Weglopen als enige uitweg

Jongeren die banden verbreken om banden te zoeken

Weglopen is een symptoom van onderliggende problemen waarvoor jongeren geen andere uitweg zien. Het is een ingrijpende gebeurtenis met een grote impact op het leven van jongeren en hun naasten. Hoe ervaren jongeren dat zelf? En waar zien ze oplossingen?

weglopen
©Luci Fross @flickr

Groot probleem?

Weglopen is geen marginaal probleem. Jaarlijks behandelt Child Focus meer dan duizend dossiers van jongeren die weglopen. Die onder de loep nemen, levert interessante inzichten op.In samenwerking met de Universiteit van Luik voerde Child Focus een analyse van haar dossiers door en werden interviews afgenomen met jonge (ex-)weglopers.

“Weglopen is geen marginaal probleem.”

Het grootste deel (67%) zijn meisjes. Meer dan de helft (60%) is tussen veertien en zestien jaar oud. Jongeren verlaten niet alleen hun gezin: een op drie loopt weg uit een voorziening. De meeste weglopers (75%) blijven minder dan een week weg. Een kleine groep (8%) blijft langer dan een maand weg.

Weglopers worden in de helft van de gevallen aangemeld door officiële instanties zoals politie. In de andere helft van de gevallen door ouders of andere. Slechts 1% van de weglopers neemt zelf contact met Child Focus.

Vrijheid door weglopen

Om een scherper zicht te krijgen op het wegloopgedrag van jongeren, onderzochten we hun profiel en ervaringen. Wat gaat vooraf aan het weglopen? Waarom lopen ze weg? Wat doen ze tijdens hun verdwijning om te kunnen overleven? Wat gebeurt er wanneer ze terugkomen of worden teruggevonden?

“Ze lopen weg om weer controle te krijgen.”

Weglopers

We vroegen de jongeren om drie woorden op te geven die ze met hun ervaringen tijdens de wegloopperiode associëren. De woorden in het grootste lettertype zijn de woorden die de jongeren het vaakst gebruikten in vergelijking met de andere. Dit levert een veelzeggende woordenwolk op.

Jongeren denken spontaan vooral aan ‘vrijheid’. Ze lopen weg om weer controle te krijgen over hun leven. Dat is een belangrijk inzicht voor de preventie van wegloopgedrag.

Gespannen gezinsrelaties

Een gebrek aan erkenning en steun, vragen over de eigen plaats en het gevoel in de steek gelaten of zelfs afgewezen te worden naar aanleiding van een nieuwe gezinssamenstelling liggen aan de basis van gespannen gezinsrelaties.

“Ik werd nooit ernstig genomen.”

“In de periode dat ik bij mijn moeder woonde was het gewoon onmogelijk. Zelfs nu is het onmogelijk. Op emotioneel vlak is het volgens mij gewoon grote shit. Zelfs nu, nu ik rustig ben, ik heb mijn huis, ik heb rust gevonden in mijn hoofd, maar dat zal nooit weggaan. Met wat er vroeger gebeurd is, lukt het mij niet om na te denken zoals ik zou moeten. Ik wilde erover praten, maar er werd nooit echt naar mij geluisterd. Ik werd nooit ernstig genomen,” getuigt Tom, die nu negentien jaar is.

Tijdens de adolescentie wordt de relatie van een jongere met zijn of haar gezin complexer. Jongeren experimenteren met een nieuwe plaats en met nieuwe rollen. Ze maken zich los en individualiseren. Dat kan tot wederzijds onbegrip en conflicten leiden.

Vlucht uit jeugdhulp

Jongeren die weglopen wonen vaker in een gezin waarin conflicten of trauma’s aanwezig zijn dan jongeren die niet weglopen. Eén derde van de jongeren uit ons onderzoek liep weg uit een voorziening. De meesten waren geplaatst wegens een problematische gezinscontext, soms op vraag van de jongeren zelf. Wanneer ze in de voorziening opnieuw met spanningen werden geconfronteerd, werd terugkeren naar het gezin een oplossing en weglopen een manier om dit te realiseren.

“Eén derde liep weg uit een voorziening.”

Drugs- en alcoholgebruik, delinquentie of prostitutie: sommige jongeren vertonen al probleemgedrag voor ze weglopen. Dat probleemgedrag kan zich ook bij invloedrijke personen in hun omgeving voordoen. Zo kunnen vrienden met probleemgedrag leiden tot weglopen of overnemen van bepaalde negatief gedrag.

Een aantal jongeren die weglopen, kampen ook met een psychische kwetsbaarheid, gaande van zoeken naar zichzelf, over depressie tot een zware psychiatrische problematiek.

Gaëlle

Gaëlle is zestien jaar en liep voor het eerst weg uit een voorziening toen ze dertien was. Ze bleef twee dagen weg. De eerste keer liep ze vooral weg door de terugkerende ruzies met haar moeder, maar ook door haar verlangen om uit de voorziening weg te raken. Omdat ze die vele spanningen moeilijk aankon, besloot Gaëlle om weg te lopen met een vriendin.

“Gaëlle liep voor het eerst weg toen ze dertien was.”

Gaëlle vertelt tijdens het interview dat ze zich goed voelde in deze wegloopperiode. Zij beschouwt weglopen dan ook als een middel om de ervaren spanningen te doen afnemen. Haar volgende wegloopperiodes waren van dezelfde aard. Ze waren telkens bedoeld om de spanningen te doen afnemen na herhaaldelijke ruzies met andere jongeren in de voorziening.

Omgaan met spanningen

We onderscheiden vijf motivatiedynamieken die een rol spelen bij de beslissing om weg te lopen.

Voor de meeste jongeren is weglopen een manier om hun emoties onder controle te krijgen en om te gaan met spanningen. Weglopen lijkt voor hen de geschikte oplossing om spanningen te doen afnemen. Het schept de nodige afstand en zorgt soms zelfs voor een breuk met de dingen die een probleem vormen en waarvan de wegloper het gevoel heeft dat hij ze niet aankan.

“Weglopen is nog de enige oplossing.”

Een wegloper heeft vóór hij wegloopt al andere oplossingen uitgeprobeerd, maar die bleken in zijn ogen ondoeltreffend, waardoor weglopen nog de enige oplossing is.

Opnieuw weglopen

Dit soort regulering zien we bij jongeren die zich opgelucht voelen wanneer ze weggelopen zijn, die zich bevrijd voelen van het emotioneel lijden. Weglopen kan daardoor een terugkerende manier van functioneren worden waardoor de jongeren steeds opnieuw weglopen.

Het risico op een herhaling van het wegloopgedrag wordt nog groter wanneer deze jongeren bij hun terugkeer vaststellen dat er niets is verbeterd. Herhaald wegloopgedrag stelden we zowel vast bij jongeren die in een gezinsomgeving wonen als bij jongeren in voorzieningen.

Jongeren lopen ook weg uit een voorziening omdat ze opnieuw in hun gezin willen zijn. Vaak zijn deze jongeren geplaatst wegens een moeilijke familiale situatie, maar blijven ze toch zo gehecht aan hun ouders dat ze er weer naartoe willen. Jongeren waarbij we deze dynamiek vaststelden, bleken herhaaldelijk weg te lopen uit de instelling.

Pijnstilling

Daarnaast is er een wegloopdynamiek die op gang komt naar aanleiding van een depressieve toestand. De jongere is droevig, wanhopig en vindt zichzelf niets waard.

“Het is ook een manier om te vertellen dat je lijdt.”

In deze moeilijke omstandigheden ervaart de jongere weglopen als pijnstilling. Het is voor de wegloper ook een manier om zijn omgeving te vertellen dat hij lijdt, zonder er expliciet over te moeten spreken. Weglopen maakt lijden duidelijk door daden en vereist geen woorden.

Hoe graag zie je mij?

Sommige jongeren lopen weg om te testen hoe sterk de banden met de familie zijn. Ze leggen de band met hun ouders in de weegschaal.

De wegloper test uit in welke mate zijn dierbaren met hem begaan zijn en in hoeverre ze hem missen. Hij test hij ook uit hoeveel afstand hij zelf van hen wil nemen. Dat geeft hen het gevoel actief bij te dragen aan het opbouwen van een band. Een adolescent ervaart deze band namelijk niet altijd als vanzelfsprekend of zeker. Daardoor voelt hij de behoefte om actief bij te dragen tot de totstandkoming van een band.

Luister naar me

Weglopen kan ook een manier zijn om een signaal te geven. Jongeren die zich onbegrepen voelen of vinden dat niet naar hen wordt geluisterd, zien weglopen als een oplossing om gehoor te krijgen.

Wanneer de mening van de jongere niet gehoord wordt of wanneer er geen rekening mee wordt gehouden, kan weglopen voor de jongere een manier zijn om zijn of haar behoeften duidelijk te maken.

Wat doen jongeren tijdens de wegloopperiode?

Wat jongeren tijdens de wegloopperiode doen, werd nog weinig bestudeerd. Wel is duidelijk dat de kwetsbaarheid die tot het weglopen heeft bijgedragen de wegloper ook tijdens zijn wegloopperiode kwetsbaar maakt.

“Weglopers komen soms in risicovolle situaties terecht.”

Bij gebrek aan middelen om voeding of onderdak te vinden, komen weglopers soms in risicovolle situaties terecht: delinquentie, drugs, prostitutie of bendevorming. Ook zonder die gevaren blijft weglopen een hachelijke onderneming. Naar schatting één op zes weglopers slaapt op straat en één op twaalf raakt tijdens zijn wegloopperiode gewond.Rees G. and Lee, J. (2005), Still Running II: Findings from the Second National Survey of Young Runaways, London, The Children’s Society.

Telefoon uit

Tijdens hun eerste wegloopperiode verbleven de meeste jongeren bij een vriend. Anderen slaagden er soms in om opvang te krijgen bij een ander familielid zoals broer, zus of grootouders. Wanneer jongeren kunnen rekenen op hulp van hun familie, lopen ze minder kans om in risicovolle situaties terecht te komen.

Weinig jongeren bleven tijdens hun wegloopperiode in contact met hun familie, bijvoorbeeld via sms of telefoon. De meesten zetten hun telefoon zelfs uit om niet gevonden te worden door de politie. Ze hadden de behoefte om zich volledig af te sluiten en compleet te breken met de situatie waaruit ze gevlucht waren.

“Ze voelden de behoefte om zich volledig af te sluiten.”

Nog een vaststelling om bij stil te staan en iets mee te doen: jongeren die er het best in slagen om op straat te overleven, zijn het minst geneigd om naar huis terug te keren.

En na het weglopen?

“Ik wilde gewoon niet dat ze tegen mij uitvlogen. Dat is alles. Ik was bang om terug te keren,” getuigde Sophie, die zeventien jaar is.

De terugkeer na een wegloopperiode kan vrijwillig of onvrijwillig zijn. Wie uit eigen beweging terugkeerde, deed dat vaak omdat iemand hen hiertoe aanmoedigde. Ook het gevoel geen eigen plek te hebben en een zekere intimiteit te missen, kan jongeren ertoe aanzetten om terug te keren. Sommigen legden dan weer uit dat ze niet zouden zijn teruggekeerd als de politie hen niet had teruggebracht.

Geen happy end

De meeste van de bevraagde jongeren verklaarden dat hun wegloopperiode geen enkele positieve impact had op hun leven. De problematische situatie die ze hoopten op te lossen door weg te lopen, verbeterde niet en conflicten bleven overeind. Bij anderen verslechterde de situatie zelfs, zodat het weglopen uiteindelijk een negatieve impact had op hun leven.

“Problemen zijn niet automatisch opgelost.”

Een terugkeer is dus zeker geen waarborg voor een happy end. De problemen die het weglopen veroorzaakten, zijn niet automatisch opgelost. Toch wordt hereniging met het gezin vaak aangeraden. Zo zien we bij jongeren die naar hun gezin terugkeerden vaker gunstige gevolgen van het weglopen dan bij weglopers die elders worden ondergebracht.

Drang naar vrijheid

Weglopen is geen probleem dat op zichzelf staat. Het is een symptoom van onderliggende problemen waarvoor jongeren geen andere uitweg zien. Hoewel een wegloopperiode doorgaans geen oplossing biedt voor hun problemen, omschrijven jongeren deze zelf niet noodzakelijk als negatief.

Vrijheid is het kernwoord dat jongeren het vaakst met deze periode associëren. Het is dan ook noodzakelijk deze drang naar vrijheid mee te nemen in de lessen die we uit deze studie kunnen trekken.

Jongeren willen controle krijgen over hun eigen leefomgeving. Preventie van wegloopgedrag zal dan ook moeten uitgaan van een empowerment van deze jongeren op hun zoektocht naar een toekomstgerichte aanpak van hun problemen.

Ouderschapsondersteuning

De aanbevelingen uit het onderzoek richten zich op verschillende elementen. Uit de interviews bleek dat jongeren gezinsproblemen als belangrijkste reden van hun wegloopgedrag opgeven. Ouderschapsondersteuning zou ouders en hun kinderen kunnen helpen om deze problemen op een duurzame en efficiënte manier aan te pakken.

“Cruciaal is de periode na het eerste wegloopmoment.”

Nieuw samengestelde gezinnen vormen een specifiek aandachtspunt. Jongeren geven namelijk specifiek aan dat zij conflicten ondervinden met de nieuwe partner van de ouder bij wie ze hun hoofdverblijfplaats hebben.

Participatie

Cruciaal in de beoogde aanpak is de periode na het eerste wegloopmoment. We stellen namelijk vast dat een groot aantal weglopers het niet bij één keer weglopen houdt. Dit heeft te maken met het feit dat jongeren na hun eerste wegloopmoment vaststellen dat hun situatie niet verbeterd is. Waar professionele hulp werd geboden, werd deze door de meeste jongeren als niet efficiënt beschouwd.

Hulporganisaties moeten daarom samen met de jongeren op zoek gaan naar stabiele oplossingen op lange termijn. Er is nood aan bredere maatregelen die niet uitsluitend op het weglopen focussen.

Betrek jonge ervaringsdeskundigen

Jonge weglopers geven aan dat leeftijdsgenoten een belangrijke bron van steun zijn, zowel vóór, tijdens als na het weglopen. We stelden ook vast dat jongeren, ondanks hun persoonlijke zoektocht naar een oplossing voor hun problemen, doorgaans geen professionele hulp zoeken.

“Jongeren zoeken doorgaans geen professionele hulp.”

Door jonge ervaringsdeskundigen te betrekken bij het uitwerken van een preventiebeleid, kunnen we de drempel naar de hulpverlening verlagen. Daarnaast kunnen deze jongeren ook een actieve rol spelen in de uitbouw van een laagdrempelige eerstelijnshulp voor jonge weglopers.

Bovendien moeten jongeren beseffen dat ze belangrijk zijn voor elkaar. Ze moeten ondersteund worden in hun natuurlijke functie als bron van steun en informatie voor elkaar. Daarom is het belangrijk dat ze beschikken over concrete instrumenten om elkaar te helpen op momenten waarop anderen het moeilijk hebben.

Op school

Jongeren die weglopen, missen een gunstig toekomstperspectief. Ze hebben allerlei problemen op school zoals slechte resultaten, conflicten met leerkrachten, pestgedrag of conflicten met klasgenoten. Het huidige onderwijssysteem zorgt ervoor dat jongeren die niet binnen de lijntjes kleuren snel buiten het systeem vallen. Ze krijgen het dan heel moeilijk om nog aansluiting te vinden bij de leefwereld van hun leeftijdgenoten.

“Jongeren die weglopen, missen een toekomstperspectief.”

Om dit te vermijden, moeten ze leren om voldoende na te denken voor ze tot daden overgaan en om alternatieven te vinden voor het weglopen. Het is belangrijk dat jongeren zelf de oplossing in handen nemen. Scholen moeten gesensibiliseerd worden rond de preventie van wegloopgedrag.

Laagdrempelige hulp

Jonge weglopers maken regelmatig melding van mentale en emotionele problemen, al dan niet gelinkt aan de puberteit. In sommige gevallen leiden deze problemen tot depressieve gevoelens bij jongeren. Het is dan ook belangrijk dat een hulpverleningstraject maatregelen naar voren schuift nog vóór zich belangrijke problemen manifesteren.

Deze hulpverlening moet absoluut laagdrempelig zijn, eventueel peer-to-peer. Jongeren hebben immers het gevoel dat ze hun behoeften niet onder woorden kunnen brengen. Ze weten niet waar ze terechtkunnen. Ze hebben behoefte aan een plaats waar ze antwoorden kunnen vinden op hun vragen. Ze zijn daarenboven op zoek naar ademruimte en tijd voor bezinning. Die ruimte moeten ze kunnen krijgen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen