Achtergrond

Meer eetstoornissen door corona: ‘Sociaal isolement duwde veel meisjes over de rand’

Thomas Detombe

Corona zorgt bij jonge tieners voor meer eetstoornissen. Sociaal.Net trok op onderzoek: “Kwetsbare meisjes die worstelen met een laag zelfbeeld verloren zich tijdens corona in een pseudo-identiteit waarbij gewicht en voeding centraal staan.”

Eetstoornissen

© Unsplash / Priscilla Du Preez

Lichamelijke schade

“Sinds de start van de coronacrisis verdrievoudigde het aantal aanmeldingen in onze eetkliniek”, vertelt psychiater Elske Vrieze van het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven. “We zien ook veel meer ernstige ziektebeelden.” Op 20 mei sprak Vrieze over de link tussen corona en eetstoornissen op een webinar van de Vlaamse Academie Eetstoornissen.”

‘Het laatste anderhalf jaar kregen we vaak patiënten binnen die op korte tijd heel veel kilo’s verloren.’

“In normale omstandigheden ontwikkelt een eetstoornis zich langzaam. Het laatste anderhalf kregen we echter vaak patiënten binnen die op korte tijd heel veel kilo’s verloren. Bij zo’n gewichtsverlies krijgt het lichaam te weinig tijd om zich aan te passen. Dat leidt tot biochemische verstoring in de organen en lichamelijke schade.”

Zowel anorexia nervosa als boulimia nervosa treffen 1 à 2 procent van de Belgische bevolking. Anorexia hongert patiënten uit, boulimia gaat gepaard met hevige eetbuien, gevolgd door periodes van braken. Soms liggen beide in elkaars verlengde. Periodes van extreem vasten wisselen dan af met periodes van eetbuien.

Pubers

“Veel eetstoornissen starten sluimerend rond de leeftijd van twaalf – dertien jaar”, aldus Vrieze. “Je gaat iets beter op je eten letten of beslist om snoep volledig te schrappen. Misschien ga je ook wat meer sporten. Je vermagert een beetje, waarop je omgeving positief reageert. Je voelt je prettiger en gaat door op de ingeslagen weg. Het ritme van minder eten, meer sporten en vermageren geeft een gevoel van controle. Na verloop van tijd verlies je je gevoel voor grenzen en streef je naar een volstrekt onhaalbaar lichaamsgewicht.”

“Zo’n proces kent vele tussenstappen. Er bestaat niet één standaardverhaal. Wat we wel merken is dat een eetstoornis zich meestal geleidelijk aan manifesteert. Als meisjes zich aanmelden in onze kliniek zijn ze gemiddeld zo’n zestienjaar oud. Het kan dus enkele jaren duren voor bepaalde voedingskeuzes ontsporen tot een echte stoornis.”

“Sinds de coronacrisis merken we echter dat alles veel sneller verloopt. Sommige meisjes die vroeger geen eetproblemen ondervonden, verloren op enkele maanden tijd plots 20 kilogram. Die trend is opvallend.”

Negen op tien patiënten zijn meisjes

Tijdens het telefoongesprek spreekt Vrieze vooral over jonge meisjes. Logisch als je weet dat negen op tien patiënten die ze begeleidt meisjes zijn. Ze lijden vooral aan anorexia nervosa. “Hoe dat precies komt weten we niet goed”, vertelt Vrieze. “Uitlokkende factoren zoals stress, bepaalde persoonlijkheidskenmerken en een aangeboren gevoeligheid komen evenveel voor bij jongens als bij meisjes. Toch ontwikkelt die laatste groep veel vaker een verstoorde relatie met eten.”

‘Meisjes maken sneller de connectie tussen moeilijke emoties en eetgedrag.’

Vrieze: “Meisjes lijken sneller de connectie te maken tussen moeilijke emoties en eetgedrag. Daarbij vormt het tweede een antwoord op het eerste. Eetbuien of vermageren helpt hen om met die lastige emoties om te gaan. Het biedt enige houvast.”

“Maar ook jongens kunnen ongezond gefocust raken op hun lichaam. Alleen uit zich dat op een andere manier. Zij zullen eerder streven naar een gespierd lichaam, en gaan bijvoorbeeld heel dwangmatig fitnessen of groeihormonen innemen. Net zoals meisjes proberen ook zij hun lichaam te controleren en gaan ze daar steeds verder in. Alleen diagnosticeren we dat gedrag strikt genomen niet als een eetstoornis.”

Anorexia

Elske Vrieze: “Meestal hoor je dat meisjes al op jonge leeftijd kampten met angsten, zelfkritiek en perfectionisme.”

© Unsplash / Priscilla Du Preez

Spiegels

De laatste achttien maanden noteerden ook andere ziekenhuizen een forse stijging in het aantal ernstige eetstoornissen. Het UZ Brussel verdrievoudigde haar behandelbedden voor kinderen en jongeren met een eetstoornis. Nele De Schryver, als psychiater verbonden aan de eetkliniek van het UZ Gent, zag een grote stijging bij vooral 15 tot 25-jarigen. Daarnaast merkte ze dat patiënten die al langere tijd stabiel waren, hervielen door de coronacrisis.

‘Er is een sterke stijging in het aantal ernstige eetstoornissen.’

Elske Vrieze spreekt over “een lockdowneffect”. “Jongeren zitten op een cruciaal punt in hun identiteitsontwikkeling”, verklaart ze. “Als je jong bent, bestudeer je anderen aandachtig. Hoe leiden leeftijdsgenoten hun leven? Ben ik zoals hen? In welke groep voel ik me goed? Jongeren hebben anderen nodig om zichzelf te zien. Ze zijn elkaars spiegels. Neem die sociale contacten weg en je zal merken dat ze op zoek gaan naar andere ankerpunten.”

“Volwassenen lijden hier minder onder omdat zij hun identiteit meestal al opbouwden. Kwetsbare meisjes die worstelen met een laag zelfbeeld en perfectionisme hebben die reserve niet. In een sociale woestijn dreigen ze zich te verliezen in een pseudo-identiteit waarbij gewicht en voeding centraal staan.”

Katalysator

Is het dan allemaal de schuld van het virus? Vrieze beklemtoont dat de coronacrisis een katalysator was, geen dieperliggende oorzaak.

“Je kan een eetstoornis niet louter vanuit de maatschappelijke of sociale context verklaren. Die invloeden spelen zeker een rol, maar meestal hoor je dat meisjes al op heel jonge leeftijd kampten met angsten, zelfkritiek, controledwang en perfectionisme. Die persoonlijkheidskenmerken verhogen het risico op een eetstoornis aanzienlijk.”

“Eetstoornissen ontstaan in een complex samenspel tussen biologische kenmerken, persoonlijkheidskenmerken en omgeving. Het is nooit het ene of het andere. Je omgeving en de samenleving waarin jongeren opgroeien kunnen persoonlijke kwetsbaarheden extra brandstof geven, of net beschermend werken. We weten bijvoorbeeld dat 50 procent van de meisjes met een eetstoornis al geconfronteerd werden met grensoverschrijdend gedrag.”

Ongezonde coping

Vrieze adviseert beleidsmakers om goed na te denken over toekomstige afzonderingsmaatregelen. “Zullen we ooit nog een strenge sociale lockdown afkondigen, wetende dat het isolement zo veel meisjes over de rand duwde?”

‘Zullen we ooit nog een strenge lockdown afkondigen, wetende dat het isolement zo veel meisjes over de rand duwde?’

Els Verheyen deelt die bezorgdheid. “De coronacrisis versterkte wat al aanwezig was”, vertelt ze. Verheyen had vroeger zelf een eetstoornis en werkt momenteel als psychologe en ervaringsdeskundige bij Anorexia Nervosa – Boulimia Nervosa (ANBN). Die informatie- en ontmoetingsplaats begeleidt jongeren en ouders via praatgroepen, chatsessies, een inloophuis en therapie.

“In normale omstandigheden zoeken jongeren elkaar op en toetsen ze hun ideeën en gevoelens bij elkaar af. Wie op een radicale manier eet zal misschien merken dat ze de enige is en haar eetgedrag vanuit die vaststelling in vraag stellen. Bovendien zorgen sociale activiteiten ervoor dat jongeren uit hun hoofd kruipen en samen dingen beleven, in plaats van alles te overdenken. Ook dat werkt beschermend.”

Overspoeld door vragen van ouders

“Als alle sociale buffers wegvallen, is het logisch dat jongeren het moeilijk krijgen. Zeker als ze worstelen met hun identiteit en moeite hebben om met lastige emoties om te gaan. Sociale media versterken meisjes soms nog verder in hun keuzes. Je leest er vooral ervaringen of nieuws die je eigen overtuigingen bevestigen. Zo ontstaat een vruchtbare bodem voor ongezond eetgedrag. Plots weet je wie je bent en wat je doel is.”

‘Het duurt gemiddeld drie maanden voor je in een eetkliniek terechtkan.’

ANBN werd het afgelopen jaar overspoeld door vragen van ouders. Verheyen: “Mensen voelen zich vaak machteloos tegenover het eetgedrag van hun kind. Toch adviseren we mama’s en papa’s om niet onmiddellijk te panikeren. Experimenteel gedrag hoort bij tieners. Een radicalere omgang met voeding hoeft geen symptoom van een eetstoornis te zijn. Bij heel wat jongeren waait dit opnieuw over.”

“Maar als je fysieke en emotionele achteruitgang opmerkt bij je kind, raden we toch aan om de huisarts op te zoeken. Die maakt een inschatting van de ernst van de situatie en beslist of doorverwijzing naar gespecialiseerde hulp nodig is.”

Probleem: de wachtlijsten. Momenteel duurt het gemiddeld drie maanden voor je terechtkan in een gespecialiseerd eetkliniek. “Dat kan ouders radeloos maken. Je ziet je dochter achteruitgaan en slaagt er niet in om haar echt te bereiken. Het leidt vaak tot hoogoplopende ruzies aan de keukentafel.”

Zelfzorg

“Hoe moeilijk dat ook is, we raden familieleden aan om grenzen te bewaken. Ik zie genoeg voorbeelden van ouders die alles, maar dan ook echt alles in het werk stellen om hun kind te helpen. Ze rijden om vijf uur ’s ochtends naar de andere kant van het land om daar een bepaalde behandeling te volgen. Of ze bewegen hemel en aarde om net die vissoort te vinden die hun dochter nog wil eten.”

“Zeer begrijpelijk. Iedereen wil zijn kind helpen. Maar je kind mag niet je hele leven bepalen. Het gebrek aan zelfzorg put uit. Om goed voor je kind te kunnen zorgen moet je ook je eigen draagkracht respecteren. Als je er te dicht op zit kan je bovendien geen afstand meer nemen. Dan wordt helder nadenken moeilijk. Het leidt tot conflict.”

Eetstoornis

Els Verheyen: “Cultiveer een gezonde omgang met verschillende lichaamsbeelden. Niemand is volmaakt.”

© Unsplash / Priscilla Du Preez

Ik ben mijn eetstoornis niet

“Het is belangrijk om je kind niet te vereenzelvigen met de eetstoornis”, vervolgt Verheyen. “Zeggen dat je ‘boos bent op de eetstoornis’ is iets helemaal anders dan zeggen dat je ‘boos bent op je dochter’. Meisjes met een eetstoornis liegen vaak over hun gewicht of over wat ze eten. Ze manipuleren de waarheid. Omdat ze vaak erg plichtsbewust zijn, kan die onoprechtheid zwaar wegen. Dan helpt het als je niet de persoon aanvalt maar het eetgedrag.”

‘Het is belangrijk om als ouder je kind niet te vereenzelvigen met de eetstoornis.’

Psychiater Elske Vrieze beaamt: “Eén van de eerste zaken die we gehospitaliseerde meisjes proberen bij te brengen is dat cruciale onderscheid: wanneer spreek jij en wanneer neemt de eetstoornis het over? Die opsplitsing helpt orde te scheppen en hardnekkige gedachtenpatronen te doorbreken. Niet jij maar dat stemmetje in je hoofd wil steeds slanker worden.”

“Het mildert ook de indruk dat iedereen tegen jou samenspant. Voor een hoop meisjes voelt de therapie zo aan. Maar eigenlijk moeten ouders, hulpverleners en de patiënt zich proberen te verenigen rond een gedeeld doel: werken aan een gezonder gewicht. Dat lukt makkelijker als iedereen het gevoel heeft aan dezelfde kant te staan.”

Symptoom van iets anders

Op het eerste gezicht lijkt een eetstoornis vooral rond voeding te draaien. “Schijn bedriegt”, doorprikt Vrieze die illusie. “Ik vertel mijn patiënten soms dat te veel of te weinig eten symptoom staat voor iets anders.”

‘Communiceer op een milde manier over je eigen imperfecte lichaam en moedig je kinderen aan hetzelfde te doen.’

“Het klopt dat de meisjes die we behandelen, grote moeite ondervinden om hun lichaam te aanvaarden. Maar als we door die buitenste schil raken, merken we dat ze zich meestal erg ongelukkig voelen. Soms kunnen we pas na de behandeling van de eetstoornis de vinger leggen op het onderliggende ziektebeeld. 40 procent van de meisjes met anorexia nervosa lijdt bijvoorbeeld aan depressie. Ook dwangstoornissen en angsten komen vaak voor.”

“Zeker, onze cultuur propageert onrealistische lichaamsbeelden, maar die beeldenstroom aan magere modellen of voorbeeldfiguren zijn slechts de druppels die de emmer doen overlopen. Bovendien merk ik dat de slinger stilaan terugslaat. Volslanke lichaamsbeelden krijgen opnieuw meer ruimte.”

Mild over imperfectie

Verheyen: “Besef dat je als ouder een voorbeeldfunctie vervult. Cultiveer een gezonde omgang met verschillende lichaamsbeelden. Communiceer op een milde manier over je eigen imperfecte lichaam en moedig je kinderen aan hetzelfde te doen. Niemand is volmaakt.”

“In culturen waar volslanke ideaalbeelden de toon zetten, krijgt een eetstoornis minder kansen”, weet Verheyen. “Het is vermoedelijk geen toeval dat het fenomeen vooral in Westerse landen piekt. Daar bestaat die magere lichaamsnorm wel en focust men sterker op zelfrealisatie. Zo voelt een meisje zich sneller beoordeeld.”

Herstel

Het goede nieuws: je kan wel degelijk herstellen van een eetstoornis. Dat duurt wel lang, gemiddeld zes tot zeven jaar. Bovendien behouden veel meisjes een zekere kwetsbaarheid.

‘We hopen dat beleidsmakers de groeiende wachtlijsten aanpakken.’

Vrieze: “Vergelijk het met een tabaksverslaving. Een stressvolle periode kan je verleiden om opnieuw te gaan roken. Zelfs al stopte je jaren geleden. Een eetstoornis werkt ook zo. Ooit maakte je immers de connectie tussen moeilijke emoties en vermageren of te veel eten. Dat verhoogt de kans dat je het opnieuw doet.”

“Die connectie proberen we te doorbreken in de psychologische begeleiding van patiënten. Het is cruciaal dat ze andere, gezondere copingstrategieën aanleren. We zetten in op veerkracht en trachten hen sterker te maken. Omdat mentale weerbaarheid ook samenhangt met sociale weerbaarheid investeren we ook in het sociale netwerk van de patiënten. Veel meisjes raakten behoorlijk geïsoleerd door hun eetstoornis. Het is belangrijk dat ze hun rol als zus, vriendin, partner of studente opnieuw opnemen en uitdiepen.”

Verheyen en Vrieze hopen dat beleidsmakers de groeiende wachtlijsten aanpakken. Vrieze: “Binnen het UZ Leuven onderzoeken we of we onze afdeling kunnen uitbreiden. Als tussenoplossing ondersteunen we meisjes die wachten zoveel mogelijk ambulant. Beeldbellen is ook een optie, maar dat heeft zijn beperkingen. Iemand met een eetstoornis moet je kunnen zien en wegen. Het vergt een multidisciplinaire aanpak op maat. Dat organiseer je niet zo makkelijk digitaal en vanop afstand.”

Reacties [4]

  • Patrick Rens

    anorexia nervosa en boulimia nervosa krijgen geen hoofdletters. In dit stuk worden kleine letters en hoofdletters van de aandoeningen doorlopend foutief door elkaar gebruikt. Soms zelfs in een en dezelfde zin. Dat komt nogal slordig over en dat is jammer voor een boeiend stuk

    • Lisa Develtere

      Boulemia was inderdaad één keer verkeerdelijk met hoofdletter geschreven. Bedankt om ons er attent op te maken. We pasten dit aan. Voor de vereniging “Anorexia Nervosa – Boulemia Nervosa” (ANBN) lieten we de hoofdletters staan, aangezien dat de schrijfwijze is die de organisatie zelf hanteert.

      Lisa Develtere, redacteur Sociaal.Net

  • Marleen

    Ik spreek even uit eigen ervaring: in de lockdown zat ik helemaal alleen thuis. Niemand kon zien of / wanneer/ wat ik at, niemand kon zien wat ik deed aan beweging, … Er was geen sociale controle van wie dan ook. Mensen met een eetstoornis die niét alleen zaten, waren vaak onderdeel van een gezin waarin ze zich ook al niet op hun plaats voelen en dus eigenlijk zich toch alleen voelden. Een eetstoornis is dan een welkome afleiding/ “valse vriendin”.
    In alle behandelingen die ik de voorbije 20 jaar gevolgd heb, lag de nadruk op ‘afleiding zoeken’, ‘structuur aanbrengen’ en ‘sociale contacten uitbouwen’ Maar de manieren waarop ik afleiding zocht in niet-coronatijden, dat mocht of kon niet meer (behalve wandelen). Structuur in mijn week was er vooral door mijn hobby’s , die van de ene op de andere dag werden afgelast. En mijn sociale contacten die me er al zo vaak bovenop hebben geholpen, werden beperkt tot schermcontacten… je zou het van minder weer moeilijker krijgen…

  • Ingrid

    Teleurstellend dat de nadruk weeral wordt gelegd op meisjes en op anorexia en boulimia. Er zijn veel meer eetstoornissen dan die twee. Er zijn combinaties mogelijk en veel eetstoornissen passen niet echt in een specifiek hokje. Bovendien onwordt er hier beweerd dat eetstoornissen bij jongens meestal gaan over spieren kweken, excessief sporten en groeihormonen nemen. Dat is ten dele waar, maar ook voeding speelt daarbij een grote rol. Zo kunnen zij dwangmatig eten – volgens strenge schema’s waar ze calorieën en proteïnen tellen – maar ook zijn er jongens die wel degelijk anorexia ontwikkelen en daarbij ook nog eens heel veel sporten. Ik weet van zeer dichtbij welke vormen een eetstoornis bij jongens kan aannemen. Ik weet ook dat huisartsen en psychologen dit vaak niet als dusdanig herkennen. Dus ik vind het gevaarlijk om te zeggen dat het bij jongens ‘eigenlijk geen eetstoornis is’. Dat is het wèl: eetstoornissen gaan nl. niet over eten maar over laag zelfbeeld, onzekerheid etc.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.