Boek

De kracht van raken, aanraken en geraakt worden

Els Messelis

Onderzoeker en gerontoloog Els Messelis leerde in een woonzorgcentrum Mathilde kennen. Ze was verdrietig omdat niemand haar nog knuffelde. Die pakkende ervaring liet de onderzoeker niet los, dus ze schreef een boek over huidhonger. Een fragment toont het belang van aanraken en geraakt worden.

huidhonger

© Unsplash / Ekaterina Shakharova

Mathilde

In het kader van een onderzoek ontmoet ik in een woonzorgcentrum Mathilde, 85 jaar jong.Mathilde is een schuilnaam.Ze blijft niet bij de pakken zitten. Zo besliste ze na het overlijden van haar man om elke avond haar tien knuffelberen goed vast te pakken. Ondertussen is ze het kotsbeu om elke avond haar beren te knuffelen. Ze wil menselijk contact.

‘Als een mens honger heeft, dan moet hij eten. Met huidhonger is dat ook zo.’

Ze bedacht een list om volk te lokken: ze kocht een grote rieten mand en vulde die tot de nok toe met snoep. In de hoop dat een personeelslid een snoepje neemt en haar als bedanking een knuffel of een schouderklopje geeft.

Haar plan was niet zo’n groot succes is. “Ze hebben het hier immers allemaal zo druk. En ik ben degene die nog mijn plan kan trekken. Dus waarom zouden ze extra bij mij binnenkomen?” Mathilde weent en ook ik pink een traan weg. Ik neem haar in mijn armen en knuffel haar.

Die pakkende ervaring trok me over de streep om een boek te schrijven over het belang van aanraken en aangeraakt worden. Want vanzelfsprekend is Mathilde niet de enige die lijdt.

Niet nieuw

Iedereen heeft de behoefte om eens iemand vast te pakken of vastgepakt te worden, ook al zijn er veel individuele verschillen. Zodra we iemand aanraken of aangeraakt worden, ontstaat er een bevrediging op de huid. Als een mens honger heeft, dan moet hij eten. Met huidhonger is dat ook zo.

Huidhonger wordt gedefinieerd als een sterke behoefte aan affectief lichamelijk contact. Het is geen nieuwe term: al in 2013 komt het aan bod in het vaktijdschrift Psychology Today. Daar wordt het beschreven als een basisbehoefte, van de eerste tot de laatste zucht. Het is geen luxeproduct of een ‘fijne plus’.

Door pandemie in schijnwerper

In 2020 stond de schijnwerper plots op knuffelen, of beter: het gebrek daaraan. Vlaanderen riep ‘knuffelcontact’ uit tot het woord van dat jaar. Een knuffelcontact is volgens Van Dale “een persoon, buiten de eventuele leden van je gezin, met wie je nauw (fysiek) contact mag hebben, met name tijdens de coronacrisis”.

Dat had natuurlijk alles te maken met de coronapandemie. Elkaar eens goed vastpakken geeft zuurstof aan dit virus en dus werd een van onze meest natuurlijke behoefte aan banden gelegd. De overheid zag in hoe levensnoodzakelijk knuffelcontacten zijn en stelde regels op om nabijheid en veiligheid in evenwicht te krijgen.

‘Aanraking is niet iets wat mensen doen, maar ook wat het tot mensen maakt.’

Vooral alleenstaanden werden zwaar getroffen. Zo maakte de getuigenis van de 89-jarige Roger ons allemaal muisstil. Hij vertelde hoe zwaar dat gebrek aan contact woog in het woonzorgcentrum: “Mensen sterven hier aan eenzaamheid.” Ook Amnesty International kaartte met het rapport ‘Woonzorgcentra in de dode hoek’ dit probleem aan.

Singles en koppels

Maar eenzaamheid en het gebrek aan fysiek contact, is niet alleen een probleem van woonzorgcentra die strijden tegen het coronavirus. Onbeantwoorde huidhonger ligt veel ruimer verspreid. Je zou kunnen denken dat dit vooral een probleem is van een groeiende groep alleenstaanden: Vlaanderen telde in 2020 910.000 alleenstaande volwassenen. Toch is die focus te eng: ook veel koppels leven al lang naast elkaar en vinden de warmte niet meer bij elkaar.

Dat is een probleem. Fysiek contact is een vereiste voor het menselijk bestaan. Aanraking is niet iets wat mensen doen, maar ook wat het tot mensen maakt.

De gerenommeerde psycholoog Terry Allen Kupers deed jarenlang onderzoek naar gevangenen in isoleercellen. Hij zegt daar onder meer het volgende over: “Als ik een gevangene uit de isoleercel een hand geef, zeggen ze me vaak: Jij bent de eerste die me aanraakt sinds de agent die mijn handboeien omdeed.’’ De lichamelijke en psychische gevolgen van die extreme ontbering zijn groot.

Allemaal onhandige loners

Huidhonger is iets van iedereen, jong en oud. Sommigen voorspellen dat we door internet en sociale media allemaal onhandige loners worden.

Inderdaad: mochten we met pen en papier iemands online aanwezigheid uittekenen, dan zou een web van verbindingen ontstaan. Waarom voelen we ons dan eenzamer dan ooit? Heeft het te maken met het feit dat al deze verbindingen volledig losstaan van menselijke aanraking?

‘Waarom voelen we ons eenzamer dan ooit?’

Het gemak waarmee we vandaag communiceren, is volgens experten waarschijnlijk de grootste verandering van de afgelopen twintig jaar. Maar levert dat ook grote winsten op? Zo stelt de Amerikaanse onderzoeker Kory Floyd dat geschreven of verbale communicatie een fysieke aanraking niet kan vervangen, mede door de directheid van een aanraking. Bovendien, zo stelt hij, zijn er bepaalde gezondheidsvoordelen zichtbaar als affectie via aanraking wordt overgedragen. Het internet heeft volgens hem daardoor hetzelfde effect als een omgekeerde verrekijker: we leven dichter bij elkaar of juist verder van elkaar af, afhankelijk van hoe je het bekijkt.

De populariteit van de Free Hugs-beweging bevestigt dat mensen meer dan ooit behoefte hebben aan fysieke contacten. In Australië ging een man die zich eenzaam voelde op straat staan met een bord ‘Gratis knuffels’. De reactie was overweldigend en in een mum van tijd gingen zijn knuffels viraal.

Betere zorg- en hulpverleners

Ongetwijfeld roept dit belang van fysieke aanraking ook vragen op bij hulp- en zorgverleners. Zij krijgen vaak de boodschap om te kiezen voor afstand. Zijn hulp- en zorgverleners die hun cliënten knuffelen dan wel professioneel?  Dat is een interessant vraagstuk, bijvoorbeeld voor wie werkt met mensen met een zwaar mentale beperking of mensen met dementie. Misschien kunnen we hen enkel echt raken door aanraking zodat ze vanbinnen niet verdord raken of als ‘onaangeraakten’ geëtiketteerd worden?

Ook daarover komen in dit boek getuigenissen aan bod. Laat deze publicatie dus een inspiratie zijn om de sociale dieren die we in wezen zijn weer dichter bij elkaar te brengen. En nog betere zorg- en hulpverleners te worden.

Reacties [3]

  • Gerry

    Hallo.. toen ik mijn diploma behaalde als Maatschappelijk werkster.. zo’n 25 jaar geleden zei de Methodiek Docent: Gerry behoud ook je lichamelijke contact met de cliënt..dat gaan we verliezen..let maar op wat ik je zeg.
    Ik vergeet dit nooit meer. Het dilemma”functionele afstand versus een ondersteunende hand op de rug vd Cliënt, even een knuffel als “kom op” boost.. Ik héb dan nog steeds
    functionele afstand, ik ben en blijf 100% een instrument als mens en besta niet alleen uit woorden!

  • Ineke

    Zo waar! Zo nodig, iedereen leeft in zijn eigen bubbel. Ik woon alleen, ben 61 jaar en mis de echte verbinding met de mensen. Werk, tv, waar is het praatje op straat gebleven?

  • Geert Desmet

    Mooi dat je dit onder de aandacht brengt.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.