Buurtwerk en geestelijke gezondheid

De buurt als springplank voor psychisch kwetsbare mensen

Eén op vier mensen krijgt vroeg of laat af te rekenen met psychische problemen. Die gaan soms vanzelf weer over, maar ze kunnen ook heel lang aanslepen. Krachtige sociale netwerken, ook in de buurt, kunnen het verschil maken. Zijn er genoeg bruggen tussen buurtwerk en geestelijke gezondheidszorg? We gingen langs bij twee sociale professionals die er middenin staan.

Buurtwerk 't Pleintje
Buurtwerk ’t Pleintje

Opgesloten in kleine wereld

Onderzoekers bevestigen het belang van een sociaal netwerk in de preventie en het herstel van psychische problemen.Van Audenhove, C., Vermaatschappelijking van de GGZ: op weg naar duurzame zorg?, presentatie, Leuven, 20 maart 2015.Veel mensen die kwetsbaar zijn, wonen alleen en hebben weinig tot geen vrienden. Eenzaamheid en sociaal isolement zijn factoren die de kans op ziek worden sterk vergroten.

“Sociaal isolement vergroot de kans op psychische problemen.”

Sociale professionals moeten mensen ondersteunen in de verbreding van hun netwerk. Dat is een hele uitdaging. Want ook dan kunnen psychisch kwetsbare mensen opgesloten blijven in hun eigen, kleine wereld.

Zo verkiezen projecten en voorzieningen vaak om voor deze groep een activiteitenaanbod uit te werken dat enkel bestemd is voor lotgenoten. Samen doen ze aan sport of maken ze uitstappen. Een professionele begeleider garandeert een veilige aanpak. Hij biedt een duidelijk kader waarin iedereen weet wat hij kan verwachten.

Deze keuze wordt gemaakt vanuit zorg voor de cliënt, maar ook omdat het moeilijk is om iemand met een psychische kwetsbaarheid mee te laten sporten in een gewone club. Reguliere clubs of organisaties staan vaak onwennig ten opzichte van deze mensen.

Alternatieve aanpak

Het SaRA-netwerk, Samenlevingsopbouw Antwerpen, Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) Antwerpen en de buurtwerkingen ’t Pleintje en Posthof, kiezen voor een alternatieve aanpak.

Ze proberen hun expertise op het vlak van geestelijke gezondheid te koppelen aan een organisatie met een sterke lokale inbedding waar een divers publiek over de vloer komt. Aan een buurtwerking dus.

Twee medewerkers uit de geestelijke gezondheidszorg zijn nu actief in de buurtwerkingen. Daar ondersteunen ze andere medewerkers en bezoekers vanuit hun specifieke invalshoek en deskundigheid.

Inzetten op herstel

Iemand die het psychisch moeilijk heeft, moet een rol kunnen opnemen in een sociaal netwerk: als vriend, ouder of buurman. Dat is essentieel om te komen tot weerbaarheid en duurzaam herstel. Zolang er niet wordt ingezet op het versterken van mensen en hun zelfvertrouwen, blijft een patiënt een patiënt en kan hij niet gewoon mens zijn.

“Wie de psychiatrie verlaat, is vaak zijn netwerk kwijt.”

“Als er in de psychiatrie gesproken wordt over herstel dan betekent dat niet dat mensen volledig genezen zijn”, vertelt Jolien Legrand, één van de twee gedetacheerde GGZ-medewerkers en actief in buurtwerk ’t Pleintje. “Herstel betekent veel meer. Iemand die hersteld is, is niet meer afhankelijk. Hij is zelfstandig waar mogelijk en wordt ondersteund waar nodig.”

Maar dat is niet vanzelfsprekend. Voor die hulp zijn mensen vaak op hun omgeving aangewezen. Alleen leert de ervaring dat mensen na een psychiatrische behandeling, niet alleen hun zelfvertrouwen, maar vaak ook hun lokaal netwerk kwijt zijn.

“Sommigen hebben nooit een netwerk gehad, anderen hebben het tijdens hun ziekte te zwaar belast”, weet Marleen Kauwenberghs, projectcoördinator voor Samenlevingsopbouw Antwerpen. “Daarom is het belangrijk dat ze nieuwe mensen leren kennen. Niet alleen om bewust op te zoeken als ze iets nodig hebben, maar ook mensen met wie een babbel mogelijk is bij de bakker of onderweg naar de winkel. In de anonieme context van een stad ontstaan zo’n blijvende contacten zelden spontaan.”

