De capabilitybenadering in het sociaal domein

Een praktijkgerichte kennismaking

Michel Tirions, Willem Blok, Collin den Braber

Bohn Stafleu Van Loghum, 2018, 208 p

‘De capabilitybenadering in het sociaal domein’ is het resultaat van een Vlaams-Nederlandse samenwerking. De auteurs proberen de complexe theorie concreet te maken voor de sociaalwerkpraktijk. Of ze daarin volledig geslaagd zijn, durft onze recensent te betwijfelen. Het had ook allemaal wat kritischer mogen zijn.

 Capability Approach

De capabilitybenadering werd ontwikkeld door econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen en filosofe Martha Nussbaum. De benadering maakt duidelijk dat welzijn op individueel en collectief niveau (bijvoorbeeld een land) niet enkel in economische termen kan worden beschreven.Lees op Sociaal.Net ook deze bijdrage over de Capability Approach.

“De invloed van Sen en Nussbaum is niet te onderschatten.”

De invloed van Sen en Nussbaum is niet te onderschatten. Deze heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat de Verenigde Naties in haar Human Development Index niet enkel economische groei als criterium hanteert. In deze index worden naast inkomen nu ook levensverwachting en onderwijs meegeteld. 

Complex

De theoretische onderbouw van de capabilitybenadering is vrij complex. Ik vind ze ook problematisch.

Dit begint al bij het uitgangspunt: “Ieder mens moet in staat zijn het leven te kunnen leiden dat hij wil.” Dit credo weerspiegelt onvoldoende de complexiteit en weerbarstigheid van de menselijke natuur.

“Bestaat een afdwingbaar recht op geluk?”

Geldt dit uitgangspunt ook voor de onverbeterlijke pedofiel? Voor de seriemoordenaar? Kan je dit principe leidend laten zijn bij mensen met een destructieve verslavingsproblematiek? Of bij personen met een verstandelijke beperking die er niet in slagen de gevolgen op lange termijn van hun keuzes in te schatten?

Verder benadrukt de capabilitybenadering het universele recht van mensen op geluk. Hoezeer ieders geluk als normatief standpunt ook wenselijk is, we kunnen op z’n minst de vraag stellen of er zoiets bestaat als een afdwingbaar recht op geluk.

Notendop

De benadering in een sterk vereenvoudigde notendop. 

Capabilities zijn keuzemogelijkheden die mensen hebben om het leven dat ze wensen te kunnen leiden. Functionings zijn vormen van ‘handelen’ en ‘zijn’, die mensen waardevol vinden en willen bereiken.Resources zijn de hulpbronnen om functionings te kunnen realiseren. Dit zijn concrete fundamentele bronnen. Conversiefactoren zorgen ervoor dat mensen eigen keuzes kunnen realiseren. Ze zijn intrapersoonlijk (talenten, motivatie), sociaal (normen, waarden) of omgevingsgerelateerd (klimaat, politieke organisatie).

Een voorbeeld. Als je het als jonge vrouw belangrijk vindt om elke dag je zieke moeder te gaan bezoeken (capability als keuze), dan heb je behoefte aan een degelijke fiets (resources). Je moet de motivatie en kunde hebben om met de fiets te rijden (intrapersoonlijke conversiefactoren). Er moet een degelijke fietsinfrastructuur ter beschikking zijn in je stad (fysieke conversiefactor) en fietsen zou er een sociaal aanvaardbare transportwijze moeten zijn voor vrouwen (sociale conversiefactor). Resources zijn de hulpbronnen om functionings te kunnen realiseren. Dit zijn concrete fundamentele bronnen. Conversiefactoren zorgen ervoor dat mensen eigen keuzes kunnen realiseren. Ze zijn intrapersoonlijk (talenten, motivatie), sociaal (normen, waarden) of omgevingsgerelateerd (klimaat, politieke organisatie).

Al deze dingen stellen je in staat om te kunnen kiezen voor de fiets (functioning). Het kunnen uitvoeren van je keuze zal (wellicht) leiden tot een toename van je levenstevredenheid.

Kunnen kiezen

Het kunnen kiezen is het fundamenteel beginsel van de capabilitybenadering. En terecht problematiseren Sen en Nussbaum de keuzevrijheid van mensen. Hoe vrij zijn keuzes als er weinig of geen alternatieven zijn? Als geïnternaliseerde sociale normen keuzes de facto uitsluiten?

“Hoe vrij zijn keuzes als er geen alternatieven zijn?”

De auteurs van het boek ‘De capabilitybenadering in het sociaal domein’ geven het voorbeeld van vrouwen in topposities. Als het beeld blijft bestaan dat vrouwen zorgzaam moeten zijn en de belangrijkste taak hebben in de opvoeding van kinderen, kan dit de carrièrevoorkeuren van vrouwen beïnvloeden.

Vreemd genoeg wordt een ander voorbeeld, het dragen van een hoofddoek of sluier, door dezelfde auteurs dan weer louter benaderd vanuit het vrijekeuzeperspectief van de vrouw. Van de mogelijkheid van beperkende en geïnternaliseerde sociale en religieuze normen lijkt hier plots geen sprake meer.

Goed leven

Na dit uitgangspunt van fundamentele keuzevrijheid, lopen de benaderingen van Sen en Nussbaum nogal uiteen.

Bij Nussbaum is er sprake van een lijst van tien ‘universele’ capabilities: leven, lichamelijke gezondheid, lichamelijke onschendbaarheid, verbeeldingskracht en denken, gevoelens, praktische rede, sociale banden, omgang met andere biologische soorten, spelen en vormgeven van de eigen omgeving. Het vervullen van deze tien capabilities staat voor haar garant voor het leiden van een goed leven.

Sens benadering lijkt soepeler. Voor hem staat het lokaal vormgeven (via overleg) van capabilities voorop. Bij hem is er geen beperkende en exhaustieve lijst van capabilities.

Sociaal werk

De Vlaamse en Nederlandse auteurs, verzameld in een capability-netwerk, zien veel verbindingen tussen de capabilitybenadering en het sociaal werk.

“Kleine stapjes bleken echt wel een verschil te maken.”

Beide hanteren ze een integraal mensbeeld. Ze hebben allebei een focus op de relatie tussen individu en omgeving. Ze leggen ook alletwee de klemtoon op keuzevrijheid en ze zijn gevoelig voor structurele ongelijkheid.

Dat de capabilitybenadering nuttig kan zijn voor de sociaalwerkpraktijk, wordt in het boek onder meer geïllustreerd in het hoofdstuk over de zorgpraktijk. Aan de hand van Nussbaums’ tien capabilities wordt een traject beschreven bij Anja, een vrouw met ernstige beperkingen. De capability-kapstok maakte het voor de zorgverleners mogelijk om per capability na te gaan welke verbeteringen er in de bestaande ondersteuning van Anja kunnen worden aangebracht. Kleine stapjes bleken echt wel een verschil te maken.

Hype 

De auteurs steken hun enthousiasme voor de capabilitybenadering niet weg. In het boek worden dan ook weinig inhoudelijke kritieken geformuleerd. Toch is er wel wat kritiek te geven op deze ‘capability-hype’, hoewel de auteurs aanporren niet van een hype te spreken…

“Ik vind de capabilitybenadering erg individualistisch.”

Ik vind de capabilitybenadering erg individualistisch. Ongetwijfeld geïnspireerd door het humanisme, wordt de individuele keuzevrijheid terecht hoog aangeprezen. Maar misschien wordt die vrijheid wel wat verabsoluteerd. Er wordt schijnbaar nauwelijks verantwoordelijkheid gevraagd van het individu. Nochtans hebben individuele keuzes vaak impact op anderen. Mijn keuze om te snel te rijden, brengt andere weggebruikers in gevaar.

Er ontbreekt met andere woorden een wederkerige verbinding tussen individu en samenleving. Enkel de beperkende, contextuele invloeden op het individu vallen binnen het vizier. Volgens Nussbaum is het dan aan ‘de’ maatschappij en ‘de’ overheid om alle beperkingen voor individuele capabilities weg te nemen.

Daartegenover verwacht men nauwelijks engagement, laat staan plicht van het individu in de omgekeerde richting. In tegenstelling met het communitarisme waar een individu ook plichten heeft ten aanzien van de gemeenschap, is er bij Nussbaum enkel sprake van ‘reële mogelijkheden’ en ‘rechten’ die de overheid moet garanderen.

Stenen tafelen

De tien capabilities van Nussbaum doen me ook een beetje denken aan de stenen tafelen. Er valt schijnbaar niet aan te tornen. Toch zijn er andere capabilities denkbaar zoals het vermogen tot zingeving of het kunnen ervaren van genot.

“De invulling van de tien capabilities is erg kneedbaar.”

Nussbaum toont zich hier rigide. Ze houdt vast aan haar onveranderlijke tien capabilities. Is dit niet in tegenspraak met het uitgangspunt dat de autonomie van eenieder vooropstelt? De meer deliberatieve benadering van Sen lijkt deze paradox wel te kunnen overstijgen.

Bovendien is de invulling van de tien capabilities erg kneedbaar. Een Noord-Koreaans overheidsfunctionaris zou ongetwijfeld met een uitgestreken gezicht kunnen verzekeren dat elk van de tien capabilities gegarandeerd wordt in de lokale heilstaat.

Schuurvlak

De capabilitybenadering vóóronderstelt een absolute vrijheid voor het individu om eigen keuzes te maken. Maar vrijheden kunnen met elkaar in conflict komen. De vrijheid van de één kan in botsing komen met de vrijheidsclaim van iemand anders.

“Vrijheden kunnen met elkaar in conflict komen.” 

Zo kan de vrijheid van meningsuiting iemand in botsing komen met de behoefte van de ander aan een leven dat vrij is van belediging. De keuze van m’n buur om een nachtelijk feestje te houden, kan stuiten op mijn wens naar een ongestoorde nachtrust.

Voor vragen op dit schuurvlak van verschillende vrijheden en keuzes geeft het moreel kompas van de capabilitybenadering geen bevredigend antwoord.

WC-eend

Dit soort kritische kanttekeningen ontbreken in het boek. Dat is jammer. Het boek lijkt daarmee iets te veel op de bekende Nederlandse reclame-slogan: Wij van WC-eend adviseren WC-eend.”

Wij van WC-eend adviseren WC-eend.”

De theoretische uitgangspunten en wisselwerkingen tussen de concepten (functionings-resources-capabilities) blijven ook na het lezen complex en diffuus. Ik heb nog steeds niet de indruk dat ik ze helemaal in de vingers heb. Dat zegt misschien iets over mij, maar wellicht ook over het boek.

Deze kritieken nemen niet weg dat het een bij momenten prikkelend boek is. De grensoverschrijdende scope is een verrijking. Een nadeel van het werken met verschillende schrijvers is dat de definitie van sociaal werk verschillende keren woordelijk wordt herhaald, net zoals Nussbaums lijstje van tien capabilities. Een betere afstemming tussen de auteurs of scherpere eindredactie was heilzaam geweest.

Depressie in welzijnsland 

Tot slot nog deze bekommernis. De auteurs klagen aan dat er een depressie waart in welzijnsland. Zo overheerst de logica van kostenbeheersing en een voor-wat-hoort-wat-discours. Wat de auteurs niet benoemen, is dat deze logica wel eens net het gevolg zou kunnen zijn van het verabsoluteren van autonomie en individuele keuzevrijheid.

Anno 2018 willen zorggebruikers de regie voeren over hun ondersteuning. Ze eisen een kwaliteitsvolle tegenprestatie voor hun steeds meer geïndividualiseerd zorgbudget. In zijn regierol zal de zorggebruiker de kostenbeheersing met steeds grotere argusogen monitoren.

De insijpelende vermarkting en commercialisering in het sociale domein komt er misschien wel net mede doordat zorggebruikers vanuit hun verworven autonomie kosten-efficiënte ondersteuning verwachten.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen