Boek

‘Geldgedoe zit mijn herstel in de weg’

Ferdi Bekken

Cliënten in de geweldshulpverlening hebben vaak ook financiële problemen. Het zet een rem op hun herstel. Het boek ‘Geld en geweld’ biedt inzicht, praktijkvoorbeelden en handvatten voor sociale professionals. Sociaal.Net brengt de getuigenis van Lieke (19).

geld en geweld

© Unsplash / Jeffrey Wegrzyn

Moederrol

Ik ben opgegroeid bij pleegouders, waar ik samen met mijn twee zusjes, broer en een pleegzusje woonde. Mijn ouders konden niet voor ons zorgen. Toen ik klein was, wilde ik juist voor hen zorgen. Als ik bijvoorbeeld geld had gespaard door klusjes te doen, dan wilde ik dat aan mijn ouders geven.

Ik ging een soort van moederrol voor mijn biologische ouders spelen en dat was gewoon de omgekeerde wereld. Op een gegeven moment hebben mijn pleegouders gezegd dat dit moest stoppen.

‘Ik ben nooit een ster geweest met geld.’

Maar het blijft voor mij lastig om nee te zeggen. Als mijn vader bijvoorbeeld wil langskomen, maar zegt dat hij geen geld heeft, dan maak ik geld voor een treinkaartje naar hem over. Terwijl ik weet dat ik het eigenlijk niet kan missen.

Ik ben nooit een ster geweest met geld. Alles wat ik krijg, geef ik meteen weer uit. Dat heb ik altijd gehad. Ik weet ook niet aan wat voor dingen. Op mijn zeventiende had ik drie baantjes, maar al het geld gaf ik uit. Ik probeerde wel eens te sparen, maar dat werkte niet. Ik heb volgens mij een gat in mijn hand.

Niet nadenken

Dat ik zoveel geld uitgaf, heeft – maar dat zie ik nu pas – te maken met wat er allemaal aan de hand was. Ik had best veel problemen, maakte me zorgen.

Mijn pleegzus is een half jaar ouder dan ik en die raakte heel jong zwanger. Mijn andere zus was overspannen. Mijn broer had zich met oud en nieuw in een coma gezopen. Dat was tricky, want hij had die nacht kunnen overlijden.

Er waren dus allemaal problemen en met al die dingen zat ik heel erg. En daar kwam nog bij dat het natuurlijk moeilijk is als je eigen ouders niet voor je kunnen zorgen. Thuis kon ik niet praten over de dingen die mij bezighielden, want mijn pleegouders hadden al genoeg aan de problemen van de andere kinderen.

Als ik even alleen was, moest ik aan die problemen denken. En dus hield ik mezelf bezig om maar niet te hoeven nadenken. Ik had stage, school en drie bijbaantjes.

Toen ik zeventien was kwam ik een jongen tegen. Met hem kon ik goed praten over alles waar ik mee zat. En hij luisterde. Hij was op dat moment de enige persoon bij wie ik mijn verhaal kon doen. Ik begon hem steeds vaker te zien.

Bang

Toen ging het fout. Hij vroeg of ik met hem wilde meerijden naar school, maar halverwege stopte hij met rijden en dwong hij me om seks met hem te hebben. En later dwong hij me seks te hebben met andere jongens.

Ik was bang voor hem en durfde niets te zeggen, want ik wist dat hij me dan zou bedreigen. Ik wist hoe hij kon zijn als hij boos was. Daarom besloot ik hem te pleasen. Hij liet me hotelkamers boeken op mijn eigen kosten.

‘Hij dwong me om seks te hebben met andere jongens.’

Ik verdiende er niets aan. Ik kreeg op dat moment studiefinanciering en had een bijbaantje in een restaurant. Mijn geld ging er heel snel doorheen. Op een gegeven moment heb ik aangezet dat ik in de min kon staan. Toen liepen de schulden snel op. Ik moest hotels betalen, benzine betalen en als we een keer naar een restaurant gingen, moest ik ook betalen.

Mijn pleegouders wisten van niets. Ik verzon overal wel wat op en had overal smoesjes voor. Op een gegeven moment trok ik het niet meer. Het liep helemaal uit de hand. Toen had ik door dat het echt moest stoppen. Uiteindelijk ben ik in de specialistische opvang van Fier terecht gekomen. Fier is een Nederlands expertise- en behandelcentrum op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties.

Opvang

Toen ik in de opvang kwam, stond ik flink in de min. Hoeveel precies weet ik niet meer, maar het was wel veel. Maar ik kreeg gewoon studiefinanciering en ik kon de eerste drie maanden niet buiten het terrein komen en dus ook geen geld uitgeven. Daardoor kwam ik vrij snel uit de min en kon ik zelfs weer sparen.

Daarna is het een tijdje goed gegaan. Toen ik wat langer in de opvang zat en het wat beter met me ging, wilde ik vooral leuke dingen. Ik ging veel stappen en ik heb toen een auto gekocht, wat natuurlijk echt heel dom is. Ik was negentien jaar en ik zat in de opvang. Waarom zou ik een auto kopen? Dat ding kostte een vermogen. Maar het gaf me een ultiem vrijheidsgevoel!

‘Ik kocht een auto, wat natuurlijk heel dom is.’

Toen heb ik zelf weer aangezet dat ik in de min kon staan. Ik wist hoe gemakkelijk dat ging. Daardoor is het eigenlijk weer fout gegaan. Ik heb toen heel lang stilgehouden dat ik weer financiële problemen had. Ik schaamde me heel erg.

Eerst kon ik nog zeggen dat mijn schulden waren veroorzaakt door mijn ex. Maar deze keer had ik mezelf in de problemen gebracht. Het is nog maar kort geleden dat ik durfde om het aan mijn mentor te vertellen.

Samen hebben we een financieel plan gemaakt: hoeveel ik mag uitgeven om daarnaast de openstaande rekeningen en achterstand bij de zorgverzekering te betalen. Ik vind het heel lastig om hier uit te komen, heb constant het idee dat ik achter de feiten aanloop. Het is een heel gedoe om op te lossen.’

Stress

Ik ervaar veel stress doordat ik constant in de min sta. Ik heb het idee dat ik voortdurend leef van geld dat niet van mij is. Als de hulpverleners hier eerder met me naar hadden gekeken, was het niet zo opgelopen.

Nu ervaar ik vooral heel veel spanning, omdat ik gewoon even niet weet hoe ik er weer uit ga komen. De vorige keer had ik dat helemaal niet, omdat ik er toen heel open over praatte. Ook met mijn pleegouders. Die wisten toen alles en zij hielpen mij en ik wist: het komt weer goed. Maar nu weet ik niet hoe ik hier uit ga komen.

‘Ik weet niet hoe ik hier uit ga komen.’

Ik heb na alle traumatische ervaringen zo’n behoefte aan een gewoon leven. Ik wil zo graag weer een normale student zijn. Dit geldgedoe zit me behoorlijk in de weg, ook in mijn herstel. Ik wil het snel oplossen, maar kan dat niet alleen.

Ik heb nu een baantje en hoop dat ik er nog een baantje bij kan krijgen. Dat zou financieel handig zijn, maar veel werken betekent ook dat ik me ga verstoppen. Dat doe ik wel vaker als ik veel stress heb. Hoe drukker ik ben, hoe minder tijd ik heb om aan mijn problemen te denken.

Het is fijn dat mijn hulpverleners het nu weten, want nu letten ze er ook een beetje op. Het is goed om het met ze te kunnen bespreken, dan voelt het niet meer alsof ik het allemaal zelf moet oplossen. Het helpt als ze meekijken en ook aangeven welke stappen ik al heb gezet, hoe ik vooruitgegaan ben.

Vertrouwen

Later wil ik gewoon niet in de min staan. Geen schulden hebben en zonder stress kunnen leven. Ik wil niet na hoeven denken of ik het wel kan missen. Ik hoop dat ik dan één baantje heb. En dat het dan gewoon een beetje rustig is.

Maar financiën blijven voor mij altijd een valkuil. Ook als ik op mijzelf woon, blijven financiën op nummer één staan. Ik wil eerst dat het gewoon een tijdje goed gaat. Dat ik zie dat het wel lukt en dat ik het kan. Weer vertrouwen krijg in mezelf.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.