners zijn verplicht een integrale aanpak op te zetten met het oog op de verwevenheid die de armoedeproblematiek kenmerkt.

Oplossingen

Smeyers gaat op zoek naar oplossingen en formuleert er drie. Als eerste advies pleit hij voor een onderhandelde ondersteuningsstrategie. Hulpverleners moeten samen met het gezin en de kinderen zoeken naar oplossingen en alternatieven in het kader van een integrale jeugdhulp.

“Hij pleit voor een onderhandelde ondersteuningsstrategie.”

Alleen zo kan de hulpverlener een belangrijke steunfiguur zijn voor deze gezinnen. Door onderlinge afstemming moet men niet enkel de symptomen, maar ook oorzaken aanpakken.

Samenwerken

Voor een integrale aanpak van jeugdhulp en gezinsarmoede moeten muren tussen voorzieningen gesloopt worden. Partners in het werkveld moeten intenser samenwerken dan tot nu toe het geval is. Zowel gezinnen als hulpverleners wijzen op de noodzaak van een structurele samenwerking en een verbetering van de bestaande samenwerkingsmethodieken.

Kenmerkend voor gezinnen in armoede is dat ze zeer vaak over een klein netwerk beschikken. Daarom pleit Smeyers ervoor om eigen-kracht-methodieken aan te bieden aan de gezinnen, de kinderen en hun netwerk. Netwerkversterkend en krachtgericht werken maakt het gezin in de jeugdhulp sterker en weerbaarder.

Omslag

Origineel is het hoofdstuk waarin Smeyers een lans breekt voor een omslag in de jeugdhulp. In dat kader presenteert hij het Wraparound Care-model. Deze aanpak, die overgewaaid is vanuit de Verenigde Staten en sinds 2010 een begrip in Nederland, zal de lezer zeker boeien.

“Het middenveld moet het armoedesignaal capteren.”

Tot slot breekt Smeyers een lans voor het integraal cliëntoverleg, de inschakeling van een casemanager, de waarde van het eigen netwerk van het gezin en het kind en een toegankelijke jeugdhulp. Verder pleit hij voor vorming van hulpverleners over het thema gezinsarmoede, en voor een meer uitgesproken rol van het middenveld in het capteren van het armoedesignaal.

Minister Vandeurzen sluit het boek af met een nawoord en een woord van dank.

Antwoorden

Dit boek is een aanrader voor wie zoals ik op zoek is naar antwoorden op de vraag naar de link tussen armoede en jeugdhulp. De auteur loodst je langs ervaringen en meningen van ouders, experts en hulpverleners en geeft zijn eigen mening, mede gestoeld op onderzoek.

Een leesbaar werk over een complex probleem dat de ambitie heeft om zonder pretentie op zoek te gaan naar een andere aanpak.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen