Boek

Het empathisch teveel

Op naar een werkbare onverschilligheid

Pieter Cools, Peter Raeymaeckers

De Gentse hoogleraar filosofie Ignaas Devisch schreef een prikkelend boek over een overdaad aan empathie en het belang van onverschilligheid. Die tegendraadse insteek levert boeiend leesvoer op. Toch laat Devisch ook steken vallen. Hij springt nogal slordig om met het onderscheid tussen sympathie en empathie. De Amerikaanse socioloog Sennett schept hier meer klaarheid. Dit heeft belangrijke gevolgen voor de praktijk en opleiding van sociale professionals.

Dat klopt niet

Politici van verschillende ideologische signatuur pleiten voor meer empathie: Barack Obama, Angela Merkel of, dichter bij huis, de Nederlandse fractieleider van GroenLinks Jesse Klaver en Open Vld-voorzitter Gwendolyn Rutten. Als we elkaar beter leren kennen, nemen onze empathische gevoelens vanzelf toe. Maatschappelijke problemen kunnen dan sneller opgelost worden.

“Een beter inlevingsvermogen is geen wondermiddel.”

Dat klopt niet, zegt Devisch. Onze empathische gevoelens schieten tekort als het gaat over een rechtvaardige verdeling van middelen en toegang tot rechten. Via wetenschappelijke literatuur en maatschappelijk relevante voorbeelden beargumenteert hij dat empathie een onvoldoende en in sommige opzichten onwenselijke basis is voor maatschappelijk bestuur.

Geen wondermiddel

Een beter inlevingsvermogen in de wereld van anderen is volgens Devisch dus geen wondermiddel voor maatschappelijke problemen. Hij plaatst spontane vormen van solidariteit die vaak inspelen op gevoelens van medeleven en de drang om goed te doen voor onschuldige slachtoffers en sukkelaars in een heel ander perspectief.

Sociaal beleid mag volgens Devisch niet afhangen van zo’n wispelturige, warme gevoelens. Om een gelijke behandeling en rechtvaardige verdeling te waarborgen hebben we nood aan koudere, geïnstitutionaliseerde solidariteit.

Het maakt niet uit of we mensen niet leuk vinden of er onverschillig tegenover staan. Rechten en procedures moeten op dezelfde manier worden toegepast. Of een loketbediende van een sociale huisvestingsmaatschappij al dan niet met je te doen heeft, mag geen invloed hebben op de toegang tot sociale huisvesting.

Empathie schiet tekort

We hebben dus nood aan structuren en procedures die toelaten om rechten onvoorwaardelijk te realiseren. Empathie, hoe waardevol ook, legt volgens Devisch onvoldoende de basis voor zo’n structuren.

Hij vindt dat pleidooi voor meer empathie ook vreemd. We stellen ons vandaag meer empathisch op dan ooit. Meer nog, we stellen ons te empathisch op.

Werkbare onverschilligheid

Daarom pleit hij voor ‘werkbare onverschilligheid’. Dat is “een noodgedwongen ontlasting van het morele systeem, opdat we niet aanhoudend empathisch hoeven te zijn met betrekking tot leed dat zich in de wereld voordoet en heeft voorgedaan”.

Onverschilligheid is een belangrijk aspect om onze complexe samenleving draaiend te houden. Ten onrechte krijgt het een negatieve bijklank.

Welkom boek

Door spanning te zetten op de relatie tussen empathie en onverschilligheid, draagt Devisch bij aan het debat over solidariteit. Die input komt van pas bij discussies over de hervorming van de welvaartsstaat of de opvang van vluchtelingen.

“Devisch draagt bij aan het debat over solidariteit.”

We verwelkomen dan ook zijn onderbouwd pleidooi in een tijd waar steeds meer selectiemechanismen een onderscheid maken tussen mensen die onze steun verdienen, en diegenen die dit mededogen niet verdienen. Deze bezorgdheid is terecht, het universele karakter van onze rechtsstaat wordt hiermee ondergraven.

Empathie en sympathie

Toch schiet het boek tekort in de zoektocht naar welke plaats empathie kan innemen in onze samenleving. Devisch schakelt empathie te makkelijk gelijk aan het kortstondige, emotionele gevoel van medeleven. Het is een gevoel dat inzoomt op individuele noodsituaties van slachtoffers. Volgens hem leiden die specifieke dramatische gevallen de aandacht af van het grotere plaatje.

“We missen het onderscheid tussen empathie en sympathie.”

Dat kan allemaal best waar zijn. Toch start een gedegen analyse van het belang van empathie best vanuit een helder onderscheid tussen empathie en sympathie. Dat onderscheid missen we. In het boek van Devisch worden beide termen door elkaar gebruikt, waardoor zijn analyse in de knoop raakt.

Verwarrend

In eerste instantie maakt Devisch wel een onderscheid. Sympathie wordt gedefinieerd als een ‘gevoel van medeleven’ en empathie als het ‘vermogen tot inleven’. Maar dat scherpe onderscheid tussen mee- en inleven, tussen gevoel en vermogen wordt niet aangehouden.

Hij gebruikt beide termen door elkaar en slaagt er onvoldoende in om het verschil te benadrukken. Uiteraard komen sympathie en empathie in de praktijk vaak samen voor. Maar als we hun plaats in de samenleving beter willen begrijpen, is een helder onderscheid noodzakelijk.

Sennett onderscheidt

De inzichten van de Amerikaanse socioloog Richard Sennett zijn zeer verhelderend. In zijn boek ‘Samen. Een pleidooi voor samenwerken en solidariteit’ stelt hij de vraag hoe je kan samenwerken in een complexe samenleving.Sennett, R. (2016), Samen. Een pleidoooi voor samenwerken en solidariteit, Amsterdam, Meulenhoff.

“Sympathie vertrekt steeds vanuit je eigen perspectief.”

Sennett maakt het onderscheid tussen dialectische en dialogische conversaties. Dialectische conversaties willen tot een gemeenschappelijke deler en dus consensus te komen, een punt te vinden waarover men hetzelfde denkt. Dialogische conversaties leiden niet noodzakelijk tot een overeenkomst, maar wel tot een beter begrip van de situatie van de ander, zelfs al heeft men tegengestelde belangen.

Ik of de andere

Volgens deze socioloog is sympathie eerder gelinkt aan een dialectische en empathie eerder aan een dialogische uitwisseling.

Sympathie vertrekt steeds vanuit je eigen perspectief. ‘Ik voel je pijn’, legt de nadruk op wat ik voel. Het activeert mijn ego en verwijst naar wat ik belangrijk vind. Empathie legt daarentegen de nadruk op het erkennen wat voor een ander belangrijk is. Ik hoef dat niet even belangrijk te vinden of goed te keuren.

Warm en koud

Bij sympathie projecteer je jezelf op de ander. Bij empathie gaat het over de poging om door de ogen van de ander te kijken, wetende dat dit in realiteit nooit helemaal kan. Sympathie zoekt naar een vereenzelviging met de ander en focust dus op de gelijkenissen voorbij de verschillen. Empathie vertrekt vanuit een nieuwsgierigheid naar de beleving van de ander, wetende dat je daar op verschil zal stoten.

“Empathie is wat afstandelijker.”

Hieruit volgt dat sympathie samengaat met een wij-gevoel, terwijl empathie wat afstandelijker is. Sympathie is warmer, emotioneler en sentimenteler. Empathie is wat koeler. Ook wanneer je iemand niet aardig of goed vindt, kan je nog steeds begrip opbrengen voor zijn situatie.

Niet scherp genoeg

Als we vanuit Sennett naar Devisch’ betoog kijken, dan blijkt dat Ignaas Devisch zijn kritische pijlen niet scherp genoeg zijn. Veel van zijn kritieken op de zogenaamde uitdrukkingen van empathie zijn eigenlijk gericht op sympathie.

Denk aan de spontane en emotionele reacties waarbij we aanwijsbare slachtoffers te hulp schieten. Of de woede die we voelen wanneer blijkt dat de begunstigden van onze liefdadigheidsacties toch niet onschuldig zijn. Al die gevoelens hebben meer te maken met het feit dat we ons met deze mensen identificeren en dachten dat ze het net als ons goed bedoelen. Minder met het feit dat we hun situatie en perspectief proberen te begrijpen.

Kraantje open of dicht

Devisch portretteert empathie als een spontane, haast intuïtieve, emotionele reactie. Het lijkt soms een kraantje dat enkel open of dicht kan. En wanneer het te lang open staat, loopt onze emmer over.

“Empathisch vermogen kunnen we trainen.”

Sennett is genuanceerder. Empathie is een houding en een vaardigheid. Empathisch vermogen en de daaraan verwante dialogische competenties kunnen we trainen en verfijnen.

Wie zich oprecht engageert om de situatie en het perspectief van een ander te begrijpen, erkent het eigen perspectief, waardeoordeel en de drang tot identificatie. Nieuwsgierigheid naar het perspectief van de ander staat hierbij centraal, vanuit de wetenschap dat men de situatie van de ander nooit helemaal mag begrijpen. Dat schept ruimte om na te denken over hoe structurele mechanismen helpen verklaren waarom mensen zich in een problematische situatie bevinden en hoe ze er mee omgaan.

Tussen sympathie en onverschilligheid

Terug naar Devisch. Hij ontwikkelt zijn betoog als een reactie op het gemediatiseerd veld van donatiecampagnes, moraliserende online-discussies en luidruchtige uitingen van spontane solidariteit. Daar ziet hij, geheel terecht, valkuilen van lichtzinnige verontwaardiging en een naïeve lofzang van naastenliefde. Zijn boutade ‘empathisch teveel’ en zijn oproep voor werkbare onverschilligheid moeten we in die context begrijpen.

“Een structurele herverdeling van middelen is noodzakelijk.”

Hij stelt provocerend dat onverschilligheid de samenleving werkbaar maakt. Hij koppelt daar wel een voorwaarde van formaat aan: “Indien gekoppeld aan een overheid die haar middelen rechtvaardig probeert te verdelen.” We mogen hier niet zomaar van uitgaan. Meer burgerlijke onverschilligheid zal regeringen niet aansporen om een rechtvaardiger beleid te voeren.

Onsympathieke empathie

Devisch waarschuwt: empathie mag geen passe-partout van alle sociale verhoudingen worden. Waarom onze samenleving min of meer dwingen om nog meer liefdadigheid te ontwikkelen? Om een gelijkwaardige deelname aan de samenleving te waarborgen, is vooral een structurele herverdeling van middelen noodzakelijk.

We zijn akkoord. Maar misschien is er wel een plek weggelegd voor een minder emotionele, kortstondige vorm van empathie tussen sympathie en onverschilligheid, tussen naastenliefde en onpersoonlijke principes?

Devisch’ oproep voor meer onverschilligheid gaat voor ons dan ook te ver. We hebben vooral meer ‘onsympathieke empathie’ nodig. We moeten onze empathische vermogens leren gebruiken zonder dat onze sympathische gevoelens de overhand nemen.

Empathie en sociale professionals

Eerder schreven we op Sociaal.Net al hoe Sennett de dialogische benadering naar voor schuift als een manier om vanuit verschil tot verbinding en samenwerking te komen.Cools., P. en Raeymaeckers, M., ‘Samenwerken vanuit verschil. De meerwaarde van buurtwerk’, Sociaal.Net, 7 maart 2017.We illustreerden dit aan de hand van voorbeelden uit het buurtwerk.

“Empathie is belangrijk in de praktijk van sociale professionals.”

In deze praktijken bleek een dialogische houding belangrijk om de vinger aan de pols te houden bij buurtbewoners. Het is een manier om de eigen werking kritisch in vraag te stellen vanuit het perspectief van de bewoners. Het draagt dan ook bij tot sociale innovatie, door verschillende perspectieven en ervaringen in dialoog te brengen met sociale interventies en hun logica.

Dialogische vaardigheden

Empathie speelt een belangrijke rol in de praktijk van sociale professionals. Zij moeten schrijnende verhalen van mensen die uit de boot vallen verbinden met koude, onpersoonlijke structuren en procedures. Die laatste zijn niet perfect en moeten telkens bijgestuurd worden. Zonder die betrokkenheid van sociale professionals, slagen die structuren er vaak niet in om in concrete leefsituaties sociale grondrechten te realiseren.

Dialogische vaardigheden brengen empathie in de praktijk. Volgens Sennett gaat het over “het kunnen luisteren naar de noden van de ander zonder er mee samen te vallen. Het ontwikkelen van die vaardigheden vraagt veel oefening en reflectie. Daarbij is een stem nodig die niet assertief is maar ruimte geeft. Waarin empathie wordt gepraktiseerd en de ander ruimte wordt gegeven.”

Studenten op weg helpen

Aan het belang van een empathische houding en daarbij horende luister- en spreekvaardigheden wordt vandaag al veel aandacht geschonken in sociaalwerkopleidingen. Toch moeten deze opleidingen bij intervisie en stagegesprekken studenten nog meer uitdagen om een onderscheid te maken tussen sympathie en empathie.

‘Het effect van empathisch handelen is moeilijk te meten.”

Daarbij is het cruciaal dat studenten vooral leren empathisch handelen in hun praktijk. Dat is niet evident. Zo is het effect van empathisch handelen moeilijk te meten. De weg van empathie en dialoog is niet recht op recht. Er is ook geen duidelijk eindpunt. Het procesmatige ‘op weg gaan met de cliënt’ staat centraal, zonder dat dit a priori vertaald wordt in een concrete doelstelling.

Waar armen het woord nemen

In de praktijk van de sociale professional blijft een hoofdrol weggelegd voor empathisch handelen. Voor sociale professionals die werken met individuele cliënten lijkt dat logisch. Dat deze empathische houding ook noodzakelijk is in praktijken die werken aan structurele verandering wordt vaak minder gezien.

“Ook bij structurele beleidsverandering is empathie noodzakelijk.”

Het voorbeeld van Verenigingen Waar Armen het Woord Nemen toont duidelijk dat ook bij hun structurele beleidspraktijk een empathische houding noodzakelijk is. Eerst brengt men mensen in gelijkaardige levenssituaties samen in groepen waar men herkenning en erkenning vindt. Men gaat samen op zoek naar de oorzaken waarom mensen in armoede belanden en benoemt drempels tot volwaardige participatie. Op die basis bundelt men ervaringen om beleidsvoorstellen te formuleren die mensen in armoede ten goede komen.

Dagelijkse kost

Onsympathieke empathie is dus een cruciale basishouding van alle sociale professionals. Onsympathieke empathie laat toe om ook op een betrokken manier om te gaan met mensen die we niet sympathiek vinden, mensen die we niet begrijpen, mensen die niet op ons lijken en mensen wiens gedrag we niet volledig goedkeuren.

Voor veel sociale professionals is dat dagelijkse kost. Ze werken met mensen die niet in het maatschappelijk plaatje passen. Dat doen ze door met hen in dialoog te gaan, door hun eigen verwachtingen en voorkeuren niet voortdurend op de andere te projecteren. Ze luisteren en laten ruimte. Van dit soort empathie hebben we vandaag geen teveel, eerder te weinig.

Reacties [7]

  • Dany Dewulf

    De strikte definitie die I.D. geeft aan empathie, treed ik wel bij. Alleen vergeet I.D. dat voor het structureel oplossen van sociale problemen (bv. op de woningmarkt, in de manier waarop we invulling geven aan de economie, in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, enz.) we bij een meerderheid van de bevolking wel een hoge mate van deze strikte empathie nodig hebben, zoals Peter Dierinck aangeeft, zodat de democratisch verkozenen de ‘harde solidariteit’ (waardoor we opnieuw een stuk onverschilliger mogen zijn) implementeren in de regelgeving, de financieringssystemen en het overheidsoptreden, en niet afbouwen, zoals nu gebeurt. Laat ons nooit vergeten dat de overheid ‘wij allen’ zijn, conform de regels van de representatieve en retributieve democratie die politiek verkozenen kan corrigeren. Dat laatste, is wat met vermaatschappelijking wordt beoogd, samen met en in naam van alle kwetsbaren in onze samenleving.

  • Willy DUPONT

    Naar mijn aanvoelen of begripsvermogen schiet I.D. al vanaf het begin de verkeerde weg in door empathie quasi te beschouwen als een emotie. Dat is het helemaal niet. Zijn definitie vind ik correct, maar verder vult hij het dan weer in als een emotie. Ook het woord onverschilligheid is naar mijn taalsmaak verkeerd gebruikt. Het is niet omdat je op beleidsniveau rationele overwegingen en objectieve normen moet hanteren, dat dit onverschilligheid impliceert: VanDale omschrijft ‘gemis aan belangstelling of genegenheid’. Beleid voeren is net wél een uiting van belangstelling. De boodschap van ID is voor de rest wel terecht.

  • Maddy Claes

    Empathie is een essentieel onderdeel van de professionele sociale hulpverlening. Maar empathie vraagt dialoog, contacttijd en instrumentele hulpmiddelen. De besparingen in het sociale werkveld en de afbouw van de solidaire samenleving maken dat structurele problemen zichtbaar worden tot aan de voordeur van de burger.
    Volgens mij is de verhoging van de empathie en sociale daadkracht bij de burgers gerelateerd aan de afbouw van de solidaire overheid. Het is dus goed dat burgers de overheid een spiegel voorhouden. Nog beter is het dat ze zich aansluiten bij politieke partijen of zelf een partij oprichten om via verkiezingen een solidaire samenleving te realiseren.
    Ik geef Professor Devisch dus volkomen gelijk met zijn redenering. Wij moeten als burger erop kunnen vertrouwen dat onze overheid alles uit de kast haalt om mensen in moeilijkheden op een solidaire, empatische en structurele wijze bij te staan. Zo kunnen we met een gerust gemoed onverschillig zijn.

  • Dany Dewulf

    Ik vind het weerwerk van Ignaas Devisch zeer nuttig en verhelderend. Alhoewel ik hem in nagenoeg alles kan volgen, en bijtreed, blijf ik toch dezelfde mening behouden zoals Denise verwoordt. Of om in mijn eigen woorden te antwoorden op Ignaas die zegt dat ” [ … ] wat de maatschappij nodig heeft: het structureel oplossen van sociale problemen. Maar dat meer empathie daartoe de sleutel is, betwijfel ik sterk.” is mijn antwoord : ook in het ontwikkelen van beleid, het nemen van beleidsbeslissingen en in de evaluatie van beleid, i.h.b. m.b.t. de structurele component van solidariteit naast de sociale component, is empathie één van de sleutels, niet de enige, maar één van de (wezenlijke) sleutels om onze sociale en maatschappelijke problemen structureel op een goeie manier op te lossen.

  • Dries claessens

    Het concept niet- sympathieke (eerder dan onsympathieke?!) empathie vind ik verhelderend in het werken met mensen wiens leefwereld ver af staat van de onze. Interessant voer voor debat ook, niet in het minst voor trainers in vaardigheden en gesprekstechniek en supervisors.

  • peter

    Dit is een heel mooie bespreking. In alles wat ik doe in mijn werk gaat het immers over mensen ondersteunen bij het ontmoeten door het respect voor het verschil. Kwartiermakers zoeken naar plaatsen waar het verschil kan bestaan. Doortje Kal noemt het niches, een soort van vrijplaatsen voor verschillend zijn zonder dat het lastig zijn wordt opgeheven. Enkel op deze manier, door meer empathie, kan de vermaatschappelijking in de geestelijke gezondheidszorg echt plaats vinden.

  • Denise Van den Eynden - Het Namaste-huis

    Wij pleiten voor een empathische grondhouding als basis voor een open communicatie en het nemen van rechtvaardige beleidsmaatregelen. Deze zin uit het artikel vat voor ons alles samen : “Het is duidelijk dat ook bij hun structurele beleidspraktijk een empathische houding noodzakelijk is”.

    In een relationele context is bij het ondersteunen van mensen, vanuit existentieel perspectief, empathie in samenhang met authenticiteit en onvoorwaardelijke aanvaarding een pure noodzaak. Het is de basis van betrokkenheid en daar hebben wij meer dan ooit nood aan. Het gaat om ‘het zien van de ander’ en je laten raken door zijn levensverhaal (Dirk de Wachter). Dit hoeft niet per se samen te hangen met sympathie.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Devisch Het empathisch teveel

Het empathisch teveel

Op naar een werkbare onverschilligheid

Ignaas Devisch

Amsterdam | De Bezige Bij | 2017