Achtergrond

‘Jongeren op de vlucht zitten vaak in overlevingsmodus. Daar raak je niet zomaar uit’

Thomas Detombe

Een op drie niet-begeleide minderjarige vluchtelingen worstelt met depressie, angst of trauma. Dat vraagt om maatwerk. “Praten met een geest verraadt niet altijd een psychisch probleem.”

Minor-Ndako

© Minor-Ndako

Niet-begeleide minderjarige vluchtelingen

Naar schatting de helft van alle mensen op de vlucht zijn kinderen en jongeren. Een paar duizend van hen komen elk jaar toe in België. Wie als minderjarige alleen reist, bereikt ons land als niet-begeleide minderjarige vluchteling.

In 2015, midden de vluchtelingencrisis, meldden 5.047 niet-begeleide minderjarige vluchtelingen zich bij de Dienst Voogdij. De jaren nadien daalde het aantal jongeren licht, om in 2018 opnieuw te stijgen tot 4.407.Vluchtelingenwerk Vlaanderen (2019), Als jouw kind moet vluchten, wil je ook dat iemand voor hem zorgt, Rapport, Brussel, Vluchtelingenwerk Vlaanderen.Zij staan voor zowat 6 procent van alle asielzoekers in België.

‘Niet-begeleide minderjarige vluchtelingen ervaren psychische klachten vaak als zwakte.’

90 procent van de niet-begeleide minderjarige vluchtelingen zijn jongens, meestal rond de zestien jaar oud. Belangrijkste landen van herkomst zijn Afghanistan, Syrië en Irak. Tot ze meerderjarig zijn, hebben deze jongeren recht op opvang.

Meer dan één op drie van de niet begeleide minderjarige vluchtelingen worstelt met psychische klachten zoals angst, depressie of posttraumatische stress. Dat zeggen psychotherapeuten Lesly Cheyns, Kerstin Thys en Karine Boel van opvangorganisatie Minor-Ndako. Samen met de begeleiders in de leefgroepen ondersteunen zij niet-begeleide minderjarige vluchtelingen bij hun eerste stappen in België.

Persoonlijk falen

“De gevaarlijke tocht naar België is voor veel jongeren erg stresserend”, vertellen ze. “Bovendien vermindert die stress niet altijd eens ze ons land bereikt hebben. Een onzekere asielprocedure en toekomst, steeds moeten verhuizen, culturele verschillen: het zijn factoren die soms tot ernstige psychische moeilijkheden leiden.”

“Onze jongeren slapen slecht, piekeren overmatig en hebben angsten. Of ze verminken zichzelf. Je ziet ook jongeren die niet meer willen eten of zich agressief opstellen. Sommigen begrijpen zichzelf niet meer.”

“Niet-begeleide minderjarige vluchtelingen ervaren psychische klachten vaak als een teken van zwakte of persoonlijk falen. Of ze voelen zich tekortschieten naar hun achtergebleven ouders. Wij proberen te ontschuldigen en plaatsen hun moeilijkheden in de juiste context.”

“Een onzekere en vaak onveilige tocht naar Europa ondernemen, kruipt diep in de kleren. Elke jongere heeft nood aan die boodschap om te begrijpen wat hem overkomt.”

Tamil vluchtte op zijn veertiende

Tamil (25) vluchtte op veertienjarige leeftijd uit Afghanistan. Zijn familie stuurde hem uit, in de hoop dat een beter leven wachtte. Europa, het beloftevolle continent, bleek een lege doos. Ook de reis ernaartoe liep anders dan gepland.

“Ik dacht dat de reis enkele dagen in beslag zou nemen. Uiteindelijk was ik acht maanden onderweg”, vertelt Tamil. “Voor ik vertrok was ik nog nooit buiten mijn dorp geweest. Plots reisde ik door landen die ik niet kende: Iran, Turkije, Griekenland, Italië…”

‘Ik sliep maandenlang met vreemden in tenten. De politie zat ons constant op de hielen.’

Mijn einddoel was Engeland, maar ik raakte nooit voorbij Calais. Daar sliep ik maandenlang met vreemden in tenten en in het bos. De politie zat ons constant op de hielen.”

“Mensensmokkelaars hadden macht over ons. Er was misbruik, fysiek en seksueel. Ze konden zomaar een mes trekken en je dingen laten doen die je niet wilde. Gelukkig bleef ik gespaard. Maar ik ben wel heel bang geweest. Toen ik uiteindelijk bij Minor-Ndako terechtkwam, vertrouwde ik niemand meer.”

niet-begeleide minderjarige vluchtelingen

Tamil: “Ik ben heel bang geweest. Toen ik uiteindelijk bij Minor-Ndako terechtkwam, vertrouwde ik niemand meer.”

© Minor-Ndako

Argwaan

Psychologenteam van Minor-Ndako: “Aanvankelijk stellen kinderen en jongeren zich terughoudend op. Ze denken soms dat wij controleurs zijn of niet aan hun kant staan. Praten over je gevoelens is bovendien iets typisch westers. Voor hen kan het vreemd aanvoelen dat we polsen naar, bijvoorbeeld, hun slaapproblemen.”

‘Jongeren denken soms dat wij controleurs zijn.’

“Daarom benaderen we hen zo laagdrempelig mogelijk. Met nieuwe jongeren plannen we standaard enkele gesprekken. We leggen uit wie we zijn en bieden psycho-educatie aan, bijvoorbeeld rond stress. Zelfs als jongeren geen directe hulpvraag hebben, is die kennismaking belangrijk. Op een later tijdstip kunnen er immers wel problemen opduiken.”

Tamil: “Toch heb ik me bij Minor-Ndako nooit helemaal durven blootgeven. Als ik medewerkers aan een computer zag, raakte ik ervan overtuigd dat ze dingen over mij mailden naar de dienst vreemdelingenzaken.”

“Ook al het papierwerk wekte m’n achterdocht. Ik begreep niet altijd wat ik tekende en waarom dat nodig was. In Afghanistan kennen we die bureaucratie niet. Over m’n vluchtverhaal sprak ik eigenlijk alleen met andere jongeren.”

Overlevingsmodus

Doordringen tot de gevoelens en kwetsuren van jongeren is een werk van lange adem. Dat vertelt ook Michelle Warriner, verbonden aan Solentra vzw. Die organisatie biedt gespecialiseerde psychische hulp aan jonge vluchtelingen. Voor Warriner er startte als klinisch psycholoog, werkte ze jarenlang met getraumatiseerde kinderen in Palestina.

‘Je zal jongeren niet zo snel horen vertellen dat ze een probleem hebben.’

Warriner: “Gedurende hun vlucht naar Europa stond overleven voorop. Er was amper ruimte om te spreken over wat er in hen omging. Jongeren kwamen in levensbedreigende situaties terecht met ontbering, soms ook mishandeling en opsluiting.”

“Bij aankomst zitten velen nog in die overlevingsmodus. Daar raak je niet zomaar uit. Je zal jongeren niet zo snel horen vertellen dat ze een probleem hebben. Integendeel: onderweg wisten ze alle problemen op te lossen, op eigen kracht.”

“Vanuit die zelfredzaamheid voelt het voor veel jongeren onnodig, misschien zelfs gevaarlijk om zich plots kwetsbaar op te stellen.”

Pantser

“Dat pantser verhult vaak een zwaar gekwetst en losgerukt kind”, vervolgt Warriner. “Een deel van de jongeren koppelen lichaam en geest los, als overlevingsstrategie. Die dissociatie eindigt soms in zelfverwonding. Jongeren bonken met hun hoofd tegen de muur of nemen drugs. Dat doen ze ofwel om opnieuw iets te voelen, ofwel omgekeerd: als ze helemaal niets meer willen voelen.”

‘Direct na aankomst traumatherapie opstarten is bijna onmogelijk.’