Anja

Zo is er Anja. Ze woont alleen, maar wordt af en toe voor een tijdje opgenomen vanwege haar moeilijke relatie met alcohol. Thuis wordt ze begeleid door een medewerker van CAW Antwerpen. Ook de sociale dienst van het ziekenhuis volgt haar op. Anja geeft aan dat er goed voor haar gezorgd wordt, maar in het buurtwerk vraagt ze andere bewoners of ze tijd hebben voor een babbel. Ze eet nu regelmatig ’s middags met andere bezoekers en maakt af en toe mee soep voor de vrijdagmaaltijd. Aan babbeltjes geen gebrek.

“Vanzelfsprekend zijn die babbels niet voldoende.”

Vanzelfsprekend zijn die babbels niet voldoende. Voor formele hulp moeten kwetsbare mensen toegang hebben tot goede dienstverlening met aangepaste hulp en ondersteuning van sociale professionals. Maar voor de essentiële informele contacten en ‘een ander soort babbeltje’ is er een andere context nodig.

Herstellen in het buurthuis

Als je mensen een lokaal netwerk wil laten opbouwen, is het buurtwerk een ideale partner. Een buurthuis verbindt immers lokale organisaties en diensten. Door deze centrale plek kan het mensen een overzicht bieden van de mogelijkheden. Bovendien zijn de medewerkers en bezoekers ideaal geplaatst om nieuwelingen wegwijs te maken in de wijk.

Op die manier is het buurtwerk een springplank voor mensen in een kwetsbare situatie. Zo’n springplank in hun eigen buurt maakt de drempel lager en zet een deur open naar andere initiatieven.

Jolien Legrand geeft een voorbeeld: “In 2015 werkte onze buurtwerking mee aan het ‘Buurt in Bloei’. Tijdens dit project zochten we naar warme, gastvrije plaatsen in de regio Antwerpen. We keken uit naar organisaties en locaties waar iedereen zichzelf kan zijn, zonder raar bekeken te worden. Die hebben we dan met zelfgemaakte bloemen ‘in de bloemetjes’ gezet.”

Bruggen bouwen

Legrand wijst er trouwens op dat ze geïnteresseerde organisaties in de buurt een hand reikt. Haar taak bestaat erin hen te sensibiliseren en samen op zoek te gaan naar oplossingen voor drempels die mensen met een psychische kwetsbaarheid ondervinden om ergens over de vloer te komen.

“Bij veel organisaties bestaat er koudwatervrees.”

“Bij veel organisaties bestaat er koudwatervrees. Als iemand ooit een psychose kreeg, gaat die dat terugkrijgen? Hoe herken ik signalen? Kunnen wij daar mee omgaan? Wanneer moet gespecialiseerde hulp ingeschakeld worden? Er leven veel vragen over omgaan met mensen met een psychische kwetsbaarheid. Met mijn achtergrond kan ik antwoorden en de gepaste steun bieden, een brug bouwen tussen de geestelijke gezondheidszorg en de buitenwereld.”

Mario

Mario is een jongeman met een mentale en psychische kwetsbaarheid. Op zoek naar contact kwam hij terecht in het buurtwerk. Veel professionelen waarschuwden dat Mario in zo’n chaotische context nooit de zorg kon krijgen die hij nodig had.

En toch. Ook al wordt Mario soms gekwetst door opmerkingen die hij krijgt, via het buurtwerk bouwde hij wel een heel breed en divers netwerk uit. Door zijn nieuwe contacten ging er een wereld voor hem open.

Bovendien is hij zelf een waardevolle, verbindende persoon in het buurthuis. Mensen die in het buurthuis komen en hem ‘vreemd’ vonden, leerden met Mario omgaan. De combinatie van geestelijke gezondheidszorg en buurtwerk bleek voor hem ideaal.

“Succesverhalen komen niet vanzelf.”

Zo’n succesverhalen komen niet vanzelf. De inzet en ondersteuning van een medewerker uit de geestelijke gezondheidszorg is essentieel. Enkel zo kunnen mensen als Mario van dichtbij opgevolgd worden. Deze continuïteit van zorg of aandacht is een voorwaarde om afhaken te voorkomen.

Spannend en veilig

“Een groot deel van de bestaande aanbod voor mensen met een psychische kwetsbaarheid kunnen we vergelijken met een lantaarnpaal.Die vergelijking werd eerder al uitgewerkt door de Nederlandse filosoof en socioloog Harry Kunneman; zie daarover onder andere Driessens, K. en Geldof, D., ‘Normatieve professionaliteit in het sociaal werk’, Alert, 2008, 2, 66-75.Mensen weten waar ze de lantaarnpaal kunnen vinden, er schijnt veel helder licht en ze zien wat ze kunnen verwachten. Een buurtwerking is niet zo duidelijk afgelijnd. Het is er een beetje chaotisch, maar wel gezellig warm, zoals een kampvuur. Iedereen krijgt er de kans om mee een blokje op het vuur te gooien, maar kan ook bijschuiven en eerst wat afwachten hoe het er aan toe gaat,” zegt Jolien Legrand over deze specifieke context.

Na drie jaar samenwerking blikken de partners terug op de samenwerking. “De cultuur in het buurtwerk om iedereen op zijn capaciteiten aan te spreken zonder nadruk te leggen op verleden, beperking of problematiek is waardevol voor mensen met een psychische kwetsbaarheid”, concludeert Kauwenberghs.

“In een buurthuis zijn mensen bezoekers, geen patiënten.”

“In tegenstelling tot andere instituties is een buurthuis een niet-problematische context. Mensen zijn er bezoekers en geen patiënten. Ze kunnen er zijn wie ze zijn. Dat biedt hen de mogelijkheid om op informele wijze nieuwe mensen te leren kennen en zo een netwerk op te bouwen. Het feit dat het buurthuis zich meestal in de buurt van de bezoekers hun woning bevindt, maakt de drempel lager en dat netwerk nog krachtiger.”

Experimenteerruimte

Toch is deze formule geen garantie op succes. Het buurtwerk biedt ruimte om te zoeken en te experimenteren.

“We hebben de vrijheid om eens iets nieuws te proberen”, verduidelijkt Kauwenberghs. “Dat wil ook zeggen dat er zaken misgaan. Mensen kunnen overvraagd worden of gekwetst. Soms worden er grenzen overschreden, maar met een medewerker vanuit de geestelijke gezondheidszorg is er iemand die dit kan opvangen. Dat maakt dat een buurtwerk, in tegenstelling tot de straat, een spannende context is die tegelijk ook veiligheid biedt.”

Vermaatschappelijking van zorg

“We hebben allemaal hokjes gemaakt voor mensen met die of deze kwetsbaarheid”, vat Kauwenberghs het beleid van de voorbije decennia kritisch samen. “We stellen nu vast dat die hokjes niet werken. Het werkt niet om mensen te verstoppen omwille van hun beperking: psychisch, fysisch of mentaal. Nu moeten we terug zoeken hoe we dat moeten doen. Mensen met een beperking willen gezien worden, maar niet bekeken worden omdat ze anders praten, lopen of horen.”

“Hokjes werken niet.”

Vermaatschappelijking van zorg heet dat in beleidstaal. Dat klinkt goed en is belangrijk voor mensen met een psychische beperking. Maar vermaatschappelijking betekent niet dat je die mensen zomaar in het water gooit en hoopt dat ze zullen zwemmen. Je moet ervoor zorgen dat ze bandjes hebben, dat er een badmeester rondloopt en dat het water de juiste temperatuur heeft.

Doe je dat niet, dan zijn termen als ‘vermaatschappelijking van de zorg’ louter newspeak voor besparen. Ook de professionele zorg kan niet zonder meer verschoven worden naar een informele context.

Kloof

Sociale professionals in de geestelijke gezondheidszorg blijven dan ook nodig. Er moet een grote kloof overbrugd worden. We moeten evolueren naar een sterke professionele geestelijke gezondheidszorg die toegankelijk is voor de meest zwakke groepen. Daarnaast is er nood aan lokale aanspreekpunten voor deze zorg. Daar moeten mensen met een psychische kwetsbaarheid en organisaties die met vragen zitten terecht kunnen.

“Er moet een kloof overbrugd worden.”

Dit biedt een aantal voordelen. Uiteraard is er de kennis, maar dat is niet alles. De samenwerking tussen een buurthuis en de geestelijke gezondheidszorg loopt vlotter. Medewerkers van de geestelijke gezondheidszorg in buurtwerk en soortgelijke organisaties zijn goede begeleiders in de zoektocht naar de juiste aanpak.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen