Achtergrond

Mogen we nog fouten maken in de zorg?

Simon Godecharle

Een hoogbejaarde bewoner weigert te eten. In het psychiatrisch ziekenhuis wil een patiënt zelf over zijn medicatie beschikken. Een jongere uit de jeugdhulp haakt af op school. Ga je in de fout als je niet ingrijpt? Sociale professionals botsen op veel vragen, ook ethische.

© Unsplash / Joshua Coleman

Lat ligt hoog

Werken in de zorg is niet gemakkelijk. De lat ligt hoog. Tegelijk worden sociale professionals blootgesteld aan veel kwetsbaarheid.

‘Wat doe je als een patiënt een crisis krijgt?’

Je werkt tijdens de nacht als zorgverlener alleen op een afdeling voor psychosezorg met 29 patiënten. Wat doe je als een patiënt een crisis krijgt? Heb je tijd om in persoonlijk contact te blijven? Is dat te verantwoorden tegenover die andere patiënten? Wat is een fixatiearm beleid waard als zorgverleners in de nacht geen alternatieven hebben? Wat doe je als het fout loopt?

Woonzorgcentrum

Een man met dementie weigert soms te eten. Je collega dringt sterk aan, ondanks de grimassen van de man. De zoon belt elke dag naar het woonzorgcentrum met de vraag of papa gegeten heeft. Indien niet, wil hij horen waarom dit niet gelukt is. Hij verwacht namelijk professionele zorg.

De dochter komt elk weekend langs. Zij wil niet dat papa lastiggevallen wordt. Als hij niet meer kan of wil eten, moeten we niet aandringen. Want ze heeft haar papa net hier ingeschreven omwille van de warme zorg. Zoon en dochter praten al lang niet meer met elkaar. Wat moet je doen? Wat doe je als het fout loopt?

Sport

Een jongeman met een mentale beperking wordt opgenomen in je psychiatrisch ziekenhuis. Hij is suïcidaal. Hij verdraagt geen dichte deur en wil graag buiten sporten. Sporten is zijn manier om zijn trauma van seksueel misbruik te verwerken.

Zijn moeder, die in de gevangenis verblijft, is ongerust. Ze wil niet dat hij buiten komt, dat is te gevaarlijk. Wat doe je? Welke afweging maak je? Wat doe je als het fout loopt?

Elke sociale professional kent dit soort voorbeelden. Ze komen elke dag voor. Als ethicus heb je dan de opdracht om na te denken: Waar verschuilt het goede zich hier? Wat is het kleinste kwaad? Hoe kunnen we tot een werkbare oplossing komen? Is er eigenlijk wel een probleem dat opgelost moet worden? Is er een oplossing mogelijk?

Theorie van de ethiek

Je kan die veelheid aan vragen theoretisch benaderen. Dat is nodig, interessant en vaak inspirerend. Als ethicus duik je dan in boeken van befaamde filosofen die de tand des tijds hebben weerstaan, alsook die van moderne denkers die paradigma’s shiften.

‘Een ethicus moet mee ploeteren in de werkpraktijk.’

Je valt terug op de taal van je voorvaders en voormoeders. Het is ook veilig. Je blijft in je vertrouwde omgeving en laat zien hoe verstandig je bent, hoeveel talen je spreekt en hoeveel theorieën je met elkaar kan verbinden.

Maar het is niet genoeg. Het gevaar van mooie teksten schrijven die in theorie alles laten kloppen, is dat ze belanden in een of andere schuif. In het beste geval worden ze bij een crisismoment uitgehaald. Dat is niet de bedoeling van het uitstippelen van een ethisch beleid.

Een ethicus in zorg en welzijn moet de vertaalslag maken. Wat hij vertelt, moet de mensen over wie het gaat, effectief helpen. Een ethicus moet mee ploeteren in de dagelijkse werkpraktijk. Kijken waar we concreet over moeten nadenken, wat is werkelijk een meerwaarde voor patiënten, familie en medewerkers?

Mogen we nog fouten maken?

Sociale professionals worden stilaan platgedrukt door tijdsdruk, de toenemende zorgzwaarte en zorgintensiteit. Kunnen sociale professionals vandaag nog relationele zorg geven?

Kunnen ze zorg geven waar ze trots op zijn? Kunnen ze zorg uitbouwen die we onszelf of de mensen die we heel graag zien toewensen?

‘Waarden zijn pas waardevol als ze voelbaar zijn.’

Als je binnenwandelt in een zorgorganisatie of wat scrolt op websites, kom je snel op knappe slogans. Mooie waarden als respect, autonomie, openheid, gelijkwaardigheid, en laagdrempeligheid sieren posters in inkomhallen.

Die waarden zijn belangrijk. Maar wat betekenen ze werkelijk in de dagelijkse zorg? Hoe helpen ze medewerkers? Wat betekenen ze voor zorgvragers en hun familie? Waarden zijn pas waardevol als ze ook beleefd worden.

Onderstroom

Wanneer je luistert naar wat er zich in de zorg afspeelt, merk je een bepaalde onderstroom. Er is een toenemende angst voor juridische aansprakelijkheid. Sociale professionals zijn bang om in de fout te gaan, bang om tekort te schieten.

‘Professionals zijn bang om in de fout te gaan.’

Om de haverklap verschijnen er in de media negatieve artikels over de zorg. Over bewoners die gefixeerd en dus mensonwaardig worden behandeld. Of net het tegenovergestelde. Over afdelingen waar ze patiënten vrij laten rondlopen, zodat ze een gevaar zouden zijn voor zichzelf en voor anderen.

In die sfeer is het moeilijk om de juiste keuzes te maken en de goede zorg te geven, die je als voorziening, afdeling of sociale professional wil geven.

Hulpverleners komen zo in een tweespalt terecht. Ze beseffen het belang van veiligheid, maar ook van levenskwaliteit. Die twee waarden worden tegen elkaar uitgespeeld, alsof ze moeten kiezen voor het ene of het andere.

Schuld

Als ethicus in een grote zorggroep krijg ik bijna elke week de vraag: “Simon, is dit mijn schuld?” Maar zoeken naar schuld, lost zelden iets op.

‘Zoeken naar schuld, lost zelden iets op.’

Het is geen eerlijke dialoog, ze plaatst mensen voor onmogelijke keuzes en torenhoge en drukkende verantwoordelijkheden. Relationele zorg betekent samen met mensen onderweg gaan.

Dit houdt wezenlijk in dat organisaties samen met hun zorgverleners in de onmacht moeten staan. Het vereist een beleid dat medewerkers en patiënten werkelijk helpt. Het moet een antwoord zijn op de vraag: Wat heb je nodig? 

Morele stress

Werken in de zorg is niet makkelijk, het is gewoonweg moeilijk. We beginnen steevast met de beste intenties, groot engagement en vaak een persoonlijk verhaal waarin zorg een prominente rol speelt. Je wordt niet zomaar zorgverlener.

‘Je wordt niet zomaar zorgverlener.’

En dan vlieg je uit naar de praktijk, open je de deur, stap je binnen. Onderweg kijk je rond en valt iets op. Er is van alles te weinig: personeel, tijd en geld. Na verloop van tijd kan deze cocktail zorgen voor een ondermijnend fenomeen: morele stress.

Morele stress is niet gewoon stress. Het is ook geen burn-out. Wel is het dat vreselijke gevoel dat je overkomt wanneer je de zorg die je wil geven, niet kan geven. Het is de intense ervaring met de alles overwoekerende onmacht.

Er is te weinig tijd, dus je kan niet spreken met iemand in diepe eenzaamheid. Er is te weinig geld, dus we kunnen die activiteit niet doen. Er is te weinig personeel, dus voor ieders veiligheid schakelen we over op vrijheidsbeperking.

Eelt op je ziel

Morele stress werkt langzaam en komt met pieken en dalen. Het is niet per definitie een eenmalige en overrompelende ervaring. Het gaat eerder in crescendo. Je neemt je vorige, niet vergeten ervaringen mee. Telkens als het misloopt, komt alles even levendig terug. Alsof je het opnieuw meemaakt.

Het grote gevaar van morele stress is dat je motivatie, je missie, je visie finaal je ondergang wordt. Je gedrevenheid en ideeën botsen op structurele grenzen. Als sociale professional raak je gedemotiveerd juist omwille van wat je eerst motiveerde. Het lukt toch niet. Je moet uitzonderlijk sterk in je schoenen staan om dan stand te houden.

Ik noem dit de ‘vereelting’ van de zorg. Zorgverleners werken met hun hart, hoofd en handen. Naarmate iemand meer morele stress ervaart, is er het risico dat hij zich afsluit. Sociale professionals proberen minder geraakt te worden. Ze worden minder gevoelig. Hun hart, hoofd en handen geraken vol eelt.

De job waar je eerst zo trots op was, is nu een manier om je woonkrediet af te betalen. Niet iets om nog extra moeite voor te doen.

Quo vadis, domine?

Dit stelt iedereen in zorg en welzijn voor zeer fundamentele vragen: Waar staan we als organisatie voor? Wat willen we bereiken? Hoe willen we daar geraken? Of anders gezegd: Wat is de missie, visie en strategie van ons ziekenhuis, woonzorgcentrum of jeugdhulpvoorziening?

‘Er is niet altijd een mooie oplossing voorhanden.’

Wanneer ik als ethicus een vraag voorgelegd krijg, bijvoorbeeld een patiënt met diabetes die zijn dieet niet aanpast en zijn insuline niet adequaat neemt, probeer ik te helpen door een aantal vragen te stellen: Welke zorg zou je willen geven? Welke zorg kan je geven aan een zorgafwijzer? Wat heb je nodig om verder te kunnen? Waarom praten we over deze patiënt en niet of veel minder over de anderen?

Het kan natuurlijk niet bij vragen blijven. Er moeten ook antwoorden volgen. Alleen is er niet altijd een mooie oplossing voorhanden. Soms wringt het aan alle kanten.

In de hulpverlening is dat trouwens wel vaker het geval, dan staan we voor een verschrikkelijke keuze. De vraag naar het meest haalbare wordt dan de vraag naar het kleinste kwaad. Welke pijn staan we toe om een grotere pijn te vermijden? Hoe lang laat je iemand beslissingen nemen die hem schade toebrengen? Wanneer grijp je in en neem je over?

Gedragen ethisch beleid

Zoals zorgverleners niet over maar met patiënten moeten spreken, moeten leidinggevenden en directies met zorgverleners spreken. Het is mijn diepste overtuiging dat patiënten en medewerkers een ethisch beleid enkel erkennen als ze zichzelf erin herkennen.

‘Alles is ethiek en ethiek is van ons allemaal.’

Het is essentieel om aandacht te hebben voor elkaars bekommernissen, vragen en verwachtingen. Ethisch beleid wordt door de hele organisatie uitgedragen en concreet gemaakt. Het moet medewerkers motiveren. Ethiek mag geen extra ballast zijn, of erger nog demotivatie veroorzaken.

De keuze om een ethisch beleid te laten voeden vanuit de praktijk betekent niet dat een organisatie zijn fundamentele eigenheid of waardebesef moet loslaten. De meerwaarde van deze benadering ligt juist in een interactie tussen de visie en missie enerzijds, en de werkpraktijk anderzijds.

Door die dialoog gaande te houden, kan een organisatie ethiek duurzaam implementeren. Dat is essentieel voor een gedragen ethische cultuur. Die kan best gerealiseerd worden in een omvattende beweging en dynamiek, en niet door een combinatie van losse initiatieven.

Alles is ethiek en ethiek is van ons allemaal.

Reacties [3]

  • paul

    Waar hier geen rekening mee gehouden wordt is dat hulp vaak – soms met bedenkelijke redenen – opgelegd wordt. Wat hier gezegd wordt zou een redelijk argument zijn, tot het over dwang gaat. Die mensen kunnen evengoed niet in de zorg zijn, en zouden daar zelf voor kiezen als ze de kans hadden. Daarenboven zegt de literatuur dat dwang niet werkt: de kans dat een behandeling verbetering geeft gaat met 90%+ omlaag zodra er van dwang sprake is, en daar komt nog bovenop dat eenmaal dwang 1x toegepast is, het vertrouwen in alle hulpverleners, nu en in de toekomst, weg is. Dat vertrouwen

    Iemand die mensen verplicht om “zorg te aanvaarden” (en wat als er fixeren geinvolveerd is ?) kan niet klagen over teveel patienten en te weinig tijd.

    Dat is belachelijk.

  • Luc Haelemeersch

    Heel mooi exposé.
    Job tevredenheid eerst, met als gevolg dat de persoon met zorg en ondersteuningsnood automatisch centraal komt te staan.

  • Stef Anthoni

    Dank voor het genuanceerde, gelaagde verhaal. Ter aanvulling denk ik dat je dit niet binnen een organisatie alleen oplost, het gaat over een breder maatschappelijk discours waar schuldigen zoeken (zie de moordenaar van Julie Van Espen / de legionella bacterie en het bedrijf in de kanaalzone …) het thema van de dag is, waarbij er geen ruimte is voor complexiteit. Fouten of vergissingen zouden iets moeten zijn waar je uit kan leren, waar je beter van wordt, ook als organisatie. Nu is het te vaak iets waar je alleen maar voor afgestraft wordt, liefst zo publiek mogelijk.

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.