Achtergrond

Volwassen thuiswonende zonen met problemen: ‘Iemand moet hen bij het handje nemen’

Jamal Chifri, Hanan Nhass

Verslaafd aan drugs, alcohol, gokken, geen werk, geen inkomen, schulden, agressie en verstoorde verhoudingen binnen het gezin. Voor hulpverleners zijn volwassen thuiswonende zonen die kampen met deze problemen, een moeilijk bereikbare groep. Zo blijkt uit een Nederlandse studie.

volwassen thuiswonende zoon

© Pexels / Craig Adderly

Veel problemen

Als een volwassen zoon wat langer thuis blijft wonen, dan hoeft dat geen probleem te zijn. Maar wat als de thuiswonende volwassen zoon de veertig nadert, hij kampt met een veelvoud aan problemen en hulp- en ondersteuningstrajecten vroegtijdig afbreekt door gebrek aan motivatie?

‘Wat als de thuiswonende zoon de veertig nadert en kampt met problemen?’

Ouders, voornamelijk moeders, voelen onmacht en raken overbelast. Dat blijkt uit interviews van het Nederlandse Kenniscentrum Integratie en Samenleving (KIS) met zes moeders met Turkse en Marokkaanse achtergrond, vier hulpverleners en twee zonen.De resultaten van deze voorverkenning werden niet gepubliceerd. Wel deelde KIS in een artikelenreeks de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen. Dit artikel is daar een samenvatting van.

Hoewel de problematiek van de zonen een kluwen aan oorzaken kent, zijn er volgens de geïnterviewde zonen, moeders en hulpverleners enkele factoren die steeds komen bovendrijven.

De belangrijkste genoemde factor is de instabiele thuissituatie, waaronder: verbaal en fysiek geweld, echtscheiding, armoede en schulden. Gebrekkige communicatie tussen ouders onderling en tussen ouders en zonen maken dat problemen nauwelijks worden opgelost en kunnen escaleren. Ook de puberteit wordt als factor genoemd in het ontstaan van de problemen.

Identiteitsproblemen

Daarnaast kampen de zonen met identiteitsproblemen. Vanwege hun middelengebruik worden ze thuis door de ouders weggezet als “slechte moslim” en “geen Marokkaan of Turk omdat ze de tradities niet naleven”. Buitenshuis krijgen ze dan weer te horen dat ze “geen Nederlander zijn”. Dit draagt volgens hulpverleners bij aan een negatief zelfbeeld en een verwijdering van de samenleving.

Zo ervaart een 32-jarige thuiswonende zoon dat ook. “Mijn problemen begonnen elf jaar geleden toen mijn broer overleed. Op de basisschool ging het niet goed. Ik vond het leren moeilijk en had een grote taalachterstand. Thuis sprak ik alleen Turks met mijn ouders. Ik voelde me in de maatschappij buitengesloten vanwege mijn afkomst.”

‘Ik voelde me in de maatschappij buitengesloten vanwege mijn afkomst.’

Later, op de werkvloer voelde hij zich door collega’s gediscrimineerd. “Ik heb gewerkt als monteur. Mijn collega’s legden het werk niet goed uit waardoor ik fouten maakte. Als de deadline niet werd gehaald, kreeg ik de schuld. Daarna volgde ik avondschool. De leerkrachten spraken slecht over buitenlanders. Sommigen verheerlijkten de ideeën van politicus Geert Wilders. Dit vond ik heel erg.”

Instabiele thuissituatie

Ook een instabiele thuissituatie kan de wortel zijn van problemen later, zoals blijkt uit een ander verhaal van een inwonende zoon. “Ik cijfer mezelf weg: ik gebruik drugs en drink alcohol. Ik heb een slechte jeugd gehad. Door mijn vader ben ik zowel lichamelijk als geestelijk mishandeld. Hij kleineerde mij en hemelde mijn zus op. Ik was altijd heel erg bang voor hem.”

“Pas dertig jaar later kwamen mijn zus en moeder erachter dat vader me mishandelde. Ik miste een vaderfiguur in mijn leven. Ik zocht compensatie buitenshuis voor datgene wat ik thuis miste.”

De problematische relatie met de vader loopt bij de geïnterviewde zonen als een rode draad door hun verhalen. Een zoon vertelt dat hij op jonge leeftijd door zijn vader naar een internaat in Turkije werd gestuurd. Hij kon daar niet aarden en liep weg. Hierdoor kwam hij nog meer in een identiteitscrisis terecht en werd de relatie met zijn vader nog slechter.

Stempel van ‘probleemjongere’

Mantelzorgconsulent Habiba Hammoudi van het Steunpunt Mantelzorg Utrecht stelt vast dat de volwassen zonen als jongeren al zijn bestempeld als ‘probleemjongeren’. Problemen escaleren omdat er geen aandacht is voor onderliggende oorzaken van hun gedrag.

“Mogelijke beperkingen, zoals een laag IQ zijn niet herkend, erkend en getest. Sommige ouders en zonen zien oorzaken die door de reguliere hulpverlening niet begrepen worden, zoals bezetenheid. Ze zeggen dan: ‘Het is het werk van de duivel’.”

‘Pas als de situatie helemaal ontspoort, komen de verhalen langzaam naar buiten.’

Dat geldt ook voor psychiatrische stoornissen of verslavingsproblemen, aldus Hammoudi. “Die worden door de ouders vaak niet of pas laat gemeld. Ouders zijn niet op de hoogte van de mogelijkheden van hulpverlening of durven die stap niet zetten uit angst voor de reactie van hun zoon. Pas als de situatie helemaal ontspoort, komen de verhalen langzaam naar buiten.”

Alle professionals die geïnterviewd werden, benadrukken dat er meer oog moet zijn voor het vergroten van de motivatie van de zonen. “Sommige zonen komen wel voor een eerste gesprek, maar zetten niet door. Ze geven te snel op of het duurt hen allemaal te lang. Sommigen zijn voor de maatschappij totaal onzichtbaar. Als de zoon niet komt opdagen, dan stopt vaak de bemoeienis en de mogelijke hulpverlening.”

Moeders raken overbelast

Ondertussen staat de mantelzorgers, vaak de moeders, het water aan de lippen. Ze gaan gebukt onder de opeenstapeling van problemen van de zonen. Een moeder vertelt: “Ik vermoed dat mijn zoon drugsverslaafd is, omdat hij de afgelopen jaren veel spullen in huis kapot heeft geslagen als hij geen geld krijgt. Er zijn ook momenten geweest dat hij mij wilde slaan. Ik ben bang voor mijn zoon.”

Een andere moeder: “Mijn zoon heeft een verbod op casino’s gekregen, maar hij gaat nu buiten de stad gokken. Ik ben er emotioneel kapot van. Ik pak soms zijn bankpas af. Maar dat helpt niet en de rekeningen blijven maar komen. Dit brengt echt veel onrust in ons gezin.”

‘Ik ben bang voor mijn zoon.’

Deze moeder lijdt onder de situatie: “Ik voel me depressief, heb geen eetlust, geen slaap. Mijn hersens zijn continu bezig. Ik weet niet hoe ik hieruit kan komen, echt niet. Ik blijf dag en nacht malen hierover en denken aan oplossingen. Maar elke oplossing die ik heb, lost het probleem niet op.”

Die overbelasting kan dramatische gevolgen aannemen, leert een praktijkcasus: Moeder is gescheiden en leeft met haar kinderen. Haar zoon slaat zijn zussen in elkaar. De familie heeft veel schulden. Door de inwonende volwassen kinderen wordt moeder gekort op haar uitkering. Moeder komt voor gesprekken bij het buurtteam. Haar zoon weigert te komen. Op gemaakte afspraken komt hij niet opdagen. De moeder voelt zich wanhopig en doet een aantal zelfmoordpogingen.

Geen puf meer

Mantelzorgconsulent Hammoudi benadrukt dat hulpverleners soms enkele jaren nodig hebben om het vertrouwen te winnen van zowel mantelzorgers als volwassen thuiswonende zonen. “Het is zeker niet vanzelfsprekend dat zij openlijk praten over hun privésituatie.”

“De mantelzorgers hoopten dat ze op hun oude dag eindelijk klaar zouden zijn met de zorg voor hun kinderen. Maar het omgekeerde gebeurt: ze voelen zich verplicht te zorgen voor hun zoon en zijn regelmatig slachtoffer van geestelijke en lichamelijke mishandeling. Ze hebben geen puf meer om door te gaan. Ze zijn overbelast, zowel geestelijk als lichamelijk. Dit vormt vaak een aanleiding om het er voorzichtig over te hebben.”

thuiswonende zoon

“De meeste zonen en ook hun moeders schamen zich voor hun problemen.”

© Pexels / Craig Adderly

Taboesfeer

Volgens de geïnterviewde hulpverleners zijn de zonen uit beeld van de hulpverlening om een aantal redenen. Hun problemen bevinden zich vaak in de taboesfeer, zoals middelengebruik, schulden, agressief zijn tegenover ouders en andere gezinsleden. “De meeste zonen en ook hun moeders schamen zich voor hun problemen”, zegt Hammoudi.

Verder blijkt uit de interviews dat gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal een extra drempel vormt om problemen bespreekbaar te maken. Er is ook veel angst voor roddels in de gemeenschap. Ook komt het voor dat ze anderen niet willen belasten of dat ze er geen vertrouwen in hebben dat anderen hen kunnen helpen.

Hulpverlening schiet tekort

Een moeder vertelt over hoe ze steun ervaart: “In het buurthuis praat ik soms met andere moeders over mijn problemen. Voor mijn zoon is er nooit hulp geweest, voor mij wel: met papierwerk en psychische ondersteuning. Maar het lost de problemen van mijn zoon niet op. De echte problemen blijven.”

‘De moeders stellen dat een vrijblijvend hulpaanbod niet werkt.’

In de ogen van de moeders schiet de hulpverlening naar de zonen te kort: te vrijblijvend, te hoge verwachtingen wat betreft motivatie, discipline, zelfinzicht. En daardoor verliezen zij weer vertrouwen in de hulpverlening.

De geïnterviewde moeders pleiten daarom voor een verplichtende aanpak voor hun zonen. Zij stellen dat een vrijblijvend hulpaanbod niet werkt. Volwassen zonen moeten gemotiveerd zijn om hun problemen op te lossen, maar vaak ontbreekt juist die motivatie. Het liefst zien de moeders dat een hulpverlener niet rust totdat de zoon gemotiveerd genoeg is om stappen te zetten.

Problematiek aanpakken

Wat helpt professionals in het bereiken van de zonen? En hoe kunnen ze hen vasthouden om de taaie problematiek aan te pakken?

Volgens Hammoudi moet er niet alleen steun voor de zonen, maar ook voor de mantelzorgers komen. Bijvoorbeeld via een lotgenotengroep waar ze handvatten krijgen om assertiever te worden. Waar ze onder begeleiding van een professional kunnen praten over hoe om te gaan met de situatie waarin ze bijvoorbeeld worden bedreigd door hun zonen voor geld.

‘De zonen zou je aan het handje mee moeten nemen.’

De zonen zou je aan het handje mee moeten nemen, benadrukt Hammoudi. “De hulpverlening draait tegenwoordig vooral om ‘eigen kracht’, maar dat werkt niet bij deze groep. Wat wel werkt, is vertrouwen winnen, één-op-één-begeleiding en een lange adem hebben als hulpverlener.”

Van mens tot mens

Hoe? Je kan de zonen bereiken via de mantelzorger, zodat je een warme ingang hebt naar de zoon, zegt Hammoudi. “Je kan het vertrouwen van de zoon bijvoorbeeld winnen door te helpen met één klein dingetje, bijvoorbeeld bellen naar een instantie. Als je dat doet waar hij bij is, dan krijgt de zoon het gevoel: er is iemand die voor mij knokt.”

Verder is het volgens Hammoudi belangrijk dat er een vaste professional is. “Geen vrijwilliger, maar echt een professional die kennis heeft van stoornissen en die de zonen kan motiveren om hulp te accepteren.”

‘Zeg niet: ‘Jullie hebben problemen, daarom ben ik hier.’’

Eenmaal bereikt, zo stellen professionals, moeten hulpverleners ruim de tijd nemen om goed in kaart te brengen waar de behoeften van zowel de zonen als de moeders liggen. Er zijn ook zaken die hulpverleners juist niet mogen doen. “Je moet niet met de deur in huis vallen en zeggen: ‘Jullie hebben problemen, daarom ben ik hier.’ Ga ook niet meteen dingen opschrijven, maar neem tijd voor een gesprek van mens tot mens”, aldus Hammoudi.

Opvoedingsondersteuning als preventie

Cultuursensitief werken is cruciaal bij deze doelgroep. Verschillende professionals geven aan dat je rekening moet houden met culturele en religieuze gebruiken binnen een gezin. Als een professional dezelfde taal spreekt als de ouders, dan is ook de taaldrempel beslecht. Dan kun je wat diepgaander praten over zaken als opvoeding. Want juist daar knelt het schoentje volgens de professionals.

Vooral de gebrekkige communicatie tussen ouders onderling en van ouders naar zonen kan problemen in de hand werken. In de meeste gevallen is er amper sprake van wederzijdse communicatie. Ouders deelden vooral bevelen uit. Tegenwoordig kom je daar als ouder niet ver mee. De samenleving verwacht van jongeren dat ze mondig zijn en dat kan botsen met thuis.

‘Ouders deelden vooral bevelen uit. Tegenwoordig kom je daar niet ver mee.’

Opvoedingsondersteuning als preventie, zeker gedurende de pubertijd, wordt dan ook door alle geïnterviewde professionals als belangrijke sleutel tot het voorkomen en de-escaleren van problemen genoemd.

Tot slot geven de geïnterviewde professionals aan dat ze behoefte hebben aan passende gesprekstechnieken en methodieken om met de volwassen thuiswonende zonen te werken. “Ook moeten er meer professionals komen met vakkennis die de taal spreken van de cliënten, zodat de zonen de stappen kunnen zetten naar de reguliere hulpverlening,” zegt Hammoudi.

Wrang

Waar zien de zonen oplossingen voor het verbeteren van hun situatie? In de gesprekken geven een aantal zonen aan dat zij wel graten zien in het volgen van een opleiding, het vinden van een job en schuldsanering. Hierdoor kunnen zij een nieuwe start maken. Sommige zonen zullen wel eerst moeten werken aan bijvoorbeeld hun verslaving of agressiviteit, voordat zij deze nieuwe start kunnen waarmaken.

Maar zo ver zijn we nog niet: de geïnterviewde hulpverleners vinden het wrang dat er voor deze groep volwassen thuiswonende zonen geen passende hulp is. “Ze moeten te veel op eigen kracht doen, terwijl zij geen of amper zelfregie hebben.” Over de oplossing zijn de hulpverleners eensgezind: “Deze mannen hebben goede begeleiding nodig in het zelfstandig wonen: iemand die hen intensief helpt en die zij goed kunnen vertrouwen. Kortom iemand die hen aan het handje meeneemt.”

Reacties [1]

  • Carina

    Ik vrees dat ‘met het handje nemen’ niet helpt. Hen los laten en dwingen om eigen verantwoordelijkheid nemen, helpt hen hulp te aanvaarden.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.