Tienerpooiers maken slachtoffers

Schrijnende problematiek uit de schaduw halen

Nederland strijdt al langer tegen tienerpooiers. Maar ook in Vlaanderen getuigen kwetsbare meisjes over seksuele uitbuiting en misbruik. Over omvang en aanpak van deze schrijnende problematiek weten we weinig. Child Focus voerde op vraag van de Vlaamse overheid hierover een exploratief onderzoek uit.

© Child Focus
© Child Focus

Klare taal

Om zicht te krijgen op een problematiek, moeten we die eerst helder afbakenen. Is de term ‘loverboys’ wel de juiste omschrijving voor dit type criminelen? Het klinkt liefdevol en doet dus afbreuk aan de mensonterende mensenhandel waar het in wezen om gaat. De onomwonden term tienerpooiers dekt beter de lading.

“De term tienerpooiers dekt beter de lading.”

Tienerpooiers zijn mensenhandelaars die tieners doelbewust feitelijk afhankelijk en emotioneel aanhankelijk maken om hen vervolgens uit te buiten in de prostitutie. Dat kan via misleiding, dwang, fysiek, psychisch geweld en misbruik van kwetsbaarheid.

Tienerpooier-methode

De methode van tienerpooiers wijzigt voortdurend. Waarschijnlijk zijn er evenveel variaties als tienerpooiers. Toch kunnen vier fases onderscheiden worden in hoe ze te werk gaan: ronselen, inpalmen, isoleren en uitbuiten.

Uit Nederland kwamen eind de jaren ’90 de eerste verhalen over één dominante methode: tienerpooiers maken jonge slachtoffers tot over hun oren verliefd om hen vervolgens alles voor hen te laten doen.

“Pooiers bieden tieners bevestiging.”

In Vlaanderen valt de huidige werkwijze van tienerpooiers niet éénduidig te benoemen. Zo wordt de emotionele aanhankelijkheid en de daaropvolgende uitbuiting ook gerealiseerd door deze tieners bijvoorbeeld een levensstijl voor te schotelen die ze zich anders niet kunnen veroorloven. In de praktijk blijkt dat anders uit de draaien: meestal krijgen de minderjarige slachtoffers amper een cent van hun ‘verdiensten’ te zien.

Pooiers bieden vooral een vorm van zingeving of bevestiging waar vele pubers halsstarrig naar op zoek zijn. Of ze slagen erin de verveling en eenzaamheid van de puber te doorbreken.

Op onderzoek

Op basis van de dossiers die bij Child Focus bekend zijn, een literatuurstudie en gesprekken met een resem actoren bij sociale organisaties, politie en justitie, schept het onderzoek meer klaarheid in de aard en omvang van tienerpooiers in Vlaanderen.

Daarnaast werd nagegaan hoe politie, justitie en hulpverlening slachtoffers detecteren en beschermen, en daders opsporen en vervolgen.

Cruciale vragen liggen voor de hand. Hoe kan je een voortzetting of uitbreiding van de problematiek van tienerpooiers voorkomen? Hoe wordt er samengewerkt? Waar liggen de belangrijkste obstakels, uitdagingen en ruimtes voor verbetering?

Topje van de ijsberg

Door een gebrek aan informatie over concrete dossiers kan onmogelijk een onderbouwd cijfer geplakt worden op de grootte van de tienerpooierpraktijk in Vlaanderen. Bundelen we alle verzamelde informatie dan komen we uit bij minimum zestig slachtoffers. Volgens de meeste gesprekspartners gaat dit slechts over het topje van de ijsberg.

“Tienerpooiers zijn een acuut probleem.”

Bovendien is de laatste twee jaar de problematiek toegenomen, aldus getuigen op het terrein. Tienerpooiers zijn een acuut probleem. Hoog tijd dus voor een efficiënter beleid dat leidt tot verbeterde preventie, repressie en aangepaste hulpverlening voor slachtoffers.

Signalen en meldingen

Om de problematiek beter in beeld te krijgen, is een structurele registratie van gegevens van tienerpooiers en hun slachtoffers noodzakelijk.

