Achtergrond

Welzijn en gezondheid moeten samenwerken

Gezond met sociaal werk

Lisbeth Verharen

De samenleving verandert. Het is een kans voor het sociaal werk om te laten zien wat het waard is. Maar dan moet die kans wel worden benut. Het is belangrijk om niet alleen binnen het sociaal werk de verbindingen te versterken maar ook die met andere beroepsgroepen, in het bijzonder de gezondheidszorg.Lisbeth Verharen sprak de Marie Kamphuis Lezing 2015 uit tijdens het jaarcongres van de Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk op 19 november 2015.

© Chico's papa @ Flickr

© Chico's papa @ Flickr

© Chico’s papa @ Flickr

Veranderingen in de gezondheidszorg

Het zal geen enkele sociaal werker zijn ontgaan dat zich in Nederland belangrijke maatschappelijke veranderingen voltrekken die grote consequenties hebben voor het werk. Termen als decentralisaties, transities, transformatie, kanteling en participatie roepen bij iedereen beelden, verhalen of ervaringen op.

“Zorgprofessionals moeten generalistisch werken.”

Gemeenten zijn druk in de weer met de inrichting van het sociale domein. Organisaties vertalen de veranderingen naar hun beleid. Professionals zoeken hun weg in de veranderde context. Hogescholen en universiteiten bezinnen zich op de betekenis van de veranderingen voor de opleidingen sociaal werk.

In de gezondheidszorg is dat niet anders. Begin dit jaar verscheen in Nederland het rapport over een nieuwe beroepenstructuur in de zorg.Kaljouw, M. en Vliet van, K. (2015), Naar nieuwe zorg en zorgberoepen: De contouren, Diemen, Zorginstituut Nederland.

Leidend voor het denken, is een nieuw gezondheidsconcept. Centraal staat het vermogen van mensen om zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.Huber, M. e.a. (2011), ‘How should we define health?’, British Medical Journey, 343, d4163.

Zorgprofessionals gaan zich richten op het herstellen of bevorderen van het functioneren van mensen. Ze betrekken daarbij lichaamsfuncties, mentale functies en beleving, de spirituele dimensie, kwaliteit van leven, sociaal maatschappelijk participeren en het dagelijks functioneren.

Zorgprofessionals moeten generalistisch werken en uitgaan van mogelijkheden van mensen. Klinkt bekend in de oren. Het had een taakomschrijving van sociaal werk kunnen zijn.

Vragen op foute plek

Veel vragen komen onnodig in de gezondheidszorg terecht. “Deze hebben meer te maken met problemen op het werk, school, in de relatie, het sociaal netwerk of de woonomgeving (…) Veel van wat nu in de gezondheidszorg wordt geboden, kan je overhevelen naar het sociale domein, het eigen netwerk of de buurt.”Kaljouw, M. en van Vliet, K. (2015), Naar nieuwe zorg en zorgberoepen: De contouren, Diemen, Zorginstituut Nederland, 34.

Het is een oproep om gezondheid en welzijn meer met elkaar te verbinden. De nieuwe benaderingen in de zorg krijgen labels als positieve gezondheid, patient-centered care, family-centered care en patient-empowerment.

“Veel vragen komen onnodig in de gezondheidszorg terecht.”

Uitgangspunt is de persoon in relatie tot zijn sociale context. Niet alles doen wat kan, maar wat moet. En daarbij aansluiten op de voorkeuren en wensen van de persoon. Dat kan een medische behandeling zijn, maar bijvoorbeeld ook begeleiding bij het leren omgaan met de beperkingen van een fysieke aandoening.

Kansen voor sociaal werk

Begeleiden bij zelfmanagement noemen ze dat in de zorg. Het lijkt me voor cliënten en patiënten een positieve ontwikkeling. Zij worden meer dan een aandoening.

Daar liggen kansen voor het sociaal werk. In het nieuwe gezondheidsconcept gaat het voor een belangrijk deel om begrippen waar sociaal werkers vertrouwd mee zijn: participatie, kwaliteit van leven, de spirituele dimensie en het dagelijkse leven.

“Een herwaardering voor welzijn.”

De veranderingen in het denken over gezondheid zie ik daarom als een herwaardering voor welzijn. En in de praktijk werkt dat ook. In de meest recente ontwikkelingen zien we sociale wijkteams waarin sociaal werkers en wijkverpleegkundigen naast elkaar werken.

Terreinverlies

Toch schuilt er voor het sociaal werk ook een risico in deze ontwikkelingen. Zorgverleners ontwikkelen zich in een richting waarin sociaal werkers expert zijn. Er dreigt gevaar voor terreinverlies, zoals dat eerder in de geschiedenis van het sociaal werk gebeurde.

Denk aan de praktische hulpverlening die in veel ziekenhuizen is overgenomen door transferverpleegkundigen. Of de sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen die de plaats innamen van sociaal werkers in de geestelijke gezondheidszorg. En nu zie ik ergotherapeuten die een fraai staaltje sociaal werk leveren.

“Het sociaal werk moet verbinding leggen.”

Uiteindelijk gaat het erom dat de mensen die dat nodig hebben goed geholpen worden. Dat moet op de voorgrond staan. Maar het is wel zonde als daarbij niet geprofiteerd wordt van de expertise van het sociaal werk.

De opdracht voor het sociaal werk luidt dan ook: aansluiten bij de ontwikkelingen in de zorg en proactief en effectief de verbinding leggen met de gezondheidszorg.

Verbinding leggen

Voor professionals is verbindingen leggen misschien wel een van de grootste uitdagingen in de huidige tijd. Niet alleen met burgers en cliënten, maar ook met informele netwerken, andere professionals en beroepsgroepen.Ewijk van, H. (2014), Omgaan met sociale complexiteit. Professionals in het sociale domein, Amsterdam, Uitgeverij SWP, 151.

Het prachtige boek ‘Together’ van de Amerikaanse arbeidssocioloog Richard Sennett biedt een waaier aan inzichten over wat er komt kijken bij het aangaan van verbindingen.Sennett, R. (2012), Together. The rituals, pleasures & politics of cooperation, London, Allen Lane.

Eén daarvan is dat competitie en samenwerken dicht bij elkaar liggen. Ze vragen om een balans. In wat volgt, verken ik beide kanten van die balans tussen sociaal werk en gezondheid.

Competitie met zorg

Diverse thema’s waarmee sociaal werkers zich profileren, zijn ook door de zorg omarmd. Denk aan integraal kijken, denken en handelen, begeleiden van mensen bij de uitdagingen die zij op hun pad tegenkomen, gerichtheid op empowerment.

Maar er zijn ook verschillen. En daar komen in mijn ogen de pareltjes van sociaal werk bovendrijven. Sociaal werkers zijn kenners van het alledaagse leven van mensen, van hun psychosociaal functioneren en de verwevenheid van het materiele en het immateriële.

“Sociaal werkers zijn kenners van het alledaagse leven.”

Sociaal werkers schuwen de complexiteit niet. Het is een soort innerlijk weten dat het gaat om de interactie tussen delen, partijen en gebieden.van Ewijk, H. (2014), Omgaan met sociale complexiteit. Professionals in het sociale domein, Amsterdam, Uitgeverij SWP; Trappenburg, M. (2015),  Accepteer dat sommige mensen afhankelijk blijven, Utrecht, Movisie.Dat is niet alleen een kwestie van weten, maar zit in het sociaal werk verankerd.

Er is een groot verschil tussen professionals die met de checklist van domeinen in de hand zeggen dat je naar de samenhang moet kijken, en professionals die dat vanzelf doen. Die laatste groep heeft dat perspectief geïnternaliseerd.van der Laan, G. (2006), Maatschappelijk werk als ambacht. Inbedding en belichaming, Amsterdam, Uitgeverij SWP.Het sociaal werk mag hier best trots over zijn.

Begeleiden van mensen

Sociaal werkers zijn ook zeer bedreven in het begeleiden van mensen. Ook de zorg beweegt nu in die richting: van een dominante gerichtheid op behandelen naar begeleiden bij het functioneren.

In het sociaal werk is het een oude discussie of je nu behandelt of begeleidt. Ik begrijp het strategische belang om dit werk als behandelen te willen benoemen, want het levert meer status op en betere betaling. Maar voor mij is het altijd glashelder geweest: sociaal werkers begeleiden mensen.

“Sociaal werkers begeleiden mensen.”

Dat komt voor mij tot uitdrukking in de manier waarop sociaal werkers zich verhouden tot de doelgroep: een subject-subjectrelatie, een basis van gelijkwaardigheid.van der Laan, G. (1990), Legitimatieproblemen in het maatschappelijk werk, Utrecht, SWP; Riet, N. en Wouters, H. (1997), Helpen = Leren. Emanciperende hulpverlening als methode van het maatschappelijk werk, Assen, Van Gorcum.

Het is een kunst om goed in contact met mensen te komen en te blijven. Het vraagt de nodige kennis, vaardigheden en passende attitude om vanuit dat contact mensen te begeleiden bij het omgaan met de dingen die er voor hen echt toe doen. Dat is het hart van het sociaal werk.

Empowerment

Empowerment is een andere goede bekende in het sociaal werk. Het kijken naar mogelijkheden van mensen en hoe zij die kunnen vergroten en versterken.

Ook in de zorg staat deze gerichtheid meer en meer centraal. Shared decision-making, patient-empowerment, onder die noemers vinden we die gerichtheid in de zorg terug. Wel heb ik de indruk dat er in de gezondheidszorg vaak sprake is van een nogal individuele insteek of een individuele bias.van Regenmortel, T. (2011), Lexicon van empowerment – Marie Kamphuis Lezing 2011, Utrecht, Marie Kamphuis Stichting.

Multilevel

Dat brengt mij bij een volgend pareltje van het sociaal werk, de multilevelbenadering. Sociaal werkers zijn bedreven in het signaleren.

“Sociaal werkers zijn bedreven in het signaleren.”

Ze duiden omgevings- en maatschappelijke factoren die het functioneren van mensen bevorderen of belemmeren.Scholte, M. en Sprinkhuizen, A. (2012), ‘Passende professionaliteit’, in Sprinkhuizen, A. en Scholte, M., De sociale kwestie hervat. De Wmo en sociaal werk in transitie, Houten, Bohn Stafleu van Loghum.Denk aan de woonomgeving, werkomstandigheden, toegang tot voorzieningen en maatschappelijke positie van mensen.

In de nieuwe definitie van gezondheid staat letterlijk dat mensen zich moeten aanpassen aan en regie voeren op de uitdagingen die zij in het leven tegenkomen. Maar daar zitten grenzen aan. Dat weten sociaal werkers als geen ander.

Er zijn omstandigheden waarin het regie voeren op het eigen leven lastig is. Kijken naar wat er wel kan, is erg belangrijk. Alleen vraagt dat niet altijd om veranderingen van de persoon, maar vaak ook van de omgeving en de samenleving.

Daar hebben we sociaal werkers hard voor nodig. Zij zijn gewend niet alleen op het niveau van het individu te interveniëren, maar ook op het niveau van de samenleving.Verharen, L. en Nicolasen, A. (2011), Maatschappelijk werk in de breedte. Reflectie op interventiekeuzen, Houten, Bohn Stafleu van Loghum.

Zelfbewustzijn

In de competitie met de zorg zou het sociaal werk zich dus kunnen profileren met dit soort pareltjes. Hiervoor is wel meer zelfbewustzijn nodig bij professionals, sociaalwerkorganisaties en opleidingen.

“Meer zelfbewustzijn is nodig.”

Maar in het bewust zijn van je eigen kennis en kunde ontstaat wel de competitie met anderen. Het risico bestaat dat deze competitie ontaardt in diskwalificerend vergelijken of in de ander als tegenstander zien. Dan is samenwerking ver te zoeken.Sennett, R. (2012), Together. The rituals, pleasures & politics of cooperation, London, Allen Lane, 169.

De kunst van samenkracht

Effectief verbinden betekent samenwerken met anderen aan belangrijke waarden. Samenwerken is allesbehalve eenvoudig en kan verschillende vormen aannemen.

Sennett schetst in zijn boek vijf vormen: altruïstisch waarbij één partij zichzelf opoffert, win-win waarbij beide partijen profiteren van de samenwerking, gedifferentieerd waarbij beide partijen zich bewust worden van hun verschillen, zero-sum waarbij een van de partijen wint en de ander verliest en de winner-takes-all waarbij een partij de ander definitief uitschakelt.

“Samenwerken is allesbehalve eenvoudig.”

In de samenwerking tussen het sociaal werk en de gezondheidszorg zie ik naast vormen van win-win ook veel zero-sum.Swart, F. (2014), ‘Effectief overleggen. Gespreksprotocol getoetst in een zorgadviesteam’, Maatwerk, 2, 27-29.Het gaat erom welke organisatie de meeste professionals mag leveren voor een wijkteam. Of welke professional zich de casuseigenaar mag noemen.

De balans tussen competitie en samenwerking is volgens Sennett het sterkst in het midden van het spectrum. Bij win-win en gedifferentieerd. In die verbindingen is sprake van wederkerigheid.

Maar die balans ontstaat niet vanzelf. Daar zijn onderhandelingsvaardigheden voor nodig, uitwisselingen tussen partijen. Sennett onderscheidt hier twee types: de dialectische en dialogische uitwisseling.

Dialectiek of dialoog?

De dialectische uitwisseling is gericht om snel tot een overeenkomst te komen. Partijen zoeken naar het gemeenschappelijke. Verschillen gaat men uit de weg. Ze geven spanningen en staan snelle besluitvorming in de weg.

Het dialogische gesprek is gericht op uitwisseling, zonder vooraf vast te leggen wat het resultaat moet zijn. Het vraagt goed luisteren, het oppikken van concrete details om zo de conversatie verder te helpen en nieuwsgierigheid naar de ander. In de dialoog groeit het bewustzijn van de eigen visie en vergroot het begrip voor elkaar.

“Het verschil in taal wordt gezien als een sta-in-de-weg.”

Sennett laat zien dat de huidige samenleving beter is in het organiseren van dialectische uitwisseling. We zien dat ook in het sociaal werk.

Vaak hoor je zeggen dat samenwerking lastig is omdat mensen van verschillende werksoorten niet dezelfde taal spreken. Ik zie dat als een teken van een dialectische benadering. Het verschil in taal wordt gezien als een sta-in-de-weg.

In een dialoog kijk je niet op van een andere taal, maar ben je juist nieuwsgierig naar wat de ander met die taal probeert uit te drukken. Het begrip dialoog is populair, wordt veel gebruikt. Maar vaak noemt men het een dialoog, terwijl het in wezen een dialectische uitwisseling is.

Marie Kamphuis

Ik wijs naar het werk van Marie Kamphuis. “Je moet leren in het maatschappelijk werk je eigen burgerlijke beoordeling terug te zetten en je moet je afvragen wat anderen drijft.”van Batenburg – Resoort, E. (2013), Grande dame van het social casework. Marie Kamphuis 1907-2004, Amsterdam, Uitgeverij SWP.

Uit de ervaring met cliënten weten sociaal werkers dat het neerzetten van de eigen argumenten in plaats van het verdiepen in het perspectief van de ander, de dialoog niet verder helpt.

Het begint met het vinden van de opening naar de ander. Goed luisteren naar wat mensen zeggen en vooral naar wat ze bedoelen. Dat doe je met empathie, informaliteit en minimale assertiviteit.

Die expertise kunnen sociaal werkers goed gebruiken in de relatie met professionals uit de gezondheidszorg. Een dialogische communicatie om te verkennen wat de ander weet. Nieuwsgierig en met respect naar de ander. Vergelijken met de eigen kennis en kunde. Niet om te diskwalificeren, maar om het willen weten en begrijpen.

Oog voor de omgeving

Sociaal werkers realiseren zich steeds meer dat het belangrijk is om te kijken wie bij een situatie betrokken is en wat zij bijdragen of willen bijdragen.Kamphuis, E. (2014), ‘Van individueel probleem naar sociale kwestie’, Maatwerk, 4, 22-24.

Die aandacht voor de omgeving is op alle niveaus nodig, ook bij ontwikkelingen en vernieuwingen in het werk. Bij sociale innovaties zoals zorgcoöperaties zie je dat goed tot uitdrukking komen.

Daar werken ondernemers en mensen uit de zorg, welzijn en techniek samen. Zij spreken niet dezelfde taal, hebben ieder een eigen cultuur en een andere expertise. Maar zij vinden bottom-up de opening naar elkaar.

In de praktijk zie ik dat sociaal werkers en zorgprofessionals elkaar makkelijker vinden als zij het perspectief van de doelgroep centraal stellen.

Krachtig sociaal werk

Niet alleen de doelgroep is gebaat bij effectieve verbindingen tussen sociaal werk en de gezondheidszorg. Ook het sociaal werk heeft te winnen. In de samenwerking kun je jezelf versterken. Bij andere professies kom je uit je comfortzone.Pullen- Sansfaçon, A. and Ward, D. (2014), ‘Making Interprofessional Working Work: Introducing a Groupwork Perspective’, British Journal of Social Work, 44, 1284-1300.

“Bij andere professies kom je uit je comfortzone.”

In het contact met andere beroepsgroepen leer je duidelijk te maken waar je voor staat, als professional en beroepsgroep. De kansen om samen op te trekken en van elkaar te leren liggen er en worden ook wel benut.

Bijvoorbeeld door een sociaal wijkteam dat besluit om de wijkverpleegkundige en de sociaal werker samen op pad te laten gaan bij multiprobleemsituaties waarin medische aspecten spelen. Of door de pedagogisch medewerkers, intensivisten en verpleegkundigen die zich in een landelijke werkgroep samen sterk maken voor het verbeteren van de opvang en begeleiding van kinderen die een dierbare op de intensive care bezoeken.

Kansen blijven liggen

Maar er blijven ook veel kansen liggen. Bijvoorbeeld in een stad waar de jeugdgezondheidszorg alle medewerkers traint in sociale netwerkversterking, terwijl in diezelfde stad ook alle sociaal werkers hierin opgeleid worden.

De betrokkenen weten dat het gebeurt, maar opereren los van elkaar. Gezamenlijk aanbieden van deze training zou een uitgelezen kans zijn om elkaar te ontmoeten, beter te gaan begrijpen en van elkaar te leren.

Ook in het onderwijs kom je dat tegen. Opleidingen gezondheidszorg en sociaal werk zijn bezig met curriculumherzieningen, veelal los van elkaar. Ook daar liggen kansen om samen op te trekken.

Zorg dat studenten gezondheid en sociaal werk elkaar gedurende hun opleiding tegenkomen. Laat ze ontdekken wat ze gemeenschappelijk hebben en waarin ze verschillen. Leer ze om te gaan met de balans tussen competitie en samenwerken.

Fundamenten van het sociaal werk

Samenwerken met andere beroepsgroepen vraagt om terugvallen op de fundamenten van het sociaal werk, de verworvenheden.

“We hebben zelfbewuste sociaal werkers nodig.”

We hebben geen nieuwe sociaal werkers nodig zoals zo vaak wordt beweerd. Wel zelfbewuste professionals die zich kunnen verhouden tot de veranderingen in de samenleving en zo hun repertoire kunnen uitbreiden of verbeteren.Hooghiemstra, E. en Verharen, L. (2013), De kracht van het alledaagse, ’s Hertogenbosch, Avans Hogeschool.

Overeenkomsten tussen de gezondheidszorg en sociaal werk zijn er altijd geweest en nemen misschien wel toe. Daar moet je elkaar niet om bestrijden, maar in vinden en van elkaar leren.

Daarnaast is het belangrijk je te blijven onderscheiden, te weten waarin je elkaar kunt aanvullen zodat competitie en samenwerking in balans blijven.

Isolatie is de vijand

Het sociaal werk in Nederland bundelt de krachten in het huis van de beroepsvereniging BPSW. Samenwerken is daarmee nog niet vanzelfsprekend. Je kunt samen in een huis wonen, waarbij ieder zich terugtrekt in zijn kamer. Isolatie is de vijand van samenwerking.Sennett, R. (2012), Together. The rituals, pleasures & politics of cooperation, London, Allen Lane, 166.

Maar de beroepsvereniging zegt bij monde van directeur Lies Schilder dat ze een gastvrij gemeenschappelijk huis is met kamers voor verschillende beroepsgroepen én gedeelde ruimtes en flexplekken.Lees ook het interview van Sociaal.Net met Lies Schilder van de Nederlandse Beroepsvereniging voor professionals in het sociaal werk.

Het is voor het sociaal werk essentieel naar buiten te blijven kijken en in ieder geval de aansluiting te zoeken bij de ontwikkelingen in de gezondheidszorg. Als gezondheid gaat over het functioneren van mensen in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven, dan kan gezondheid niet zonder sociaal werk.

Maar het is aan het sociaal werk om de boot niet te missen. Daar is een sterke beroepsvereniging voor nodig.

Reacties [2]

  • Joost van Iersel

    Liesbeth,

    Een prachtige en krachtige pleidooi voor samenwerking in het veld waarin de kijk op de problemen van de mensen waar we zorg aangeven zo dicht bij elkaar komt te liggen.

  • Lode Goukens

    Senneth is inderdaad een eye-opener. Ook in zijn eerdere boeken.
    De vraag is echter of de overheid geen schuld heeft aan de huidige toestand nadat ze jaren vooral multinationals en steeds grootschaliger en bureaukratisch werken hebben gestimuleerd.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.