Tamil: “Als veertienjarige ben je in Afghanistan al heel zelfstandig. Dat hielp me. Onderweg wist ik me altijd te redden uit moeilijke situaties. Toch heb ik me heel eenzaam gevoeld, zowel onderweg als tijdens die eerste Belgische jaren. Mijn ouders wisten dat niet. Ik wilde hen geen verdriet aandoen. Ik was ook bang dat ze de waarheid van iemand anders zouden horen, bijvoorbeeld van een hulpverlener.”

“Direct na aankomst traumatherapie opstarten is bijna onmogelijk”, vertelt Warriner nuchter. “Eerst moet je een vertrouwensrelatie opbouwen en de jongere over zijn spreekangst heen helpen. Het taboe op emoties delen is enorm. Al gaat het ook om woorden vinden voor gevoelens. Wij leven in een praatcultuur. Dat is niet overal de norm.”

“Bovendien moet je voor de jongeren een woonplek vinden, een school- of opleidingstraject opstarten, financiële zorgen in kaart brengen en verbinding ondersteunen met de oude en de nieuwe context. Pas wanneer de jongere zich voldoende stabiel voelt, en zelf een hulpvraag stelt, kan je verder kijken.”

Solentra

Michelle Warriner (Solentra): “Het taboe op emoties delen is enorm.”

© Minor-Ndako

Kind in context

“Bij Solentra kijken we altijd naar iemands context: Wie zijn de vertrouwensfiguren? Gaat de jongere naar school? Is er een voogd of OCMW-begeleider?”

“Wij zijn psychologen, maar vinden het onze taak om ook hulpverleners, sociaal werkers, voogden en advocaten te mobiliseren en te ondersteunen. Een integrale begeleiding is belangrijk. Therapie is hier slechts een onderdeel van.”

‘Een trauma kan de concentratie op school verminderen, tot geprikkeld gedrag leiden in de voetbalclub en aanleiding geven tot slaapproblemen.’

“Via vertrouwensfiguren proberen we onrustwekkende signalen op te pikken. Een leerkracht, CLB-medewerker of OCMW-begeleider staat vaak dichter bij de jongeren. Zij vormen de brug naar ons hulpaanbod. We trachten op de radar van de jongere te komen als ‘vrienden van vrienden’. Vanuit die positie wordt een gesprek mogelijk.”

Ook de psychologen van Minor Ndadko pleiten voor een contextuele, integrale benadering. Psychische problemen uiten zich immers in alle levensdomeinen. “Een trauma kan de concentratie op school verminderen, tot geprikkeld gedrag leiden in de voetbalclub en aanleiding geven tot slaapproblemen.”

“Wat we de jongere tijdens therapie aanreiken, proberen we ook het dagelijks leven te installeren. Zoiets vergt blijvende afstemming met de school, leefgroep en het bredere netwerk.”

Taal van emotie

Jongeren die zich openstellen voor psychotherapie zoeken woorden voor hun pijn. Warriner: “Ik vraag hen altijd eerst in welke taal hun moeder- of grootmoeder hen grootbracht. Emoties liggen in die moedertaal opgeslagen. ‘Heilige woorden’ uit het hart onthullen soms de diepste geheimen. We moeten ze met zorg en respect beluisteren.”

‘Emoties liggen in de moedertaal opgeslagen.’

Solentra werkt met vaste tolken. “Een meerwaarde is dat tolken vaak voeling hebben met andere culturen. Soms stellen ze een extra vraag over bepaalde gebruiken in het land van herkomst. Dat kan ons helpen om de belevingswereld van jongeren beter te begrijpen, en bepaalde uitingen al dan niet cultureel te kaderen.”

Psychologenteam Minor-Ndako: “Een tijdje terug vertoonde een meisje in de leefgroep gedrag dat deed denken aan een dwangstoornis. Ze raakte herhaaldelijk een reeks voorwerpen aan, in die mate dat het haar functioneren belemmerde.”

“Door dat samen te verkennen, kregen we zicht op de religie en culturele overtuigingen die aan de basis van haar tikgedrag lagen. De scheiding met haar familie bleek zo stresserend dat ze doorsloeg in religieuze coping. Samen de betekenis daarvan exploreren gaf haar meer woorden om te benoemen wat haar overkwam. Zo begreep ze haar eigen gedrag beter.”

Stemmen horen

“Ook stemmen horen wijst lang niet altijd op een psychisch probleem”, vertelt het psychologenteam. “Een geest of ‘Djinn’ is een herkenbaar concept in veel culturen. Jongeren durven hier vaak niet over spreken, uit schrik dat we hun geest zullen problematiseren. Daarom bevragen we actief hoe hun geest eruitziet en of hij iets vertelt.”

“Het stelt jongeren gerust en biedt ons de mogelijkheid om in te schatten of de oorsprong cultureel is, dan wel psychopathologisch.”

‘Psychisch lijden is iets universeel. Alleen de uitingsvormen verschillen.’

Warriner: “Psychisch lijden is een universele ervaring. Alleen de uitingsvormen kunnen verschillen. Vraag jongeren hoe ze in hun thuisland omgingen met psychische klachten. Misschien sprak een Imam bij moeilijkheden stukken uit de Koran uit. Vaak blijkt dat jongeren voor een probleem binnen het familiaal netwerk terechtkonden, bij een oom, de ouderen of het stamhoofd.”

‘De’ Afghaanse cultuur?

“Je kan echter niemand reduceren tot, bijvoorbeeld, ‘de’ Afghaanse cultuur”, vervolgt ze. “Iemands identiteit bestaat altijd uit verschillende lagen. Woont iemand in de stad of op het platteland? In welke regio? Welke job hebben de ouders? Tot welke etnie behoort iemand? Zijn daar bepaalde gewoontes aan verbonden?”

‘Je kan iemand nooit reduceren tot één cultuur.’

“Die verschillende lagen maken elke ontmoeting anders. Een open houding is onmisbaar als je met nieuwkomers praat. Een boek over Afghanistan zal je niet per se helpen om een Afghaanse jongen beter te begrijpen. Eigenlijk beginnen we telkens van een wit blad. Wie zit er voor me? Welke cultuur brengt hij mee en waar ontmoeten we elkaar in de therapeutische ruimte?”

Psychologenteam: “We vragen nieuwkomers actief naar hun land, ouders, muziek, sociale gebruiken en eetgewoontes. Oprechte nieuwgierigheid breekt vaak het ijs. Het schept vertrouwen en maakt een gesprek over waarden gemakkelijker. Ook een terugkoppeling rond Belgische gebruiken wordt dan mogelijk.”

“Actieve dialoog ondersteunt bovendien de identiteitsvorming van jongeren. Je moet twee waardensystemen proberen matchen. Welke gewoontes uit eigen land wil de jongere graag behouden in z’n nieuwe leven? Welke Belgische gewoontes wil hij omarmen? Het is zoeken naar een nieuw, werkbaar evenwicht.”

niet-begeleide minderjarige vluchtelingen

Psychologenteam Minor-Ndako: “Oprechte nieuwgierigheid breekt vaak het ijs.”

© Minor-Ndako


Culturele ambassadeur

Warriner: “Als hulpverlener ben je een soort culturele ambassadeur. Als iets tot irritatie leidt, spreek je dit best gewoon uit. Je helpt niemand door over je eigen grenzen te gaan. Wees je dus altijd bewust van je eigen waarden en normen en vertel van daaruit wat je moeilijk vindt of niet begrijpt.”

“Meestal blijkt dat bepaalde gedragingen, bijvoorbeeld geen hand willen geven, geen uiting zijn van disrespect. Die bevestiging heb je nodig om tot wederzijds begrip en een echt gesprek te komen.”

Tamil: “Vroeger kende ik alleen mijn waarheid. Nu zie ik dat genuanceerder. Mijn schooltijd leerde me dat ook andere meningen tellen. Ik ga vandaag ook anders om met tijd en afspraken. Als ik een Afghaanse vriend vertel dat hij me morgen om 14 uur mag bezoeken bij mij thuis begrijpt hij dat niet helemaal. In Afghanistan ben je altijd welkom bij iemand. Voor mij is een tijdstip afspreken iets normaal geworden.”

Het kind van je ouders

Warriner: “Wij vragen onze kinderen: wat wil je later worden? Zelfvertrouwen, autonomie en zelfontplooiing vinden wij belangrijk. In niet-westerse landen heerst vaker een collectivistische cultuur. Daar ben je iemand omdat je deel uitmaakt van een bepaalde sociale structuur, met bijbehorende rollen.”

“Neem het mandaat dat jongeren meekregen van hun familie daarom altijd ernstig. Zeg niet dat de vraag om hier voltijds te werken en geld te verdienen verkeerd is, maar probeer uit te leggen dat minderjarigen in België leerplicht hebben tot achttien jaar.”

‘Neem het mandaat dat jongeren meekregen van hun familie altijd ernstig.’

“Als waardensystemen botsen, raakt de jongere soms verscheurd door een loyaliteitsconflict. Er is de toewijding naar ouders, maar er zijn ook verwachtingen van de ontvangende maatschappij.”

“Misschien is het in jouw ogen beter dat je client zich focust op school. Hulpverleners ergeren zich soms aan ongebruikte talenten. Maar zo’n jongere is niet je persoonlijke pedagogische project. Wees je ervan bewust dat een jongere ook in België nog het kind is van z’n ouders. Je eigen agenda roekeloos doordrukken zal niet werken. Het kan een jongere zelfs ziek maken.”

Veerkracht

“Let ook op met betutteling. Het is cruciaal om geen meelijwekkende houding aan te nemen, zelfs al grijpt een verhaal je erg aan. Jongeren hebben hun trots, en terecht. Als je inzet op de enorme veerkracht die ze onderweg en hier toonden, blijkt vaak dat ze geen psycholoog nodig hebben, maar kansen om er iets van te maken. ‘It takes a society to heal war trauma’: daar ben ik van overtuigd.”

Tamil: “Lange tijd twijfelde men aan mijn toekomst in België. Ik werd éénmaal uitgewezen. Mensen geloofden niet dat ik een diploma kon halen. Vandaag werk ik zelf als begeleider voor Minor-Ndako, met een diploma van sociaal werker op zak.”

“Ik hoop dat mijn verhaal andere niet begeleide minderjarigen inspireert en overtuigt om te blijven geloven in zichzelf. Het kan ook hulpverleners overtuigen om een jongere nooit op te geven.”

Reacties [4]

  • Herman de Mönnink

    ‘Als je inzet op de enorme veerkracht die ze onderweg en hier toonden, blijkt vaak dat ze geen psycholoog nodig hebben, maar kansen om er iets van te maken. ‘It takes a society to heal war trauma’: daar ben ik van overtuigd.”

    Mooi artikel, dit citaat op het eind geeft terecht weer dat het framen van alle vluchtelingenstress als psychische stoornis jongeren onterecht in een psychisch hulpkanaal brengt. Bij een klein % jongeren is sprake van echte mentale stoornissen. De meeste jongeren hebben een normale reactie op indringende ervaringen. Dat is geen psychische stoornis maar PsychoSociale Stress (PSS). Ik pleit voor eerste opvang en nazorg door sociaal werkers die competent zijn in het reduceren van PSS. Het normaliseren en reduceren van PSS legt de basis van (zelf)vertrouwen. Eigenlijk is dat ook wat collega psychologen in dit artikel zeggen: niet als eerste met traumatherapie starten. SW’ers bieden de 3-stappen PSS-aanpak aan waar zij op hun opleiding degelijk in geschoold worden.

  • Ann Van Ingelghem

    Heel goed artikel, dient zeker verspreid te worden aan de hulpverleners (OCMW-politie-…) die regelmatig met deze jongeren in contact komen.

  • Veronica van Roon

    Geweldig inspirerend artikel vol zelfkritische inzichten.

    • Lut Vael

      Diep respect voor het werk dat jullie doen! Sterk artikel over sterk sociaal werk!

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.