Achtergrond

Ongeplande zwangerschap en abortus

Pleidooi voor een zorgethisch perspectief

Ellen Van Stichel

Op 3 april 2015 was het exact 25 jaar geleden dat de abortuswet goedgekeurd werd. Het maatschappelijke debat werd gevoerd in een gepolariseerde maatschappelijke context: voor- en tegenstanders vochten een verbale politieke en publieke strijd uit met elkaar en er was zelfs een politiek manoeuvre nodig om de wet goed te keuren, met name de tijdelijke ‘onmogelijkheid om te regeren’ van koning Boudewijn. De recente publieke spijtbetuiging van Miet Smet in De Ochtend (Radio 1, 10 april 2015) over het feit dat zij niet voor de wet gestemd heeft, toont aan dat de breuklijnen niet louter via politieke partijen liepen. Ook vandaag polariseert dit ethisch vraagstuk de publieke opinie. Vanuit Fara, het luister- en informatiepunt rond zwangerschapskeuzes, willen we het belang van een zorgethisch perspectief op ongeplande zwangerschap en abortus in the picture zetten.

© Suhyeon Choi / Unsplash

Wat zegt die wet ook alweer?

De wet van 3 april 1990 depenaliseeerde zwangerschapsafbreking: abortus staat nog steeds in het Strafwetboek, maar onder bepaalde voorwaarden is het niet langer strafbaar.Art. 350, °1-6 uit het StrafwetboekUitgangspunt is dat de vrouw in een noodsituatie verkeert, dat de afbreking moet gebeuren vóór de twaalfde week na de bevruchting en na een verplichte bedenktijd van zes dagen tussen de eerste aanmelding bij een instelling die abortus kan uitvoeren en de eigenlijke ingreep. Er is ook een clausule rond zwangerschapsafbreking op medische indicatie, waarbij de termijn onbepaald is.

Is de wet een kwarteeuw later aan een herziening toe? Sommigen menen van wel. Zo heeft Luna, de overkoepelende vereniging van Nederlandstalige abortuscentra, een resolutie overhandigd aan het federaal ministerie van Volksgezondheid, waarin zij onder meer vraagt om abortus uit de strafwet te halen om het taboe en stigma te doorbreken en de verplichte zes dagen bedenktijd af te schaffen. Verder vraagt men de termijn te verlengen, zodat vrouwen niet langer naar Nederland moeten omdat ze langer dan twaalf weken zwanger zijn. En tenslotte vraagt men om de registratiegegevens wetenschappelijk beschikbaar te stellen in plaats van via de evaluatiecommissie waarvan de politieke samenstellingsprocedure het proces van beschikbaarheid van cijfers vertraagt. Of deze resolutie ook politieke weerklank zal vinden, is nog niet duidelijk. Maar het debat is in ieder geval geopend.

Enkele cijfers

Het laatste officiële rapport van de EvaluatiecommissieNationale Commissie voor de Evaluatie van de wet van 3 april 2010 betreffende de zwangerschapsafbreking, Verslag ten behoeve van het parlement: 1 januari 2010-31 december 2011registreerde voor 2011 in België 19.578 abortussen, terwijl er voor 1993 in het eerste rapport van de commissie sprake was van 10.380 geregistreerde abortussen. Wanneer we naar de absolute cijfers kijken, gaat het in een kwarteeuw over een verdubbeling. Wanneer we echter het abortuspercentageHet percentage abortussen op het aantal zwangerschappen bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd tussen 15 en 44 jaar.bekijken, ziet het plaatje er enigszins anders uit: dit was 10% in 2000; 12% in 2005 en 13% in 2011.

Dikwijls rijzen er ook vragen rond abortus bij tieners. In 1991 kozen 1.285 meisjes jonger dan 20 jaar voor een abortus. In 2011 waren dat er 2.662, met een gemiddelde leeftijd van 17,5 jaar. De gemiddelde leeftijd op het moment van de uitvoering van de abortus bleef doorheen de afgelopen jaren nagenoeg constant: rond 27 jaar. In ongeveer de helft van de situaties ging het om een eerste zwangerschap.

Belgische vrouwen in Nederland

In het huidige debat wordt vaak verwezen naar de Belgische vrouwen die de grens oversteken naar Nederland. Wellicht heeft dit te maken met de langere termijn: bij onze noorderburen is abortus immers in principe toegelaten tot 24 weken zwangerschap. De facto blijkt dat men in de praktijk bij voorkeur de termijn van 22 weken hanteert, onder meer omdat de levensvatbaarheid van prematuren door medische ontwikkelingen vervroegt.

Uit de meest recente cijfers blijkt dat 598 Belgische vrouwen hier in 2013 gebruik van maakten.Inspectie voor gezondheidszorg (2014), Jaarrapportage 2013 van de wet op de Zwangerschapsafbreking, Utrecht.Die cijfers vertonen een dalende trend: in 1995 waren het er 2.247, in 2011 tellen we 698 abortussen bij Belgische vrouwen in Nederland.

Niet alleen jongeren

Meteen kunnen op basis van deze cijfers enkele hardnekkige mythes ontkracht worden. Ongeplande zwangerschap en abortus blijken niet louter – en zelfs niet in de eerste plaats – jongeren te overkomen. Grootschalig onderzoek wees uit dat een op vier van alle zwangerschappen in Vlaanderen ongepland is.Buysse, A. e.a. (2013), Sexpert: Seksuele gezondheid in Vlaanderen, Gent, Academia.Ook bij abortus blijft het aandeel van de jongeren beperkt en de gemiddelde leeftijd toont aan dat het zeker niet alleen jongeren betreft.

‘Ongeplande zwangerschap en abortus overkomen niet alleen jongeren.’

Of men het aantal jaarlijkse abortussen hoog of laag vindt, heeft allicht ook te maken met persoonlijke intuïtie. Maar we kunnen hier meteen de kanttekening bij maken dat België met deze cijfers één van de laagste (geregistreerde) abortuscijfers in Europa heeft.

Onderwerp voor polarisering

Ethische thema’s die raken aan het begin en het einde van het leven zorgen steeds voor grote maatschappelijke discussies. Voorstanders van abortus beklemtonen het belang van de keuzevrijheid van de vrouw, in extremis geïnterpreteerd als ‘baas in eigen buik’. Het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw die ongepland zwanger is, staat ontegensprekelijk voorop en is ongenaakbaar. Alleen zij heeft het ultiem zelfbeschikkingsrecht over haar lichaam.

Tegenstanders van abortus verdedigen vooral het recht op leven van het ongeboren kind, dat “beschermenswaardig is van bij de conceptie en onze bescherming nodig heeft gezien de kwetsbaarheid.” Op die manier staan twee meningen diametraal tegenover elkaar, die elk een recht willen beschermen: het recht van de vrouw versus het recht van het ongeboren kind.

Vanuit biomedische ethiek kunnen we dit interpreteren als een conflict van waarden binnen een zogenaamde principiële benadering. In het ‘principlism’ van Beauchamp en Childress wordt een ethische vraag benaderd vanuit een conflict tussen vier universaliseerbare principes: het goede bevorderen en het kwade voorkomen, niet-schaden, autonomie van de patiënt en rechtvaardigheid.Beauchamp, T. L.  en J. F. Childress (1985), Principles of Biomedical Ethics, Oxford, Oxford University Press.Bij de keuze rond abortus moet bijgevolg het principe van niet-schaden (van het kind) afgewogen worden tegenover autonomie (van de vrouw). Dat gebeurt best op een rationele, afstandelijke manier, gebaseerd op abstracte overwegingen rond de rechten van de verschillende betrokkenen. Aangezien beide rechten niet verzoenbaar zijn, kan dit op maatschappelijk niveau, in de publieke opinie, maar ook in de politieke vertaling ervan, haast niet anders dan tot polarisering leiden.

Debat beïnvloedt

Zwangere vrouwen en koppels worden beïnvloed door de manier waarop dit maatschappelijke debat gevoerd wordt. Zij kunnen zich erg geraakt voelen door scherpe uitspraken vanuit beide invalshoeken. Tegelijkertijd helpt deze polarisering hen niet. Het dreigt de betrokkenen op voorhand zo te culpabiliseren dat ze zich in de steek gelaten voelen.

‘Zwangere vrouwen en koppels worden niet geholpen met polarisering.’

Belangrijker voor deze bijdrage is dat deze benadering ook geen recht doet aan hun beleving. Onze ervaring is dat deze principiële benadering, die tevens heel abstract is, zich vooral boven de hoofden van de betrokken vrouwen en mannen afspeelt. Wanneer zij geconfronteerd worden met een ongeplande zwangerschap, liggen zij niet wakker van abstracte principes als recht op leven versus recht van de vrouw. Maar wat sluit dan wel aan bij hun beleving?

Zorgethische benadering

Een zorgethische benadering doet meer recht aan de morele reflectie en beleving van de betrokken vrouwen. De grondlegster ervan, de psychologe Carol Gilligan toont op basis van interviews aan dat meisjes en vrouwen andere waarden naar voor schuiven in morele overwegingen en besluitvorming dan de rationele, principiële rechtvaardigheidsethiek van Kohlberg, die volgens Gilligan een typisch mannelijke moraliteit weerspiegelt.Gilligan, C. (1982), In a Different Voice: Psychological Theory and Women’s Development, Harvard, Harvard University Press.

‘Vrouwen denken vooral vanuit verantwoordelijkheid en relaties.’

Waar volgens Kohlberg het hoogste stadium in de morele ontwikkeling bestaat uit de capaciteit tot rationele overwegingen op basis van universele principes en abstracties, beschrijft Gilligan hoe vrouwen vooral vanuit verantwoordelijkheid en relaties denken. Misschien niet toevallig is haar onderzoek gebaseerd op longitudinaal onderzoek bij vrouwen die abortus overwegen en ondergingen. Zij beschrijft hoe in hun beslissingsproces en de verwerking van hun keuze verantwoordelijkheid centraal staat, veeleer dan recht.

Zoeken naar verbinding

Deze vrouwen vullen die verantwoordelijkheid in als aandacht hebben voor de verschillende relaties waarin zij leven en ze zoeken naar verbindingen tussen die relaties. Zij stellen zich vragen als: kwets ik iemand, en zo ja, wie dan en op welke manier? Zo maken ze voortdurend een afweging over hun waarden, over de verschillende belangen, over het hele relationele netwerk waarin zij zich begeven: hun ongeboren kind, zichzelf, hun partner, eventuele andere kinderen, ouders…

Deze bevindingen van Gilligan zien wij terugkeren in de belevingen en ervaringen van de vrouwen en koppels die bij Fara hulp zoeken. Voor de gemakkelijkheid zal ik verder spreken over vrouwen, maar het is belangrijk op te merken dat het ook om mannen gaat. Want wij krijgen ook mannen aan de telefoon die worstelen met de te nemen beslissing, met gevoelens van machteloosheid omdat ze enkel aan de zijlijn kunnen toekijken, of die het kind willen houden, terwijl de vrouw vastbesloten is om voor abortus te kiezen.

Vragen en twijfels

Uiteraard zien wij slechts een selectie van vrouwen die voor een abortus kiezen, met name die vrouwen die twijfelen over hun beslissing of die niet op dezelfde golflengte zitten als hun partner. Zij worstelen met heel wat vragen. Kies ik voor mezelf? Wat als mijn partner dreigt me te verlaten en ons gezin er de dupe van is? Wat als ik mezelf niet kan vergeven voor abortus te hebben gekozen? Wat is de impact daarvan op mijn kinderen en partner? Doe ik recht aan mijn kinderen door er nog een kindje bij te nemen? Of, langs de andere kant: kan ik hen het broertje of zusje dat ze al zo lang willen, ontzeggen?

Wat wij hier opmerken is dat mensen zelf worstelen met hun principes. Ze zijn bijvoorbeeld altijd principieel tegen abortus geweest en blijven dit vaak ook wel. Maar nu ze zelf voor de keuze staan, twijfelen ze en merken ze dat die keuze toch te rechtvaardigen is. Of andersom: “Het is goed dat abortus er is, maar nu ik er zelf voor sta, weet ik het niet zo goed meer.” Ze laten nuancering toe die ze eerst niet voor mogelijk achtten. Zij worstelen dan met het verlies van een bepaald zelfbeeld en kunnen zich schamen omdat hun daden niet overeenstemmen met hun eigen vooropgestelde normen en waardenkader.

“Voorheen dacht ik: het is zwart of wit. Nu besef ik dat zwart of wit niet bestaat. Het is grijs.”

“Ik ben een stukje van mezelf verloren, herken mezelf niet meer.”

“Ik zou letterlijk geen vlieg kwaad doen: ik neem een potje en zet ze buiten. Maar ik heb wel mijn eigen kind dood gedaan.”

Kiezen is verliezen

Vrouwen wegen dit af en proberen deze verantwoordelijkheden en relaties met elkaar te verzoenen. Het tragische is nu dat er eigenlijk geen verzoening mogelijk is: elke keuze betekent een verlies. En onderscheiden welke verantwoordelijkheid meer doorweegt, zal nooit eenduidig zijn. Voor die vrouwen is het argument “dat het maar een hoopje cellen is” niet overtuigend. Zij verwoorden zelf goed te beseffen dat het wel degelijk een wezentje is waar ze soms al een band mee voelen. Zoals Trees Dehaene het verwoordde: “Je kan niet een beetje zwanger zijn.”

‘Elke keuze betekent een verlies.’

Dit betekent ook dat de erkenning van dit ongeboren leven en de verantwoordelijkheid waartoe zij zich geroepen voelen, er niet toe leidt radicaal voor dit kind te kiezen. Meer zelfs, vrouwen kiezen soms voor een abortus, net omwille van dit kind: omdat ze het niet het gezin, de materiële zaken, het leven kunnen geven dat ze zouden willen.

“Ik wil het mijn kind besparen dat het moet opgroeien zonder zijn of haar vader. Ik wil het de pijn van het conflict tussen ons als ouders besparen.”

Hieruit blijkt hoe de keuze voor abortus voor hen een oprecht morele keuze kan zijn. De vrouw hoopt door deze keuze andere relaties en verantwoordelijkheden uit haar leven te redden. Vandaar ook telkens onze aandacht voor dit aspect: kiezen is verliezen, maar wat probeert deze vrouw te redden?

Focus op wat men wil redden

Voorgeschiedenis, vroegere gebeurtenissen in de eigen familie of in het huidige gezin, spelen een belangrijke rol. Een vrouw die ongepland zwanger is van een derde kindje, vertelt: “Ik kamp momenteel met een postnatale depressie. Ik moet nu eerst voor mezelf zorgen om op die manier een goede moeder te kunnen zijn voor mijn andere kinderen.” Door de focus op wat ze wil redden, kan de abortus ook een kans tot groei, vernieuwing en scherpere toewijding zijn ten aanzien van haar eigen leven, haar gezin, haar dromen. Op treffende wijze getuigt een vrouw over het proces dat zij hierin afgelegd heeft.

“Terwijl iedereen dacht ‘nu is het voorbij’, begon het pas: het verdriet, het gevoel om je alleen te voelen was zo groot. Ik duwde mijn verdriet in een hoekje. Wekelijks had ik ’s nachts nachtmerries over mijn kleintje en de ingreep. Ik vocht er elke dag tegen. Ik stond met natte ogen en wangen op. (…) Niemand vroeg naar mijn verdriet, hoe ik me voelde, wat het lastig maakte. Zes jaar vocht ik tegen mijn gevoelens. Toen ik mijn nieuwe vriend hierover in vertrouwen nam, vond hij dat het tijd was om hulp te zoeken. Tijdens een gesprek liet een hulpverlener me mijn goede kwaliteiten zien, terwijl ik alleen nog het slechte kon zien. Ze vroeg me om met mijn creatieve kant iets te doen. Ik maakte een tekening rond mijn nachtmerries van mijn kleintje. Het was moeilijk, maar na die eerste tekening kon ik er meerdere maken tot ik een half boek meebracht naar de volgende sessie. Ik was fier dat ik dit kon. Nu nog teken ik rond mijn leven, mijn kleintje blijft zo in leven. (…) Ondertussen heb ik nog kwaliteiten ontdekt en ik wil nog veel leren en bereiken. Ik wist niet dat ik dat in mij had. Dankzij mijn kleintje, weet ik dat nu. Ik zie hem nu als kans om zelf te groeien. Hij heeft me gemaakt tot wie ik nu ben en ik hoop dat mijn omgeving dat aanvaardt. Ik ben fier op mezelf. Ik ben nog steeds aan het rouwen rond mijn kleintje. Ik weet dat rouwen mag. Hij heeft bestaan, maar mocht nooit geboren worden. In mijn dromen, tekening leeft hij voort, is hij een stukje van mij. Hij hoort bij wie ik nu ben.”

Een complex verwerkingsproces

Wat de gevolgen nadien zijn, valt niet te voorspellen. Vele vrouwen kunnen de abortus een plaats geven en nemen vrij snel vrede met de genomen beslissing. Sommige vrouwen blijven worstelen met hun abortuservaring. Vrouwen die bij ons in begeleiding zijn of zich aangesloten hebben bij het lotgenotencontact vertellen over het verdriet om het verlies van hun kindje, de schaamte, het schuldgevoel, de spijt, naast opluchting en vertrouwen in de toekomst. Ook hier is het proces niet eenduidig, maar veeleer complex. Vrouwen vertellen ons bijvoorbeeld dat ze wel negatieve gevoelens ervaren, maar tegelijkertijd overtuigd zijn dat dit voor hen de enige juiste keuze was. Zij hebben geen spijt over de gemaakte keuze, maar hebben wel verdriet over het feit dát ze hebben moeten kiezen.

Vrouwen en koppels die ongepland zwanger zijn, staan met andere woorden voor een tweesprong. Het is links of rechts, rechtdoor kan niet. En eens de weg ingeslagen, kan men ook niet op zijn stappen terugkeren en zich bedenken. Het is balanceren. Zelden voelt de keuze aan als een honderd procent positieve keuze. Het gaat eerder om “kiezen tussen slecht en slechter”, zoals een vrouw ons vertelde.

In de praktijk

In de begeleiding bij zwangerschapskeuzes herkennen we een aantal algemene kenmerken van een zorgethische benadering. Zo is er oog voor het hele beslissingsproces: voor, tijdens en na de keuze. Er is professionele begeleiding of ondersteuning op elk van die momenten: tijdens het beslissingsproces, bij de uitvoering ervan en bij de nazorg. Deze benadering vertrekt telkens vanuit de individuele context van de betrokkenen. Geen twee situaties zijn dezelfde en ook al lijken ze erg op elkaar, toch zal het proces helemaal anders zijn omwille van de verschillen in beleving en persoonlijkheden. Het gaat telkens opnieuw over het afstemmen op een uniek verhaal.

‘Waarden als nabijheid en betrokkenheid zijn cruciaal.’

Verder zijn waarden als nabijheid en betrokkenheid cruciaal voor een zorgethische benadering. In het keuzeproces betekent dit een voortdurende zoektocht naar een evenwicht tussen sturing en louter informatie geven. Bij de begeleiding van de verwerking is er een balanceren tussen het minimaliseren van de gevoelens of net een overdreven bezorgdheid om gevoelens die louter projectie kunnen zijn. Verder leert de praktijk dat de realiteit de fictie overstijgt in deze thema’s.

Om deze vrouwen en koppels op een open manier nabij te kunnen zijn, zonder te oordelen, is het van belang om je als hulpverlener bewust te zijn van je eigen ethische standpunten en je kwetsbaarheden. Zo weet je bij welke casussen je op je grenzen botst. Vandaar ook onze nadruk op het belang van reflectie over die waarden, persoonlijk en in team, om zo tot waardenverheldering te komen. Op die manier staan de eigen waarden de begeleiding van een beslissings- of verwerkingsproces inzake zwangerschapskeuzes niet in de weg. Een volledig neutrale houding ten aanzien van zulke ethische vraagstukken is niet mogelijk. Net daarom is het van belang om zich hier bewust van te worden.

Implicaties voor de hulpverlening

Wat betekent dit nu concreet voor de hulpverlening bij ongeplande zwangerschap en abortus? Kenmerkend voor dit perspectief is het nabij zijn, het betrokken zijn. Dit betekent: samen op weg gaan om te zoeken naar de keuze die voor de hulpvragers de best mogelijke of meest juiste is. Hulpverleners zijn hierbij niet zozeer richtingwijzers die zeggen welke weg mensen moeten nemen, maar veeleer zoeklichten die met hen de horizon overschouwen om te kijken welke opties er zijn en waartoe deze opties zouden leiden in hun leven. Met als doel te komen tot een geïnformeerde keuze die bij hen past en waar zij verder mee kunnen.

‘Hulpverleners zijn zoeklichten die de horizon overschouwen.’

We maken de verschillende opties bespreekbaar, brengen ze ook aan om af te toetsen of er openheid is om hierover te praten en laten het ook los als de keuzeoptie zich beperkt tot behoud of abortus. Niet pro-life, niet louter pro-zelfbeschikkingsrecht, wel pro-zorg. Niet dramatiseren, maar ook niet banaliseren want het moeten kiezen bij ongeplande zwangerschap is niet iets waar een vrouw naar uitkijkt. We willen een plek creëren waar men heel vrijblijvend mag twijfelen, waar alles bespreekbaar is zonder veroordeeld te zullen worden. Omdat we hun keuze respecteren en niet neersabelen met abstracte uitspraken als “het mag nooit” of “het is jouw volste zelfbeschikkingsrecht”.

De zorgethische benadering toont zich in de aandacht voor de hele relationele context. De keuze wordt bekeken vanuit het perspectief van de vrouw, maar ook van haar partner en van eventuele andere direct betrokkenen. Als de partner niet aanwezig is, krijgt die wel een stem: is er een partner en wat vindt hij? En als de partner kan meekomen op gesprek, wordt er ook gezocht naar raak- en verbindingspunten in dit beslissingsproces. Ook het perspectief van het ongeboren kind wordt niet uit de weg gegaan: vrouwen die twijfelen, twijfelen net omdat deze derde betrokkene hen bezig houdt. We benoemen deze ‘derde’ zoals de vrouw het noemt, om op die manier naar haar zwangerschapsbeleving te peilen en de band met het kindje ter sprake te brengen.

De hulpverlener als counselor

De rol van de hulpverlener als counselor beperkt zich dus niet louter tot het geven van de nodige informatie zodat zij er thuis “een nachtje over kunnen slapen”, noch stuurt hij aan op één of andere keuze. In het ene geval onttrekt de hulpverlener zich van zijn of haar verantwoordelijkheid, en kan – hoe goedbedoeld ook – dit afstand nemen ertoe leiden dat de betrokkenen zich in de steek gelaten voelen. In het andere geval ontneemt de hulpverlener de vrouwen en koppels de verantwoordelijkheid in het keuzeproces door overdreven beïnvloeding. Vanuit betrokkenheid en nabijheid kan de getrainde hulpverlener het counselingsproces zo vormgeven dat hij of zij het beslissingsproces faciliteert.

‘Vanuit betrokkenheid en nabijheid het counselingsproces vormgeven.’

Tenslotte heeft een zorgethische benadering aandacht voor de verwerking na de keuze, voor de (b)roze wolk of moeilijke gevoelens na abortus. Want het is niet omdat je er zelf toch voor gekozen hebt, dat je het er niet moeilijk mee kan en mag hebben. Zorgethiek heeft immers niet alleen aandacht voor de beslissing en procedure als dusdanig, maar kadert het geheel net binnen een zorgproces waarbij elke stap – voor, tijdens en na de keuze – van belang is.

Het debat is nog niet voorbij

Het debat rond ongeplande zwangerschap en abortus is nog niet voorbij. Vijfentwintig jaar na haar invoering blijft de abortuswet voer voor maatschappelijke discussie. Is een uitbreiding en hernieuwing nodig of niet? Vanuit het voorgaande pleidooi is het belangrijk dat ook dit debat vanuit zorgethisch perspectief kan gevoerd worden, voorbij een positionering pro of contra. Vragen als: bega ik een misdaad en moet ik me schuldig voelen, of is het normaal dat ik me niet meteen opgelucht voel, maken vrouwen onzeker over al te eenzijdige perspectieven. Vandaar onze oproep tot een genuanceerd debat dat aan de complexiteit van de beleving van vrouwen recht doet en hen niet vastzet in deze of gene hoek.

‘Een genuanceerd debat doet recht aan de complexiteit van de beleving.’

En dan zijn er nog de andere maatschappelijke taboes, zoals rond abortus binnen een stabiele relatie of huwelijk, bijvoorbeeld bij een derde kindje. Of de clichématige beelden van vrouwen die ongepland zwanger zijn. En wat te denken van gewenste zwangerschappen die plots ongewenst worden? Verder rust er nog een groot taboe op de verwerking van een abortus, op het rouwproces dat sommige vrouwen doormaken. Ook deze verborgen stem willen wij laten horen, niet om te culpabiliseren, wel om te nuanceren. En vooral omdat mensen die toch met negatieve gevoelens worstelen, weten dat ze er niet alleen voor staan en steun kunnen vinden bij professionelen en lotgenoten.

We merken ook dat vrouwen zelf met bijzonder veel schroom over het onderwerp praten. Wat zegt dit over hun beleving en hoe zij kijken naar deze taboes? Ervaren zij het als een geheim dat ze niet mogen delen? Als dit voortkomt uit schroom, waar de vrouw zelf voor kiest, hoeft dat geen probleem te zijn. Het wordt pas problematisch wanneer de vrouw zich daardoor alleen zou voelen en geen hulp durft te vragen. Vandaar de oproep om ervoor te zorgen dat maatschappelijke discussies rond deze thema’s vrouwen niet het gevoel geven er alleen voor te staan door hun situatie te snel te veralgemenen en te ver- of beoordelen.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.