Achtergrond

Kijk verder dan de partner, het gezin of de familie

Context is geen decor

Dany Baert

Het begrip ‘context’ is in de actuele hulpverleningspraktijk sterk gereduceerd tot gezin, leefomgeving of biotoop. Klinisch psycholoog Dany Baert zoekt uit hoe dat komt en pleit meteen voor een bredere betekenis en toepassing.Deze bijdrage is een beknopte uitwerking van een lezing die de auteur gaf op de studiedag van het OPZ in Geel op 3 december 2015.

© meg @ Flickr

© meg @ Flickr

Buren

Wat we in de hulpverleningspraktijk de context noemen, wordt op diverse manieren geconceptualiseerd en geoperationaliseerd.

Het afgelopen jaar vestigden een drietal jonge gezinnen zich in mijn buurt. Niemand van hen maakte aanstalten om ons te leren kennen. Ze groetten niet. Eén van hen leek zelfs haastig naar binnen te sluipen telkens de buren in zicht kwamen. Op een initiatief om met de nieuwe overburen in gesprek te raken, kwam de uitspraak: “Nou ja, een goeiedag, dat kan wel.”

‘Buren zijn hooguit figuren in het visuele landschap.’

Voor deze jonge mensen lijkt de buurt een decor geworden. Het is geen betekenisvolle context waarin hun leven zich afspeelt. Buren zijn hooguit figuren in het visuele landschap waar je doorheen trekt op weg naar wat wezenlijk belangrijk is: werk, familie, supermarkt en de hondenweide.

Grenzen

Een arbeider van goed dertig krijgt op zijn werk telefoon van een hulpverlener. Zijn partner had haar gecontacteerd voor een echtelijk conflict en haar depressieve buien. Of ze met hem kon spreken, want de moeilijkheden hadden ook te maken met zijn jeugd. Zijn moeder was immers op jonge leeftijd in het kraambed gestorven.

Verbaasd opperde de man dat het ongebruikelijk was dat men hem tijdens zijn werk benaderde. Waarop de sociaal werker zich beklaagde over zijn onwil om samen te werken ten bate van zijn relatie en het welzijn van zijn partner.

In haar ijver om de context te betrekken, overschreed ze heel wat grenzen.

Diagnose

Op bezoek bij kennissen spreekt hun zoon me aan. Hij is in een scheiding verwikkeld en ziet zijn kinderen nog amper. Hij vertelde dat hij tot het inzicht gekomen was dat zijn vrouw aan een ernstige vorm van narcisme leed. Hij vroeg me of ik hem als psycholoog daarin kon bijtreden. En vooral hoe hij met haar kon omgaan.

In dit voorbeeld verdwijnt de context achter een eendimensionale diagnose, die tegelijk achtergrond, verklaring en bron van handeling is.

Medaille met twee kanten

Je buurt en buren als een betekenisvolle context zien heeft twee kanten, en is afhankelijk van de intensiteit van het engagement dat je aangaat wanneer je in een buurt gaat wonen.

‘Het is logisch belang te hechten aan de context.’

Het voordeel van een gering engagement is dat je een redelijk onthechte relatie met je buurt kan aanhouden. Dat je een gevoel van vrijheid kan koesteren. Niet gehinderd door de nadelen, zoals de met elk buurtleven verbonden roddels en het binnendringen in je territorium.

Maar ook, en dat klinkt een beetje cynisch, de eventuele miserie die je zou verplichten om tijd aan je buren te besteden. Tijd die je liever gezellig doorbrengt in je cocon, in fitness of het shoppingcenter.

Iets als een betekenisvolle context zien en ervaren, brengt ook gebondenheid en verplichtingen mee, een vraag tot wederkerig engagement en afstemming. Het enorme voordeel van een steviger engagement is wellicht dat je makkelijker mensen kunt aanspreken als je vragende partij bent. Je hebt meer kans een gevoel van verbondenheid en inbedding te ontwikkelen.

Gevaar

Het is logisch om in het verstaan en de aanpak van psychische en relationele moeilijkheden belang te hechten aan de context. De actuele hulpverleningspraktijk is op dat punt redelijk eenstemmig.

Het gevaar is echter dubbel. Men kan terecht komen in een causale opvatting over de context. De idee dat de problemen van je cliënt veroorzaakt zijn door de geschiedenis met en het gedrag van zijn dierbaren. Als hulpverlener kan je dus weinig of geen verandering teweegbrengen wanneer je die dierbaren niet letterlijk mee in de behandelkamer neemt.

Deze interpretatie is ontstaan in de prille en stormachtige ontwikkeling van systemische en gezinsgerichte visies. Het is een erg fundamentele interpretatie van het belang van de context.

Intussen is het wel duidelijk dat men als hulpverlener niet zelf kan bepalen wat de context is en hoe men die context kan betrekken.

Diagnose als roman

Een welomschreven diagnose is vaak een pleister op de wonde: het kind heeft een naam. Dat is het voordeel. Bij sommige diagnoses heb je meteen aanduidingen over mogelijke sporen voor wat volgt.

‘Een diagnose is vaak een pleister op de wonde.’

Tegelijk onttrekt een diagnose een hele wereld van sociale en interpersoonlijke verbindingen aan het gezicht. Van de kant van systeemtheoretische hulpverleners en theoretici is het bijna traditie geworden om kritiek te leveren op medisch-psychiatrische diagnoses.

Zij stellen dat er een pak meer handvatten voor actie, onderzoek en samenwerking zichtbaar worden wanneer men die diagnose beschouwt als de titel van een roman. Het komt erop aan samen met cliënten kennis te nemen van de verschillende hoofdstukken van die roman.

Het is zelfs een van de uitgangspunten van de steeds populairder wordende narratieve benaderingen om die roman al pratende en doende te herschrijven.

Contextverkenning

Wanneer we contextverkenning willen omschrijven, doen we dit in eerste instantie heel breed. Contextverkenning is een operatie die mensen meeneemt in een verhaal dat hen tegelijk bevat, omringt en overstijgt. Deze operatie vermijdt elk essentialisme en is gericht op verbanden, verbindingen en veronderstellingen.

‘Contextverkenning is exploratief.’

Ze is exploratief, ze zoekt, onderzoekt, tast rond, vermoedt, oppert, maar oordeelt niet. Ze ‘weet’ ook niet of althans niet in de klassieke technisch-wetenschappelijke zin van het woord. Ze probeert mensen nieuwe manieren van denken en ervaren te bieden, alternatieven te creëren voor onmacht en defaitisme.

Eigenlijk probeert elke therapeutische benadering dit. De manier waarop is echter verschillend. Kenmerkend voor een systemische contextgerichte benadering zijn twee zaken: het exploratief karakter en de brede opvatting.

Exploratie en breed

Het exploratief karakter vermijdt dat mensen terecht komen in verklaringen van een causaal type. Het beoogt dat mensen dingen kunnen plaatsen en samenhang zien.

Mensen kunnen gedragingen en opvattingen van hun dierbaren en anderen zien als voortspruitend uit contextgebonden, historische, geografische, sociologische, economische of andere realiteiten. Het zijn geen doelbewuste pogingen om hen te dwarsbomen, te vernederen, kortom allerlei psychologisch onheil te bereiden.

‘De context is meer dan de partner, gezin en familie.’

Het brede karakter ervan belet dat men terecht komt in ééndimensionele visies op de werkelijkheid. Breed wil zeggen dat context veel meer is dan partner, gezin en familie.

Net zoals context betekenen ook de alternatieve termen omgeving, leefgemeenschap of milieu niet alleen het gezin en de familie. Het gaat ook over de kinderoppas, de school, de jeugdbeweging, de sportclub, de balletjuf, het werk, de culturele vereniging, de vrienden en kennissen, de buren, de wijk, de gemeente, de socio-economische context…

Kwestie van verschil?

Het is bijzonder moeilijk gebleken om het concept context afdoende en helder te definiëren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er tal van invullingen gehanteerd worden die ofwel oppervlakkig ofwel eenzijdig klinken.

Gregory Bateson, Brits antropoloog, sociaal wetenschapper en linguïst verbindt het begrip context met het begrip verschil.Mattheeuws, A. (1993), ‘Verschil en Batesoniaans verschil’, Systeemtheoretisch Bulletin, XI:4, 263-275.Het is problematisch om zich in een context te bevinden waarin het maken van verschil of onderscheid niet mogelijk is. Dat levert ofwel blindheid en vastzitten in evidenties op, ofwel neuroses.

Het zien van verschil – als mogelijkheid – veronderstelt het kunnen overzien van de context waarin men zich bevindt én dus het onderscheid kunnen maken tussen contexten.

‘De ervaring van het rijden door erwtensoep.’

Zo is er het moment waarop we beseffen dat we ons in een bepaald specifiek gezin bevinden met een bepaalde levenswijze en visie op mensen en wereld. We zien het verschil tussen het eigen gezin en andere gezinnen. Bijvoorbeeld wanneer we ons letterlijk in de context van andere gezinnen begeven.

Iedereen kent de ervaring van het rijden door erwtensoep, op een mistige dag ’s ochtends of in de avondschemering. Onze relatieve blindheid is het gevolg van het feit dat we geen verschil meer zien.

Een visuele cue

Het merkwaardige is dat in het hele verhaal over verschil en over het verband tussen het kunnen zien van verschil en het kunnen onderscheiden van contexten het begrip context op zich niet gedefinieerd wordt.

Bateson geeft wel een middeltje om de draagwijdte en de aard van de context te vatten. Hij introduceert een visuele cue, die ons van groot nut zal zijn. De basisversie ziet er als volgt uit.

Baert1

Een feit of ervaring A, binnen de context B, betekent C. Een feit of ervaring A, binnen een andere context (B1), betekent C1. Hier komt het verschil weer om het hoekje kijken. Afhankelijk van de context waarin iets optreedt, wijzigt de betekenis. Omgekeerd: om de betekenis van iets te kennen, moet men kijken naar de context waarin dat iets zich situeert.

Het individu herontdekt

John Pearce en Vernon Cronen, twee communicatietheoretici uit de Verenigde Staten, gebruikten het contextbegrip bij hun zoektocht naar hanteerbare ideeën over tussenmenselijke communicatie.Cronen, V.E. (1987), ‘Het individu vanuit systeemtheoretisch perspectief’, Systeemtheoretisch Bulletin, V:3, 167-197.

Ze vroegen zich af hoe je binnen een systemische en communicatie-theoretische visie een uitgewerkt en rijk concept kon neerzetten over de individuele persoon. Er was in de jaren 1970 en 1980 kritiek op de systeemtheorie omdat ze geen theorie had over het individu. De systeemtheorie beschouwde het individu als een punt in een systeem.

‘Het individu is meer dan een punt in een systeem.’

In hun studie benaderen ze niet het individu op zich, maar wel ‘personen in conversatie’. Op die manier houden ze de focus op tussenmenselijke processen. Ze ontwierpen een middel om binnen die invalshoek te kijken naar individuele betekenisverlening en ervaring.

Onderlinge afstemming

De twee voerden ook het concept ‘coördinatie’ in. Daarmee wijzen ze erop dat mensen voortdurend in een proces van onderlinge afstemming bezig zijn om betekenis te verlenen aan gebeurtenissen en ervaringen. Dat proces kan tot bevredigende maar ook vervreemdende ervaringen leiden.

Het begrip coördinatie opent een wereld van mogelijkheden om samen met mensen op zoek te gaan naar manieren waarop ze hun ervaringen, onderlinge misverstanden, conflicten en moeilijkheden kunnen plaatsen.

Met ‘plaatsen’ bedoelen we zodanig begrijpen dat mensen conflicten niet meer zien als een gevolg van op zich bestaande entiteiten zoals een slecht karakter, narcisme of lichtgeraaktheid van de ander. Wel als een geheel van gebeurtenissen waarin betekenissen ontstaan met bepaalde effecten, die steeds minder corresponderen met hun bedoelingen.

Kruispunt

Een moeder met een zoon van veertien klaagt dat hij enorm weigerachtig is wanneer ze bijvoorbeeld met hem kleren of schoolgerief wil gaan kopen of samen naar het loket van De Lijn wil om zijn busabonnement te verlengen. Schoorvoetend en met veel misbaar komt hij uit zijn kamer. Hij loopt tien meter achter haar over het trottoir.

De moeder is wanhopig. Ze denkt dat haar zoon geen genegenheid meer voor haar heeft. Ze vraagt zich af wat ze misdaan heeft. In de analyse van Pearce en Cronen zou het er als volgt kunnen uitzien.

Baert2

Beide betekenissen zijn onverenigbaar. Zolang de moeder haar eigen bedoelingen als invalshoek neemt, ziet ze het gedrag van haar zoon als oppositie en gebrek aan liefde. Wanneer ze zou zien welke betekenis het samen op pad gaan heeft voor haar zoon, dan staat ze voor een kruispunt.

Een hogere context

Een van de wegen is dat ze zich kan verplaatsen in de betekeniswereld van haar zoon. Ze zou dan zien dat de betekenis van het gebeuren voor hem mee gereguleerd wordt door wat we ‘een hogere context’ kunnen noemen.

Baert3

Tegenover dit uitzicht op de feiten kan de moeder haar houding bepalen. Het is mogelijk dat ze de sociale codering in de wereld van pubers niet accepteert of flauw vindt. Ze ziet haar zoon dan als iemand die zich gemakkelijk laat beïnvloeden door zijn leeftijdsgenoten.

Als gevolg hiervan stelt ze zich de vraag: een moeder met een zoon zonder karakter, wat voor moeder is dat? En daarmee is de bal aan het rollen.

‘Betekenissen zijn niet louter privaat.’

Het enorme voordeel van dit model is dat het in de hulpverlening een minutieuze zoektocht mogelijk maakt om samen met cliënten op het spoor te komen van alles wat van invloed is op hun situatie. Hoe dingen op elkaar inwerken en hoe mensen op heel uiteenlopende manieren betekenis verlenen.

En dat die betekenissen niet louter privaat zijn of intrapsychisch, maar sociaal gereguleerd en gebonden aan contexten van tijd en ruimte, geschiedenis, ervaring, opleiding, levensfase en socio-economische positie.

Geen cognitief begrip

Het is belangrijk dat we de context niet opvatten als een soort cognitief, abstract element. Dat gevaar is reëel aanwezig in een aantal erg optimistische strekkingen binnen de communicatietheorie. Het is niet alleen maar kwestie hoe je het bekijkt. Of dat, als je een andere invalshoek neemt, de wereld er heel anders uitziet.

Onze puber van zonet wordt in zijn betekenisverlening beïnvloed door sociale codes en betekenissen in zijn leeftijdsgroep. Soms lijkt hij er zelfs door bepaald te worden. Dit is geen cognitief feit en ook geen loutere kwestie van keuze. Het is brute materiële realiteit.

Veronderstel even dat een paar klasgenoten hem samen met zijn moeder zien lopen. De volgende dag komt hij op school en loopt hij frontaal aan tegen een aantal commentaren die niet mis te verstaan zijn.

‘Betekenissen en contexten zijn geen abstracte begrippen.’

In die zin zijn betekenissen en contexten geen abstracte begrippen. Het zijn bijzonder concrete en reële beïnvloedingen die mensen diep raken. Ze vertalen zich in een materiële, relationele en sociale werkelijkheid. En die werkelijkheid kan je het gevoel geven dat je een hele vent bent. Of een mietje dat nog steeds aan de rokken van zijn moeder hangt.

Feiten, gebeurtenissen en commentaren vormen permanent aanwezige contexten waarbinnen iemand zich op een bepaalde manier te zien krijgt. Deze communicatieve contexten of spiegels dienen zich onafgebroken aan. Ze liggen zeker niet allemaal in elkaars verlengde, ze nopen de betrokkene om er telkens een interpretatie van te ontwikkelen.

Mondiale samenhang

Het is volgens mij ook belangrijk om zicht te krijgen op bredere, misschien wel mondiale samenhangen. Fundamenteel geïnteresseerd zijn in maatschappelijke en socio-economische thema’s en instituties is een must. Het is een grote meerwaarde voor de hulpverlening en bij coaching.

‘Interesse in maatschappelijke thema’s is een must.’

Het is belangrijk dat we taal hebben om met mensen te spreken over de bredere contexten die mee van invloed zijn op wat ze denken, verlangen of betrachten. Ook zonder dat ze zich dat altijd realiseren.

Macro-economische, internationale politieke en sociologische contexten zijn gewoonlijk aan het gezicht onttrokken. Ze hebben het karakter van evidenties, zodat mensen niet meer zien hoe hun ervaringen en strevingen daar niet los van staan.

Schenk je hier geen aandacht aan, dan is een burn-out niet veel meer dan een gevolg van perfectionisme in combinatie met een zwakke persoonlijkheid. Het narcisme van de genoemde jongedame is dan een stagnatie in haar ontwikkeling en een gevolg van het opgejut worden door een moeder die haar dochter niet kan loslaten. En de conflicten tussen medewerkers waar een bedrijfsleider mee te maken krijgt, zijn louter het gevolg van botsende persoonlijkheden en onverenigbare karakters.

Het is duidelijk dat de mogelijkheden om hier verandering op gang te brengen dan redelijk beperkt zijn.

Op weg met zoekende mensen

Ik wil een lans breken voor een meer specifiek gebruik van het begrip context. We moeten het onderscheiden van wat beter aangeduid kan worden als omgeving, leefgemeenschap of biotoop. De context verwijst niet alleen naar een groep mensen, maar naar een wereld van betekenissen.

In deze brede betekenis vertegenwoordigt de context een begrip en een ideeëngoed dat hulpverleners toelaat zeer concreet, toegankelijk en praktisch op weg te gaan met zoekende mensen in pijnlijke, conflictueuze of pathologische omstandigheden.

Reacties [2]

  • S.

    Wel verwarrend dat de schrijver plots van ‘de zoon’ een dochter maakt.

    De context is historisch en gebonden aan toekomstplannen, moreel en ethisch afhankelijk van persoon tot peroon, mondiaal en lokaal, zit overal aan verbonden.
    Maar in hoeverre moet de hulpverlener gaan in het zoeken naar de context alvorens over te gaan tot het verlenen van hulp?
    Het gevaar aan de omschreven vorm van contextgebonden werken is: verloren lopen in mogelijke contexten.
    Enige afbakening is perfect normaal en zelfs wenselijk. Zolang men goed luistert naar de verwoording van de cliënt, en deze niet gaat invullen met eigen interpretaties over de context.

  • Riet Van Dessel, maatschappelijk werker en bemiddelaar

    Dank voor deze interessante blik !

We zijn benieuwd naar je mening!

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.