Child Focus kan deze registratierol op zich nemen via het bestaande 116000 nummer dat 24/7 beschikbaar is. Betrokken actoren, het grote publiek of slachtoffers kunnen anoniem bij Child Focus terecht met vragen of concrete meldingen over deze problematiek. Op die manier krijgen we een beter zicht op zowel lichte vermoedens als vastgestelde feiten van tienerpooierschap.

Daarbij wordt gerekend op signalen en meldingen van alerte instanties zoals jeugdinstellingen, politie, parket, hulpverleners, ouders, jongeren en leerkrachten.

Maar enkel registreren is onvoldoende. De informatie moet ook geanalyseerd worden en bij de juiste instanties belanden voor verdere opvolging en behandeling. Enkel zo kan de problematiek in kaart worden gebracht met cijfers, kenmerken van slachtoffers en daders, methoden en plaatsen van ronselen.

Bescherming slachtoffers

Slachtoffers van tienerpooiers hebben nood aan bescherming tegen het milieu waarin ze zijn terechtgekomen. Vaak moeten ze ook beschermd worden tegen zichzelf.

Het is aangewezen om hen in een besloten en afgezonderd kader onder te brengen zodat ze tot inzicht kunnen komen. Ze moeten de banden met hun destructieve netwerk kunnen doorknippen.

“Slachtoffers hebben nood aan gespecialiseerde opvang.”

Daarom is er nood aan aangepaste en gespecialiseerde opvang, begeleiding en behandeling voor minderjarige slachtoffers van tienerpooiers. Het is belangrijk om hierbij risico’s op wegloopgedrag te minimaliseren.

Doorstroming naar open setting

Het opvangverblijf moet ook dienen om slachtoffers intensief voor te bereiden op een doorstroming naar huis of een meer open setting. Hier worden best een beperkt aantal voorzieningen ingeschakeld zodat de expertise gecentraliseerd wordt.

Ook in deze meer open kaders blijft beveiliging van slachtoffers essentieel. Al moet gezegd dat geen twee tienerpooierdossiers dezelfde zijn. Het belangrijkste is dus dat situatie per situatie bekeken wordt. Zo kan beslist worden welke opvang en begeleiding voor het slachtoffer het meest geschikt is.

Vervolghulp niet vergeten

Ook onthemingsprojecten zoals een trektocht, boerderijverblijf of bouwkamp kunnen zinvol zijn. Ze zijn erop gericht om jongeren los te weken uit een negatieve spiraal door hen een positieve ervaring te bieden. Die initiatieven kunnen hun veerkracht en persoonlijke empowerment versterken of herstellen.

Er moeten ook bruggen komen naar hulpverleningsinstanties voor volwassenen. Zeker voor minderjarige slachtoffers die ook vervolghulp nodig hebben tijdens hun meerderjarigheid, moet samenwerking en doorverwijzing naar (residentiële) hulpverlening voor volwassen slachtoffers van mensenhandel mogelijk zijn. Anders riskeren zwaar getraumatiseerde jonge mensen op hun achttiende zonder enige verdere opvolging of begeleiding verder te moeten.

Vervolging daders

Het is belangrijk om aan alle betrokken instanties duidelijk te maken dat de tienerpooier-techniek onder de definitie van mensenhandel valt. Bovendien is er nog een andere algemene rechtsgrond op deze praktijk van toepassing: ‘bederf van jeugd en prostitutie’.

“Tienerpooiers zijn mensenhandelaars.”

Beiden worden momenteel door elkaar gebruikt bij vervolgingen van tienerpooiers. Bij vervolging voor mensenhandel is de bestraffing strenger, zeker als het over minderjarige slachtoffers gaat die ouder zijn dan zestien. Een ander belangrijk verschil is dat slachtoffers van mensenhandel een specifiek beschermingsstatuut kunnen krijgen waardoor ze recht hebben op sociale, medische en juridische begeleiding en opvang.

Daarom is het wenselijk om in de toekomst de dader systematisch te vervolgen en veroordelen op basis van mensenhandel.

Aangifte doen

Slachtoffers zijn niet altijd bereid om aangifte te doen. Dat bemoeilijkt de detectie van deze praktijk. Daarom is het belangrijk dat het onderzoek ten aanzien van slachtoffers humaan verloopt. Dat vergroot de kans op medewerking.

“De minderjarige losrukken uit zijn gevaarsituatie is prioritair.”

Hulpverleners spelen hier een belangrijke rol. Ze moeten jongeren aanmoedigen om de stap naar een aangifte te zetten. Lukt dat niet, dan beschikken hulpverleners nog over verschillende manieren om hun beroepsgeheim te doorbreken. Want de minderjarige losrukken uit zijn gevaarsituatie is prioritair.

Beroepsgeheim

Daarom is het aangewezen dat duidelijke afspraken gemaakt worden met politie en parket omtrent de grenzen van het beroepsgeheim en de te volgen procedures.

Zo zijn sommige hulpverleners vragende partij om kanalen op te zetten zodat ze zachte informatie aan politie of parket kunnen doorgeven, los van een specifieke klacht of aangifte. Want eens die informatie geregistreerd wordt, kan ze later gebruikt worden wanneer er voldoende aanwijzingen zijn om een volwaardig onderzoek te starten.

Ook hier kan een belangrijke rol weggelegd zijn voor de consulenten van Child Focus. Zij kunnen een brugfunctie vervullen tussen jongeren, ouders, hulpverleners, politie en parket. Deze consulenten kunnen er mee voor zorgen dat de juiste informatie op een goede manier bij de correcte instanties terecht komt.

“Zware straffen moeten een ontradend effect hebben.”

Tenslotte dient op verschillende niveaus intensiever ingezet te worden op het verzamelen van bewijslast. Zware straffen moeten een ontradend effect hebben op potentiële toekomstige daders.

Scherpere voelsprieten

Er is nood aan een brede sensibilisering met oog op een verbeterde detectie en preventie. Want het is schrijnend hoe vaak duidelijke indicaties van slachtofferschap niet herkend worden. Scherpe voelsprieten ontbreken nu veelal.

Men moet zich hierbij richten op ouders, scholen, medische wereld, horecapersoneel, klanten, werknemers en werkgevers in de seksindustrie, stadswachters, politie, wijkagenten en parket. Daarnaast moet er ook voor gezorgd worden dat de opgevangen signalen goed ingeschat worden en bij de juiste instanties terechtkomen.

Jongeren sensibiliseren

Ook jongeren vormen natuurlijk een belangrijke doelgroep van preventie en sensibilisering. Algemene seksuele voorlichting, weerbaarheids- en assertiviteitstrainingen en advies rond veilig omgaan met internet en sociale media (e-safety) zijn bijzonder nuttig om jongeren tegen deze uitbuiters te beschermen.

“Niet te vergeten: preventie en sensibilisering.”

Child Focus heeft uitgebreide ervaring met het ontwikkelen van jongeren-gerichte preventietools. Zo wordt gewerkt aan de website www.tienerpooiers.be, waar de nodige informatie over tienerpooiers zal worden aangeboden.

Samenwerking versterken

Momenteel is er een gebrek aan positief contact tussen politie, justitie en hulpverlening. Toch is de samenwerking tussen deze drie sectoren essentieel bij de aanpak van deze problematiek.

Deze samenwerking kan best georganiseerd worden in de vorm van een ketenmodel. In zo’n ketenmodel kunnen vertegenwoordigers van politie, parket, overheid, hulpverlening en onderwijs actief zijn. Al die partners kunnen samen bekijken en uittesten hoe in specifieke dossiers beter samengewerkt kan worden.

Hierrond worden momenteel enkele beloftevolle initiatieven genomen. De verkennende studie van Child Focus was slechts een startpunt. Nu is het aan alle betrokken instanties om hier verder mee aan de slag te gaan en de aanbevelingen in de praktijk om te zetten.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen