Geestelijke gezondheidszorg bij jonge kinderen

Speelaanpak en consult helpen

Werken met jonge kinderen in de geestelijke gezondheidszorg is niet evident. Daarom testte Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Vagga uit Antwerpen een speelaanpak en het werken met consulten uit. Zo gaan preventie en zorg hand in hand.

Infant Mental Health
© 123RF

Pijnlijk

Ik hoor, vaker dan me lief is, collega’s verzuchten dat ze een kind in behandeling liever een paar jaar eerder hadden ontmoet. Toen de situatie minder hopeloos was of er nog meer mogelijkheden waren in de ontwikkeling van het kind. Dat is een pijnlijke vaststelling.

In Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Vagga (CGG) zetten we daarom sterk in op Infant Mental Health (IMH). Infant Mental Health betekent letterlijk de geestelijke of mentale gezondheid van baby’s en jonge kinderen.

In het Nederlands bestaat geen adequate vertaling voor het woord ‘infant’. Lang verstond men hieronder kinderen van nul tot drie jaar. Vanuit klinisch onderzoek hanteert men nu de leeftijdsgrens van de prenatale periode tot vijf jaar.

Infant Mental Health

Infant Mental Health wordt gedefinieerd als de ‘gezonde sociale en emotionele ontwikkeling van een jong kind vanaf het moment van conceptie tot vijf jaar’. Het gaat over de capaciteit van baby’s en kinderen om emoties te ervaren, te organiseren en uit te drukken, om hechte en veilige relaties op te bouwen, om de omgeving te verkennen en om te leren.

“Verzorgingsfiguren zijn belangrijk voor een kind.”

Een kind verwerft deze vaardigheden binnen relaties met verzorgingsfiguren. Of zoals de Britse kinderarts en psychoanalyticus Donald W. Winnicott al zei: “There is no such thing as a baby, there is a baby and someone.”

Optimale groei en ontwikkeling vinden plaats binnen een zorgende relatie. De geboorte en zorg voor een baby of kind bieden een gezin de kans op nieuwe relaties, groei en verandering.

Baby’s op de sofa

Geestelijke gezondheid is niet alleen voorbehouden aan volwassenen of oudere kinderen. De ontwikkeling van een kind is in het prille begin nog erg flexibel en biedt tal van mogelijkheden tot verandering.

Schertsend wordt wel eens gesproken over ‘baby’s op de sofa’, terwijl het net gaat over een gezonde sociale en emotionele ontwikkeling van een jong kind. Bovendien zijn er bij baby’s en kinderen nog veel mogelijkheden voor preventie en vroegdetectie van geestelijke gezondheidsproblemen.

Als we willen inzetten op de toekomst, is het noodzakelijk om zo vroeg mogelijk de juiste hulpverlening aan te bieden. Hierdoor zal er op lange termijn minder crisiszorg en ingrijpende hulpverlening nodig zijn.

Levensloop

Wat zich voordoet in de eerste levensjaren, beïnvloedt de verdere levensloop. De vroege ontwikkeling van gehechtheidsrelaties kan vervormd of verstoord worden door een voorgeschiedenis bij de ouder van bijvoorbeeld onverwerkte verlieservaringen of traumatische levensgebeurtenissen.

Psychoanalytica Selma Fraiberg spreekt in dit verband over ‘spoken in de kinderkamer’, oude en onverwerkte gevoelens die ouders onbewust opnieuw projecteren in de relatie met hun kind.Fraiberg, S., Adelson, E. and Shapiro, V. (1975), ‘Ghosts in the nursery. A psychoanalytic approach to the problems of impaired infant-mother relationships’, Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 14(3), 387-421.

De helpende aanwezigheid van een deskundige kan het risico op relationele- en ontwikkelingsmoeilijkheden verminderen. Het biedt kansen op het ontstaan van warme en groeibevorderende reacties van ouder en kind.

Drie principes

Bij Infant Mental Health staat de ouder-kindrelatie centraal, is preventie fundamenteel en vertrekt men vanuit een krachtenperspectief. Dat zijn drie belangrijke principes.

“De ouder-kindrelatie staat centraal.”

De ouder-kindrelatie staat centraal. Het jonge kind is voor zijn bestaan en groei erg afhankelijk van verzorgingsfiguren. De relatie die een kind met hen aangaat, kan verschillen naargelang de figuur. Het is essentieel aandacht te hebben voor elke relatie die een kind met verzorgingsfiguren aangaat.

Ook de preventieve insteek is fundamenteel. Interventie bij jonge kinderen is altijd preventief omdat een jong kind voortdurend in ontwikkeling is. In elke interventie is men tegelijk bezig met het verlichten van bestaand lijden en met zorg dragen voor toekomstige ontwikkelingspaden.

Infant Mental Health vertrekt vanuit de krachten in jonge kinderen en hun gezin. Vertrekken vanuit aanwezige sterktes heeft een mobiliserend effect. Dit krachtenperspectief houdt geen naïef ontkennen in van aanwezige zwaktes. Het onderkennen van moeilijkheden is nodig om ze te kunnen overwinnen.

Speelbrug

Bij het uitbouwen van onze expertise in Infant Mental Health kwam de Speelbrug op ons pad. De Speelbrug is een gekend spel- en ontmoetingsinitiatief in Antwerpen-Zuid. In een laagdrempelige ontmoetingsruimte kunnen jonge kinderen samen met een volwassene aan wie ze gehecht zijn – meestal een ouder – komen spelen.

Het doel is letterlijk spelen en ontmoeten. De kinderen kunnen een stapje in de wereld zetten buiten het gezin en de familie, en dat in een veilige omgeving met een groot spelaanbod. Omdat de volwassen vertrouwensfiguur in dezelfde ruimte blijft, gebeurt dit in een sfeer waarin de kindjes en de volwassenen gerust kunnen zijn. In de Speelbrug zijn altijd een vrijwilliger en vaste medewerker aanwezig als aanspreekpersonen. Die kunnen meespelen of meepraten, afhankelijk van wat zich aandient.

De Speelbrug werkt volgens de principes van de ‘Maisons Vertes’. Het eerste Maison Verte werd in 1979 in Parijs opgericht door kinderarts en psychoanalytica Françoise Dolto. Dolto bracht in de Maisons Vertes alles bijeen wat ze in haar loopbaan had opgestoken over luisteren naar patiënten, volwassenen, kinderen en baby’s. De oorspronkelijke Maisons Vertes ontstonden in de schoot van de geestelijke gezondheidszorg. Om hun werking verder te garanderen stuurde De Speelbrug aan op een overname door het CGG. Die stap werd gezet in 2015.

“Een spel- en ontmoetingsinitiatief werkt preventief.”

Dankzij een eenmalige subsidie van Kind en Gezin kon een tijdelijke onderzoeksmedewerker aangeworven worden. In een eerste onderzoek bekeken we hoe de samenwerking tussen een CGG en een spel- en ontmoetingsinitiatief vorm kan krijgen.

Spel- en ontmoeting

Infant Mental Health beslaat een continuüm tussen preventief werken, zoals een spel- en ontmoetingsinitiatief, en curatief werken, zoals het CGG voornamelijk doet. De werking van De Speelbrug verschilt fundamenteel van de reguliere werking van het CGG in het bijdragen aan de ontwikkeling en het psychisch welbevinden van kleine kinderen en hun ouderfiguren.

Zo stelden we in de literatuur en praktijk vast dat een spel- en ontmoetingsinitiatief onder meer de overgang ‘tussen schoot en school’ vergemakkelijkt. Het stimuleert spel en speelsheid bij ouder en kind, wat in onderzoek geassocieerd wordt met veilige gehechtheid van ouder en kind.

Diversiteit

Binnen een spel- en ontmoetingsinitiatief merkt men dat verschillende ouders, verschillende visies over kinderen en opvoeden hebben. Dat is ok. Hierdoor stijgt het relativeringsvermogen van ouders.

Bovendien kunnen ouder en kind hun referentiekader uitbreiden door het contact met andere ouders en kinderen. Een spel- en ontmoetingsinitiatief stimuleert verwondering in plaats van veroordeling. Ongemerkt bevordert het ook het informele sociale netwerk, een noodzakelijke bron van sociale en emotionele steun.

“Het bevordert het informele sociale netwerk.”

De heterogene mix van aanwezige ouders en kinderen met hun verschillende culturen, achtergronden, sterktes en zwaktes is een grote kracht. Ouders kunnen feedback geven en krijgen. Het gewone van de opvoeding mag er aan bod komen. Daarbij kijkt men eerder naar mogelijkheden dan naar problemen. Je komt naar een spel- en ontmoetingsinitiatief om te spelen, niet omwille van een probleem.

Zelfbeeld

Het spel- en ontmoetingsinitiatief bouwt mee aan het zelfbeeld van het kind. Het biedt kans tot spiegeling, wat noodzakelijk is om een beeld van zichzelf op te bouwen.

Ook al gaat het niet over continu dragende relaties, toch zijn sommige ‘moments of meeting’ des te belangrijker. Zeker als de relaties met eigen gehechtheidsfiguren minder beschermend zijn. Het kind wordt in de nabijheid van zorgfiguren ook aangesproken als subject, wat vormend is voor zijn identiteitsformatie en de ontwikkeling van een zelf.

“Ouders en kind leren omgaan met regels en grenzen.”

Ouders en kind leren er omgaan met regels en grenzen. Bijvoorbeeld door de afspraak dat loopfietsen aan één kant van de rode lijn blijven. Een vraag of de erkenning van een probleem kan er langzaam rijpen.

De Speelbrug en andere speel- en ontmoetingsplaatsen, bieden een veilig kader voor ouder en kind om elkaar en anderen te ontmoeten.

Uit de praktijk

Al spelend leren kinderen zich te houden aan afspraken. Bijvoorbeeld over waar ze wel of niet mogen spelen. Hoe verschillend ouders hiermee omgaan en wat hun impact is op het kind, blijkt uit volgend voorbeeld uit de praktijk van De Speelbrug.Vrij naar: Vandenborre, R. (2014), Van aanraakbaarheid rijk: ontmoetingsruimten voor kleine kinderen en ouders, Leuven, Literarte, p. 82.

Twee broertjes van drie en anderhalf jaar racen met loopfietsjes. Vader komt voor het eerst mee. Hij ziet het met veel plezier aan. Het racen wordt doller en driester. Ze gaan over de rode lijn. Vader zegt er iets over, maar bij de volgende ronde doet de jongste het weer. Dan tilt vader zijn spruit met fiets en al omhoog en zet hem aan de andere kant van de streep weer neer. De oudste ziet dit en doet nu ook mee. Beide broers racen zover mogelijk over de streep, tot vader hen te pakken heeft en ze lachend door de lucht tilt naar de juiste zijde van de rode lijn.

Een meisje van 18 maanden duwt een wandelwagen met haar pop voort. Haar grootmoeder was kleuterleidster in Moskou. Ze spreekt enkel Russisch waardoor ze steeds wat afzijdig blijft in de groep. Ze volgt op een rustige manier haar kleinkind, zonder tussen te komen, behalve wanneer ze dreigt over de rode streep te gaan. Dan zegt grootmoeder op rustige toon de naam van het kind, dat vervolgens een ruk geeft aan de wandelwagen om haar weg aan de juiste kant te vervolgen.

Twee Antwerpse vriendinnen zijn in een geanimeerd gesprek gewikkeld. Intussen racen hun tweejarige zoontjes. Wanneer ze een tweede keer over de streep gaan, gaat één moeder naar hen toe, zet zich op de knieën en legt rustig uit waarom ze niet over de lijn mogen. Dat is te gevaarlijk voor de kruipertjes. “Afgesproken?” En ze gaat weer bij de vriendin zitten. De jongens racen nog een tijdje door, even wild en snel, maar ze gaan niet meer over de rode lijn.

Evaluatie

Binnen het onderzoek bekeken we diverse mogelijkheden om de samenwerking te concretiseren. We droomden van een gemeenschappelijk aanbod waarin preventie en zorg naadloos in elkaar overvloeien. We experimenteerden met het uitwisselen van medewerkers in elkaars permanenties, gezamenlijk teamoverleg, het delen van stagiaires of vrijwilligers. Ook testten we de haalbaarheid van een Speelbrug-plus-werking, waarbij we een spel- en ontmoetingsmoment aanbieden op verplaatsing. Het blijft echter zoeken naar goede manieren om te komen tot een geïntegreerde samenwerking.

“We blijven zoeken naar samenwerking.”

Vandaag moeten we vaststellen dat de preventieve werking van een aanbod zoals De Speelbrug te ver van onze kerntaak verwijderd staat. Wij bieden namelijk gespecialiseerde, ambulante behandeling aan kinderen, volwassenen en ouderen met ernstige psychische problemen of stoornissen. In deze tijd van schaarste in het hulpverleningsaanbod en grote zorgnoden, moesten we na evaluatie dan ook besluiten om met de werking van de Speelbrug te stoppen. Het continuüm tussen preventie en curatie moet voor Vagga opnieuw bekeken worden, samen met de toepasbaarheid van methodieken die we kunnen hanteren, zonder dat onze kerntaak in gevaar komt.

Voor de Speelbrug betekent dit, naast het verwerken van deze klap, een nieuwe zoektocht naar een organisatie waarin ze ten volle kan bestaan en groeien. De link naar geestelijke gezondheidszorg blijft voor De Speelbrug van onschatbaar belang, dus hopen we dat ze binnen het terrein van de geestelijke gezondheidszorg ergens aansluiting kunnen vinden.

Kind en Gezin

Als we willen werken rond preventie en vroegdetectie van geestelijke gezondheidsproblemen bij jonge kinderen en hun ouders, dan is het Huis van het Kind een cruciale partner. In het tweede onderzoek keken we daarom vooral naar de samenwerkingsmogelijkheden tussen het CGG en diensten van Kind en Gezin. Aangezien er op termijn zeventien Huizen van het Kind komen in Antwerpen-Stad, zijn ze een vanzelfsprekende partner.

Verschillende medewerkers van de Huizen van het Kind werden bevraagd en daaruit blijkt onder meer dat er nood is aan een gezamenlijke visie op Infant Mental Health. Door dezelfde visie te hanteren, spreken hulpverleners dezelfde taal. En dat leidt tot een betere hulpverlening.

Via studiedagen, vormingen, visieteksten, nieuwsbrieven, websites en andere initiatieven moet de visie op Infant Mental Health bekender en voor de hulpverlener vooral ook veel concreter worden. De kruisbestuiving die hierdoor ontstaat, is een belangrijke meerwaarde van de samenwerking.

Consult voor professionals

In de onderzoeksfase konden vijf regioteams van Kind en Gezin een consult bekomen bij het kinderteam van CGG Vagga. Er waren verschillende aanleidingen mogelijk voor zo’n consult, bijvoorbeeld als een medewerker zich zorgen maakte over de interactie in een gezin zoals een problematische ouder-kind hechting of bij verwerkingsproblemen zoals rouw of trauma. Ook bezorgdheden vanuit het kind, zoals eetproblemen, kwamen aan bod.

“Na consult kan men verder op weg.”

In de helft van de dossiers was het consult voldoende voor de medewerker van Kind en Gezin om verder met het gezin op weg te gaan. Een aantal gezinnen werd aangemeld bij het CGG voor een oriënteringsgesprek, anderen werden toegeleid naar bijvoorbeeld de Speelbrug. Soms was een doorverwijzing naar een andere hulpverlenende partner, zoals een volwassenteam van het CGG of de huisarts noodzakelijk.

De ernst van de problematieken toont dat de consultfunctie nuttig was. Beide partijen besteedden veel aandacht aan een warme hulpverlening. De medewerker van Kind en Gezin kwam mee naar het oriënteringsgesprek en de medewerker van het CGG volgt dossiers op in het regioteam.

Consult voor jonge kinderen en ouders

Naast het proefdraaien van het consult voor professionals, konden de medewerkers van het regioteam van Kind en Gezin Antwerpen Zuid-Oost voor jonge kinderen en hun ouders ook meteen een oriënteringsgesprek met het kinderteam aanvragen. Dat kon plaatsvinden in de meest gepaste context voor het gezin: in het CGG, een Huis van het Kind of bij hen thuis.

Gezien de beperkte duurtijd van het onderzoeksproject, konden onvoldoende consultaties gerealiseerd worden om relevante cijfers te bekomen. Toch bleek dat het goed kennen van elkaars werking noodzakelijk is om deze consultatiefunctie op een kwalitatieve manier te installeren.

CGG Vagga wil samen met de Huizen van het Kind in Antwerpen bekijken hoe deze consultatiefunctie verder vorm kan krijgen.

Samenwerking

Vanuit beide partners werd veel geïnvesteerd in de samenwerking. Zo werd een traject van deskundigheidsbevordering opgezet voor medewerkers van Kind en Gezin. In vier sessies werd de theorie van Infant Mental Health geduid en in de praktijk gebracht aan de hand van casusbesprekingen.

“De bruggen zijn gelegd.”

CGG Vagga neemt deel aan de stuurgroep van de Huizen van het Kind Antwerpen. De verwachtingen konden binnen de looptijd van dit onderzoeksproject echter onvoldoende op mekaar afgestemd worden. Het is duidelijk dat in de nabije toekomst samen moet bekeken worden hoe geestelijke gezondheid een positieve plaats kan krijgen in de Huizen van het Kind. Vanuit CGG Vagga wensen we daar nog steeds een pioniersrol in op te nemen en de banden met de stad Antwerpen hierover aan te halen.

Toekomst

De Infant Mental Health-visie is een waardevolle kapstok om richting te geven aan zorg voor gezinnen met jonge kinderen. En dit zowel voor beleidsmakers op stedelijk, Vlaams of federaal niveau, als binnen individuele organisaties. Men moet blijven investeren in het verder ontwikkelen en verfijnen van deze visie. Wil men deze visie ook hanteren in de praktijk, dan moet er gewerkt worden aan deskundigheidsbevordering.

We mochten de voorbije jaren experimenteren met diverse vormen van hulpverlening voor kinderen en hun opvoedingsfiguren binnen het continuüm tussen preventie en curatie. Het aanbod van een spel- en ontmoetingsinitiatief in een CGG heeft duidelijk een meerwaarde en werkt in beide richtingen. Een consultfunctie, die kan afgestemd worden op maat van de organisaties en de gezinnen waarmee men samenwerkt, heeft zijn nut bewezen. Een gezamenlijke visie draagt bij tot een betere samenwerking, in de eerste plaats op casusniveau.

“Inzetten op de allerkleinsten loont.”

Zoals steeds is ook dit een verhaal van schaarsheid in middelen en prioriteren in beleidskeuzes. Vandaar onze keuze om te stoppen met het aanbod van De Speelbrug binnen onze werking. Toch blijven we geloven dat inzetten op de allerkleinsten loont. Om het met een bemoedigend citaat van de Amerikaanse publicist en politicus Frederick Douglass te zeggen: “It’s easier to build strong children than to repair broken men.”

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen